Enkele antwoorden op patronale leugens

In onze oktobereditie reageerden we op enkele patronale leugens over de koopkracht en de staat van de economie. Dit werd op prijs gesteld door onze lezers en dus gaan we nog even door op dit elan. Aan leugens om op te antwoorden, was er de afgelopen weken immers geen gebrek. De werkgevers verdraaien de cijfers en gebruiken leugenachtige argumenten om toch maar extra cadeaus te krijgen en dus winsten te maken. De regering gaat daarin mee, de traditionele media weerleggen het niet. Het is aan de arbeidersbeweging om te antwoorden.

Artikel uit de novembereditie van De Linkse Socialist

‘De index is onhoudbaar omdat het de kost van de inflatie bij de bedrijven legt’

Dat verklaarde Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank, in de Zevende Dag van 9 oktober. MR-politicus Wunsch werd voorgesteld als een schijnbaar ‘neutrale’ waarnemer, maar is dat niet. Wat hij vertelde, is onzin. De bedrijven zijn mee de oorzaak van inflatie en doen zich nu voor als slachtoffer, waarbij ze niet aarzelen om misbruik te maken van vooral kleine bedrijven en zelfstandigen die effectief kopje onder dreigen te gaan door de energieprijzen. 

De oorzaken van de inflatie zitten in het systeem ingebakken. Er zijn natuurlijk de gevolgen van de inter-imperialistische spanningen en de oorlog in Oekraïne, maar ook de klimaatverandering, de pandemie, de schuldencrisis, monopolie- en kartelvorming … spelen een rol. Dit alles is nauw verbonden met de strijd om meer winsten. 

Heel wat bedrijven hebben in de periode na corona hun prijzen sterk verhoogd, zonder dat daar een aantoonbare reden voor was. De Europese Centrale Bank stelde: “Vele ondernemingen zijn erin geslaagd om hun prijzen sterker te verhogen dan de stijging van de lonen en in vele gevallen de stijging van de energiekosten.” Dit mechanisme noemt men “Unileveren”, naar het voorbeeld van de multinational die haar dominante positie gebruikt om prijzen zonder aanleiding te verhogen.

Er is speculatie op de oliemarkten. UGent-energiespecialist Thijs Van de Graaf spreekt over een excessieve “handel in papieren olievaten”: speculanten zoals Goldman Sachs en andere investeringsfirma’s kopen olie -en gasvoorraden op, om ze op een ander moment duurder door te verkopen. Soms kopen ze zelfs gasvoorraden op die nog niet ontgonnen zijn, omdat ze ervan uitgaan dat de prijs die ze er later voor kunnen krijgen nog hoger is. ‘Echte’ olie -en gasverbruikers zitten dus in concurrentie met speculanten die voorraden enkel kopen om ze met hoge winst door te verkopen. Dat is één van de perverse gevolgen van de liberalisering van de energiemarkt.

Ondertussen blijft de winstvoet van bedrijven erg hoog, zeker in België. De bruto winstmarge van niet-financiële ondernemingen bedroeg in het tweede kwartaal 46%. Op een investering van 100 euro haalt een gemiddeld Belgisch bedrijf dus, na aftrek van alle lonen en kosten, een winst van 46 euro! Dat is significant hoger dan in de buurlanden. België blijft internationaal een winstparadijs. Ook de uitkeringen aan aandeelhouders stijgen: in België het voorbije jaar met meer liefst 25,1%! In diezelfde periode stegen de lonen door indexering gemiddeld zo’n 5,9%.

Bovendien is er geen enkele link te vinden tussen de indexering van lonen en de stijging van de inflatie. In Nederland bijvoorbeeld is de inflatie een pak hoger, ondanks het feit dat er daar geen automatische loonindexatie is. Pierre Wunsch liegt dus.

Er is slechts één groep in de maatschappij die steeds rijker wordt tijdens de crisis: de grote bedrijven en de aandeelhouders. Uiteraard is de winstgevendheid van bedrijven slecht verdeeld: vooral kleinere bedrijven en zelfstandigen hebben het moeilijk. Er is echter een select clubje van kapitalisten die wél buitensporige winsten boeken, onder meer door speculatie.

‘Het water staat de bedrijven aan de lippen’

VBO-topman Timmermans formuleerde het zo in De Tijd (2 september): “Het drama voor het publiek debat is dat de cijfers over de huidige winstgevendheid van bedrijven pas volgend jaar beschikbaar zijn.” Ook andere patronale woordvoerders stellen dat de winstgevendheid van de bedrijven onder druk staat. Daarnaast wordt gewezen op de sterke daling van de industriële productie, zonder al te diep in te gaan op de grote rol van de export van coronavaccins daarin. 

Sinds 2000 zijn de lonen in absolute cijfers (dus zonder rekening te houden met inflatie) zowat verdubbeld. In dezelfde periode zijn de bedrijfsresultaten verdrievoudigd. Zo blijkt uit cijfers van de Denktank Minerva. 

VOKA-econoom Bart Van Craeynest merkte in De Tijd van 12 oktober op dat bedrijven een groot deel van de stijgende kosten in de verkoopprijzen doorrekenen, maar dat de rest hun winstmarges bedreigt. “De nieuwste vooruitzichten van het Planbureau geven aan dat de gemiddelde winstmarge in 2023 terugvalt naar het gemiddelde van de voorbije 25 jaar. In 2024 zakt die marge allicht duidelijk onder dat gemiddelde.” 

De afgelopen jaren was er een snelle stijging van de winsten, in sommige sectoren zoals energie ging het om ongeziene recordwinsten. Dat maakt de werkgevers overmoedig. Elke dreiging van een daling van de winstmarges wordt hard bestreden. In ‘Het Kapitaal’ verweest Marx naar een stelling in de Quarterly Review over de inhaligheid van de werkgevers. “Het kapitaal heeft een afschuw van afwezigheid van winst of van zeer kleine winst, zoals de natuur een afschuw heeft van het ledige. Bij een flinke winst wordt het kapitaal moedig. Met de zekerheid van 10% kan men het overal gebruiken; bij 20% wordt het zeer levendig; bij 50% wordt het bepaald roekeloos; bij 100% lapt het de menselijke wetten aan zijn laars; is de winst 300%, dan bestaan er geen misdaden meer die het niet riskeert, zelfs op straffe van de galg.” (zie: https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1867/kapitaal/24.htm) 

Het water staat de werkgevers niet aan de lippen, er dreigt een daling van de winstmarges naar het gemiddelde van de voorbije 25 jaar. Dat aanvaarden de werkgevers niet en daarom willen ze inhakken op de levensstandaard van de werkenden. De kleine bedrijven en zelfstandigen die het effectief moeilijk hebben, moeten geholpen worden met de winsten van de grote bedrijven,  niet de inkomens van de werkenden. Als de werkenden koopkracht verliezen, heeft dat meteen gevolgen voor bestedingen bij lokale zelfstandigen. Wat naar werkenden gaat, verdwijnt immers niet in speculatie of belastingparadijzen.

Het water staat de werkgevers niet aan de lippen, er dreigt een daling van de winstmarges naar het gemiddelde van de voorbije 25 jaar. Dat aanvaarden de werkgevers niet en daarom willen ze inhakken op de levensstandaard van de werkenden.

Delen: Printen:

‘In januari stijgen de lonen met 10%

Voor velen zal het een ontgoocheling zijn, maar in januari stijgen de lonen niet met 10%. Een indexaanpassing is immers geen loonsverhoging, maar een vertraagde en onvolledige aanpassing van de lonen aan de stijgende prijzen. 

Voor slechts 44% van de werkenden gebeurt een automatische indexering meteen na het overschrijden van de spilindex, voor de rest gebeurt een indexatie op vaste tijdstippen: om de drie maanden, halfjaarlijks of zelfs maar één keer per jaar. Voor bedienden uit paritair comité 200, zowat een derde van alle bedienden in ons land, gebeurt de indexatie in januari. 

Dit betekent dat de achterstand van de lonen op de prijsstijgingen tegen dan meer dan 10% bedraagt. Wie in dat geval verkeert, moet de prijsstijgingen dus maandenlang opvangen met een inkomen dat niet aangepast is. Het ACV berekende dat iemand met een mediaanloon dat slechts in januari wordt geïndexeerd de afgelopen twee jaar ongeveer 3400 euro aan koopkracht verloor.

‘We betalen de hoogste belastingen en krijgen daar amper iets voor terug’

“We betalen de hoogste belastingen op arbeid ter wereld en krijgen daar amper iets voor terug.” Dat zei Bart De Wever op VTM Nieuws. Het is natuurlijk de vraag wie onder die ‘we’ valt. Werkenden die voor zowat elke openbare dienstverlening op een wachtlijst terechtkomen, kunnen er zich iets bij voorstellen: veel belastingen betalen en er enkel steeds langere wachtlijsten voor terugkrijgen. Voor de bedrijven ligt dat anders: zij krijgen steeds meer subsidies en cadeaus. 

Enkele cijfers: volgens het Planbureau zullen bedrijven tegen 2027 maar liefst 16,7 miljard euro minder aan de sociale zekerheid betalen dan wat het geval zou zijn zonder de cadeaus die ze kregen. De subsidies aan de bedrijven zijn in België 44 keer zo hoog als in Duitsland. Daar wordt echter niet over gesproken als de N-VA het over de belastingdruk heeft of als de werkgevers het over de concurrentiepositie hebben. Meer nog: er wordt voor de berekening van die beruchte ‘loonhandicap’ bewust geen rekening gehouden met die miljardensubsidies. Met dat soort berekeningen kan je eigenlijk alles aantonen.  

De vele subsidies en lastenverlagingen aan de bedrijven zetten zowel de sociale zekerheid als de overheidsinkomsten onder druk. Een kleiner aandeel van de geproduceerde rijkdom wordt gebruikt als vergoeding voor arbeidskracht, een steeds groter deel gaat naar de beloning van kapitaal. Dit is een miljardentransfer waar de N-VA nooit iets over zegt.

Delen: Printen: