Pakistan: politieke onstabiliteit tegen achtergrond van miserie

Komend weekend gaat het WSF in Karachi, Pakistan, van start. LSP-lid Geert Cool is momenteel in Pakistan om er deel te nemen aan het WSF. Hij bericht over de politieke situatie in Pakistan. Op dit ogenblik kan die politieke situatie samengevat worden als onstabiel. De sociale problemen vormen er de basis voor een wanhopige zoektocht naar alternatieven en een uitweg. Het is duidelijk dat het regime van generaal Musharraf geen antwoorden heeft op de sociale problemen.

Geert Cool

Terwijl het Pakistaans leger niet kan klagen over de beschikbare middelen, leeft een groot deel van de Pakistaanse bevolking in grote armoede. In de jaren 1950 besteedde het Pakistaanse regime zelfs 73% van de begroting aan defensie. Momenteel is dat iets beperkter, maar met 3,75 miljard dollar voor het leger, vormde defensie ook in 2005 nog zowat 30% van de begroting van het land.

Tegelijk is de armoede bijzonder schrijnend. 63% van de bevolking is volgens regeringscijfers officieel arm. De werkloosheid bedraagt zo’n 20%. Meer dan 50% van de bevolking leeft met minder dan 1 dollar per dag, terwijl 80% met minder dan 2 dollar per dag moet rondkomen. 42% van de bevolking is analfabeet en 74% heeft geen toegang tot gezondheidszorg. Het is dan ook niet verwonderlijk dat 20% van de bevolking de 40 jaar niet haalt en vroeger sterft. 20% is ondervoed.

Het is tegen deze achtergrond dat gezocht wordt naar alternatieven. Het regime van Musharraf kwam in 1999 aan de macht door middel van een militaire staatsgreep tegen het regime van Nawaz Sharif die zijn positie probeerde te versterken door de legerleider Musharraf te ontslaan. Musharraf is sinds 1999 aan de macht, maar probeert Pakistan voor te stellen als een relatief modern liberaal democratisch land. Daartoe werden er zelfs verkiezingen georganiseerd.

Bij de parlementsverkiezingen van 2002 won de partij van Musharraf (PML-Q), maar was er ook een opvallende vooruitgang van de MMA (Muttahida Majlis-e-Amal), een islamitische partij die vooral sterk staat in de Noordwestelijke Grensprovincie. De MMA behaalde 11% van de stemmen, maar door een sterke concentratie in één provincie haalde de partij wel 20% van de verkozenen. De traditionele partijen PPP (Pakistan Peoples Party, een voormalig links-populistische partij die thans een openlijk burgerlijke formatie is) en de PML-N van Nawaz Sharif haalden slechts beperkte scores.

Het militaire regime van Musharraf is op dit ogenblik niet zo repressief als pakweg het militaire regime van de dictator Zia-ul-Haq in de jaren 1980. Dat komt vooral door de beperktere sociale basis van steun voor Musharraf. Hierdoor moet het regime voorzichtiger zijn. Bovendien wordt gebalanceerd tussen een nationalistische retoriek (waarbij godsdienst ook een rol speel) en steun aan de VS.

De steun aan de VS heeft de positie van de islamisten versterkt, maar de MMA heeft niet volledig gebruik kunnen maken van die situatie omwille van haar corruptie in de Noordwestelijke Grensprovincie en de tijdelijke steun aan het regime van Musharraf.

De situatie is nu wel aan het veranderen onder invloed van de oorlog in Irak en de toename van een anti-imperialistisch bewustzijn onder bredere lagen. Na de cartoonkwestie werd daar op ingespeeld door verschillende islamitische krachten. Musharraf had daar aanvankelijk weinig problemen mee omdat hij erop rekende dat een versterking van de islamitische krachten de aandacht van sociale problemen zou afleiden en mogelijk zelfs de steun voor de oppositiepartijen PPP en PML-N zou kunnen ondermijnen. Zodra op de protestacties tegen de publicatie van de Mohamed-cartoons ook sociale eisen opdoken, werden deze acties beantwoord met harde repressie door het leger.

De Mohamed-cartoons vormden een druppel die de emmer deed overlopen voor veel moslims in Pakistan. Het land zelf heeft steeds gebalanceerd tussen een seculiere staat en een sterke band met de godsdienst. De godsdienstkwestie lag aan de basis van de oprichting van Pakistan, waarbij de islamitische provincies van India zich afsplitsten om een eigen land te vormen. Ook in Pakistan leiden de oorlogen in Afghanistan en Irak tot een versterking van anti-imperialistische gevoelens, waarbij dit vaak gekanaliseerd wordt langs religieuze lijnen.

De vraag naar een politiek alternatief stelt zich uiteraard ook in Pakistan. Het regime probeert de oppositie te verdelen en ervoor te zorgen dat geen enkele oppositiepartij een dominante positie kan innemen. Anderzijds hebben alle oppositiepartijen aangetoond dat ze geen alternatief aanbieden.

De islamistische krachten van de MMA steunden Musharraf in het parlement in ruil voor de belofte van Musharraf om eind 2004 zijn militaire uniform uit te trekken en te zetelen als burgerlijke president. Een belofte die hij niet hield. Bovendien is de MMA in de Noordwestelijke Grensprovincie betrokken bij corruptie en verloor de partij bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2005 heel wat steun.

De PML-N (Pakistan Muslim League) van Nawaz Sharif was jarenlang aan de macht maar heeft daar geen verschil gemaakt. Integendeel, de corruptie was wijd verspreid. Aanvankelijk slaagde Musharraf er zelfs in om heel wat sympathie te verkrijgen voor zijn militaire staatsgreep door de belofte om komaf te maken met de corruptie van het vorige bewind. De eerste stappen in de richting van het bestrijden van corruptie werden echter al snel stopgezet, toen het voor Musharraf interessanter bleek om de corruptie te gebruiken om verschillende figuren te kunnen chanteren. Om een beeld te vormen van de corruptie in het land, volstaat het om erop te wijzen dat 60% van de elektriciteit in het land wordt “gestolen”.

Ook de PPP van Benazir Bhutto vormt geen alternatief. De partij scoorde erg slecht bij de parlementsverkiezingen van 2002. De PPP kende in de jaren 1970 een sterke opgang met een radicaal populistisch discours onder leiding van Zulfikar Ali Bhutto, de vader van Benazir. Bhutto maakte deel uit van een regering in een militaire dictatuur, maar keerde zich tegen die dictatuur. Als semi-feodale heerser in Sindh had Bhutto een sterke machtsbasis in die provincie. Na zijn breuk met de militaire dictatuur begon Bhutto een radicaal populistisch discours aan te nemen met verwijzingen naar socialisme. In 1971 kwam hij aan de macht en ging hij over tot de nationalisatie van verschillende sectoren. Het bewind van Bhutto kwam ten einde toen in 1977 een door Bhutto aangestelde legerleider, Zia-ul-Haq, de macht overnam met een staatsgreep. De PPP had nooit een echt socialistisch programma, het bleef bij populisme. Dat maakte het mogelijk voor een deel van de elite om een ingang te vinden in de partij. Zeker in Sindh was dat het geval, waar heel wat nationalisten zich bij de PPP aansloten. Begin jaren 1990 bleef er weinig over van de linkse retoriek van de PPP en was het duidelijk dat dit een openlijk burgerlijke partij was geworden. Dit wordt bijzonder scherp tot uiting in de gesprekken die er waren tussen de PPP en het regime van Musharraf over een eventuele steun van de PPP aan de dictatuur van Musharraf…

Verder zijn er nog verschillende regionalistische krachten die zich baseren op nationalisme. Zo is er de MQM, een beweging die vooral in Karachi actief is en gebaseerd is op Urdu-sprekende stedelingen, of bewegingen voor meer autonomie in Seraiki, Balochistan, Sindh en de Noordwestelijke Grensprovincie.

Tegenover het falen van de traditionele partijen en de nationalistische krachten, brengt onze organisatie in Pakistan een socialistisch alternatief naar voor. De Socialist Movement Pakistan (SMP) is actief in alle vier de provincies van Pakistan (Sindh, Punjab, Noordwestelijke Grensprovincie en Balochistan). Bij gemeenteraadsverkiezingen eind 2005 haalden we verschillende verkozen in Karachi en andere delen van Sindh. We verdedigen een socialistisch programma dat uitgaat van de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie, het aanwenden van de beschikbare middelen voor de behoeften van de arbeiders en arme boeren, arbeiderscontrole en –beheer over de economie, het recht op zelfbeschikking voor de verschillende minderheden.

De SMP is nog een relatief jonge organisatie, maar heeft een sterke inplanting in de Pakistaanse arbeidersbeweging. Zo was onze organisatie sterk betrokken bij de beweging tegen de privatisering van de telecommunicatiesector. We speelden ook een rol in het organiseren van solidariteit na de aardbeving die Kasjmir en delen van de Noordwestelijke Grensprovincie trof. Samen met onze zusterorganisatie in Kasjmir, Socialist Struggle, organiseert de SMP verschillende scholen en hospitalen in het getroffen gebied. De positie van de SMP binnen de vakbonden kwam recent nog tot uiting op een vakbondsconferentie georganiseerd door de SMP waarop zo’n 200 aanwezigen waren.

Delen: Printen: