Algerije: 50 jaar na de revolutie van 1954 zijn alle voorwaarden aanwezig voor een nieuwe sociale explosie

Wat gebeurt er vandaag in Algerije? Sinds 1 november 1954 en het uitbreken van de Algerijnse revolutie zijn 50 jaar verstreken, is een regime gevestigd onder leiding van het FLN (Nationaal Bevrijdingsfront) en zijn de arbeiders en jongeren hun revolutie op politiek en economisch vlak ontnomen.

Leila Messaoudi

De handelsbalans van het land vertoonde gedurende de eerste negen maanden van het jaar een overschot van 6,5 miljard dollar. Volgens het IMF is de situatie "vrij gunstig" en wordt melding gemaakt van structurele hervormingen, waaronder de hervorming van de banksector. De Amerikaanse ambassadeur kondigde aan dat de VS het proces zal opstarten om Algerije toe te laten tot de Wereldhandelsorganisatie. Frankrijk probeert de banden aan te halen met regelmatige bezoeken door ministers.

Regering van Ouyahia: een regering voor de kapitalisten

Het beleid van de regering onder leiding van Ahmed Ouyahia vandaag is erop gericht om de Algerijnen de door hen geproduceerde rijkdommen te ontnemen. De rijkdommen, vooral de olie en het gas, worden uitgevoerd. Er is enkel import voor "industriële uitrusting". In 2003 is de economie van het land sterk gegroeid, maar de Algerijnen zagen de gevolgen daarvan niet op het vlak van hun levensstandaard. Integendeel. Er waren rellen en quasi-opstanden tegen het regime. In de ene regio gaat het om het water, elders om de huisvesting of gewoon om het politie-regime en de regering die op de markten tussenkomt om de kleine handelaars aan te pakken. De toename van het aantal strijdbewegingen wordt versneld. Overal zien we tekenen van een bevolking die amper het hoofd boven water kan houden, soms worden de lonen gedurende maanden niet betaald en zien we enorm catastrofale sociale omstandigheden voor de meerderheid van de bevolking. In 2003, nog voor de verkiezingen, waren er verschillende stakingsbewegingen, waaronder van de spoorarbeiders die protesteerden tegen de privatiseringen van de openbare diensten. Hierdoor werd het privatiseringsbeleid van Bouteflika tijdelijk afgeremd.

De regering wordt tegen de arbeiders ingezet

In bepaalde sectoren is er de afgelopen maanden opnieuw gestaakt. Zo was er eind oktober een staking van onbepaalde duur in de gezondheidszorg waarbij 300.000 nieuwe personeelsleden werden geëist. De dokwerkers aangesloten bij de Nationale Vakbondscoördinatie organiseerden een ‘waarschuwingsactie’ op 26 oktober als protest tegen de mogelijke privatisering van de havenarbeid waarbij duizenden jobs bedreigd worden. Tegenover die mobilisaties, de rellen (in ht bijzonder in de regio M’zab), probeert de regering van Ouyahia de kaart te trekken van de gerechtelijke en militaire vervolging van de bewegingen. Van Ghardaia tot Constantine, zijn er meer en meer repressieve optredens tegenover jonge "relschoppers" waarbij het aantal sancties en gevangenissenstraffen sterk toeneemt.

Tegenover deze sociale bewegingen, gaat de regering in het offensief door het stakingsrecht in de openbare sector te beperken. Er zijn reeds verschillende maatregelen genomen tegen de stakers. Zo besliste de regeringsraad om niet langer iets te betalen aan stakers, ook al was er voordien een akkoord dat drie dagen per staking worden doorbetaald. Er is klacht ingediend tegen de vakbonden die de openbare diensten zouden "ondermijnen" door hun stakingen en er zijn procedures gestart om werknemers die staken te ontslaan wegens werkverlating!

De strijdbewegingen worden in het algemeen geleid door autonome vakbonden en soms door vakbonden die aangesloten zijn bij de UGTA, de officiële vakbondsfederatie. De repressie wordt echter ingezet tegen iedere stakingsoproep van onbepaalde duur. Met die maatregelen maakt de regering een einde aan de verworvenheden die afgedwongen werden in 1988. Dat is niet verrassend aangezien reeds verschillende journalisten gecensureerd werden of in de gevangenis belandden. Het repressieve karakter van het regime wordt opgedreven, zoveel is duidelijk. Bouteflika en zijn opvolger, Ouyahia, tonen wiens belangen ze verdedigen, de belangen van de Algerijnse en buitenlandse kapitalisten die de Algerijnse markt willen openen voor meer concurrentie en winstbejag.

Verzet door een socialistisch alternatief op te bouwen in de strijd!

De autonome vakbonden bestrijden de aanvallen, maar de UGTA blijft afwezig. Er is geen enkele officiële steun van de officiële vakbond voor de strijdbewegingen die plaatsvinden. De UGTA meent dat het niet nuttig is om in het offensief te gaan tegenover Ouyahia, aangezien de federatie niet officieel tegen privatiseringen gekant is ondanks enorme druk van de basis. Een deel van de nationale vakbondsfederatie is lid van de RND, de partij van Ouyahia…

De nationaliseringen, de industriële ontwikkeling van het land,… zijn verworvenheden die moeten verdedigd worden door de Algerijnse arbeiders. De jongeren en de arbeiders willen een degelijke levensstandaard, aanvaardbare huurprijzen en water. Daarmee wordt ingegaan tegen de machthebbers die enkel de winsten verdedigen. Deze strijd komt in conflict met de kapitalistische belangen.

De eisen in de openbare diensten stellen de kwestie van de politieke macht. Het kapitalisme wil sterke stappen vooruit maken in Algerije. Dit systeem kan echter niet tegemoet komen aan de dagelijkse behoeften van de Algerijnen waardoor de aanval wordt ingezet door de regering. Het is rond de eisen voor een degelijke infrastructuur (wegen, water, huisvesting), tegen de privatiseringen, dat de arbeiders zich kunnen verenigen rond een programma dat ingaat tegen het kapitalistische systeem.

Het hernationaliseren van de geprivatiseerde sectoren, samen met het bouwen van wegen, dat soort eisen omvat de vraag naar de controle en het beheer van de economie. Wie kan dat beter dan de arbeiders zelf? Het socialisme is het enige perspectief voor echte vooruitgang in Algerije. Daarmee bedoelen we niet het ‘socialisme’ van de stalinistische regimes, maar een democratisch gecontroleerd regime waar de behoeften van de meerderheid van de bevolking centraal staan en waar de meerderheid van de Algerijnen kan genieten van de rijkdommen van het land. Daartoe moet gebouwd worden aan een instrument voor politieke strijd, een partij die de dagelijkse belangen verdedigt vanuit zo’n perspectief voor een socialistisch alternatief op het kapitalisme. Het Comité voor een Arbeidersinternationale (de internationale organisatie waartoe LSP behoort) komt hiervoor op.

Delen: Printen: