Bush bezoekt Irak. Volgt na Irak ook Iran?

Midden juni trok VS-president Bush naar Bagdad voor een onaangekondigd bezoek. Zelfs de Irakese premier Al Maliki wist pas vijf minuten op voorhand dat Bush in het land was. Bush bracht vijf uur door in de Groene Zone, een versterkte wijk waarin de Irakese regering en de Amerikaanse legerleiding zich verschansen. Het bezoek van Bush moest dienen als steun voor de nieuwe regering. Tevens werd geprobeerd om het beeld te scheppen dat de VS na de dood van Zarqawi stappen vooruit maakt in de oorlog tegen het “verzet” in Irak.

De dag na het bezoek van Bush moesten Amerikaanse troepen en Irakese veiligheidsdiensten door de straten van Bagdad patrouilleren in een poging om het geweld wat te beperken. Ze beweren dat ze 150 aanhangers van Al Qaeda hebben vermoord en 700 opgepakt. De straten van Bagdad waren even rustiger na deze acties. Maar dit wordt als een groot succes voorgesteld terwijl het enkel mogelijk was om een tijdelijke rust te bekomen door 70.000 troepen in te zetten en een avondklok in te voeren. Tegelijk waren er tal van aanslagen in andere steden. In Kirkoek, Tikrit en Basra kwamen daarbij honderden mensen om.

Deze gebeurtenissen maken duidelijk hoe de VS de oorlog en de bezetting van Irak aan het verliezen is. Het verklaart ook waarom de houding van de VS tegenover Iran de afgelopen dagen wat gewijzigd is. Na de afgang in Irak en Afghanistan, heeft de VS onvoldoende capaciteiten om ook een oorlog in Iran te voeren.

De regering moest hierom wel aankondigen dat ze bereid was om te onderhandelen met Iran. In de republikeinse kringen in de VS waren er de afgelopen maanden en jaren heel wat stemmen voor een militaire interventie of toch minstens sancties. Het feit dat nu uitdrukkelijk gekozen wordt voor diplomatie en onderhandelingen is een erkenning van de overbelasting van het VS-imperialisme op militair en economisch vlak.

Bovendien slaagde de VS er niet in om Iran te isoleren. Rusland en China weigerden sancties tegen het land te steunen omdat ze Iran beschouwen als een belangrijke handelspartner. De VS-regering slaagde er dan ook niet in om in de VN Veiligheidsraad een beslissing af te dwingen om tot een militaire aanval op Iran te kunnen overgaan. Zelfs Tony Blair weigerde zijn steun te verlenen aan militaire acties tegen Iran, na de negatieve impact van de oorlogen in Irak en Afghanistan op de populariteit van zijn partij en van zichzelf.

Er vielen reeds meer dan 2500 Amerikaanse doden in Irak en de VS-regering gaf reeds zo’n 1 triljoen dollar uit aan de oorlogen in Irak en Afghanistan. Bush kan zich in eigen land niet zomaar nog een militair avontuur permitteren.

En dat zou een interventie in Iran wel degelijk betekenen. In Iran is er weinig enthousiasme voor het reactionaire regime dat aan de macht is. Ahmadinejad kan de beloftes van zijn verkiezingscampagne niet waar maken en heeft geen antwoord op de hoge werkloosheidscijfers (30%) of de hoge inflatie van meer dan 20%. Maar bij een interventie zou de steun van de bevolking voor het regime snel toenemen om het land te verdedigen tegen imperialistische aanvallen. Iran is bovendien 12 keer zo groot als Irak met dubbel zoveel inwoners. Een invasie zou ook regionale gevolgen hebben, terwijl de VS zich dat niet echt kan permitteren. De gevolgen voor de VS-economie zouden immers groot zijn, onder meer omwille van de verdere stijging van de olieprijzen die gepaard zou gaan met een interventie in Iran.

In Iran probeert president Ahmadinejad de groeiende oppositie onder arbeiders en armen te verdoezelen door volop de kaart van het nationalisme te trekken. Het nucleair programma is daar een onderdeel van, zeker na de dreigementen van het VS-imperialisme. Andere elementen om het nationalisme te versterken, waren onder meer de uitspraken van Ahmadinejad over de holocaust en over de vernietiging van Israël. Die uitspraken maakten hem populair onder Europese neo-nazi’s. In plaats van de situatie van de arbeiders te verbeteren, moet Ahmadinejad zich wenden tot demagogische uitspraken die enkel gericht zijn op het versterken van nationalistische opvattingen. Dat zal de sociale problemen echter niet doen verdwijnen.

De hele wereld volgt de discussies rond het nucleaire programma in Iran, maar het regime in dat land heeft ook wel andere zorgen aan haar hoofd. Er zijn steeds meer acties en protestbijeenkomsten tegen het regime. Op de 1 mei activiteiten in Teheran waren er dit jaar 100.000 aanwezigen op de betoging van de officiële overheidsvakbond. Het moest een pro-regeringsbetoging worden, maar de arbeiders maakten van de gelegenheid gebruik om slogans te scanderen tegen het regime. Er waren ook oproepen voor stakingen en voor het recht om zich te organiseren. In Iran is het nog steeds verboden om te staken nadat ayatollah Khomeini staken afdeed als “on-islamitisch”.

Op 12 juni betoogden 5.000 vrouwen in Teheran, de grootste vrouwenbetoging sinds de ayatollahs hun macht consolideerden begin jaren 1980. De vrouwen eisten basisrechten op, iets wat hen ontzegd wordt door de religieuze wetgeving in het land. De betoging werd door de politie aangevallen en er werden 60 vrouwen opgepakt. Eerder was er ook een staking van busarbeiders waarbij de leiders van de staking werden gevangen gezet.

De Iraanse arbeiders en boeren hebben een rijke traditie van strijd. In de revolutie van 1979 werd de Sjah omvergeworpen. De arbeiders en boeren waren op weg naar de omverwerping van het kapitalisme. Na een algemene staking van vier maanden, moest de Sjah het land ontvluchten en werden Shora (raden) opgezet door de arbeiders om hun fabrieken zelf in handen te nemen. Er waren elementen van arbeiderscontrole over de productie en de boeren begonnen ook het land over te nemen. Zelfs in het leger werden er raden opgezet door soldaten. De belangrijkste linkse partijen volgden echter allen een stalinistische tweestadia-theorie. Zowel Tudeh (communistische partij), Fedayeen als de Mujahadeen stelden dat er eerst een democratisch kapitalistisch regime noodzakelijk was vooraleer een discussie over socialisme kon gevoerd worden. Hierdoor steunden ze uiteindelijk Khomeini!

De linkerzijde heeft nederlagen geleden in Iran en heeft daar een heel zware prijs voor betaald, maar er kunnen ook heel wat lessen worden getrokken door de nieuwe generaties die vandaag in actie willen komen. Wij steunen de arbeiders, jongeren en arme boeren in het land die de religieuze dictatuur willen omverwerpen. Maar wij denken dat ze daarbij geen enkel vertrouwen mogen stellen in een imperialistische interventie in Iran. Dat zou een ramp vormen voor de arbeiders en boeren in het land.

Linkse socialisten verzetten zich tegen een mogelijke VS-agressie tegen de Iranese bevolking en geven alle mogelijke steun en solidariteit aan Iranese arbeiders die in strijd komen tegen de dictatuur van de ayatollahs.

Delen: Printen: