Home / Belgische politiek / Nieuwe arbeiderspartij / Open brief van LSP voor een electorale krachtenbundeling in 2014

Open brief van LSP voor een electorale krachtenbundeling in 2014

Uitvoerend Bureau LSP

Bij deze vinden jullie een voorstel van de Linkse Socialistische Partij (LSP) aan iedereen die de strijd tegen de sociale afbraak wil aangaan. Wij doen dit na intern beraad en in overleg met onze partners in Gauches Communes, Rood! en Front de Gauche Charleroi. We hopen hiermee te vermijden dat links in gespreide orde naar de verkiezingen van 25 mei 2014 trekt. Het resultaat van deze verkiezingen zal de hardheid van de sociale afbraak mee bepalen maar ook de weerbaarheid van de arbeiders en hun gezinnen.

We zijn ons bewust van de diversiteit binnen links, van de gegrondheid van historische meningsverschillen, van verschillen qua analyse, strategie, tactiek en programma en van de wisselende krachtsverhoudingen die we niet zomaar terzijde willen schuiven. Alle proporties in acht genomen, willen we een Grieks scenario vermijden, waar rechts aan zet blijft door de verdeeldheid van links. We denken dat één of meer linkse verkozenen in 2014 niet uitgesloten is. Het zou een lichtpunt zijn in verkiezingen die gedomineerd zullen worden door een discours van harde bezuinigingen, een aanzienlijke versterking kunnen betekenen voor heel links, maar ook en vooral voor de arbeidersbeweging. Zelfs het behalen van één verkozene zal een aanzienlijke inspanning vergen. Dit voorstel kan, in wederzijds respect voor eenieders verwezenlijkingen en rekening houdend met de krachtsverhoudingen tussen de verschillende componenten, de krachten bundelen om deze kans niet door onze vingers te laten glippen. Aan: FGTB Charleroi, CNE, PVDA/PTB, ROOD!, LCR/SAP, Mouvement de Gauche, Parti Communiste, Parti Humaniste, Gauches Communes Bruxelles, Front de Gauche Charleroi, Véga, Socialisme 21, LEEF!, LCT, LO, GCT, Vonk en iedereen die wil strijden tegen het besparingsbeleid.


Beste,

Vele duizenden gezinnen werden sinds het begin van de crisis in 2008 reeds getroffen door de forse toename aan herstructureringen, afdankingen en bedrijfssluitingen. Groeiende werkloosheid en onzekerheid worden door de patroons aangegrepen om de lonen onder druk te zetten, de flexibiliteit op te drijven, de arbeidscondities te ondermijnen en de arbeidscontracten uit te hollen. Maar een uitweg uit de crisis is nog lang niet in zicht. Zelfs volgens de meest optimistische prognoses zal de crisis nog 5 jaar aanslepen.

De vorming van een regering na de langste politieke crisis uit de Belgische geschiedenis heeft dit proces van afbraak nog versneld en er een dimensie aan toegevoegd. Het besparingsbeleid is sindsdien een echte bezuinigingsgolf geworden. Werklozen worden opgejaagd, uitstapmogelijkheden ingeperkt en de werkelijke pensioenleeftijd opgetrokken. Net op een moment dat de behoefte aan openbare dienstverlening toeneemt, worden de publieke uitgaven teruggedraaid. Wachtlijsten worden niet weggewerkt, maar talrijker en langer. Het bezuinigingsbeleid komt van alle kanten, van het federale niveau over de sociale zekerheid, inclusief de gezondheidszorg, tot het regionale niveau en de lokale overheden.

De neoliberale transfer van arm naar rijk gaat versneld verder

Alle middelen, zowel in de privésectoren als bij de overheden, worden ingezet om de economie drijvend te houden. Volgens de smalle toplaag van de maatschappij kan dit enkel door een overdracht van gemeenschapsmiddelen naar private “investeerders” en meer algemeen een transfer van arm naar rijk. Bankiers en speculanten worden miljarden toegeschoven. Bedrijven, de grootste eerst, genieten van fiscale gunstregimes. Intussen worden royaal dividenden uitgekeerd, genieten bedrijfsleiders nog steeds van toplonen en bonussen en worden massale sommen zwart of grijs geld versluisd naar exotische belastingparadijzen. Dit alles weerhoudt zelfs SP.a voorzitter BrunoTobback er niet van op 1 mei te pleiten voor alweer een verlaging van de loonkosten.

Die politieke keuze wordt er ingehamerd met een enorm propagandaoffensief in de commerciële en publieke massamedia. Ons wordt een gevoel van onmacht aangepraat. Wat vermag een klein landje als België tegen een internationale trend? Een ommekeer zou enkel op Europees niveau mogelijk zijn en dat terwijl de Unie en haar instellingen aan het hoofd staan van een Europese machine van sociale afbraak. Er is verzet, heel veel zelfs, maar helaas te dikwijls symbolisch en vooral in gespreide orde. Dit creëert ruimte voor een politiek van verdeel en heers, handig uitgebuit door allerlei rechtse nationalistische en/of populistische formaties die voor een nog harder beleid van sociale afbraak staan.

Alle traditionele partijen verdedigen de neoliberale eenheidsworst

De toplaag van de maatschappij en haar spreekbuizen stellen het besparingsbeleid, de afbouw van overheidsschuld en de ontmanteling van de sociale bescherming voor als een objectieve noodzaak, een technische, zoniet wetenschappelijke waarheid, waaraan niet te ontkomen valt. Het beleid van de Europese instellingen en van rechtse politici zou niet langer een politieke keuze zijn, maar noodzakelijk om een veranderende wereld tegemoet te treden. Wie nog niet alles wil prijsgeven, wordt afgeleid naar het minste kwaad. De officiële “linkse” partijen en politici willen uiteindelijk hetzelfde bereiken, niet zoals hun officieel rechtse tegenhangers via openlijke confrontatie, maar verborgen achter een rookgordijn van sociaal overleg.

De regering zal trachten nieuwe harde maatregelen uit te stellen tot na de verkiezingen van 2014. De PS doet opnieuw beroep op de Socialistische Gemeenschappelijke Actie. SP.a pakt uit met strijd tegen fiscale fraude en gebruikerscoöperatieven, de CD&V-top maakt weer plaats voor 3 ACW-kopstukken en Ecolo heeft het over eco-keynesianisme. Ze hopen daarmee een deel van het verloren electoraat terug te winnen. Het is echter niet meer dan verkiezingsretoriek. Of ze daar tot de verkiezingsdatum mee wegkomen, is niet helemaal zeker. Het VBO en andere patroonsorganisaties, de Europese Commissie en rechtse politici drijven de druk op. De sluiting van een belangrijk bedrijf kan de agenda doorkruisen. Bovendien komen binnenkort zowel de uitgestelde dossiers over het éénheidsstatuut, als dat over de financieringswet en de begroting 2014 samen.

Vast staat echter dat de besparingspolitiek na de verkiezingen fors opgedreven wordt. Met de N-VA indien nodig, om de kracht van verandering te laten voelen, maar zelfs zonder de N-VA om hen zogezegd de wind uit de zeilen te nemen. Dit op voorwaarde dat de drie historische politieke families er nog in slagen een meerderheid bijeen te sprokkelen. Binnen het ABVV en het ACV staat in een aantal gewesten en centrales de band tussen de vakbond en de traditionele partijen onder druk. Na de verkiezingen zal die druk verder toenemen. Niet voor niets werd op 27 april in Charleroi zowel door het ABVV-gewest Charleroi- Zuid Henegouwen als door de franstalige bediendencentrale CNE van het ACV gepleit voor een nieuw politiek relais. LSP ijvert al jaren voor een nieuwe arbeiderspartij die iedereen verenigt die de besparingspolitiek wil bestrijden. We weten echter dat de PVDA daar niet akkoord mee is en gezien haar gewicht in het debat, doen we een concreet voorstel dat daar rekening mee houdt.

Een sterke, politieke stem voor het verzet is nodig

Een belangrijke factor in het ondermijnen van verzet is het totale gebrek aan publiek debat over een echt alternatief. Zelfs slachtoffers van de sociale afbraak herhalen daardoor, tegen beter weten in, de mantra’s dat we met zijn allen wat langer moeten werken en dat de lasten op arbeid te hoog zijn. Concrete ervaring heeft aangetoond dat de parlementen geen instrumenten zijn voor maatschappelijke verandering, dat alle grote verworvenheden van de arbeidersbeweging zijn afgedwongen door sociale strijd. Verkozenen kunnen echter, ondanks die beperkingen, een belangrijk klankbord zijn voor sociale actie. Een of enkele stemmen die een ander geluid laten horen, kunnen de interesse voor linkse ideeën en het klassenbewustzijn voeden, een hulpmiddel zijn voor het versterken van sociale strijd, en een maatschappij gebaseerd op solidariteit tegenover de maatschappij gebaseerd op concurrentie stellen.

LSP heeft belangrijke meningsverschillen met de PVDA, niet alleen over historische inschattingen, maar ook over de huidige analyse, de vereiste tactieken en het programma dat eraan beantwoordt. Wij kennen het programma van de PVDA en het zou ons sterk verbazen indien dat omgekeerd niet het geval was. We denken niettemin dat de PVDA het best geplaatst is om de ruimte op links gedeeltelijk te benutten. Zonder de jarenlang volgehouden militante inzet en de belangrijke inplanting in een aantal wijken en bedrijven te willen minimaliseren, was de koerswijziging naar meer openheid een belangrijke factor in de groei van de PVDA qua leden en kiezers. Veel nieuwe leden en kiezers willen deze ontwikkeling aanmoedigen en verdiepen. Andere geïnteresseerden wachten nog steeds af of deze ontwikkeling zich doorzet. Dat is niet vrijblijvend. In de politiek bestaat er niet zoiets als automatische herkansingen. Als men het moment voorbij laat trekken, kan het jaren duren vooraleer een nieuwe kans zich voordoet.

Maar wat geldt voor de PVDA, is ook van toepassing voor andere linkse formaties. Zij kunnen, door mee hun schouders te zetten onder een gemeenschappelijk project, helpen de afstand te overbruggen naar een eerste parlementair verkozene op een linkse lijst. Ze helpen daarmee niet alleen de PVDA, maar de linkerzijde en de arbeidersbeweging in haar geheel. Die kans missen, zal niet alleen op de PVDA afstralen, maar op iedere component van links en de arbeidersbeweging in haar geheel. We begrijpen dat de PVDA geen duiventil wil, niet in een avontuur wil stappen en haar naam wil behouden. Tegelijk bestaan er naast de PVDA talloze georganiseerde en ongeorganiseerde militanten die eveneens beschikken over een niet-verwaarloosbare inplanting. We denken dat geen enkele andere formatie met recht kan opeisen dat haar naam naast die van de PVDA moet verschijnen als lijstnaam. Maar het zou evenmin aanvaardbaar zijn als ze allen genoegen moeten nemen met een plusteken.

Daarom dit voorstel: bij de verkiezingen van 25/05/2014 worden er lijsten ingediend onder de noemer “PVDA – eenheid” of “PVDA+ eenheid” of iets dergelijks. De vrijheid voor elke component om in eigen naam eigen materiaal te verspreiden en haar deelname aan de lijsten toe te lichten. Een lijstvorming waarbij iedere component gemotiveerd wordt om dynamisch campagne te voeren. Regelmatig overleg op nationaal en lokaal vlak zodat we elkaar niet voor de voeten lopen. Wij denken dat dit een redelijk voorstel is dat op zijn minst de discussie waard is.

Kameraadschappelijke groeten,

het Uitvoerend Bureau van LSP

Leave a Reply