Hoe strijden tegen multinationals in het tijdperk van globalisering?

Noch lastenverlaging, noch politieke lobby, noch de wet-Decroly heeft Ford tot welke toegeving ook aangespoord. Politici, academici en vakbondsbureaucraten zullen daaruit besluiten dat ze machteloos staan tegenover de willekeur van de multinationals. Op die manier ontlopen ze hun verantwoordelijkheid en hoeven ze zelf niets ernstigs te ondernemen. LSP zal de laatste zijn om de macht van die multinationals te ontkennen. Geen enkele macht is echter ongenaakbaar, zeker niet als de arbeidersklasse verenigd is.

Eric Byl

Dat laatste werd op kleine schaal geïllustreerd bij Ford. Hoewel de Ford-arbeiders behalve wat morele steun en een betoging annex concert in Genk er vooral alleen voor stonden, slaagden ze erin om de Ford-directie tot toegevingen te dwingen. Beeld je maar eens in wat mogelijk was geweest indien de vakbondsapparaten ook werkelijk gemobiliseerd hadden in andere bedrijven en solidariteitsstakingen hadden georganiseerd. Een regionale staking in Limburg of een solidariteitsstaking in het Gentse Volvo (deel van de Ford-groep) en andere assemblagebedrijven hadden een krachtsverhouding kunnen opbouwen. Niet alleen tegen Ford, maar ook en vooral tegenover de regering. Op die manier had die gedwongen kunnen worden om kordater op te treden tegen de Ford-directie, met de mogelijke dreiging beslag te leggen op de Ford-tegoeden en het bedrijf in eigen beheer herop te starten.

Een dergelijke houding zou de Belgische regering noch door de buitenlandse overheden, noch door het patronaat in binnen- en buitenland in dank worden afgenomen. Het zou echter op een enorme solidariteit vanwege de arbeiders op internationale schaal kunnen rekenen. Laat ons niet vergeten dat iedere job die verdwijnt de gemeenschap zowat 25.000 euro kost aan sociale zekerheidsbijdragen, belastingen en werkloosheidsuitkeringen. De afdanking van 3.000 Ford-arbeiders kost met inbegrip van direct banenverlies bij de onderaannemers het eerste jaar na de afdankingen zowat 100 miljoen euro aan de gemeenschap. Een studie van de Nationale Bank vestigt er bovendien de aandacht op dat 75% van de verloren banen nooit wordt gecompenseerd.

Kortom: binnen het kapitalisme kunnen de arbeiders niet anders dan te vechten voor iedere job. Productiviteitsverhoging betekent binnen dit systeem niet minder werk en meer vrije tijd voor iedereen, maar integendeel: meer werkloosheid, meer armoede en meer sociale drama’s. Daaraan zal geen enkele wet iets kunnen veranderen.

In een socialistisch systeem zou productiviteitsstijging de werkdruk voor iedereen verlichten. Overproductie zou er weggewerkt worden door geleidelijke diversificatie en omschakeling naar maatschappelijk nuttige productie. Multinationals kunnen wel degelijk bestreden worden, ook in het tijdperk van globalisering. Waar vroeger een compromis nog min of meer mogelijk was op basis van de economische groei-fase, is de mogelijkheid van een derde weg – tussen kapitalisme en socialisme – vandaag zo goed als uitgesloten. Gedeeltelijke, kortstondige overwinningen op de multinationals zijn mogelijk mits het opbouwen van een krachtsverhouding. Een langdurige fase van systematische toegevingen door de multinationals is echter uitgesloten binnen het kapitalisme. Dat vergt een fundamentele breuk ermee en de opbouw van een socialistische maatschappij.

Delen: Printen: