Home / Belgische politiek / Nationaal / Patronale haaien staan al klaar voor verder offensief. Wij moeten ook klaarstaan!

Patronale haaien staan al klaar voor verder offensief. Wij moeten ook klaarstaan!

Met de verkiezingen voor de deur wil de spreekbuis voor besparingen in het voordeel van de bedrijven, VOKA, de partijen en de kiezer ervan overtuigen dat de besparingscarrousel van Michel I moet blijven draaien. In een interview met De Standaard pleit hoofdeconoom Bart Van Craeynest voor onder meer rekeningrijden, de hogere pensioenleeftijd en meer militaire uitgaven. Het gat in de begroting dient opgevuld te worden en de rekening wordt andermaal aan de werkende bevolking gepresenteerd. Als een aasgier verdedigt Van Craeynest de belangen van diegenen die onze economie en samenleving belagen met hun winsthonger.

Door Sander (Dendermonde)

Allereerst mag het gezegd worden dat de term “interview” voor het stuk in De Standaard geen correcte omschrijving is. Het is eerder een staaltje “neoliberale logica spuien in minder dan drie pagina’s” zonder één kritische vraag voorgeschoteld te krijgen. Van Craeynest mag gewoon op reeds platgetreden paden verder daveren. Hij ijvert voor de privatisering van openbare diensten, verdere voordelen voor grote vermogens en bedrijven, en rept met geen woord over de sociale chaos die er heerst door het huidige besparingsbeleid.

De logica die N-VA vandaag gebruikt is een verderzetting van de ideologie die Van Craeynest uitdraagt. Zo zou Michel I slechts kleine stapjes vooruit gezet hebben op vlak van besparingen, maar dat is goed te praten omdat de belastingen verlaagd zijn. Wat Van Craeynest hierbij vergeet te vermelden, is dat de belastingen vooral verlaagd zijn in het voordeel van de grote bedrijven en dat het merendeel van de werkende Belgen hun belastingdruk ziet stijgen met onder meer de verhoging van de BTW op energie van 6 naar 21 procent, suikertaksen en de stijging van belastingen op benzine en diesel. Dat de vennootschapsbelasting daalt, daar hebben vooral de bazen en aandeelhouders iets aan.

Een sinds 2003 vaak gebruikt voorbeeld bij VOKA zijn de Hartz hervormingen in Duitsland. Van Craeynest verwijst er nogmaals expliciet naar als zijnde het schoolvoorbeeld van Europa. Onder een sociaaldemocratische regering werden toen verregaande maatregelen genomen om de arbeidsmarkt te ‘hervormen’. Van Craeynest is hier als doorwinterde neoliberale prediker natuurlijk laaiend enthousiast over en ziet het als een schoolvoorbeeld van hoe het in België moet geregeld worden. Sinds de invoering van het eerste Hartz-plan werden mini-en microjobs ingevoerd, verlaagden de werkloosheidsuitkeringen fenomenaal en werd belastinggeld massaal gespendeerd om private bedrijven te sponsoren. Het resultaat is er naar. Mensen zonder job moesten overleven op € 391 per maand en werden wettelijk en financieel gedwongen eender welke job aan te nemen ongeacht het loon of werkomstandigheden; soms aan een loon van €1/uur! Het werd zo gortig dat zelfs de conservatieve CDU van Merkel voor de invoering van een minimumloon van € 8,5/uur ging in 2015 (verhoogd tot € 9,2/uur in 2018). Maar de uitbouw van een grotere groep ‘working poor’ werd niet ongedaan gemaakt of gestopt.

Van Craeynest stelt dat er voor het doorvoeren van dit soort “benodigde” maatregelen misschien nood is aan een crisis die onze politici de daadkracht schenkt. Naomi Klein beschrijft in haar boek “De shock doctrine” soortgelijk denken in het Chili van Pinochet, het Indonesië onder Soeharto en de VS ten tijde van de orkaan Katrina. Het is een beproefd recept dat overheden gebruiken om meer macht naar bedrijven te laten overvloeien op het moment dat de bevolking gebukt gaat onder een crisis en er nauwelijks protest is, om zo de meest ‘vrije’ vorm van kapitalisme te verkrijgen, vrij voor de winsten van enkelen wel te verstaan. Zo werd na de orkaan Katrina het volledige openbare schoolsysteem van New Orleans geprivatiseerd. Een voorheen betaalbare, openbare voorziening werd overnacht een wingewest voor het bedrijfsleven. Geld dat bestemd was om de slachtoffers te helpen werd besteed om het schoolsysteem te ontmantelen. 4700 leraren werden op straat gezet, sommigen werden door private scholen heraangenomen aan lagere lonen. Dat is het ware gelaat van de neoliberale elite: verarming, verloederde openbare diensten en slechtere werkomstandigheden voor de meerderheid van de bevolking en grotere winsten voor een steeds kleiner wordende minderheid.

De enige reden dat de besparing van Michel I niet de omvang aannamen die VOKA en de regeringspartijen gewild hadden, is het massale protest na het bekendmaken van de eerste besparingsmaatregelen. 120.000 betogers verzamelden in Brussel, er was een gezamenlijk actieplan van de vakbonden; Michel I stond op wankele benen maar het uitblijven van verdere acties tegen de geplande besparingen en het politieke spel van de vakbondsleiding zorgden er voor dat het niet tot een val van de regering kwam. De vakbondsleiding gokte op een verkiezingsoverwinning voor hun politieke partners in 2019 en dus het uitzitten van de regering Michel I. We weten nu dat de traditionele politieke partners van de vakbondsleiding, SP.a en CD&V, erop achteruitgaan. CD&V was zoals te verwachten een vrij transparante schaamlap voor de brutale besparingen. SP.a blijft verder klappen krijgen door deelname aan voorgaande besparingsregeringen. Uit de gemeente- en provincieraadsverkiezingen en recente peilingen blijkt dat, mede door de besparingen van Michel I en het uitblijven van een voldoende sterke consequente linkerzijde, extreemrechts een opmars kent. De gok van de vakbondsleiding was de verkeerde. De enige partijen aan de linkerzijde die erop vooruitgaan zijn Groen en PVDA.

Groen biedt op dit moment weinig tot geen oplossingen voor de verzuchtingen van veel werkende mensen. Daar komt nog eens bij dat veel mensen beseffen dat Groen de rekening van de klimaatproblemen zal doorschuiven naar de zwakste schouders en dat de 1% rijksten grotendeels buiten schot blijven. Groen is inderdaad aan een opmars bezig maar kan zich bij het uitblijven van een degelijk sociaal en antikapitalistisch programma, net zoals AGALEV, verbranden aan besparingen. De sociaaldemocratie is hier het leidende voorbeeld. SP.a en PS hebben in de voorbije decennia bewezen niet bang te zijn om deel te nemen aan besparingsregeringen en de eigen basis buitenspel te zetten, ook al proberen ze onder druk van PVDA en de vakbonden soms wat linkser uit de hoek te komen, althans in woorden.

De stakingsbewegingen van 2014 tonen ons dat er een enorm actiebereidheid is onder de bevolking. Het zijn dit soort bewegingen die de drijvende kracht op weg naar een systeemverandering zijn. Opkomen voor hervormingen in het voordeel van de werkende bevolking is belangrijk om op verder te werken, maar indien deze niet gekoppeld worden aan de noodzaak om het kapitalisme omver te werpen zullen er steeds nieuwe besparingen op schouders van het merendeel van de bevolking worden gelegd. Om de besparingen een halt toe te roepen dient de economie in de handen van de meerderheid van de bevolking te zijn. Weg van de winsthonger van aandeelhouders, CEO’s en bestuursleden.

Sluit aan bij LSP om mee op straat het verschil te maken en de nood aan een socialistische samenleving te verdedigen, stem PVDA om het straatprotest een stem te geven in het parlement.