Franstalig onderwijs kent grootste beweging in 25 jaar

Het onderwijs gaat net als alle openbare diensten gebukt onder een chronisch gebrek aan middelen. Alle hervormingen, met in 2015 nog het Excellentiepact langs Franstalige kant, hebben de situatie enkel erger gemaakt. Veel personeelsleden uit het onderwijs begrijpen dat die hervormingen niet gericht waren op het verbeteren van de pedagogische taken van het onderwijs, maar op het verder besparen en uiteindelijk privatiseren van onderwijs.

door een delegee van ACOD Onderwijs

De situatie op de scholen is ernstig. De leerlingen zijn het beu en het personeel is dat ook. Aan de start van het schooljaar hadden alle media aandacht voor het lerarentekort. Dat tekort is zeer reëel en levert grote problemen op zoals de overbelasting van de andere leerkrachten, vele uren zonder les voor de leerlingen … Op 14 september wijdde de RTBF een “onderzoeksrapport” aan dit onderwerp onder de titel “Scholen wanhopig op zoek naar leerkrachten.” (1) Helaas bleef het bij vaststellingen van de crisis zonder in te gaan op de oorzaken ervan. 

Om een zicht te krijgen op de oorzaken van de crisis in het onderwijs had de openbare omroep het woord kunnen geven aan de duizenden personeelsleden van het Franstalig onderwijs die de afgelopen maanden op straat kwamen. Op 10 februari waren ze met 10.000 in de straten van Brussel in wat de tot dan toe grootste onderwijsbetoging sinds 2011 was. Het ging nu echter niet om een eenmalige betoging. Er was een actieplan met betogingen in Bergen in maart (7.000 aanwezigen) en in Luik in mei (15.000 aanwezigen). Deze acties brachten al het ongenoegen over de tekorten inzake infrastructuur, aantal collega’s, verloning … samen. 

1996: de vorige grote beweging in het Franstalig onderwijs

Dit is de eerste massabeweging in het Franstalig onderwijs sinds de acties van 1996. Toen werd geprotesteerd tegen de plannen van minister van Onderwijs Laurette Onkelinx (PS). Haar ‘plan’ werd op 2 april 1996 door het parlement van de Franse Gemeenschap goedgekeurd. (2) “Het doel is een besparing van 5 miljard Belgische Frank [bijna 125 miljoen euro]. Om dat te bereiken, worden scholen met minder dan 400 leerlingen opgeheven of samengevoegd. Daarnaast worden 3.000 jobs geschrapt in het secundair onderwijs.” (3) Het onderwijs in België had eerder al geleden onder de verdeling tussen de gemeenschappen. De overdracht van de bevoegdheden ging immers niet gepaard met een overdracht van voldoende middelen. 

Het personeel en de scholieren gingen in 1996 over tot hardnekkig verzet tegen de besparingen en de achteruitgang van hun studie- en arbeidsomstandigheden. “Nog voor de eerste betogingen vanaf februari waren er schoolstakingen. Die zouden vier maanden duren. Ondertussen organiseerde het personeel een rotatie van acties. Luik, Charleroi, Namen, Brussel: elke week was er ergens anders een grote betoging met soms tot 40.000 aanwezigen.” (4) 

De scholieren maakten deel uit van de strijd. Ze waren georganiseerd in comités waarbij ze meetings en betogingen voorbereidden waar ze soms met duizenden op aanwezig waren. Er waren heel wat scholierenbetogingen. Dit gaf wat ademruimte voor het personeel, zeker toen de stakingsdagen na verloop van tijd op hun inkomen drukten. Zonder de hulp van de scholieren hadden ze de strijd niet zo lang kunnen volhouden. Zowel het personeel als de scholieren was woedend en vreesde dat de situatie in het onderwijs nog slechter zou worden. Ze eisten meer middelen voor onderwijs. Daarbij konden ze op solidariteit van personeel uit andere sectoren rekenen. Delegaties arbeiders van Forges de Clabecq en Caterpillar namen deel aan de betogingen. 

De Franse Gemeenschap bespaarde geld door de staking en de regering hield vol tot de beweging uitgeput raakte. Er werd geen enkele toegeving gedaan. De spanningen tussen betogers en de politie werden groter, maar ook die tussen de betogers en de Parti Socialiste die verantwoordelijk werd geacht voor de besparing. 

Ondanks deze gedenkwaardige strijd zette Onkelinx haar plan door in april, vlak voor het einde van het schooljaar met de examens en de deliberaties. De chantage is bekend: het einde van het schooljaar mag in het belang van de scholieren niet verstoord worden. Daarna kwam de zomervakantie. De vakbonden beloofden dat de beweging zou doorgaan na de zomer, maar in september gebeurde er niets meer. 

Lessen uit 1996

Wat kunnen we onthouden van deze maanden van intense strijd? De door scholieren opgezette organisatie, de kracht van een gemeenschappelijk vakbondsfront en de afwisselende stakingen zijn zeker elementen die we kunnen meenemen naar toekomstige acties. Om echt voldoende middelen af te dwingen voor het onderwijs, dat betekent middelen op basis van de behoeften, is er steun van de hele samenleving nodig: alle sectoren, alle ouders en alle scholieren. 

Om ervoor te zorgen dat de acties die dit jaar al zijn ondernomen niet voor niets zijn geweest, is het belangrijk dat we niet opgeven. De volgende actiedag is 13 oktober met een staking en betoging in Namen om “in goede omstandigheden te studeren en te werken.” We kunnen dat best voorbereiden met personeelsvergaderingen, werkonderbrekingen, collectieve discussies … We kunnen onze eisen verdedigen op de algemene vakbondsacties in aanloop naar de algemene staking van 9 november. En uiteraard is er die stakingsdag van 9 november. Zo kunnen we verschillende sectoren verenigen en samen strijden voor onze gemeenschappelijke eisen. 

Voetnoten

1) “Onderzoek: scholen wanhopig op zoek naar leerkrachten”, https://urlz.fr/jg1M, RTBF, geraadpleegd op 21/09/22. 

2) “Les grèves de 1996 détiennent le record de longueévité de suspension des cours”, RTL, https://urlz.fr/jdUT, geraadpleegd op 15/09/22.

3) idem

4) “L’histoire continue: 1996, c’est la guerre entre Laurette Onkelinx et les enseignants”, RTBF, https://urlz.fr/jeGH, geraadpleegd op 19/09/22.

Delen: Printen: