Racisme, seksisme en transfobie op de Olympische Spelen

Door Shane Riggins

De Olympische Zomerspelen van Tokyo in 2021 begonnen onder extreme druk van het stijgende aantal COVID-19 gevallen in Japan en een beperkt protest van arbeiders wereldwijd tegen het begin van de Olympische Spelen.

Voor het grootste deel van de arbeidersklasse zijn de Olympische Spelen een opwindend en inspirerend evenement. We juichen onze nationale kampioenen toe, vieren hun talent en prestaties terwijl we ons koesteren in de gloed van de internationale competitie. Maar de Olympische Spelen zijn ook een miljarden kostend prestigeproject van de rijke heersende klasse om nationale belangen op te vijzelen en tegelijkertijd racistische, seksistische en transfobe tactieken toe te passen – vitale instrumenten in het kapitalistische arsenaal om de macht en de winst te behouden. En dit jaar in het bijzonder, met een erbarmelijk tekort aan COVID-19 vaccinaties wereldwijd en de angstaanjagende Delta variant die zich verspreidt, zijn de spelen doorgegaan zonder toeschouwers en vanaf de eerste dag verwikkeld in schandalen.

Alleen al in de afgelopen maanden werd CeCe Telfer, een hardloopster en trans vrouw uitgesloten van deelname aan een vrouwenevenement; Sha’Carri Richardson werd geschorst op grond van cannabisgebruik; speciaal voor zwarte vrouwen gemaakte badmutsen met haarvlechten werden niet toegestaan; en drie Engelse voetballers kregen te maken met een stortvloed van racistisch geweld na een verlies tijdens de Euro 2020 beker. Deze gevallen tonen aan dat, ondanks de ‘woke’ signalen van een deel van de heersende klasse, zij over het algemeen nog steeds vasthoudt aan het in stand houden van op ras en geslacht gebaseerde scheidslijnen in de samenleving. Het is belangrijk dat de arme en werkende mensen deze aanvallen niet zomaar laten passeren.

De Olympische geschiedenis van heersende klassenpropaganda

Sinds het begin van de moderne Olympische Spelen in 1896 zijn de spelen voor de heersende klasse van elk land een manier geweest om uiting te geven aan haar suprematie over andere naties. Tijdens de Spelen van 1936 in Duitsland gebruikten de Nazi’s de spelen om met de ene hand openlijke discriminatie te verbergen (winkels verwijderden borden die Joden tijdens de spelen verboden) terwijl ze met de andere hand hun Arische racistische ideologie naar voren brachten. Deze propaganda kreeg een flinke klap toen 14 van de 18 zwarte Amerikanen medailles wonnen in Berlijn, met als bekendste Jesse Owens en zijn vier gouden medailles die nieuwe wereldrecords vestigden.

Tijdens de Koude Oorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie was de strijd om gouden medailles een ander front van het conflict dat ook de ruimtewedloop en proxy-oorlogen omvatte. Aan het eind van de jaren zeventig, toen de naoorlogse hoogconjunctuur tot stilstand kwam, begon het neoliberale beleid op de Spelen te worden toegepast.

Er ontstond een trend waarbij landen sneden in hun sociale uitgaven en miljarden dollars aan overheidsgeld gebruikten om de spelen te betalen. Deze besparingen, in combinatie met een toename van de staatsschuld voor Olympische voorzieningen, maken de tegenstrijdige prioriteiten van het kapitalisme duidelijk. Sociale uitgaven, arbeidsomstandigheden en uitkeringen stagneren of worden verlaagd, maar multinationale ondernemingen krijgen miljardencontracten om de Olympische Spelen te bouwen en van alles te voorzien – waardoor overheidsgeld verder in particuliere winsten wordt gesluisd. Nog verontrustender is dat er vaak enorme stadions en faciliteiten worden gebouwd die alleen voor de Spelen worden gebruikt en nooit meer worden hergebruikt. Athene en Sochi in het bijzonder zijn verpest door deze faciliteiten. En dat terwijl de heersende klasse de fictie in stand houdt dat niet in de basisbehoeften van de arbeidersklasse kan worden voorzien.

In de aanloop naar de Olympische Spelen werden bij de bouw van deze voorzieningen arme buurten met de grond gelijk gemaakt en werd vaak hardhandig gereageerd op protest. China in 2008 en de Winterspelen in Rusland in 2014 gingen gepaard met arrestaties en zelfs het martelen van gevangenen. In de zeven jaar voorafgaand aan de Braziliaanse zomerspelen van 2016 vermoordde de politie alleen al in Rio 2.500 mensen.

Het is niet verwonderlijk dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) bestaat uit miljardairs, zakenmensen en royalty’s in letterlijke zin. Het proces van verkiezing en selectie van gaststeden is uiterst ondemocratisch en doorspekt met omkoping en speciale behandeling. Dit orgaan toestaan het beleid voor de internationale sport te dicteren, gaat in tegen de belangen van de meerderheid van de bevolking.

De Olympische Spelen en transfobie

Het transfobe beleid dat tijdens de Olympische Spelen van dit jaar aan het licht kwam, is niet in een vacuüm ontstaan, maar bestaat al jaren in de spelregels.

Deze repressieve en bekrompen regels om te verhinderen dat trans personen aan de Olympische Spelen deelnemen, zijn gebaseerd op slechte wetenschap. Ze zoeken naar redenen om trans personen te diskwalificeren door zich te baseren op een lange geschiedenis van geslachtscontrole waarbij trans personen en genderonaangepaste personen onder de loep worden genomen. Onlangs werd bij Caster Semenya, een Zuid-Afrikaanse hardloopster, na invasieve tests vastgesteld dat zij intersekse was. Zij mag niet deelnemen aan de Olympische kwalificatiewedstrijden tenzij zij medicijnen neemt om haar van nature hoge testosteronniveau te verlagen.

Dit maakt deel uit van dezelfde ideologie die zich nu uitdrukt in de golven van wetgeving die trans jongeren aanvallen, met name de beperkingen op de toegang tot gezondheidszorg en soortgelijke beperkingen op de toegang tot sport. Deze hatelijke ideologie wordt verspreid door een deel van de heersende klasse die zich baseert op grove discriminatie die vervolgens door de politie wordt gehandhaafd. Het extreme geweld en het hoge aantal moorden op trans personen tonen aan dat de strijd niet beperkt mag blijven tot het houden van een Pride-maand. De houding van werkende mensen ten opzichte van transrechten is de laatste decennia met sprongen vooruitgegaan. Er is echter nog veel werk aan de winkel, een deel van de samenleving is immers beïnvloed door ouderwetse opvattingen over gender en seksualiteit.

We hebben een echte massabeweging nodig om zinvolle bescherming voor trans personen af te dwingen. Deze beweging zou kunnen strijden voor trans-inclusieve gezondheidszorg en forse investeringen in degelijke en betaalbare huisvesting. Meer middelen voor zorg en huisvesting komen trans personen ten goede, maar ook grote delen van de werkende klasse in het algemeen. Door samen rond dergelijke eisen te strijden, kunnen vooroordelen onder gewone mensen overwonnen worden.

Racisme op de Olympische Spelen

Net zoals de Olympische Spelen transfobie hebben blootgelegd, schijnen zij ook een licht op het racisme in de kapitalistische samenleving. Rond de eeuwwisseling van de 20e eeuw was de heersende ideologie dat zwarte mensen gewoon niet konden concurreren op het niveau van blanke mensen, dit werd gebruikt om de segregatie van de Amerikaanse strijdkrachten te rechtvaardigen. Dit beeld is veranderd en naarmate de decennia vorderden, ontwikkelde zich een vorm van eugenetica die suggereert dat zwarte mensen lichamelijk bevoordeeld zijn als het op sport aankomt. Een manifestatie van deze afschuwelijk achterlijke ‘wetenschap’ beweert dat zwarte mensen minder pijn ervaren en daarom minder medelijden waard zijn. Dit leidt tot een hyperuitbuiting van zwarte atleten, en zwarte vrouwelijke atleten in het bijzonder, zoals we hebben gezien met elementen van racistisch beleid op de Olympische Spelen van dit jaar, zoals het verbieden van badmutsen gemaakt voor de vlechten van zwarte vrouwen, Sha’Carri Richardson’s schorsing voor het positief testen op marihuana, en het verontrustende gebrek aan empathie voor Simone Biles moedige beslissing om niet te concurreren toen ze zich ongeschikt voelde om dat te doen. Dit alles komt neer op een extreme uitbuiting van zwarte atleten in het bijzonder, die het recht worden ontzegd om beslissingen te nemen over hun eigen lichaam en welzijn.

Solidariteit op de Olympische Spelen van Japan 2021

Hoewel de Olympische Spelen van dit jaar de voortdurende plaag van racisme, seksisme en transfobie in onze samenleving aantoonden, hebben ze ook het enorme niveau van solidariteit laten zien waartoe gewone mensen in staat zijn. We hebben dit gezien in de steun voor Simone Biles, Sha’Carri Richardson, Naomi Osaka, CeCe Telfer, en anderen.

We zagen het ook in de steun voor de verschillende vrouwenteams van gymnastiek en beachvolleybal die weigerden de al te seksueel getinte kledij te dragen die door de IOC-normen werd voorgeschreven. Als reactie op de boetes die het Noorse beachhandbalteam bij een andere wedstrijd opgelegd kreeg, heeft popartiest Pink publiekelijk aangeboden hun boete te betalen. Meer homoseksuele atleten hebben medailles verdiend. We zagen ook Quinn en Laurel Hubbard, de eerste openlijk transgender atleten die aan de Spelen deelnamen.

De Olympische Spelen zijn in veel opzichten een microkosmos van de verhoudingen in de wereld. We zien er inter-imperialistische rivaliteit, hypernationalisme, uitbuiting en voortdurende onderdrukking. Atletiek, vaardigheid en lichamelijkheid van de mens moeten worden gevierd en de Olympische Spelen geven ons een blik op de ongelooflijke talenten van atleten over de hele wereld. Maar op basis van internationale competitie en uitbuiting zullen de spelen altijd die realiteit weerspiegelen. De Olympische Spelen hebben een zeer verontrustende en uitbuitende onderbuik en alleen op basis van internationale solidariteit kan het inspirerende potentieel van wereldmanifestaties als deze worden ontsloten. Net als in de rest van de samenleving moeten we een einde maken aan de woekerpraktijken en de brute uitbuiting die met deze spelen gepaard gaan en moeten we strijden voor een wereld die gebaseerd is op internationale solidariteit en echte democratie voor de arbeidersklasse.

Delen: Printen: