Is China de boeman van Europa?

We ontvingen een vraag van een scholier, in het kader van een schoolwerkje, naar ons standpunt over China en de verhouding tot Europa. We hebben met LSP als kleine partij niet altijd de tijd en middelen om uitgebreid te antwoorden op alle vragen die we krijgen in het kader van schoolwerkjes, maar de vraag naar ons standpunt over China komt wel meer voor. Bijgevolg hebben we een antwoord gemaakt dat we ook op deze site publiceren.

Peter Delsing

De vraag die je voor je geschiedenisles aan een politieke partij moest stellen is: “Is China de boeman van Europa?”. Deze vraag komt ongetwijfeld op naar aanleiding van de recente discussie over de import van goedkoop textiel uit China, wat tot grote jobverliezen dreigt te leiden in de landen van de Europese Unie. Daarnaast is er al een tijdje de kwestie van delokalisatie. Patroons in West-Europa dreigen hun bedrijven geheel of gedeeltelijk naar China te verschepen. Het argument dat ze hiervoor gebruiken is dat de “loonkost” in bijvoorbeeld België te hoog zou liggen, en dat produceren in China nu eenmaal stukken winstgevender zou zijn.

De economisch dominante – wij zouden als socialisten zeggen “imperialistische”- landen in de VS en de Europese Unie vrezen bovendien dat China met haar uitbreidende industriële macht ook haar militaire positie en strategische invloed in Azië en de rest van de wereld zal proberen te vergroten.

Vooraleer op deze vragen in te gaan, even terug naar de manier waarop je je vraag stelt. “Is China de boeman van Europa?” Als socialisten zouden we moeilijk rechtstreeks op die vraag kunnen antwoorden. Zijn de Chinese arbeiders en arme boeren de “boeman” voor de arbeiders en jongeren in Europa? Wij denken van niet. Zijn de Chinese machthebbers, de onderdrukkende bureaucraten van het regime, een “boeman” voor arbeiders en jongeren hier? Dat is al een ander verhaal. Wij denken dat wat de Chinese werkende klasse verzwakt, ook de werkende klasse in België en de rest van de wereld verzwakt. Een kwetsuur voor elk van ons is een kwetsuur voor ons allemaal. Het kapitalisme is een wereldsysteem, het zal enkel op wereldschaal efficiënt kunnen worden bestreden.

Nog complexer wordt het als je de term “Europa” ontleedt. Volgens ons vallen ook hier de belangen van de heersende politici en patroons niet samen met de belangen van de meerderheid van de bevolking. De laatste 30 jaar heeft de crisis van dit systeem geleid tot een daling van de koopkracht van gewone werkenden, ondermijning van de werkzekerheid ten gunste van nepjobs en onstabiele contracten, massale structurele werkloosheid (17% – volgens de RVA – van de beroepsbevolking), privatiseringen en groeiende armoede.

“Europa” in het algemeen bestaat niet volgens de LSP. Het is een holle veralgemening, die in haar kern tegenstrijdig is. Spijtig genoeg wordt in de media soms ook bewust in dit soort abstracte, lege termen gesproken: om ons ideologisch duidelijk te maken dat er nu eenmaal niks anders kan bestaan dan het huidige “Europa”. Dat wil dan zeggen: de Europese Unie die een kapitalistisch instrument is van de Europese patroons en de politici die hun belangen verdedigen. Het is het huidige model – desnoods wat bijgeschaafd in de marge – of het grote griezelige Niets. Dat wil men ons kost wat kost inprenten.

Het kan zeker geen Europa van massale, radicale strijdbewegingen van arbeiders en jongeren tegen de heersende Europese Unie zijn. Denk aan het recente, massale “non” in Frankrijk tegen de neoliberale Europese Grondwet. Wie vertegenwoordigt hier nu “Europa”? De conservatieve politici of de nee-stemmers? Nog veel minder kan het – volgens de gevestigde manier van spreken – een Europa van arbeidersstaten zijn, gebaseerd op democratische economische planning van de rijkdommen.

Karl Marx had een naam voor deze foute voorstelling van sociale relaties als “vaststaand” en “onafhankelijk van onze wil”: fetisjisme. In de officiële, kapitalistische media werken er bewust of onbewust, heel wat “fetisjisten”.

Als “Europa” niet bestaat, wat bestaat er dan wel? Er bestaat volgens ons een heersende kapitalistische klasse die de staat (politiek, gerechtelijk en qua represieve elementen als politie, leger, etc.) overheerst. Wat ook bestaat is een werkende of arbeidersklasse met materieel fundamenteel tegengestelde belangen aan die van de kapitalisten.

Wat er ook bestaat is een heersend ideologisch apparaat in de vorm van kranten/TV (meestal ook kapitalistische bedrijven), onderwijs (vandaag gecontroleerd door partijen die het heersende ongelijke systeem verdedigen), etc. die zich inspannen om te verhinderen dat de meerderheid van de bevolking de zaken als zodanig gaat bekijken. Dit wil niet zeggen dat elke journalist of leerkracht daar vanzelf in meestapt. Het is wel het kader waarin ze van bovenaf geacht worden te werken: vanuit de heersende politiek of “het management” van de mediabedrijven. Meer en meer, echter, botst de dagelijkse propaganda van dit systeem op de concrete problemen en ervaringen van de werkende bevolking en de jongeren onder een kapitalisme in crisis.

De gestelde vraag valt volgens ons dus uiteen in meerdere delen.

Is de Chinese heersende elite een “boeman” voor de heersende elite in Europa?

Ja en nee. Onder een concurrentieel kapitalistisch systeem is elke regering verplicht om zo goed mogelijke voorwaarden voor investeringen te creëren in het eigen land, of voor de eigen bedrijven in het buitenland (om nieuwe wingewesten te veroveren op die manier). Dit brengt verschillende kapitalistische leiders voortdurend met elkaar in conflict.

In China heeft een bureaucratische leiding – georganiseerd in de “Communistische Partij” – vandaag de keuze gemaakt om af te stappen van het staatsbezit van de bedrijven, en de overgang te maken naar een kapitalistische economie van privé-bezit van de grote bedrijven.

LSP heeft de Volksrepubliek China nooit als een echte democratische arbeidersstaat beschouwd. Het was geen echt socialisme. Een guerilla met een stalinistische (totalitaire, niet-democratisch gecontroleerde) leiding greep in 1949 de macht. Balancerend tussen de verschillende klassen – boeren, kapitalisten en arbeiders – vestigde deze leiding een bureaucratisch gecontroleerde planeconomie. De macht lag in “communistisch China” nooit bij democratisch verkozen raden van arbeiders en arme boeren, hoewel de levensstandaard op die manier wel een bepaalde periode kon worden opgetrokken. Dit ondanks de vele mislukkingen – met dikwijls barbaarse gevolgen – van de totalitair georganiseerde planeconomie onder Mao.

Sinds midden jaren ’70 botste dit bureaucratisch systeem op haar grenzen, en koos de leiding voor het invoeren van vrije markt-elementen in de landbouw. In de jaren ’80 werden Speciale Economische Zones gecreëerd in de kuststreken van China. Dit in omstandigheden voor de arbeiders die doen denken aan wat bij ons bestond qua superuitbuiting in de 19e eeuw. Denk aan de film Daens.

Tegen de jaren ’90 waren grote delen van de industrie voor privatisering aan de beurt. De bureaucratie in China voerde lange tijd een aarzelende politiek op dit vlak: ze had en heeft een geweldige vrees voor sociale opstanden van de Chinese arbeidersklasse, als gevolg van de privatiseringen.

Door de enorm armoedige lonen en arbeidscondities in China is men in staat om er zeer goedkoop te produceren en hun producten tegen spotprijzen op de wereldmarkt te gooien. Dit maakt dat bedrijven in Europa of de VS – bijvoorbeeld in de textielsector – in de problemen komen en hun regeringen beginnen te dreigen met beperkingen op Chinese invoer, belastingen op Chinese producten, etc. LSP denkt echter dat arbeiders en jongeren hier zich niet mogen laten meeslepen door protectionistische argumenten.

Bedrijven die dreigen met delokalisatie, massa-ontslag of sluiting zouden van de arbeidersbeweging een ander antwoord moeten krijgen. De arbeiders en hun gezinnen in de sector en de regio zouden moeten worden gemobiliseerd om een krachtsverhouding tegen de patroons op te bouwen. Desnoods moet de hele arbeidersbeweging op straat komen: morgen zullen er immers andere bedrijven aan de beurt zijn, gezien de crisis van dit systeem.

Doorheen mobilisaties en stakingen moet de kracht van de arbeiders worden getoond en zou de eis van nationalisatie – onder arbeiderscontrole – van bedrijven die dreigen met ontslagen of delokalisatie moeten worden gesteld. Niet het “realisme” (lees: de winsten) van de patroons is van belang, wel de noden van de arbeidersklasse: de meerderheid van de bevolking.

Dus ja, gezien het concurrentiële karakter van het kapitalisme is er een conflict tussen de heersende elite in Europa, en ook de VS, en in China. Op termijn, als de arbeidersbeweging geen uitweg uit de crisis toont op socialistische basis, kan dit ook tot militaire conflicten leiden. Er zouden echter diepe, fundamentele nederlagen van de arbeidersklasse nodig zijn in de westerse wereld vooraleer de kapitalisten ons in een nieuwe wereldoorlog kunnen storten. Daar zijn we gelukkig nog niet aan toe.

Anderzijds bestaat er ook een gedeeld belang tussen de Chinese heersende elite en de elites in de rest van de kapitalistische wereld, gericht tegen de belangen van arbeiders en jongeren wereldwijd. Zowel in China en Europa vrezen de machthebbers opstandige bewegingen van de werkende bevolking en de jeugd. Tijdens een massale beweging van Chinese arbeiders, arme boeren en kleine handelaars tussen 1925-27 – die zich richtte tegen de westerse imperialistische mogendheden die delen van China wilden controleren – zagen de Chinese kapitalisten dat hun strijd tegen de Chinese arbeiders fundamenteler begon te worden dan die tegen hun imperialistische rivalen (zoals Groot-Brittannië). Ze onderdrukten met bruut geweld hun eigen arbeidersklasse, toen die in verschillende steden in opstand kwam en fundamentele sociale verbeteringen eiste.

Is er een conflict tussen de werkende bevolking in Europa en die van China?

Nee, natuurlijk niet. Zowel in Europa als China worden werkende mensen en jongeren geconfronteerd met de uitbuiting van het kapitalisme. In Europa is de neoliberale afbraakpolitiek nu al 25 jaar bezig: daling van de reële lonen van gewone werkenden; daling van de koopkracht van uitkeringen voor werkloosheid, pensioenen, invaliditeit,…; vaste contracten die worden vervangen door tijdelijke, flexibele jobs (zeker voor jongeren); massale privatiseringen;…

In China is er nog een groei van de economie, die echter van een veel lager niveau komt. Bovendien wordt die groei nu ook bedreigd door overproductie in tal van sectoren, schuldenbergen, een internationale economische crisis,… Ook in China zie je dat de arbeiders een verbetering willen van hun quasi-slavenbestaan. Enkel in een aantal grote steden kon er zich een middengroep vormen die tastbaar haar inkomen zag groeien. Maar ook deze middengroep zal in de richting van strijd worden gedreven eens ook de Chinese economie vertraagt, en samen met de wereldeconomie in de dieperik wordt getrokken.

Socialisten in Europa moedigen de Chinese arbeiders en jongeren aan in hun strijd voor betere lonen, democratische rechten, fatsoenlijke huisvesting, etc. Er kan concrete solidariteit worden georganiseerd met stakingsacties in China, door linkse vakbondsleden hier. We moeten bovendien proberen om ook in China, een enorm belangrijk land in de wereldrelaties, onafhankelijke vakbonden, een brede arbeiderspartij en een echt socialistische, revolutionaire stroming uit te bouwen. Gewapend met een programma voor een fundamentele omvorming van de maatschappij in socialistische in kan geen kracht op de planeet de Chinese en wereldwijde arbeidersklasse tegenhouden.

Delen: Printen: