Indonesië: Corruptie, crisis en ontgoocheling

Toen op 5 april meer dan 120 miljoen Indonesiërs naar de stembus trokken, was er een moeilijke keuze. Bij de twee belangrijkste partijen was er enerzijds de Democratische Partij van Indonesië geleid door president Megawati Sukarnopoutri. Deze partij heeft de afgelopen 5 jaar gefaald om de problemen van de gewone bevolking aan te pakken. De andere ‘keuze’ was Golkar, de partijmachine die 30 jaar lang de militaire dictator Soeharto gesteund heeft.

Yorran Pelekanakis

De verkiezingen dit jaar zijn de tweede sinds de revolutionaire gebeurtenissen van mei 1998 toen de dictatuur van Soeharto werd omvergeworpen. De verwachtingen van de studenten en arbeiders die de leiding hadden van deze beweging waren echter groter dan wat geboden werd door Megawati Sukarnopoutri. Ze eisten een einde van de corruptie, de nationalisatie van de sleutelsectoren, hogere lonen en beter arbeidsvoorwaarden, betere levensomstandigheden.

De regering heeft dat niet waargemaakt. Ze heeft enkel gezorgd voor nog meer corruptie en nog meer besparingen. De halvering van het stemmenaantal voor de regering, de scherpe afname van het aantal parlementsleden en het feit dat ze weggestemd werd door de partij van een voormalige dictator zijn een uitdrukking van de woede tegenover de regering.

De toegenomen steun voor Golkar moet niet gezien worden als steun voor de partij of haar beleid, maar eerder als een reactie van ontgoocheling in het politiek systeem en het gebrek aan een ernstig alternatief, een socialistisch alternatief. Het aantal blanco/ongeldige stemmen is daar ook een uitdrukking van: zo’n 11 miljoen kiezers koos voor deze optie! Een journalist die verslag uitbracht van de verkiezingen noteerde: “Het zicht van voormalig president Soeharto die vrolijk naar een kiesbureau wandelde, toonde misschien nog het best de absurditeit van de verkiezingen aan. Zoals velen was ik ervan overtuigd dat de miljardair en voormalige dictator bedlegerig was. Er werd immers verklaard dat hij fysiek niet in staat was om voor een rechtbank terecht te staan wegens corruptie. Dit toont eens te meer aan dat je in Indonesië met zowat alles kunt wegraken. En dan wordt duidelijk waarom de verkiezingen eigenlijk onbelangrijk waren.”

De bevolking van Indonesië heeft ondervonden wat de harde realiteit van het kapitalisme betekent. De dictatuur van Soeharto baseerde zich op een economische groei in de jaren ’70 en ’80, maar toen dit onvermijdelijk tot een einde kwam, verdwenen de illusies in het regime. Na de Aziatische crisis van de jaren ’90 werd Indonesië hard getroffen door werkloosheid terwijl de lonen en levensomstandigheden sterk achteruit gingen door de inflatie. De economische crisis zorgde ervoor dat miljoenen Indonesiërs onder de armoedegrens terechtkwamen terwijl Soeharto en zijn omgeving zichzelf in een enorme luxe wentelden. Het kapitalisme leidt steeds tot crisis en biedt geen oplossingen voor de meerderheid van de bevolking.

De corruptie in Indonesië is zo wijd verspreid dat de heersende klasse amper moeite doet om haar controle over de parlementaire “democratie” weg te stoppen. Een journalist schreef: “Democratie is iets positief. Maar wat is het nut ervan als het staatsapparaat zo corrupt is dat de meeste wetten compleet irrelevant worden? Wie geeft erom dat een bepaalde leider wordt verkozen als de corruptie er toch toe leidt dat een ander beleid niet wordt doorgevoerd, of toch alleszins niet op de bedoelde wijze kan worden ingevoerd?”.

De bevolking van Indonesië kan enkel stappen vooruit zetten als het zich verenigt in een nieuwe massale arbeiderspartij die opkomt voor een socialistisch systeem. Indonesië heeft een rijke revolutionaire geschiedenis en een eerste les moet bestaan uit het leren van de fouten in het verleden.

Delen: Printen: