India: ‘communisten’ winnen de verkiezingen

In vijf deelstaten van India – West Bengalen, Assam, Tamil Nadu, Kerala en Pondicherry – waren er recent verkiezingen waarbij de uitslag weinig verrassend was. Enkel in Tamil Nadu was de uitslag verrassend. Elders wonnen de ‘communistische’ partijen zoals verwacht. Die partijen blijken echter niet zo radicaal te zijn als hun naam doet vermoeden.

Jagadish Chandra, Bangalore

In West Bengalen behaalden de ‘communisten’ van de CPI(M) en de CPI 235 van de 293 zetels. In Kerala wonnen ze 98 van de 140 zetels. Het is vooral in deze twee staten dat de communistische partijen sterk staan. Ze kwamen er op tegen de Congress partij, ook al steunen ze op nationaal vlak de heersende regering van de door Congress geleide VPA (Verenigde Progressieve Alliantie).

Amulya Ganguly, een rechtse commentator, stelde op ‘indianews.com’: “De reden van de grote overwinning van minister Buddhadev Bhattacharya in West Bengalen, is de steun voor zijn pro-kapitalistisch beleid dat hij nu openlijk naar voor brengt. Hierdoor onderging hij het opvallende lot van een toegewijde communist die de steun krijgt van zowel de burgerij in de steden en de ondernemers, als van het proletariaat op het platteland. Enkel deze onwaarschijnlijke combinatie van twee groepen, die volgens het klassieke marxisme tegengestelde belangen hebben, kon leiden tot deze enorme overwinning.”

Het spook van het communisme?

De kranten en televisiejournaals hadden heel wat aandacht voor de verkiezingsoverwinningen van de linkse partijen in India. Nooit voorheen kreeg een overwinning van ‘communistische’ partijen in deelstaatverkiezingen zoveel aandacht in de burgerlijke media. Bovendien stonden de ondernemers en patroons in de rij om de leiders van de ‘communistische’ partijen te feliciteren met hun overwinning.

De zevende opeenvolgende overwinning van het ‘Linkse Front’ onder leiding van de Communistische Partij van India (Marxistisch) in West-Bengalen en de terugkeer van het Links en Democratisch Front in Kerala, waren op voorhand duidelijk gezien de krachtsverhouding in deze twee staten waar de linkse partijen traditioneel een sterke basis hebben. In West-Bengalen was de linkerzijde niet meer aan de macht sinds 1977. In Kerala voert de LDF een nek-aan-nekrace met het Verenigd Democratisch Front van Congress, en werd de macht de afgelopen jaren afgewisseld tussen deze formaties.

Vreemd genoeg stelde de Indische premier Manmohan Singh dat de resultaten van de lokale verkiezingen een belangrijke overwinning zijn voor de seculiere krachten. De Bharatiya Janata Party (BJP), de religieus-geïnspireerde nationalisten die voorheen in de nationale regering zaten, speelde amper een rol bij deze verkiezingen. Manmohan Singh wees er tevens op dat alle partijen die aan de macht komen of blijven in de vijf deelstaten voor economische “hervormingen” zijn. Het neoliberaal beleid wordt dus niet bedreigd, ook niet door een verkiezingsoverwinning van ‘communisten’…

Toen de premier telefoneerde naar de West Bengaalse leider Buddhadev Bhattacharjee om hem te feliciteren, zou Bhattacharjee gesteld hebben dat hij van plan is om het proces van economische hervormingen in de deelstaat verder te zetten. Nu de CPI(M) een overwinning heeft behaald door de middenklasse en de nieuwe rijken uit Kolkatta aan te trekken, hoeven premier Singh en zijn Congresspartij zich weinig zorgen te maken voor deze zelf verklaarde “waakhonden” van de Verenigde Progressieve Alliantie (VPA).

Communisme?

Heel wat politieke analisten stelden dat de overwinning van de communisten bij deze verkiezingen zal leiden tot een versterking van een agressieve anti-neoliberale linkerzijde, wat kan leiden tot een crisis in de nationale regering van de VPA. Die analisten dromen van een dergelijk scenario. Welke nieuwe factoren zouden dat scenario versterken? Moest de linkerzijde zich in de verkiezingscampagne hebben uitgesproken tegen een hervormingsbeleid, dan zou het een eventuele mogelijkheid geweest zijn. Maar de CPI(M) en andere linkse krachten spreken zich uit voor economische hervormingen, zei het met “een menselijk gelaat”. Een lid van het Politburo van de CPI(M), Sitaram Yechury, stelde in een interview na de verkiezingsoverwinning: “We zijn voor hervormingen, zolang de hervormingen in het voordeel van de mensen zijn”. Buddhadev stelde steeds opnieuw dat er enkel een keuze is tussen “hervormen of verdwijnen”. Hierdoor kwamen hij en zijn CPI(M) veel dichter bij Congress en bij het patronaat te staan.

Net zoals Tony Blair en de Europese sociaal-democratie pleit de CPI(M) voor een realistische aanpak. Ze hebben er geen probleem mee dat dit “nieuw communisme” wordt genoemd, wat dit ook moge betekenen. “Zonder het kapitalisme, kan er geen socialisme komen in een feodale samenleving”, stelde Bhattacharjee aan Reuters. Daarnaast stelde hij ook: “In een kapitalistisch land zoals India kun je geen socialisme opbouwen in één deel van het land, dat moeten we aanvaarden.”

De leiders erkennen nu dus dat socialisme in één land, laat staat in één deelstaat van India, niet mogelijk is. Dat is echter wel wat de aanhangers van de communistische partijen dachten te doen. Behalve de sterke basis van de CPI(M) en de CPI in drie staten (Kerala, West Bengalen en Tripura), hebben deze partijen geen sterke organisatie in de rest van het land.

De afgelopen jaren probeerden de linkse partijen te balanceren tussen arbeid en kapitaal. Het oude idee van “agiteren en de partij opbouwen”, wordt enkel toegepast in Kerala, West Bengalen en Tripura. Net zoals in China, heeft het karakter van de communistische partijen in West Bengalen en Kerala de afgelopen jaren een fundamentele verandering ondergaan. In Tripura is dat beperkter, daar is er tevens een nationalistische en maoïstische strijd tegen het regime.

De West Bengaalse CPI(M)-leider Subhash Chakraborty stelde enige tijd geleden: “De middenklasse staat nu sterker dan de arbeidersklasse”. Dat schrijft hij toe aan de afbouw van de traditionele industrie in Bengalen. Anderzijds was er een sterke uitbreiding van de dienstensector: de informatica-industrie en de handelscentra. Daaruit afleiden dat de middenklasse vandaag sterker staat dan de arbeidersklasse, is compleet fout. Het bestempelen van arbeiders in de IT-sector of de diensten als “middenklasse”, geeft bovendien aan met welke apathie de zogenaamde ‘communisten’ naar deze delen van de arbeidersklasse kijken.

Chakraborty stelde dat er nood is aan een “nieuwe burgerij”. De democratisch-burgerlijke hervormingen inzake landrechten, zoals werd doorgevoerd door de communistische partijen in West Bengalen, heeft geleid tot de vorming van een toplaag in de middenklasse die over heel wat middelen beschikt. Deze lagen hebben een grote invloed op de CPI(M).

Op de website rediff.com stelde Buddhadev: “De sociale en politieke samenhang in de landelijke gebieden, waar meer dan 65% van de bevolking leeft, heeft een enorme verandering ondergaan door de landhervormingen. Maar zelfs dan kan niemand de voordelen van de landhervormingen ontkennen voor de boeren. Vorig jaar werd 16 miljoen ton graan geproduceerd, dit jaar wordt het 117 miljoen ton. Dit creëert een enorm surplus.”

Rediff.com stelt verder in haar analyse over de verkiezingsoverwinning van de CPI(M) in West Bengalen: “Een andere reden voor de massale basis van de partij is dat het in de stedelijke en de landelijke gebieden interessant is om aan te sluiten bij de CPI(M), het is de beste carrièrestap die je er kan maken. De partij draagt zorg voor haar kaders en is overal aanwezig. Als je een geschil hebt rond eigendom of op zoek bent naar een job in het onderwijs, dan moet je bij de CPI(M) zijn.”

Verandering is statisch!

Deze verkiezingen hebben ongetwijfeld de positie van de CPI(M) en de CPI versterkt. Dat zal gevolgen hebben bij de onderhandelingen met de VPA. Maar Congress hoeft zich weinig zorgen te maken. Hoogstens zullen ze meer schreeuwende slogans naar voor moeten brengen, maar dat is de partij al gewoon. Het grootste probleem voor Congress is dat de linkerzijde zich langzaam opbouwt en de belangrijkste sociaal-democratische kracht kan worden.

De overwinning van de ‘communisten’ vormt geen bedreiging voor het kapitalistisch systeem of de belangen van de grootgrondbezitters. Het biedt hen zelfs een tijdelijke periode van rust. De communisten willen het kapitalisme beter organiseren dan de burgerlijke partijen.

In de sociale en politieke situatie in India zijn er heel wat revolutionaire mogelijkheden. Terwijl de zichtbare groei van de economie enkel gevolgen heeft voor enkele duizenden mensen, ondergaan de andere miljoenen arbeiders en armen hun oude lot van armoede, werkloosheid, lage lonen en discriminatie op basis van kaste en klasse. Sinds het aan de macht komen van de VPA, met de kritische steun van de communisten, was er een enorm neoliberaal offensief. Er waren privatiseringen en ontslagen in de openbare diensten. Er werden grote waterdammen gebouwd waarbij duizenden mensen plaats moesten ruimen voor de winsten van een kleine groep ondernemers. En al deze maatregelen worden doorgevoerd in de naam van een “seculier democratisch regime” dat gesteund wordt door de “communisten”…

Er is een groeiende woede onder de armste lagen van het land. Dit komt tot uiting in grote spontane acties die soms erg chaotisch verlopen. De afwezigheid van een sterke subjectieve factor, een massale arbeiderspartij met een socialistisch programma, laat zich telkens opnieuw voelen. Het is een uitdaging om door de enorme verwarring en de ontgoochelingen heen te bouwen aan een echt socialistisch alternatief.

Delen: Printen: