Soedan: revolutie en contrarevolutie terug in de straten nadat generaals de macht grijpen

“Miljoenen arbeiders, jongeren, vrouwen en onderdrukten verlangen naar een Soedan dat vrij is van geweld en armoede, terwijl de generaals en krijgsheren die het land regeren en plunderen slechts wachten op hun moment om krachtiger terug te slaan om hun macht en winsten te verdedigen.” Dat schreven we in juni 2021 op deze site. 

Door Serge Jordan

Maandagochtend kwam het conflict dat al maanden broeit tussen de militaire en de civiele fracties van het Soedanese orgaan voor machtsdeling, de ‘Soevereine Raad’, tot een hoogtepunt. De legerleiding pleegde een staatsgreep, riep de noodtoestand uit, ontbond de Raad en arresteerde premier Abdalla Hamdok en zijn kabinet, samen met verschillende regeringsgezinde partijleiders. De internationale luchthaven van Khartoum en de hoofdkantoren van de staatsomroep voor radio en televisie werden door militairen afgegrendeld, terwijl het  internet en de mobiele telefonie werden afgesloten.

Achter de civiel-militaire breuklijnen gaat een dieper conflict schuil tussen de revolutionaire aspiraties van miljoenen Soedanezen en de contrarevolutie, die het scherpst wordt verwoord door de generaals. De diepe crisis die de Soedanese economie treft en de wijdverspreide polarisatie als gevolg van het uitblijven van veranderingen na de revolutie van 2018-2019, hadden de precaire samenwerking tussen de civiele leiders en de generaals onder toenemende druk gezet. Een reeks volksmobilisaties in de afgelopen maanden veranderde die scheidingslijn in een open breuk. Het burgerblok (bekend als de “Forces for Freedom and Change” of FFC) werd ook verscheurd, waarbij een groep partijen en gewapende bewegingen die eerder tegen het regime van ex-dictator Omar al Bashir in Darfoer hadden gestreden, de kant van de militairen kozen.

Bovendien was het oorspronkelijk de bedoeling dat de militaire leiding van de Soevereine Raad van het land in november zou worden overgedragen aan een burgerlijke leiding. Coupleider generaal Abdel Fattah Al-Burhan en zijn militaire trawanten zagen een dergelijke stap als een potentiële bedreiging voor hun macht en prestige, die de honger van de massa’s had kunnen wekken om de militairen te verdrijven en gerechtigheid te eisen, met name voor het bloedbad van 3 juni 2019, toen de toenmalige Militaire Raad honderden revolutionaire betogers afslachtte in Khartoem. Kortom, het is de vrees voor een nieuwe sociale explosie en de vastberaden weigering om af te zien van zijn macht die de leidraad vormt voor de manoeuvres van het leger om de volledige controle terug te nemen.

In een eerder artikel, gepubliceerd in juni, merkte ISA op: “Miljoenen arbeiders, jongeren, vrouwen en onderdrukten verlangen naar een Soedan dat vrij is van geweld en armoede, terwijl de generaals en krijgsheren die het land regeren en plunderen slechts wachten op hun moment om krachtiger terug te slaan om hun macht en winsten te verdedigen.” Dit moment is gekomen nadat het lang in de maak waS.

De massa’s verzetten zich

Bij het krieken van de dag, zodra het nieuws van de staatsgreep bekend werd, stroomde het verzet de straat op. Vaak onder leiding van lokale “verzetscomités” braken in de hoofdstad Khartoem, in Omdurman en in vele andere steden protesten uit tegen de staatsgreep. Jongeren begonnen wegversperringen en barricades op te werpen en verbrandden autobanden in hun buurten. De belangrijkste slogan die op straat wordt geroepen is “Teruggaan is niet mogelijk!”, aldus Satti, een ISA-aanhanger die deelnam aan de betogingen in Khartoem.

De afgelopen maanden is het Soedanese volk steeds meer de straat opgegaan om zijn revolutie te verdedigen tegen de voelbare dreiging van een staatsgreep. In de weken daarvoor had Al-Burhan – ooit een trouwe en bloedige handlanger van al-Bashir – openlijk opgeroepen tot de ontmanteling van het civiele kabinet. De dreiging werd concreter na een eerste, mislukte staatsgreep op 21 september, uitgevoerd door een groep met heimwee naar het oude regime. Als reactie daarop werd betoogd in verschillende delen van het land, waaronder El Gezira, Noord-Kordofan, de staat Rode Zee en El Gedaref. Half oktober werd voor het presidentieel paleis in Khartoem ook een pro-militaire sit-in gehouden, waarbij erop werd aangedrongen dat het leger de macht zou overnemen.

Op 21 oktober barstte de revolutionaire energie van de massa’s, aangewakkerd door een reeks provocaties, los en betoogden honderdduizenden mensen in het hele land voor een burgerbestuur. Dit was één van de grootste uitingen van verzet tegen het leger sinds de val van al-Bashir. Die dag werd ook de verjaardag gevierd van de revolutionaire opstand en algemene staking die in 1964 het militaire bewind versloeg van generaal Ibrahim Abboud, die kort na de onafhankelijkheid van Soedan in 1956 met geweld aan de macht was gekomen.

Sinds de onafhankelijkheid heeft Soedan drie aanhoudende periodes van militaire dictatuur gekend, die telkens abrupt werden onderbroken door een precaire en kortstondige periode van zogenaamde “democratische overgang.” Deze democratische tussenperiodes tussen regimes van regelrechte tirannie werden zelf geteisterd door repressieve opflakkeringen van de staatsmacht en ernstige inperking van de democratische rechten.

Deze nieuwe staatsgreep herinnert ons er opnieuw op wrede wijze aan wat de geschiedenis van het land al herhaaldelijk heeft aangetoond, namelijk dat er geen sprake kan zijn van de opbouw van een “democratie” zonder een grondige omverwerping van een economische orde die gebaseerd is op de superuitbuiting en verarming van miljoenen mensen. Het kapitalisme – dat in Soedan diep verweven is met de controle van grote sectoren van de economie door het leger en door de beruchte milities van de “Rapid Support Forces” (RFS) – kan eenvoudigweg geen kader bieden voor het veiligstellen van democratische rechten, laat staan van een waardig bestaan voor iedereen.

Nu de Covid-19 pandemie het mondiale kapitalisme in een nieuwe crisisfase heeft gebracht, kraakt het democratische vernisje van het systeem aan alle kanten. Dit komt het duidelijkst tot uiting in de heropleving van militaire overnames en autoritaire machtsgrepen op het Afrikaanse continent in het afgelopen jaar, waaronder twee in Mali, één in Tsjaad, één in Tunesië en een mislukte staatsgreep in Niger afgelopen maart.

Oppositie

Maandag riepen leiders van verschillende politieke partijen het Soedanese volk op de straat op te gaan om zich te verzetten tegen de militaire staatsgreep. Dat is allemaal goed en wel, en veel betogers hebben de woorden van deze leiders niet afgewacht om dat te doen. Er heerst een gezond wantrouwen jegens leiders die het bloed van de martelaren hadden verkocht door de revolutionaire strijd te ondermijnen door de doodlopende weg van samenwerking met de moorddadige militaire junta te bewandelen. Premier Hamdok, die nu onder huisarrest staat, had het vorige maand over de “overblijfselen van het vroegere regime die de civiele democratische overgang trachten te dwarsbomen.” Bijna twee jaar lang heeft hij echter zelf een regering geleid die wanhopig probeerde een compromis te sluiten met deze ‘overblijfselen’.

De massabeweging tegen de staatsgreep moet de onmiddellijke vrijlating eisen van alle civiele leiders en ministers – en van de honderden betogers die sinds maandagochtend al zijn gearresteerd. Maar de schade die is geërfd van de kortzichtige strategie van deze politici, die weigerden hun vertrouwen te stellen in de revolutionaire strijd en in plaats daarvan politieke akkoorden zochten met de oude heersende klasse, moet worden erkend voor wat zij zijn.

De aanhangers van het FFC zagen de overeenkomst over machtsdeling met de legertoppen als een manier om een einde te maken aan de tegenstelling tussen revolutionaire betogers en de staatsmachine. Ze probeerden lang de massabeweging onder controle te houden, maar nu domineert hun gevoel voor politiek zelfbehoud opnieuw.

Objectief gezien heeft hun economisch beleid ook de kapitalistische heersende elites en de imperialistische instellingen in de kaart gespeeld. Zo hebben zij onder meer steun verleend aan strenge besparingen, zoals de opheffing van subsidies en de verdere uitholling van de overheidsvoorzieningen, waardoor de strop om de nek van de armen en hongerigen nog strakker is geworden. De economische situatie van het grootste deel van de bevolking is sindsdien alleen maar nijpender geworden, met prijzen die de pan uit rijzen en wijdverbreide tekorten aan eerste levensbehoeften zoals medicijnen, tarwe en brandstof. Verwacht wordt dat tegen het einde van dit jaar ongeveer een derde van de bevolking humanitaire hulp nodig zal hebben.

Het aandeel van de civiele leiders en de afgezette ministers in de huidige economische ramp wordt door de generaals op cynische wijze als wapen gebruikt om hun eigen staatsgreep te rechtvaardigen. Het hoofd van de RSF, generaal Mohamed Hamdan Dagalo (“Hemedti”), verklaarde dat ze “de gemiddelde burger hadden verwaarloosd.” Natuurlijk hebben de militaire leiders en krijgsheren zoals Hemedti geen andere oplossing te bieden dan door te gaan met het plunderen van het land en het onderdrukken van de meerderheid voor hun eigen zelfverrijking.

Het burgerblok en de leiders van de FFS hebben echter geen ernstig alternatief. Daarom is het formuleren van een programma dat verder gaat dan de eis voor een “burgerbestuur” – wat sommigen zouden kunnen opvatten als een simpele terugkeer van deze ongekozen burgerlijke politici aan de macht – van vitaal belang om de basis en de aantrekkingskracht van de revolutionaire beweging te verbreden. Uiteindelijk is de belangrijkste scheidslijn niet alleen die tussen burgers en generaals, maar tussen hen die verpletterd worden door kapitalistische uitbuiting en hen die daarvan profiteren – of ze nu een militair uniform dragen of niet.

Alternatief

De hele door het westerse imperialisme gesteunde politieke architectuur die na de val van al-Bashir is opgebouwd, en die gebaseerd is op het aanbrengen van een civiele pleister op de verrotte fundamenten van de oude onderdrukkingsmachinerie en de economische plundering van zijn dictatuur, ligt nu in duigen. Dat geldt ook voor de strategie van de civiele leiders, die hun twee jaar durende pogingen om de revolutie met de contrarevolutie te verzoenen, nu moeten bekopen.

Onmiddellijk na het sluiten van het akkoord over machtsdeling in de zomer van 2019 benadrukte ISA dat als de Soedanese arbeidersklasse en volksmassa’s de macht niet in eigen handen nemen en de oude heersende klasse niet onteigenen, deze laatste de crisis uiteindelijk op haar eigen manier zou oplossen, door de langdurige periode van instabiliteit te doorbreken door “haar toevlucht te nemen tot een staatsgreep, of een ‘nieuwe 3 juni’, mogelijk op grotere schaal.” Dit gevaar is vandaag des te reëler. Op dit moment zet de massale uitbarsting van verzet in de straten van Soedan een relatieve druk op de repressieve ambities van de generaals. Maar er zijn al een aantal betogers doodgeschoten, de coupplegers willen immers nagaan wat de reactie daarop is. Bovendien is het geweld in sommige gebieden, zoals in Darfoer, nooit echt opgehouden: honderden mensen hebben het leven verloren en honderdduizenden zijn ontheemd geraakt in een conflict dat voor een groot deel wordt aangewakkerd door de machthebbers in Khartoem.

Op de taal van het naakte militaire geweld kan alleen worden gereageerd met de taal van massale revolutionaire actie en collectieve zelfverdediging. Er mag geen tijd worden verspild: er moeten meteen volkscomités voor zelfverdediging worden opgezet in heel het land. Deze comités vormen het kloppend hart van de beweging en moeten een plan opzetten om hun doel te bereiken. Ook de lagere rangen van het leger – die voor hun superieuren de vuile klusjes moeten opknappen voor een loon dat hun gezinnen niet kan onderhouden – moeten worden opgeroepen om te breken met de contrarevolutionaire generaals. Ze moeten helpen om alle misdadigers, folteraars, verkrachters en moordenaars binnen de staats- en paramilitaire strijdkrachten te ontwapenen.

Een grootscheepse reactie van de arbeidersbeweging is van essentieel belang, aangezien zij de sleutel in handen heeft om de militaire junta te verslaan. Berichten over stakingen onder artsen, mijnwerkers en de werknemers van de Centrale Bank van Soedan zijn allemaal belangrijke stappen in die richting. De oproepen tot een algemene staking van de Soedanese Beroepsvereniging (Sudanese Professionals’ Association) en de Soedanese Communistische Partij verdienen volledige steun.

Om de krachtigste strijd tegen de staatsgreep op te bouwen, is er binnen de beweging nood aan een programma dat tot het hart van de werkende mensen, arme boeren, vrouwen, werkloze jongeren en onderdrukte gemeenschappen spreekt. Eisen zoals het herstel van alle democratische rechten, de onmiddellijke vrijlating van alle betogers en politieke gevangenen, het beëindigen van de noodtoestand en de arrestatie van de leiders van de coup moeten worden opgenomen in een radicaal programma voor sociale revolutie: een programma dat een einde maakt aan het leven van ellende, werkloosheid en onzekerheid dat aan zoveel Soedanezen is opgelegd.

De grondstoffen van het land, die gemonopoliseerd worden door een kliek van corrupte en gewelddadige handlangers, moeten in handen van de overheid komen om gecontroleerd en gepland te worden in het belang van de meerderheid van de bevolking. Daartoe zou de beweging kunnen ijveren voor de nationalisatie en democratische controle door de arbeiders van de investeringsmaatschappijen, goudmijnen en andere bezittingen van de militairen en de RSF; voor een onvoorwaardelijk verzet tegen de door het IMF geïnspireerde besparingen en voor een volledige kwijtschelding van de schuld; voor de onteigening van grootgrondbezitters en een grondige landhervorming ten gunste van de arme boeren; maatregelen voor prijscontrole en distributie van voedsel en andere levensnoodzakelijke goederen door volkscomités aan de basis; voor het schrappen van de gigantische militaire en veiligheidsbegrotingen en voor massale overheidsinvesteringen in de opbouw van infrastructuur, gezondheidszorg en onderwijs; voor gelijke rechten voor alle volkeren, met inbegrip van het recht op zelfbeschikking voor alle onderdrukte en gemarginaliseerde gemeenschappen in Darfoer, Zuid-Kordofan en het Nubagebergte.

Aangezien de officiële civiele leiders hun onbekwaamheid en onwil hebben getoond om te breken met de kapitalistische ‘modus operandi’, moeten de arbeiders, de arme massa’s en de revolutionaire jongeren hun eigen, onafhankelijke politieke organisatie opzetten om een dergelijk programma uit te voeren. Ze zullen daarbij de volledige steun en solidariteit nodig hebben van de internationale arbeiders- en vakbeweging, die een belangrijke rol te spelen heeft in het verdedigen en ondersteunen van het heldhaftige verzet van het Soedanese volk tegen de zich ontvouwende militaire staatsgreep.

Weg met het coupregime! Er is geen weg terug: op naar een vrij, socialistisch en democratisch Soedan!

Delen:
Printen:
Voorpagina van De Linkse Socialist