Home / Edito - Belgische politiek / Regering afgestraft. Roep naar programma en beleid die vertrekken van de sociale noden

Regering afgestraft. Roep naar programma en beleid die vertrekken van de sociale noden

Alle Zweedse partijen, de partijen die deel uitmaakten van de vorige regering (N-VA, MR, CD&V en Open Vld), verdedigden tot op de laatste dag hun beleid met hart en ziel en spraken de wens uit deze coalitie verder te zetten. Uitgebreid met cdH uiteraard, want nauwelijks een jaar na de vorming van deze onuitgegeven Thatcheriaanse regering, was ze in de peilingen reeds haar meerderheid kwijt! Analyseren wie de verkiezingen verloor, wie de schade beperkte, wie won en met welk programma dit alles gebeurde, maakt veel duidelijk. Tenminste voor wie het wil zien.

Artikel door Els Deschoemacker uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Toen we met zijn allen massaal op straat stonden en staakten in 2014 tegen de sociale afbraak van de regering Michel met o.a. de verhoging van de pensioenleeftijd toonde men geen begrip, maar nu horen we van alle kanten dat het signaal van de kiezer moet gerespecteerd worden. Over wat dat signaal was, heerst minder eensgezindheid. ACV-topman Marc Leemans merkte in De Tijd terecht op dat het verkiezingsresultaat in Vlaanderen niet zomaar geïnterpreteerd mag worden als een vraag om een rechtser beleid. “Wie gelooft nu echt dat de kiezer dat signaal gaf? Als vier regeringspartijen zijn afgestraft voor vijf jaar rechts liberaal beleid, dan zou ik twee keer nadenken vooraleer te pleiten voor nog meer rechts beleid.”

Alle media stellen nu dat Vlaanderen wellicht nooit eerder zo rechts stemde. Maar wat was de dynamiek achter het stemgedrag? Het Vlaams Belang won de verkiezingen door haar racistisch anti-migrantenprogramma te koppelen aan een uitgesproken kritiek op het antisociale beleid van de regering, waarvan N-VA de leidende factor was. Door de nadruk te leggen op eisen als het opnieuw verlagen van de pensioenleeftijd, een minimumpensioen van 1.500 euro per maand, optrekken van de uitkeringen, … leek het Vlaams Belang tegemoet te komen aan de voornaamste verzuchtingen.

Dit is niet alleen hypocriet. De partij stemt immers steevast tegen elke maatregel die onze sociale rechten uitbreidt. Het is geen sociale partij die de ongelijkheid aanpakt door naar de winsten van de grote bedrijven te kijken. Het is een partij van handelaars in verdeeldheid en bijhorende haat. Zo is het programma van ‘eerst onze mensen’ (een nieuwe versie van de Vlaams Blok-slogan ‘eigen volk eerst’) niet op meer middelen gericht! Er wordt slechts een andere verdeling van de tekorten voorgesteld met uitsluiting van grote groepen uit de sociale zekerheid, sociale huisvesting, jobs, … Dat leidt enkel tot meer concurrentie aan de onderkant van de samenleving, de klassieke formule en voornaamste doelstelling van extreem rechts!

En de andere grote winnaar van de verkiezingen was de PVDA. Zeker in Brussel en Wallonië maar ook in Vlaanderen met hun eerste verkozenen. Groen kon van de klimaatopstand geen garen spinnen, net omdat het sociale ontbrak. Van een terugdraaien van de pensioenleeftijd bijvoorbeeld, geen spoor. Grote delen van de werkende klasse vreesden terecht dat het groene programma uiteindelijk zou neerkomen op nog grotere lasten op hun schouders.

De PS kon anderzijds met een uitgesproken links programma de neergang beperken en blijft de grootste in Wallonië en Brussel. Ecolo scoorde goed, maar kon het volledige potentieel van de peilingen niet waarmaken. Dit was grotendeels om dezelfde redenen als die van Groen.

Bijna overal in Europa verloren de traditionele partijen, die sinds de Tweede Wereldoorlog het kapitalisme beheerden, terrein. In België is een tripartite van de ooit oppermachtige traditionele families voor het eerst niet meer mogelijk. Met de groenen erbij is er federaal wel een meerderheid, maar in Vlaanderen niet. Het toont de electorale opstand van de kiezers tegen deze partijen die steeds weer de meerderheid van de bevolking doen opdraaien voor de crisis van het kapitalisme. De PS hield nog het best stand, met nadruk op sociale eisen rond pensioenen, werkduurverkorting, vermogensbelasting, …

Als de verkiezingen van 26 mei iets toonden, is het dat de kiezers er genoeg van hebben en dat een ommekeer nodig is.

De uitdaging is nu om het verzet te organiseren voor een politiek die tegemoet komt aan de sociale noden en bijgevolg het kapitalistisch systeem in vraag stelt. De arbeidersbeweging is numeriek sterker dan ooit en we beschikken nog steeds over potentieel bijzonder sterke vakbonden. De werkende klasse is de sociale kracht die verandering kan realiseren, maar dat gebeurt niet automatisch. Dat vereist organisatie, strijd en een programma waar men echt voor gaat, met een zo groot mogelijke betrokkenheid van delegees, militanten en leden.

De opgang van PVDA in alle delen van het land is voor de arbeidersbeweging de belangrijkste ontwikkeling van de verkiezingen. Het geeft een stem aan wie uit het moeras van sociale achteruitgang wil geraken. Daarvoor is een breuk met het budgettaire keurslijf in Europa en België nodig en moeten we vechten voor een politiek die niet de winsten centraal stelt, maar de noden van de meerderheid van de bevolking.