Home / Edito - Belgische politiek / Regering doen vallen, maar wat dan? Wat is het alternatief?

Regering doen vallen, maar wat dan? Wat is het alternatief?

Foto: Liesbeth

Foto: Liesbeth

De vraag naar het alternatief op deze regering is de meest prangende van de beweging en mee bepalend voor het vertrouwen in het potentieel van het sociaal verzet om de aanvallen te stoppen en de regering te doen vallen.

Artikel door Els Deschoemacker uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Regering onpopulair, stakingsgolf van onderuit

We zitten nu ergens halverwege het tweede actieplan tegen de besparingen en hervormingen van deze regering. Opnieuw werd het actieplan enthousiast aangegrepen. Het breed verspreide ongenoegen in de maatschappij bereikte een nieuw kookpunt. De peilingen gaven aan dat de regering haar meerderheid in het parlement bij nieuwe verkiezingen zou verliezen. In navolging van de cipiers ontwikkelde er zich een stakingsgolf van onderuit, vooral in Wallonie, maar met het begin van uitwaaiering naar Vlaanderen, vooral bij het spoor. Indien de vakbondsleiding de staking mee had georganiseerd en gecoördineerd met inspraak van onderuit langs Waalse kant en met als doel om die argumentatie en ordewoorden aan te reiken om de beweging verder te doen uitbreiden, had de aarzeling langs Vlaamse kant gemakkelijk kunnen doorbreken.

Onder cipiers, spoorpersoneel, vuilnismannen, … groeide het besef dat het moment er was om te proberen eisen binnen te halen die op andere momenten onmogelijk te realiseren lijken. De voorzichtige oproep door Timmermans van het VBO eind mei om toch maar opnieuw rond tafel te zitten en te stoppen met provoceren. Samen met diens pleidooi om met Europa en de regering “doelgerichte en weloverwogen” overheidsinvesteringen in mobiliteit, gevangenissen en justitie te overwegen, toonde het de schrik voor een beweging van onderuit zoals in Frankrijk. Timmermans probeerde de angel uit het verzet te halen.

Even leek het niet onmogelijk dat de regering nog voor de zomervakantie in de problemen zou geraken. Dan zou ze geen kans meer krijgen om een derde besparingsronde op ons af te vuren nog voor de twee eerste helemaal zijn doorgevoerd. Het zou de arbeiderswereld de mogelijkheid geboden hebben om de uitbouw aan te vatten van een alternatieve politieke kracht met diezelfde militanten en activisten die het verzet hebben gedragen en te beginnen met de uitwerking van een programma gebaseerd op de noden in de brede samenleving.

De syndicale strijd is politiek, de genomen maatregelen waartegen we protesteren zijn politiek. We zullen niet winnen als we ons verzet niet ook op dat terrein voeren. Een kunstmatig onderscheid tussen politiek en syndicaal terrein verzwakt ons. Het sociaal verzet toont het potentieel en maakt de eisen concreter.

Een politiek alternatief

Het klopt dat een alternatief niet “ready made” is, dat het niet georganiseerd is en klaar om de macht over te nemen. De PVDA heeft wel de wind in de zeilen en zou op basis van de laatste peilingen van twee naar tien kamerzetels gaan: twee in Vlaanderen, zeven in Wallonië en één in Brussel. Een enorme stap vooruit, maar niet de massabasis voor de vorming van een linkse regering.

Volgens Peter Mertens wil de PVDA “zo snel mogelijk verantwoordelijkheid opbouwen in de maatschappij” door “in deze fase de tegenmacht op te bouwen.” Hij verwijst naar de beweging rond Sanders in de VS, maar ook naar Spanje of Frankrijk waar “er zich een tegenmacht vormt die zich niet beperkt tot een politieke partij, maar gedragen wordt door een grote beweging van mensen die bewust worden, die mondig worden en die de gevestigde macht uitdagen”.

Hij voegt eraan toe dat “als wij die tegenmacht in reële macht willen opzetten, er natuurlijk een aantal voorwaarden zijn waaraan voldaan moet worden. Een voorwaarde is zeker dat we moeten kunnen breken met de huidige politieke orientatie van de Europese Unie. Wij gaan niet in een regering zitten die doet wat de sociaal democraat Hollande doet in Frankrijk.” En verder “We moeten een krachtsverhouding opbouwen om het beleid van Europa te veranderen. En, als dat morgen kan, dan stappen we morgen in de regering. Maar als dat binnen twee jaar is, dan zal het maar binnen twee jaar zijn.”

De PVDA rekent op een geleidelijke radicalisatie naar links en hoopt dat zij daar de meeste vruchten van zal plukken door ter linkerzijde incontournable te worden. Tien tot vijftien jaar denkt ze daarvoor nodig te hebben.

Ze gaat daarbij voorbij aan het potentieel en de dringendheid van vandaag om de honderdduizenden werkenden die het afgelopen jaar en een half mee de strijd hebben gevoerd te bundelen in een brede onafhankelijke politieke en synidicale kracht. Zeker als de beweging in staat zou zijn de regering te doen vallen zou er een enorme ruimte vrijkomen om een dergelijke kracht te bouwen met een massabasis in die maatschappij. Zo zou het momentum en de dynamiek te volle benut worden.

Strijdfront van onderuit of volksfront met ‘linkse’ besparingspartijen?

Dat is helaas niet de oriëntatie van de PVDA. Integendeel. Als shortcut zou de PVDA in Antwerpen SP.a en Groen oproepen tot een kartel bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen, met als doel burgemeester De Wever van zijn troon te stoten. Denkt de PVDA dit te kunnen doen met SP.a en Groen op een geloofwaardig anti-besparingsticket? Zullen beide partijen tegen dan voldoende verveld zijn tot anti-besparingspartijen? En welke boodschap en rol geef je ondertussen aan de werkende klasse? Wachten tot deze voorwaarden vervuld zijn?

In plaats van haar eieren in de mand van SP.a en Groen te leggen, zou de PVDA alles in het werk kunnen stellen om de beweging ook een politieke uitweg te bieden door de oproep die ooit kwam van het FGTB van Charleroi echt waar te maken en de krachten ter linkerzijde samen te brengen met de vele duizenden syndicale militanten om een brede linkse strijdpartij te vormen.

Een oproep gericht aan de vakbondsbasis om een nieuwe brede politieke beweging op te zetten, bestaande uit de honderduizenden vakbondsactivisten en militanten, en een nieuwe arbeiderspartij te bouwen met vrije en democratische discussie over programma en strategie zou een enorm enthousiasme opwekken. De beweging tegen de regering Michel toont dat er daarvoor een massabasis bestaat. Het gebrek aan initiatief om deze basis te organseren en in te schakelen daarentegen zorgt dat de beweging in een impasse belandt.

Programma dat breekt met de besparingen

Om wat te realiseren? Een programma van dringende publieke investeringen in onze openbare diensten.Het stopzetten en terugdraaien van de privatiseringen. Stoppen met de aanvallen op het pensioen en brugpension, intrekking van de verhoging van de pensioenleeftijd.  Werktijdverkorting in plaats van meer uren te kloppen voor minder loon. En de middelen eindelijk eens gaan halen waar die zitten.

In een dossier in Knack op 8 juni vindt miljardair Roland Duchâtelet dat de regering zich laat “opjagen door extreemlinks.” Hij liegt ons voor dat België “koploper is wat betreft taksen en belastingen op vermogens” en dreigt: “Desnoods verhuis ik naar Zwitserland.” Een efficiënte vermogensbelasting vereist de opheffing van het bankgeheim, een sluitend vermogenskadaster en de mogelijkheid om te onteigenen. Gezien hun gewicht in de maatschappij zou het absurd zijn daar niet meteen de nationalisatie van de financiële sector en de grote bedrijven onder democratische controle en beheer van de werkende bevolking aan te koppelen. Dan pas zou een miljonairstaks zijn reële betekenis krijgen: niet als illusie voor een sociaal beheerd kapitalisme, maar als overgangsmaatregel in het kader van de socialistische omvorming van de maatschappij.

De regering probeert ons eens te meer een rad voor de ogen te draaien met de belofte van meer rechtvaardigheid en een grotere inspanning door de grote vermogens. Maar wie gelooft dat nog? Als er al iets in die richting komt, zal het hoogstens symbolisch zijn en vooral om ons een nieuwe miljardenbesparing door het strot te rammen.

We mogen de lessen van Griekenland niet vergeten. Niet alleen door het momentum om komaf te maken met een regime van besparingen te grijpen. Maar ook door te vechten voor een programma dat de breuk maakt met de besparingen, de EU en het kapitalisme dat zich maar kan bestendigen door uitbuiting en onderdrukking!