Covid op het werk: bazen komen gezondheidsmaatregelen niet na

Eén op de twee werkgevers houdt zich niet aan de door de federale overheid opgelegde gezondheidsmaatregelen rond Covid-19! Deze bevinding, vastgesteld door de Arbeidsinspectie tussen 23 maart en 30 september, is verpletterend. Er werden 8.170 overtredingen vastgesteld bij 17.633 gecontroleerde bedrijven. Met andere woorden: de bazen geven niet om de gezondheid van hun personeel.

Artikel door Guy Van Sinoy uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Als het gaat om het vragen van vrijstellingen van sociale zekerheidsbijdragen vanwege Covid zijn de bazen er als de kippen bij. Voor het nemen van maatregelen voor de gezondheid van het personeel is dat een ander verhaal. Van de 8.170 vastgestelde overtredingen (meestal niet-naleving van de afstandsregels) werden slechts 4.109 waarschuwingen en 31 boetes voor overtredingen uitgeschreven door de inspectiedienst, terwijl 92 bedrijven hun deuren moesten sluiten.

Vechten zodat ons leven niet op het spel gezet wordt

Het relatief lage aantal sancties dat door de inspectie wordt opgelegd en vooral het beperkte aantal arbeidsinspecteurs (129 voor heel België!) toont aan dat de strijd voor veiligheid op het werk uit een andere hoek moet komen. Er is maar één oplossing om de criminele nalatigheid van werkgevers tegen te gaan: directe actie door de werknemers zelf op de werkplek.

De personeelsafgevaardigden in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) zijn het best geplaatst om de strijd tegen Covid op de werkvloer te voeren. De wet geeft hen het recht op de nodige tijd en faciliteiten om overal in het bedrijf waar de situatie kritiek is, in te grijpen. Deze interventies zijn effectiever als ze gepaard gaan met directe mobilisatie van collega’s in onveilige werksituaties. Een werkonderbreking, ook al is die beperkt in de tijd, is minstens 10 keer effectiever dan een dozijn waarschuwingen van de inspectie.

Dienstencheques: personeel in de frontlinie

Om de ernst van de situatie duidelijk te maken, publiceerde de Algemene Centrale (ABVV) op haar Franstalige website enkele getuigenissen van vrouwen die in de dienstenchequesector werken.

Rosalia: “Inzake bescherming kreeg ik in mei twee mondmaskers en een flesje ontsmettingsmiddel. Deze week nam ik een dag vrij om niet te moeten gaan werken bij een gezin met vier kinderen en ouders die telewerken. Hoe kan ik daar vier uur schoonmaken?”

Valérie: “De klant stuurde me een half uur op voorhand een berichtje dat ze haar tweejarige zoon van de crèche moest ophalen omdat hij koorts had. Ik moest echter nog steeds gaan werken. Ik belde het kantoor om te horen wat zij ervan dachten: ‘Als je bang bent, schrijf ons dan een briefje en je krijgt een dag gerechtvaardigde afwezigheid die niet betaald is’. Bijgevolg ga ik toch werken in een huis met een tweejarige die koorts heeft en uiteraard niet weet wat fysieke afstand is…”

Héloise: “Ik heb een 83-jarige klant die haar verjaardag vierde: 14 mensen uitgenodigd op 40m²…”

Lola: “In maart en oktober, toen de scholen werden gesloten, werden de leerkrachten nog steeds doorbetaald.  Ik zie niet in waarom dit niet zou kunnen voor huishoudhulpen die overigens nauwelijks een fatsoenlijk loon hebben (11 euro bruto per uur). De werkloosheidsuitkering bij overmacht door corona is onvoldoende: 70% van 11 euro per uur, min RSZ en bedrijfsvoorheffing. Het laat je toe om de huur te betalen of om te eten, maar niet om beiden te doen.”

Delen: Printen: