Brazilië. P-Sol bereidt zich voor op de verkiezingen van oktober

In de opiniepeilingen staat de Braziliaanse linkse presidentskandidate Heloísa Helena op 10%. Helena maakt deel uit van de Partij voor Socialisme en Vrijheid (P-Sol), een partij links van de PT van president Lula. Recent hield de P-Sol een nationale conferentie. We brengen daar verslag van uit.

Marcus Kollbruner, Brazilië

De Partido Socialismo e Liberdade (PSOL), de nieuwe linkse Braziliaanse formatie bevindt zich op een belangrijk punt. Zal het ontwikkelen tot een partij die gebaseerd is op een laag van activisten onder de arbeiders en de onderdrukten, die betrokken is in campagnes tegen de neoliberale aanvallen en die opkomt voor een socialistisch alternatief? Of zal het zich beperken tot het voeren van verkiezingscampagnes om meer zetels te kunnen verdelen?

De conferentie van de P-Sol in de hoofdstad Brasilia van 26 tot 28 mei was eerst van een congres omgevormd in een conferentie. Dat had ook een effect op de bijeenkomst: de agenda werd beperkt tot discussies over electorale thema’s, er werd geen leiding verkozen, er was geen discussie over statuten of programma, het afgevaardigden werd beperkt tot één per 30 leden in plaats van één per 10 leden. Hierdoor was het voor heel wat afdelingen moeilijk om afgevaardigden te verkiezen. Er werden daarom regionale bijeenkomsten georganiseerd om afgevaardigden van verschillende groepen te verkiezen.

Er waren 154 afgevaardigden en zo’n 250-300 aanwezigen. Dat was heel wat minder dan op de eerste nationale meeting waarop de partij werd opgericht in 2004. Toen waren er 900 aanwezigen. Op de tweede nationale meeting op het Wereld Sociaal Forum vorig jaar waren er 1.800 aanwezigen.

Van de 154 afgevaardigden waren er 141 tot 146 van de zes grootste stromingen binnen de partij: APS, Enlace en ALS (de meest ‘gematigde’ vleugel) hadden samen 44 afgevaardigden; het blok dat de nationale leiding controleert (CST, MES en Poder Popular) hadden 80-85 afgevaardigden en de CSOL had er 17.

In feite kwamen er op de conferentie zowat enkel vooraf afgesproken standpunten van de nationale leiding. Er waren heel weinig amendementen. Socialismo Revolucionário (onze Braziliaanse zusterorganisatie) stelde de meeste amendementen voor op het politieke document over de verkiezingscampagne.

Alhoewel het geen congres was, vormde dit een eerste bijeenkomst met verkozen afgevaardigden van de basis en zou het een weerspiegeling moeten gevormd hebben van hoe de discussie aan de basis plaats vindt. Het had ook een evaluatie moeten maken van de situatie. Maar in feite werd het huidige karakter van de P-Sol enkel bevestigd: het is een front van verschillende stromingen waar alles wordt bepaald door akkoorden tussen de leidingen van de verschillende grote stromingen. Er waren verschillende oproepen tot ‘eenheid’, maar een conferentie zou een plaats moeten bieden voor politieke discussie, waarbij eenheid opgebouwd wordt op basis van democratisch debat. Zoniet kunnen we eindigen als een nieuwe PT (de partij van president Lula).

Het enige belangrijke discussiepunt was of er een electorale alliantie komt met de PSTU (een andere radicaal-linkse partij) en de PCB (de restant van wat ooit een grote communistische partij was). De meer ‘gematigde’ stromingen waren tegen. Er waren echter 110 stemmen voor, tegenover 44 tegen. Een nog niet opgelost punt daarbij is de vraag van de PSTU om met de P-Sol geen senaatskandidaten naar voor te brengen in de deelstaten São Paulo, Rio de Janeiro en Rio Grande do Sul. Dat zou een alliantie onmogelijk maken en het moet zeker nog opgelost worden.

De documenten die door de conferentie werden goedgekeurd, waren weinig verrassend. Het voorgestelde electorale programma heeft een beperkter socialistisch profiel dan het partijprogramma, maar toch zal de P-Sol nog steeds gezien worden als een links en radicaal alternatief op de andere partijen.

Er was een meeting op de conferentie met Heloísa Helena en César Benjamin (die werden verkozen als voorlopige kandidaten voor de presidentsverkiezingen en de verkiezingen voor vice-president). César legde vooral nadruk op het feit dat Brazilië een “natie voor zich” moet worden als antwoord op het standpunt van de “arbeidersklasse voor zich”. Hij maakte wel kort melding van de noodzaak van socialisme: “Het is noodzakelijk om de natie te herstichten, maar dat is niet mogelijk met een afhankelijk kapitalisme. Het moet gebaseerd zijn op socialisme.”

De verkiezing van César heeft geleid tot een crisis in de deelstaat Paraná omdat César daar het economisch programma had opgesteld van Roberto Requião, een leider van de PMDB (een burgerlijke partij met een nationalistische kijk op ‘ontwikkeling’). Na de conferentie kondigden 20 leden van de P-Sol aan dat ze de partij verlaten uit protest tegen César. Op de regionale bijeenkomst in de deelstaat Paraná waren er 39 tegenstemmen tegen César als vice-presidentskandidaat, tegenover slechts 11 voorstemmen. Op de conferentie was er echter geen discussie over deze kwestie aangezien er geen enkel ander voorstel was.

Socialismo Revolucionário (SR) had een aantal amendementen naar voor gebracht op de conferentie. Terwijl we erkennen dat de verkiezingen een belangrijk moment vormen op politiek vlak, was ons amendement in de sessie over ‘strategische doelstellingen’ erop gericht om de klemtoon van een electoralistische benadering te verleggen naar een standpunt waarbij verkiezingen gebruikt worden binnen het kader van een strategie om de partij op te bouwen. Het amendement van SR werd door een meerderheid gesteund. We hadden ook een amendement over ‘electorale doelstellingen’, waarbij we ook ingaan op de opbouw van afdelingen van P-Sol. Dat amendement werd unaniem aanvaard.

Op het actuele thema van corruptie, wou SR de resolutie sterker stellen door een toevoeging te maken: “We moeten duidelijk maken dat corruptie een integraal onderdeel is van het economisch systeem. Daarom moet de strijd tegen corruptie ook een strijd zijn tegen het neoliberaal beleid van privatiseringen, publiek-private samenwerking,…” Ook dit amendement werd goedgekeurd.

Een andere discussie ging over de aard van het systeem. De originele resolutie kwam op voor: “echte soevereiniteit en nationale onafhankelijkheid, en het breken met het financiekapitaal.” SR wou dat veranderen in de noodzaak van een socialistisch alternatief op het systeem om te vermijden dat het programma zodanig verwaterd wordt dat er verwarring gezaaid wordt met termen zoals ‘nationale ontwikkeling’. De originele tekst kwam bijvoorbeeld op voor “het bevriezen van de interestbetaling op buitenlandse schulden.” Wij stelden voor om dit te veranderen als volgt: “Het bevriezen van interestbetaling op interne schulden stelt de noodzaak van de nationalisatie van de banken en financiële instellingen en neemt de controle uit de handen van het kapitaal.”

De originele resolutie stelde ook: “De strategische gebieden moeten onder de controle van Braziliaanse bevolking geplaatst worden: olie, telecommunicatie, energie, staalindustrie.” Wij stelde voor om dat te veranderen in “onder de controle en de eigendom van de Braziliaanse bevolking” met een nieuw stuk: “We verdedigen de hernationalisatie van geprivatiseerde bedrijven onder democratische controle en beheer van de arbeiders met een productie die gericht is op het vervullen van de behoeften van de arbeiders en niet voor de winsten of de markt.” Deze voorstellen werden in één blok ter stemming voorgelegd met slechts één stem voor, onze afgevaardigde! De positie van de APS en Enlace werd op een meeting in São Paulo samengevat door João Machado: “We willen geen programma dat opkomt voor een directe breuk met het systeem.”

De stroming CSOL had voorheen kritiek geuit op de formulering “bevriezen van de intrestbetaling” en Babá, een parlementslid en lid van CST, spreekt zich steeds uit tegen de volledige schuldenberg. Babá sprak op de conferentie over de hernationalisatie onder arbeiderscontrole, maar de CST op zich stelde enkel de nationalisatie voor van het grote mijnbedrijf CVRD en van Petrobas. Dat werd unaniem aangenomen, samen met andere voorstellen om de Boliviaanse nationalisaties van gas en olie te steunen en op te komen voor de onmiddellijke terugtrekking van de Braziliaanse troepen uit Haïti.

SR stelde een resolutie voor om op te leggen dat alle verkozenen van de partij zouden leven aan een arbeidersloon waarbij alle kandidaten hetzelfde loon blijven krijgen als voor ze werden verkozen. Dit wordt nu reeds toegepast door Babá en door Luciana Genro van de MES. Het presidium van de conferentie voorzag geen discussie hierover omdat het volgens hen een ‘statutaire kwestie’ was. Maar er werd wel onmiddellijk een voorstel aangenomen (dat door ons gesteund werd) dat alle publieke vertegenwoordigers van de partij een bepaald bedrag moeten betalen aan de verkiezingscampagne (15.000 reales voor parlementsleden, 7.500 voor lokale parlementsleden en 4.000 voor gemeenteraadsleden).

Het eerste congres van P-Sol volgt in juli volgend jaar.

Delen: Printen: