Home / Belgische politiek / Nieuwe arbeiderspartij / Voorwoord uit het boek “PVDA en LSP”

Voorwoord uit het boek “PVDA en LSP”

Bestel dit boek via onze webshop of door 12 euro over te schrijven op BE 48 0013 9075 9627 van ‘Socialist Press’ met als mededeling: 'boek PVDA'

Bestel dit boek via onze webshop of door 12 euro over te schrijven op BE 48 0013 9075 9627 van ‘Socialist Press’ met als mededeling: ‘boek PVDA’

LSP publiceert een tekst die in de herfst van 2013 werd geschreven als politieke voorbereiding op een electorale doorbraak van PVDA in de verkiezingen van mei 2014. Met twee verkozenen in het federale, twee in het Waalse en vier in het Brusselse parlement kende PVDA effectief een belangrijke doorbraak en deed radicaal links voor het eerst sinds midden jaren 1980 opnieuw zijn intrede in het parlement. LSP verwelkomt deze vooruitgang, het zet linkse ideeën opnieuw op de agenda en het bevordert discussie over alternatieven op het kapitalisme.

Het doel van deze tekst is om een beter begrip te hebben van de oorsprong en de ideeën van de PVDA. Zoals LSP al langer stelt, roept de situatie vandaag om een nieuwe arbeiderspartij, een breed politiek verlengstuk van de eisen van de arbeidersbeweging. Als PVDA vandaag beweert deze nieuwe arbeiderspartij te zijn, is dat voorbarig. Maar de groei van deze partij maakt er wel een belangrijke factor van, een factor die een grote rol kan spelen in het proces van heropbouw van een brede politieke vertaling van de eisen van de arbeidersbeweging.

De afgelopen jaren doorliep PVDA een grondige vernieuwing, volgens voorzitter Peter Mertens was het ‘vernieuwen om te overleven’ (1). Het werd stilaan onmogelijk om een stalinistische kaderpartij op te bouwen en dus moest de koers wel veranderen. De vernieuwde PVDA staat naar eigen zeggen voor socialisme 2.0 waarbij geen buitenlandse modellen meer worden gebruikt, maar gestreefd wordt naar een hedendaags marxisme.

LSP doet waar mogelijk constructieve voorstellen tot samenwerking met PVDA, voorlopig zonder veel resultaat. Met de verkiezingen van 2014 werd elke samenwerking afgewezen en ondertussen werd ook het bredere ‘Gauche d’Ouverture’ langs Franstalige kant opgedoekt. We begrijpen dat PVDA de eigen vooruitgang wil consolideren en geen eindeloze discussies onder links wil voeren. Maar binnen de arbeidersbeweging zijn er verschillende ideeën en stromingen die niet zomaar onder de mat kunnen geveegd worden. De groeiende radicalisering uit zich wereldwijd in nieuwe politieke formaties waarbij er een grote diversiteit aan linkse krachten is. Van Syriza in Griekenland tot Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië zien we uitingen van de zoektocht naar een politiek alternatief. LSP meent dat hier best een open debat over wordt gevoerd gericht op een zo breed mogelijke betrokkenheid van onderuit en met respect voor elkaars gevoeligheden.

Doorheen de eerste ervaringen met nieuwe linkse krachten zoals Syriza blijkt ook het belang van een politieke programma gericht op een breuk met het kapitalisme. Het neoliberale ideologische offensief na de val van de Berlijnse Muur heeft de linkerzijde in een defensieve positie geduwd. Dit heeft nog steeds gevolgen, zeker inzake programma en eisen. Waar Syriza electoraal sterk en snel vooruitging met de offensieve boodschap van een linkse regering die zou breken met het besparingsbeleid, zijn de gewekte verwachtingen niet ingelost door de afwezigheid van een programma om deze breuk effectief waar te maken. Zoals de hoop op een breuk met het Europese besparingsbeleid doorheen Europa op enthousiasme kon rekenen en in de aanloop naar het referendum van 5 juli tot een beginnende mobilisatie, zo moet ook de evaluatie van de nederlaag van Syriza breder dan enkel in Griekenland gemaakt worden. Zo een evaluatie is ook van belang in onze strijd tegen de rechtse regering in België en de vraag naar alternatieven op het besparingsbeleid.

RECHTSE REGERING BOTST OP SOCIAAL VERZET. NIET ALLEEN STRIJD NODIG, OOK EEN ALTERNATIEF

De intrede van de PVDA in het parlement kwam op een belangrijk ogenblik. De eerste rechtse regering zonder sociaaldemocraten sinds de jaren 1980 kondigde zich meteen als een ‘andere regering’ aan. Het Thatcheriaanse beleid bestaat uit een opeenvolging van aanvallen op de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking. Dit leidde tot een enorme protestbeweging eind 2014 rond een actieplan dat de regering deed wankelen. Met een betoging, regionale staking en een nationale algemene 24-urenstaking op 15 december 2014 werd de kracht van ons aantal aangetoond. Het opbouwende karakter van het actieplan liet de beweging groeien en maakte het mogelijk om andere lagen mee te trekken, onder meer jongeren of de socioculturele wereld. Waar personeelsvergaderingen werden gehouden, was het een succes en versterkte dit de mobilisatie.

De vakbondsleiding liet na om het af te maken en de regering met een tweede actieplan te doen vallen. Het gebrek aan een alternatief speelde daar ongetwijfeld een grote rol in, zou de rechtse regering gewoon vervangen worden door een nieuwe tripartite met de sociaaldemocratie die hetzelfde besparingsbeleid met een trager ritme en minder provocaties zou opleggen? De aarzeling om meteen een tweede actieplan aan te kondigen, zorgde er bovendien voor dat andere thema’s de agenda volledig konden domineren. Denk maar aan de aanslagen bij Charlie Hebdo.

De PVDA was aanwezig in alle vakbondsacties. Zelf omschrijft ze dit als volgt: “De PVDA gebruikte overal haar energie om de sociale strijd te ondersteunen.” (2) Het stilvallen van de acties na 15 december beschrijft PVDA-voorzitter Peter Mertens als volgt: “Na de wintervakantie wilden we heropstarten, maar je kreeg de aanslagen op Charlie Hebdo en daar hebben de rechtse media gretig gebruik van gemaakt. En de N-VA als dominante politieke kracht om het dominante thema in het publieke debat te veranderen. De vier maanden daarvoor hadden we als thema ‘arm-rijk’ en of de bezuinigingen juist waren of niet. In januari werd het thema islam en terrorisme – mensen hadden ook angst. Het leger is ingezet, dat loopt nog steeds rond in de straten van Brussel en Antwerpen. Toch is er een betoging geweest van 20.000 mensen van Hart Boven Hard – in maart, in de stromende regen. Dus we zitten nu met 1-1 in de kleedkamer en waarschijnlijk zal het in september weer verder gaan. Mensen zijn ontwaakt, maar we hebben nog lang niet gewonnen. Een deel van de bevolking is nu misleid door rechts.” (3)

Gevraagd naar het plan van PVDA voor de tweede helft van het sociaal verzet, antwoordt Mertens in hetzelfde interview uit juni 2015: “We zijn bezig met een nieuw plan in de vakbonden, maar de leiding van de christelijke vakbond is nu aan het capituleren. Ze zijn loyaal aan de christen-democratische partij die nu in de regering zit. We zijn daarom nu druk bezig de violen in de socialistische vakbond gelijk te strijken. Maar dat is niet gemakkelijk, want op het moment dat de beweging wat naar beneden gaat, verhogen de spanningen die we eerder hebben kunnen voorkomen. We hebben daar als PVDA tot nu toe een belangrijke rol in kunnen spelen.”

De Standaard peilde in april 2015 naar mogelijke kritieken van de PVDA op de vakbondsleiding. Peter Mertens formuleerde een voorzichtige kritiek: “Wij leven in een totale communicatiemaatschappij. En dus moeten de bonden er veel meer mee bezig zijn hoe ze hun boodschap kunnen vertalen naar een groot publiek. Het klopt niet dat ze alleen nog bezig zijn met verworven rechten. Er lopen daar veel progressieve mensen rond, met progressieve ideeën. Ze hebben geweldig veel tentakels in de samenleving. Maar toch slagen ze er niet in om op de debatten te wegen. (…) Ik ben een grote fan van al die nieuwe burgerbewegingen, zoals Straten-Generaal of Ademloos, maar ze kunnen de bonden nooit vervangen. Ze hebben bijvoorbeeld geen machtig wapen zoals het stakingsrecht. En daarom moeten de bonden, net zoals de PVDA, een nieuw tijdperk intreden. In 2008 hebben wij ook beslist om met een reclamebureau te gaan samenwerken.” (4)

De kwestie van een politiek alternatief op de rechtse regering, maar ook op het volledige besparingsbeleid, komt niet aan bod in de analyses van de PVDA over het stilvallen van de beweging na 15 december. Er valt wel meer en fundamentelere kritiek op de vakbondsleidingen te geven dan het gebrek aan degelijke externe communicatie. De banden met de gevestigde partijen, vooral PS en SP.a, of het gebrek aan interne communicatie en democratie, bijvoorbeeld op het ogenblik dat het eerste actieplan afliep en geen vervolg kreeg, worden spijtig genoeg niet vermeld. Uiteraard moeten we geen kritiek om de kritiek geven, maar begrijpen waarom de rechtse regering een tegengoal kon scoren na 15 december is essentieel om onze verdediging op punt te stellen in de tweede helft om even in de voetbalvergelijking te blijven.

LSP omschrijft de nood aan een politiek alternatief in de beweging tegen de rechtse regering als volgt: “Onze eisen leiden onmiddellijk tot de vraag naar een politieke kracht die zo’n programma kan verwezenlijken. De traditionele politieke partners van onze vakbonden hebben geen dergelijk programma en het ziet er niet naar uit dat dit snel zal veranderen. Een breuk met deze partijen is onvermijdelijk en een campagne voor een brede formatie die wel de belangen van de werkende bevolking verdedigt eveneens. De vakbonden hebben een enorme kracht in handen en kunnen deze discussie vooruitstuwen. Waarom geen duidelijk politiek alternatief op de besparingen uitwerken, hiervoor brede steun verwerven bij de vakbondsbasis en consequent de noodzaak van een politieke partij die dat programma wil verdedigen naar voren brengen? Organisaties zoals Hart Boven Hard/Tout Autre Chose, politieke organisaties of militanten en iedereen die wil meewerken aan zo’n politiek alternatief kunnen dan uitgenodigd worden om de discussie mee aan te gaan.

“Dit zou betekenen dat de strijd niet enkel meer zou gaan over voor of tegen deze regering, maar wel over een alternatief op de besparingen. Over hoe we de enorme rijkdommen die er zijn in deze maatschappij kunnen gebruiken voor sociale vooruitgang. Vandaag zit de meerderheid van die rijkdommen in de zakken van een kleine minderheid superrijken, die niet langer mogelijkheden ziet voor investeringen in de reële economie en maatschappij en die zich beperkt tot speculatie. Hoe kunnen we die rijkdommen inzetten voor het belang van de hele bevolking?

“De taken voor zo’n beweging zijn enorm, maar de mogelijkheden zijn nog veel groter. Steeds meer mensen zijn op zoek naar een alternatief op dit systeem van ellende en uitbuiting. Door dit debat op te starten, kunnen we de beweging versterken. De elite zal elke mogelijkheid gebruiken om zo’n politiek alternatief tegen te houden. Maar wij beschikken over een dynamische kracht van honderdduizenden militanten die de strijd willen aangaan. Door van de betoging van 7 oktober een overweldigend succes te maken en daarop verder te bouwen aan een beweging, kunnen we niet alleen deze regering maar heel het besparingsbeleid stoppen!” (5)

De PVDA daarentegen ziet een politiek alternatief op een andere manier ontwikkelen, met name rond zichzelf waarbij de partij hoopt binnen tien of vijftien jaar in een regering te stappen. Peter Mertens naar aanleiding van het boek ‘De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen’: “Ik hoop dat we over tien of vijftien jaar in een regering kunnen stappen en dat we dan een miljonairstaks kunnen invoeren. En dat we dan ook de andere ideeën in dit boek kunnen uitvoeren: meer sociale woningen, een 30 urenweek, een bindend referendum. Dat zijn trouwens erg bescheiden doelstellingen, hé. Dan leven we nog altijd niet in een socialistische maatschappij. Ik ben een utopist, maar wel een van de realistische soort.” (6)

De doorbraak van de PVDA in de verkiezingen en in de media zorgt ervoor dat progressieve eisen sterker naar voor komen, dat becijferde studies verschijnen over de groeiende ongelijkheid en dat het debat in het algemeen meer naar links geduwd wordt. De partij maakt veel minder gebruik van zijn positie om voorstellen te doen om de strijd te organiseren en daar een radicaal programma van socialistische maatschappijverandering aan te koppelen. De PVDA lijkt bang te zijn om ook maar de minste kritiek op de vakbondsleidingen te geven (7), zelfs indien een deel van die leiding gegijzeld wordt door het gebrek aan alternatief dat zo manifest is bij de sociaaldemocratie en de christendemocratie.

LESSEN UIT HET GRIEKSE DRAMA

De steile opgang van Syriza in Griekenland toonde hoe een offensieve benadering van een breuk met het besparingsbeleid op basis van een open links eenheidsinitiatief tot de verbeelding van bredere lagen kan spreken.

Nog voor de verkiezingen van januari was het belang van een programma dat met het kapitalisme breekt duidelijk. Andros Payiatsos van Xekinima, de zusterorganisatie van LSP in Griekenland, stelde dat het establishment zou proberen om via onderhandelingen Syriza mee in bad te trekken waarop de leiding van Syriza reageerde met het afzwakken van het programma.(8) Tegelijk bleef Xekinima oproepen om voor Syriza te stemmen. “Welke compromissen de leiding ook bereid is om te maken, de arbeiders zullen zich door de overwinning van Syriza gesterkt voelen om voor hun rechten op te komen. Dat is overigens ook de fundamentele reden waarom we Syriza kritische steun geven in de verkiezingen. We roepen niet gewoon op om voor Syriza te stemmen, we roepen op voor een radicaal, revolutionair socialistisch programma als de enige haalbare weg voor een Syriza-regering.” (9)

Deze benadering doet denken aan de wijze waarop Leon Trotski tegenover het ‘Plan De Man’ in ons land stond. In de crisis van de jaren 1930 lanceerde de Belgische sociaaldemocratie het ‘Plan De Man’, een plan van structuurhervormingen om de aanwezige middelen beter te verdelen. Het plan werkte mobiliserend, zelfs indien de BWP verklaarde dat het op basis van een ‘overtuigingsstrategie’ het plan dacht te kunnen realiseren.(10) Trotski merkte op dat het plan tot ontgoocheling zou leiden, maar dat linkse activisten tegelijk niet aan het mobiliserende karakter van het Plan De Man mochten voorbijgaan.

“We moeten de meest bewuste arbeiders de politieke zin van het ‘plan’ uitleggen”, stelde Trotski die er meteen aan toevoegde: “We moeten een zo breed mogelijk laag van arbeiders tonen dat wij, voor zover de burgerij de verwezenlijking van het ‘Plan’ probeert te dwarsbomen, hand in hand met hen zullen strijden om ze te helpen bij het doormaken van de ervaring. We zullen met hen alle moeilijkheden van de strijd delen, maar wat we niet zullen delen zijn de illusies die er aan verbonden zijn. Onze kritiek op de illusies moet niet de passiviteit verhogen (…) maar moet de werkenden integendeel vooruitstuwen. In deze voorwaarden zal de onontkoombare ontgoocheling in verband met het “Plan van de Arbeid” niet betekenen dat de passiviteit verergert, maar wel dat de arbeiders het revolutionaire pad inslaan.” (11)

Xekinima en het CWI namen het idee van een linkse regering in Griekenland op en legden uit dat dit een breuk met het kapitalisme vereist. (12) Er werd gewezen op de verwerping van de overheidsschulden; een massaal programma van publieke investeringen in huisvesting, infrastructuur, … ; nationalisatie van de financiële sector, onder meer om kleine bedrijven en boeren toegang tot goedkope kredieten te geven en de hypotheken af te schrijven tot de echte waarde van huizen; nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie om de economie democratisch te plannen op een duurzame basis; massastrijd van onderuit als embryo van een democratische samenleving en internationale solidariteit.

Het falen van de leiding van Syriza “vloeit voort uit de reformistische strategie van de partijleiding – het idee dat het mogelijk is om de besparingsprogramma’s van de trojka te stoppen zonder te breken met het kapitalisme. In het kader van de eurozone, met de macht van de ECB en de Europese grootmachten, Duitsland in het bijzonder, was dit een fatale illusie.” (13) Xekinima stond meteen klaar met de roep naar een nieuwe linkerzijde en nam stappen daartoe met het ‘initiatief van 17 juli’ en de steun aan de nieuwe partij ‘Volkseenheid’. Andros Payiatsos van Xekinima over het verraad van Syriza: “Dit is geen ‘finale nederlaag’ van de Griekse arbeidersklasse. Het potentieel van strijd blijft bestaan. De Griekse werkende bevolking heeft aangetoond dat ze steeds opnieuw tot strijd kan overgaan. Het bleek nog uit de ontwikkelingen rond het referendum. Niemand had verwacht dat maar liefst 61,5% neen zou stemmen.” (14)

Bij de overwinning van Syriza in de parlementsverkiezingen van januari zag de PVDA zich reeds als het “Syriza aan de Schelde”. In Knack stelde Peter Mertens: “We zoeken beiden naar een creatieve weg om een consequente socialistische politiek in Europa op de kaart te zetten. Elk werkt binnen zijn eigen context, maar er is op Europees vlak wel samenwerking. Politiek gezien zou je ons het Syriza aan de Schelde kunnen noemen. Net zoals de SP het Syriza van boven de Moerdijk is. Mochten we in Griekenland zitten, dan hadden we zeker een gelijkaardig programma.” (15)

Een half jaar later moet Peter Mertens vaststellen dat Tsipras en de leiding van Syriza capituleren, waardoor Syriza “snel vervelt naar een kracht die doorheen het Derde Memorandum het regime van een schuldenkolonie zal verder zetten” en daarbij compleet vernederd wordt door de trojka.(16) De redenen voor die capitulatie worden als volgt beschreven: “Ik leer uit Griekenland vooral dat het belangrijk blijft om niet in de val te trappen van de sociaaldemocratie: ook zij dacht dat ze het spel kon veranderen door het eerst mee te spelen. Syriza, een partij van linkse humanisten en idealisten, heeft zich rationeel proberen op te stellen. Ze koesterde de gedachte dat ze sociaaldemocratische sterkhouders als de Franse president François Hollande of de Italiaanse premier Matteo Renzi zou kunnen overtuigen, als ze maar de juiste argumenten zou hanteren.” (17) En verder in hetzelfde interview: “Uiteindelijk heeft Syriza ervaren dat die onderhandelingen geen gewone gesprekken waren, maar onderdeel van een economische oorlog. Men heeft zelfs de Griekse banken drooggelegd: dat is een harde les, voor alle landen uit de eurozone. Tegelijk is er sinds het begin van de euro nooit één regering geweest die zo openlijk de handschoen heeft opgenomen tegen het Duitse monetarisme. Ik heb er dus alle respect voor dat een pluimgewicht als Syriza boven zijn gewichtsklasse heeft durven te boksen. Zonder Syriza was er ook nooit zo diepgaand gedebatteerd over Europa als nu. In iedere Ierse pub, in elke Spaanse tapasbar ging het gesprek over het Griekse verzet tegen de Duitse marsrichting.”

Het lijkt erop dat de PVDA zich tevreden stelt met de vaststelling dat Syriza de hoop op een alternatief op het besparingsbeleid heeft opgewekt, zonder dieper in te gaan op hoe concreet voor dat alternatief kan gestreden worden. Tegelijk blijft de PVDA ook na de capitulatie van Syriza vaag over een alternatief op de huidige EU. “Het moet mogelijk worden om financiële solidariteitstransfers toe te staan, om publieke monopolies uit te bouwen, om politiek tussen te komen met de Europese Centrale Bank, en om de begroting zonder de muilkorf van bezuinigingsnormen te gebruiken voor de noodzakelijke industriële, sociale en ecologische investeringen. Als Europa wil overleven, dan zullen de fundamenten moeten veranderen. Het alternatief is dat de hele Unie uit elkaar spat, en dat de nationalistische spanningen van het begin van de 20e eeuw opnieuw hun intrede zullen maken in deze prille 21e eeuw.” (18)

SOLIDARITEITSCONGRES VAN PVDA

Met 2 verkozenen in de Kamer, 2 in het Waalse parlement en 4 in het Brusselse parlement is PVDA een pak zichtbaarder geworden. In 2012 haalde de partij ook al 52 lokale verkozenen. Samen met de context van sociale strijd in eigen land en een groeiende zoektocht naar alternatieven doorheen de wereld, komt dit tot uiting in een aangroei van PVDA tot naar eigen zeggen bijna 10.000 leden. Opmerkelijk in de congrestekst is dat er weinig aandacht is voor de sociale strijd in België en bijvoorbeeld de lessen van het eerste actieplan. De slogan van de tekst is: “verbreden, verbinden, verdiepen”.

Ondanks beperkingen gaat de congrestekst op heel wat vlakken verder dan alle publieke verklaringen van PVDA-woordvoerders en artikels in maandblad Solidair of op de website pvda.be. In de congrestekst wordt bijvoorbeeld gepleit voor een socialistisch alternatief waarin de sleutelsectoren van de economie in publieke handen worden genomen met een rationele planning van de productie. In deze tekst wordt voluit gepleit voor een massaal programma van publieke investeringen. En om dat te bereiken, wordt gewezen op de rol van klassenstrijd: “Alles wat de brede arbeidersbeweging heeft bereikt, deed ze door haar eigen kracht te ontwikkelen: zich te organiseren, actie te voeren en krachtsverhoudingen uit te bouwen.” (19)

Waar de PVDA intern voor een socialistisch alternatief pleit, beperkt de externe communicatie zich doorgaans tot eisen als de miljonairstaks, de 30-urenweek, gratis gezondheidszorg, … In het boek ‘De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen’ is er geen sprake van socialisme, vermaatschappelijkte sleutelsectoren of een geplande economie. We stelden over dit boek: “De auteurs van dit boek doen alle moeite om aan te tonen dat hun eisen aanvaardbaar zijn. Niet zozeer voor de meerderheid van de bevolking, maar wel binnen het huidige systeem. Socialisme is dan ook niet een van de acht “briljante ideeën” in dit boek. Meer nog, er wordt niet over socialisme gesproken. De afgelopen jaren werden we geconfronteerd met steeds meer tegenhervormingen: afbraak van verworvenheden uit het verleden. Is dit omdat het aan goede ideeën voor hervormingen ontbrak? Zeker niet. Maar in de context van een kapitalisme in crisis is het afdwingen van zelfs beperkte hervormingen niet evident. Het volstaat niet om goede ideeën met goede argumenten naar voor te brengen. Dat ondervond ook de nieuwe Griekse regering die sterke argumenten heeft om met het besparingsbeleid te breken. Maar het establishment heeft er geen oren naar, het voert immers een klassenstrijd in het belang van de allerrijksten. Een klassenoorlog beantwoorden met ‘goede argumenten’ lukt niet. Er moet ook aangegeven worden hoe we onze eisen kunnen afdwingen en bijgevolg ook hoe we een einde kunnen maken aan het kapitalisme. Het belang van bewegingen en strijd komt niet aan bod in het boek, er wordt zelfs gesuggereerd dat heel wat hervormingen via verkiezingen werden bekomen.” (20)

Het lijkt erop dat de PVDA een strikt onderscheid maakt tussen enerzijds het maximumprogramma van socialisme, iets voor een verre toekomst waarover nu al kan gedroomd worden en waar congresteksten aan gewijd worden, en anderzijds een minimumprogramma van directe hervormingen waar alle activiteit van de partij op gericht wordt. Dit verschilt van de benadering van overgangseisen. Dat wil zeggen: eisen die botsen met de logica van het kapitalisme en de brug maken naar de nood van een socialistische samenleving. De groeiende kloof tussen minimum- en maximumprogramma bij de PVDA doet denken aan de vroegere sociaaldemocratie, tenminste voor het proces van verburgerlijking zo ver gevorderd was dat zelfs minimale hervormingen niet of amper nog naar voor geschoven worden.
De sociaaldemocratie beweerde in de jaren 1930 eveneens voor een socialistisch alternatief te staan. Maar op het ogenblik dat de werkende bevolking de strijd aanging, verviel de leiding in een bijzonder conservatieve houding. “Op het moment dat de massa’s in beweging kwamen, weigerden zij een revolutionaire strategie te overwegen. De sociaaldemocratie hield vast aan een “minimumprogramma” (eisen om de levensstandaard van de arbeidersklasse te verbeteren, voor zo ver het aanvaardbaar bleef voor de burgerij) en een “maximumprogramma” (het idee van een socialistische toekomst die bij speciale gelegenheden wordt geopperd terwijl er de rest van de tijd een reformistische praktijk is). Trotski verwoordde het kort en bondig: “de huidige crisis van de mensheid valt terug te brengen op de crisis van de leiding van de arbeidersbeweging.” Als de mensheid geen perspectief zag op een betere toekomst, had ze dat te danken aan het cynisme van de leiders van die laag in de samenleving die een dergelijke toekomst tot stand kon brengen: de arbeidersklasse.” (21)

Zeker op momenten van crisis stelt de kwestie van een overgangsprogramma zich. De vraag: “Kan men vooruit gaan wanneer men bevreesd is naar het socialisme te gaan?”, beantwoordde Lenin in de context van de voorlopige regering in Rusland na de februarirevolutie van 1917 negatief. (22) Zal de PVDA na zijn Solidariteitscongres de voorstellen over socialisme populariseren en in de dagdagelijkse werking opnemen? Of is de partij hiervoor bevreesd?

De PVDA erkent alvast de druk om een pragmatische partij te zijn, “Voor het pragmatisme krijgt het praktisch resultaat, het directe en het haalbare voorrang op de langetermijndoelstellingen en de maatschappijvisie. Er groeit een logica om slechts ‘de verkoopbaarheid’ van onze boodschap te volgen. (…) Met enkel maar snel, snel in te spelen op de actualiteit, met enkel politieke standpunten uit te werken om te ‘scoren’ in de media, en de studiedienst voornamelijk te organiseren met het oog op kortetermijncommunicatie… met zulke opstelling zijn wij niet in staat het wereldbeeld en de culturele hegemonie van het establishment te doorbreken.” (23) Een politiek antwoord op de druk om zich louter te beperken tot een minimumprogramma wordt evenwel niet geboden.

BUITENLANDSE VOORBEELDEN

Een opmerkelijk hoofdstuk in de congrestekst van de PVDA is dat over China, al was het maar omdat de partij erkent dat ze destijds “klakkeloos standpunten van de Chinezen overnam” (24). Daarbij wordt overigens niet verduidelijkt van welke Chinezen standpunten werden overgenomen. Nu moet de PVDA erkennen dat er in China stapsgewijs marktmechanismen werden ingevoerd met een groeiend belang van het privaat bezit van de productiemiddelen. De vraag of een volledig kapitalistisch herstel mogelijk is, wordt opengelaten. Dat zal “de geschiedenis uitwijzen”.

Tegelijk wordt gesteld dat China “niet naar de pijpen van de buitenlandse multinationals” moet dansen, dat de economische ontwikkeling “historisch ongeëvenaarde prestaties in de strijd tegen de armoede opleverde” en dat China op internationaal vlak van een “win-winprincipe” vertrekt. De akkoorden met andere landen, zouden die landen helpen om zich te ontwikkelen zodat ze een meer onafhankelijke weg kunnen banen aangezien China de “principes van vreedzame co-existentie” volgt.

Zelfs de overname van westerse bedrijven door Chinese wordt als een win-win voorgesteld: “Chinese bedrijven winnen technologie en markttoegang, het Westen wint zuurstof en werkgelegenheid voor een kwakkelende economie.” (25) Zal de PVDA dit standpunt ook verdedigen bij de privatisering van de Griekse haven van Piraeus waar het Chinese bedrijf Cosco op aast? De enige bedenking die de PVDA lijkt te maken, is dat de Chinese opstelling naïef is ten aanzien van de kapitalistische veroveringszucht. De beurscrash en de economische crisis vandaag in China zag de PVDA niet aankomen. Het loslaten van het Chinese model gebeurt nog erg aarzelend.

Ook de Latijns-Amerikaanse voorbeelden blijven omzichtig behandeld worden. De linkse regimes in onder meer Brazilië worden wel bekritiseerd: “behalve in Cuba en gedeeltelijk in Venezuela, Bolivia en Ecuador blijven de kapitalistische verhoudingen in die landen onveranderd van kracht.” (26) Voor de toenadering tussen het Cubaanse regime en de VS of de economische crisis in Venezuela (net omdat de kapitalistische verhoudingen er intact bleven) komt er evenwel geen verklaring.

WELK SOCIALISME? EN HOE DAAR GERAKEN?

Het model van de Sovjet-Unie onder Stalin wordt niet langer gevolgd. “Men kan niet om de realisaties van de Sovjet-Unie heen wat betreft onderwijs, gezondheid en cultuur, noch om haar doorslaggevende rol in het verslaan van nazi-Duitsland. (27) Maar het is duidelijk dat er niet alleen grote problemen van bureaucratie bestonden, maar ook van machtsmisbruik, van economische stagnatie en van misdadig optreden ten aanzien van echte of vermeende tegenstanders van het regime.” (28) De verdediging van het stalinisme wordt bedekt en opmerkelijk vaag omschreven als “het haast kritiekloos en zonder nuance verdedigen van de geschiedenis van de Sovjet-Unie.” Dit is zo algemeen geformuleerd dat het niet klopt. De PVDA verdedigde in het verleden de Sovjet-Unie onder Stalin, maar de opvolgers van Stalin kregen bijzonder veel kritiek van de PVDA, ze werden als ‘revisionisten’ afgedaan en de Sovjet-Unie werd als ‘sociaal-imperialistisch’ omschreven. Eind jaren 1980 kwam er even verandering in de opstelling van de PVDA met een kortstondige kritiekloze steun aan Gorbatsjov. Het stalinistische model wordt nu door de PVDA onderworpen aan een oppervlakkige kritiek, maar een verklaring van waarom het foutliep in de Sovjet-Unie komt er niet.

Het lijkt erop dat de PVDA meteen van de gelegenheid gebruikt maakt om niet alleen het stalinisme, maar ook elementen van het marxisme overboord te gooien. “Onze klassiek marxistische, puur socio-economische kijk en de bijhorende taal, daar zijn we nu echt wel voorbij,” (29) aldus Peter Mertens op apache.be. Alsof het marxisme zich ooit beperkt heeft tot een puur socio-economische kijk. Marxisme is voor Mertens een fundament en niets meer. In Knack vroeg Walter Pauli de PVDA-voorzitter hoe hij vandaag tegenover het ‘wetenschappelijk socialisme’ staat. Mertens: “Ik heb nooit gehouden van die term. Het gaf de indruk dat marxisme een zaak was van formules. Wie alleen maar bezig is met boeken van bijna tweehonderd jaar geleden, begrijpt niet wat er vandaag leeft en heeft al snel geen boodschap meer voor de mensen van vandaag. Maar ik voeg er meteen aan toe: wie alléén maar surft op de golfjes van de dagelijkse actualiteit, mist een fundamentele analyse. Ik blijf de lectuur van Marx en Engels dus aanbevelen. Maar ook die van Owen Jones, de jonge Britse socioloog die de regering-Cameron onder vuur neemt en Labour wil verlinksen. Of hij daarin zal slagen, is een andere vraag.” (30) Eerder reageerde Peter Mertens op de stelling van de rechtse academicus Pascal Delwit (ULB) dat het ideologische uitgangspunt van de PVDA het marxisme-leninisme blijft: “Dit is een groteske absurditeit. Wij baseren ons niet op het marxisme-leninisme en wij zijn niet voor een systeem zonder privé-eigendom. Wij zijn een moderne marxistische partij, zoals de SP in Nederland of Die Linke in Duitsland.” (31)

Het fundament van het socialisme is voor de PVDA nodig als paradigmawissel, als een “heel andere manier om naar de wereld, de mens en de natuur te kijken.” (32) In die visie op socialisme 2.0 – eens te meer wordt niet uitgelegd wat het verschil met de versie 1.0 is – wordt terecht gewezen op het belang van het vermaatschappelijken van de sleutelsectoren van de economie en de planmatige aanpak in plaats van de chaos van het private bezit van de productiemiddelen. Er wordt benadrukt dat een democratische deelname aan het planningsproces essentieel is voor het socialisme 2.0 “dat de bevolking actief betrekt bij de grote keuzes van de samenleving, bij de visie op de toekomst en op de weg ernaartoe.” (33) Het doel is een “democratisch geplande economie onder controle van de bevolking”. En: “met de groeiende internationalisering van de economie lijkt het onmogelijk het socialisme 2.0 enkel op Belgisch niveau te realiseren.” (34)

Dat alles wordt echter niet verbonden aan de dagelijkse strijd vandaag. Nochtans is het in de strijd voor verandering dat embryo’s voor een nieuw systeem tot stand komen. Het belang van personeelsvergaderingen bijvoorbeeld in het syndicale verzet tegen de rechtse regering is niet beperkt tot de organisatie van de strijd, het is een stap in de richting van het zelf in handen nemen van de productie en de samenleving. Door een socialistisch alternatief los te koppelen van de dagelijkse strijd, wordt die strijd verzwakt en wordt het socialistisch alternatief ook abstracter. Het gebrek aan een overgangsbenadering doet minimum- en maximumprogramma steeds verder uit elkaar groeien.
Bij een aantal formuleringen in de congrestekst hebben wij bedenkingen (bijvoorbeeld het beperken van antiracisme tot een ethische kwestie of de staat die moet garanderen dat de nieuwe democratie in handen van de 99% blijft). De belangrijkste kritiek, waar ook de meeste bedenkingen tot te herleiden zijn, is het gebrek aan band tussen de dagelijkse strijd tegen het kapitalisme en de gevolgen van dit systeem enerzijds en de opbouw van een socialistisch alternatief anderzijds.

De opbouw van PVDA wordt evenmin verbonden aan dat socialistische doel. De nadruk ligt op een numerieke groei en een verdere professionalisering waarbij vorming en politieke ontwikkeling via modules van opleidingscycli moeten versterkt worden. De PVDA heeft als doel om tegen 2020 te groeien tot 15.000 leden en wil de partijstructuren aanpassen, vaak zijn die nu nog afgestemd op een kaderpartij van duizend militanten. Van de 10.000 leden vandaag zijn er ongeveer 1.500 militanten, wat de partij wil optrekken tot 27%. (35) Zaken als interne democratie worden erg voorzichtig behandeld, er blijft een strakke hiërarchische controle. Zo moet de verkiezing van een voorzitter van een basisgroep steeds door de provinciale partijleiding goedgekeurd worden.

Andere linkse organisaties en stromingen komen niet aan bod in de congrestekst van PVDA. Doorgaans wordt gekozen voor een gesloten opstelling tegen andere stromingen, zeker diegenen die zich links van de PVDA situeren. Een voorbeeld daarvan zagen we op de Protest Parade van 19 oktober 2014 waar een loepzuivere betoging van werd gemaakt waarop elke afwijkende vlag, pankarte, … manu militari naar het einde van de betoging werd verwezen. We schreven hierover: “Tegenover het rechtse offensief zullen we alle krachten nodig hebben. Een stakingspiket staat sterker als iedereen mee doet met respect voor elkaars gevoeligheden over de grenzen van vakbondskleuren of personeelsstatuten (arbeider, bediende, interimmer, werknemer van een onderaannemer, stagiair,…) heen. Dat geldt ook voor de politieke vertegenwoordiging van de arbeidersbeweging. Om tot een breed alternatief te komen, is openheid en respect van elkaars eigenheid belangrijk. Deze openheid was er niet op de Protest Parade. (…) Dat je met een vlag of pankarte niet eens goeiedag mocht zeggen aan collega’s die elders in de betoging liepen, is een extreme vorm van het monddood maken van iedere vorm van discussie.” (36)

Ondanks haar kritieken erkent LSP dat PVDA een integraal onderdeel zal zijn van het proces om de arbeidersbeweging opnieuw politiek te organiseren. In de geest van eenheid in actie deden we verschillende voorstellen tot samenwerking. Concrete stappen, zoals de oproep van ABVV Charleroi en Zuid-Henegouwen, ondersteunen we volledig. Het ABVV van Charleroi en Zuid-Henegouwen deed op 1 mei 2012 een oproep tot een breuk met de christendemocratie, sociaaldemocratie en groenen om de krachten links hiervan te verenigen in een brede strijdpartij die democratisch en inclusief is met respect voor alle deelnemers.

De opbouw van een politiek alternatief zal niet rechtlijnig gebeuren. Zoals we in 2003 reeds stelden in een conferentietekst: “De stabiele periode van het kapitalisme ligt definitief achter de rug. Steeds meer arbeiders en hun gezinnen, maar ook belangrijke delen van de middengroepen en zelfs de kleinburgerij zullen het kapitalisme in vraag stellen. Dat zal gepaard gaan met restanten van de vorige periode, met verwarring, ideologische en organisatorische zwakheden. Tot op zekere hoogte zal de beweging, ook de arbeidersbeweging, in de loop van de strijd, een aantal van de verworven gewaande ervaringen, opnieuw moeten leren. De nood aan een georganiseerde linkerzijde binnen de vakbonden, alsook in uitzonderlijke gevallen tijdelijke scheuringen, zullen een kenmerk worden van de nieuwe periode. Tegelijk zal het inzicht van de nood aan een brede politieke arbeidersformatie, eerst onder een voorhoedelaag, geleidelijk doordringen.

“Hoewel de objectieve nood aan een nieuwe arbeiderspartij zich nu al meer dan 10 jaar stelt, zijn de krachten voor de vorming ervan vandaag nog steeds niet gerijpt. Dat zal pas gebeuren op basis van massale industriële en politieke strijd. Zoiets kan echter zeer snel ontwikkelen. We moeten onze krachten daar systematisch op voorbereiden. (…)

“LSP staat vandaag voor een dubbele taak: enerzijds de uitbouw van de revolutionaire stroming, anderzijds de creatie van een breder politiek instrument van de arbeidersbeweging. Die twee taken zijn niet aan elkaar tegengesteld, maar vullen elkaar juist aan. De brede politieke formatie van de arbeidersbeweging is een tactische kwestie die arbeiders moet toestaan aan de hand van praktische ervaringen de nood aan een revolutionair programma en een revolutionaire massapartij in te zien. Dat is tenslotte waar het ons om te doen is: de creatie van een instrument dat de maatschappij in socialistische zin kan omvormen. Die taak kan enkel volbracht worden door een revolutionaire massapartij.” (37)

Het is vanuit deze optiek dat LSP met de hiernavolgende tekst een politieke dialoog wil aangaan met al wie opkomt voor een fundamentele verandering van de samenleving in de vorm van een socialistische maatschappij.

Geert Cool
september 2015


 

Voetnoten

1. Interview in Humo, april 2014. Gepubliceerd op: http://pvda.be/artikels/stijn-meuris-versus-peter-mertens
2. Tekst Solidariteitscongres pagina 13
3. “Peter Mertens: ‘Met 1-1 in de rust tegen de regering nu de antikapitalistische en antiracistische strijd verbinden’” op socialisme.nu, website van de Internationale Socialisten (Nederlandse afdeling van de stroming rond de Britse SWP). http://socialisme.nu/blog/nieuws/45919/peter-mertens-met-1-1-in-de-rust-tegen-de-regering-nu-de-antikapitalistische-en-antiracistische-strijd-verbinden/
4. De Standaard 4 april 2015. Interview overgenomen op http://pvda.be/artikels/peter-mertens-pvda-wat-de-wever-voorstelt-al-dertig-keer-uitgeprobeerd-en-mislukt-de
5. “7 oktober als startpunt van nieuw actieplan – lessen uit het vorige actieplan”, De Linkse Socialist september 2015
6. De Standaard 4 april 2015. Interview overgenomen op http://pvda.be/artikels/peter-mertens-pvda-wat-de-wever-voorstelt-al-dertig-keer-uitgeprobeerd-en-mislukt-de
7. In de PVDA congrestekst wordt dit als volgt omschreven: “We hebben nu veel meer het profiel van een politieke partij die principieel haar visie verdedigt, maar ook soepel en tactisch weet op te treden, met respect voor de vakbonden” (p. 85) Elders wordt expliciet afstand genomen van de opstelling van de PVDA in het conflict rond Forges de Clabecq toen de ABVV-delegees rond Roberto D’Orazio uit het ABVV werden gezet, dit wordt nu door de PVDA gezien als een ‘confrontatiestrategie met de vakbonden’. In passages over ‘de vakbonden’ maakt de PVDA doorgaans geen onderscheid meer tussen leiding en basis.
8. “Griekenland. Vooruitzicht van overwinning door Syriza versterkt hoop”, socialisme.be op 21 januari 2015. http://www.socialisme.be/nl/21649/griekenland-vooruitzicht-van-overwinning-door-syriza-versterkt-hoop
9. “Griekenland. Vooruitzicht van overwinning door Syriza versterkt hoop”, socialisme.be op 21 januari 2015. http://www.socialisme.be/nl/21649/griekenland-vooruitzicht-van-overwinning-door-syriza-versterkt-hoop
10. “Het Plan De Man” door François Bliki, Vonk februari 1983, online op: http://www.socialisme.be/nl/20806/archieftekst-het-plan-de-man
11. Leon Trotski over het Plan De Man, https://www.marxists.org/nederlands/vereeken/1935/1935plan.htm#b10
12. “Waarom een linkse regering met het kapitalisme moet breken”, artikel door Paul Murphy verschenen op 16 november 2014. http://www.socialisme.be/nl/20483/waarom-een-linkse-regering-met-het-kapitalisme-moet-breken
13. “Waarom Syriza kapituleerde en een alternatieve weg om de besparingen te stoppen”, artikel door Paul Murphy verschenen op 16 juli 2015. http://www.socialisme.be/nl/24573/waarom-syriza-kapituleerde-en-een-alternatieve-weg-om-de-besparingen-te-stoppen
14. Zie interviews met Andros Payiatsos: http://www.socialisme.be/nl/24957/griekenland-waar-staat-die-nieuwe-linkse-partij-volkseenheid-voor en http://www.socialisme.be/nl/24933/griekse-arbeidersklasse-zal-strijd-verderzetten
15. “Peter Mertens: ‘Wij zijn het Syriza aan de Schelde’”, Knack.be 27 januari 2015. http://www.knack.be/nieuws/belgie/peter-mertens-wij-zijn-het-syriza-aan-de-schelde/article-normal-528617.html
16. “Dertien stellingen over het Dictaat van Brussel, Griekenland en de toekomst van Europa”, Peter Mertens 28 juli 2015. http://pvda.be/artikels/dertien-stellingen-over-het-dictaat-van-brussel-griekenland-en-de-toekomst-van-europa
17. Interview met Peter Mertens en Raoul Hedebouw in Knack (5 augustus 2015)
18. “Dertien stellingen over het Dictaat van Brussel, Griekenland en de toekomst van Europa”, Peter Mertens 28 juli 2015. http://pvda.be/artikels/dertien-stellingen-over-het-dictaat-van-brussel-griekenland-en-de-toekomst-van-europa
19. PVDA Solidariteitscongres, tekst p. 36
20. “Welke ideeën om de samenleving te veranderen?”, recensie door Geert Cool in ‘De Linkse Socialist’ zomer 2015. http://www.socialisme.be/nl/24505/welke-ideeen-om-de-samenleving-te-veranderen
21. “Om het besparingsbeleid te stoppen, moeten we vechten voor een nieuw systeem”, door Jarmo Van Regemorter, De Linkse Socialist zomer 2015
22. “De dreigende catastrofe en hoe die te bestrijden” door Lenin, september 1917. https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1917/catastrofe/
23. PVDA congrestekst p. 118-119
24. PVDA congrestekst p. 155
25. Alle citaten uit de PVDA Congrestekst pagina’s 40-43
26. PVDA Congrestekst, p. 45
27. In de slag bij Stalingrad kon de Sovjet-Unie het halen van de nazi’s, maar er werd een hoge prijs betaald voor eerdere foute inschattingen zoals de illusie dat het Stalin-Hitler pact tien jaar tijdswinst zou geven in de oorlog. Het louter toeschrijven van de overwinning op nazi-Duitsland aan de Sovjet-Unie gaat voorbij aan de belangrijke rol die verzetsbewegingen speelden in de strijd tegen het nazisme. Er moet overigens opgemerkt worden dat het stalinisme een doorslaggevende rol speelde in het verraden en stoppen van sociale verandering in het westen van Europa, terwijl in het oosten marionettenregimes werden gevestigd. Zie voor een uitgebreidere analyse: http://www.marxisme.be/n/2013/04/geschiedenis-de-tweede-wereldoorlog-om-globale-macht/
28. PVDA Congrestekst, P. 160
29. “PVDA wordt jonger, vrouwelijker en niet enkel meer van de arbeid”, apache.be op 11 juni 2015. https://www.apache.be/2015/06/11/pvda-wordt-jonger-vrouwelijker-en-niet-enkel-meer-van-de-arbeid/
30. Interview met Knack op 5 augustus 2015
31. De Tijd 3 maart 2014
32. PVDA Congrestekst, p. 171
33. PVDA Congrestekst, p. 188
34. PVDA Congrestekst, p. 224
35. PVDA Congrestekst, p. 138-139
36. “PVDA houdt Protest Parade”, socialisme.be 21 oktober 2014, http://www.socialisme.be/nl/19927/pvda-houdt-protest-parade-in-brussel
37. “Politieke alternatieven voor de arbeidersbeweging in de 21ste eeuw”, Conferentietekst LSP/MAS november 2003. http://www.marxisme.be/n/archief/2003nap.html