Home / Internationaal / Azië / 10 jaar na einde oorlog in Sri Lanka dreigt nieuwe escalatie

10 jaar na einde oorlog in Sri Lanka dreigt nieuwe escalatie

Actie in Antwerpen bij de zesde verjaardag (2011) van het einde van de oorlog. Foto: Jente

Tien jaar geleden, eind mei 2009, kwam er op bijzonder bloedige wijze een einde aan de burgeroorlog in Sri Lanka. Het Singalese leger uit het zuiden richtte een bloedbad aan onder de Tamilsprekende minderheid in het noorden en het oosten van Sri Lanka. Er werd niet op een oorlogsmisdaad meer of minder gekeken door de troepen van toenmalig president Rajapakse. De schattingen lopen uiteen, maar er zouden minstens 40.000 doden gevallen zijn in de slotweken van de oorlog.

De afgelopen tien jaar was er officieel vrede. Er werd echter niet opgetreden tegen de oorlogsmisdadigers zoals Rajapakse. Het leger bleef sterk aanwezig in het noorden en het regime voerde er een beleid dat doet denken aan de bouw van nederzettingen zoals in de bezette Palestijnse gebieden. Er kwam geen nieuws over verdwenen en vermiste Tamils en sommigen bleven als politieke gevangene vastzitten. Honderdduizenden Tamils hebben het land verlaten in de hoop elders wel een toekomst te vinden.

Ondertussen waren er nog steeds campagnes om communautaire spanningen op te voeren. Singalees chauvinistische krachten zagen zich gesterkt door een terugkeer van Rajapakse en zijn omgeving. De afgelopen jaren waren er verschillende incidenten van geweld tegen de moslims in het land. Die vormen een kleine minderheid van Tamilsprekenden. Boeddhistische fundamentalisten gingen onder meer in Kandy over tot geweld. Ook wie zich voor de rechten van alle minderheden uitsprak, werd gewelddadig aangepakt. Zo waren er intimidaties tegen de linkse socialisten van de United Socialist Party.

De aanslagen op paaszondag dit jaar vormen een nieuw keerpunt. Er vielen ruim 350 doden in aanslagen door islamfundamentalisten op katholieke kerken en hotels. In Tamil-kringen wordt erop gewezen dat de aanslagen gebeurden op het ogenblik dat de misviering in het Tamil gehouden werd. De Singalese meerderheid heeft steeds een beleid van afzondering gevoerd waardoor bijzonder weinig Tamils Singalees spreken of begrijpen en omgekeerd. Onder de katholieken zijn er zowel Tamils als Singalezen, maar de religieuze plechtigheden gebeuren afzonderlijk omdat beide taalgroepen elkaar niet begrijpen.

Het geweld wordt door Singalese chauvinisten aangegrepen om de campagnes tegen moslims op te voeren. Er wordt tegelijk ingespeeld op de terechte angst van bredere lagen van de Singalese bevolking op een terugkeer van het geweld en van economische rampspoed. Nog voor de aanslagen die ongetwijfeld een erg negatieve impact op het toerisme zullen hebben, ging het niet goed met de Sri Lankese economie. De groei was beperkt en vooral het resultaat van investeringen die niet de meerderheid van de bevolking ten goede kwamen. Een neergang van het toerisme zal de situatie nog verder verslechteren.

Geweld tegen moslims is daar uiteraard geen antwoord op, ook al proberen verschillende groepen en partijen daarmee te scoren. Ze hebben het chauvinisme en religieus sectarisme nodig om het falen inzake sociaal beleid voor de werkenden en armen te verdoezelen. De groep rond Rajapakse probeerde eind vorig jaar om via een legale staatsgreep terug te komen. Deze poging werd teruggefloten door het Hooggerechtshof, maar de pogingen worden verdergezet. Nu wordt niet geaarzeld om in te spelen op de vrees voor aanslagen en is er weinig verdoken steun aan geweld op moslims.

Er waren geruchten dat er afgelopen maandag gewelddadige activiteiten zouden plaatsvinden tegen moslims. De straten waren leeg en scholen sloten de deuren. De regering deed echter niets om geweld tegen moslims te vermijden. Dat was onder meer het geval in Bingiriya, Kuliyapitiya en Heetipola in het district Kurunegala district, in Miniwangoda en de regio Gampaha in het district Gampaha en ook in de regio Chilaw. Het ging om aanvallen door georganiseerde groepen. Videobeelden geven aan dat deze bendes beschermd werden door de autoriteiten. Een parlementslid van de Sri Lanka Freedom Party (SLFP, de partij waartoe president Sirisena behoort net als Rajapakse zelf die nochtans met eigen lijsten was opgekomen in de regionale verkiezingen vorig jaar) trok naar Bingiriya kort na het geweld. Het was niet om solidariteit met de slachtoffers te betuigen maar om de politie ertoe aan te zetten de opgepakte geweldenaars meteen vrij te laten. Het doet vrezen voor een nieuwe ‘Black July’: een golf van georganiseerd geweld tegen Tamils in 1982 waarmee de jarenlange burgeroorlog opgestart werd.

Moslims die in Singalese buurten wonen, zijn nu erg bang. Op sommige plaatsen hebben ze hun familie bijeengebracht om zich te beschermen. De regering doet niets om hen te beschermen en ging integendeel over tot aanvallen op deze minderheidsgroep. Er kwamen snel wetten die het moslimvrouwen verbieden om en boerka of een niqab te dragen, de luidsprekers van moskeeën werden uitgeschakeld terwijl andere geloofsgroepen wel gebruik mogen maken van luidsprekers. Het doel is om de communautaire druk op te voeren en daar electoraal voordeel uit te halen.

De repressieve benadering dreigt gebruikt te worden tegen elke vorm van verzet tegen het regeringsbeleid. Eerder dit jaar gingen de leraars in staking, studenten protesteren tegen de privatisering van onderwijs en er waren acties van theeplukkers die een dagloon van 1.000 Roepees eisen (iets meer dan 5 euro). In het parlement is er amper ernstige oppositie. Mahinda Rajapakse doet zich voor als de enige oppositie tegen de regering, ook al is een partijgenoot president. De Tamil National Alliance (een koepel van Tamil parlementairen) steunt de repressieve maatregelen van de regering.

De United Socialist Party verzet zich tegen de aanvallen op de democratische rechten en roept op tot zelfverdedigingscomités in de moslimbuurten. Het moet gaan om multi-etnische en multi-religieuze comités om verder geweld te stoppen. Vakbonden met leden uit alle etnische en religieuze groepen kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Verzet tegen sectair geweld moet samengaan met strijd rond wat ons verenigt: voor degelijke arbeidsvoorwaarden, lonen en leefomstandigheden. Socialisten verdedigen het recht van individuen om gelijk welke religie of geen aan te hangen. We pleiten voor de bescherming van minderheidsrechten. Onze Sri Lankese zusterpartij eist compensatie en gerechtigheid voor alle slachtoffers van sectair geweld en van de aanslagen.

Als gevolg van de eerdere oorlog in Sri Lanka is er ook in ons land een Tamil gemeenschap, vooral in Antwerpen geconcentreerd. Een aantal Tamils zijn lid van LSP en nemen deel aan activiteiten van de Belgische arbeidersbeweging, naast specifieke acties en activiteiten gericht op Sri Lanka. Sinds enkele jaren trekt een groepje van hen elk jaar rond 18 mei – het officiële einde van de oorlog in 2009 – naar het Rode Kruis om bloed te geven en ondertussen te discussiëren over de situatie in zowel Sri Lanka als België en elders.