Home / Belgische politiek / Nationaal / R-E-S-P-E-C-T

R-E-S-P-E-C-T

De sociale strijd neemt geen vakantie. Amper enkele maanden na de staking bij Lidl, de grote pensioenbetoging eind mei en verschillende spoorstakingen werd de afgelopen dagen actie gevoerd bij de Gentse afvalophaler Ivago en vandaag bij Ryanair, een staking die over verschillende landen gecoördineerd wordt in een bedrijf waarvan de schreeuwende CEO eerder uitriep dat de hel eerder zou dichtvriezen dan dat hij de vakbonden zou erkennen.

Door Geert Cool

Deze verschillende acties hebben iets gemeen: het gaat om personeel dat slechts vraagt om respect. Werkmensen die hun job graag doen, maar steeds minder in staat zijn om het naar behoren te doen of te blijven doen omdat hun werkomstandigheden en zijzelf door hun managers slechts als kostenpost worden gezien. Een piloot van Ryanair getuigde op het journaal dat de co-piloot zelf een nietjesmachine en nietjes moet meebrengen voor documenten die aan elkaar geniet moeten worden. Vuilnisophalers waren het beu dat ze niet eens voldoende water en degelijke zonnecrème meekregen op de veel te lange rondes in de verstikkende hitte. Het winkelpersoneel van Lidl vroeg eind april voldoende collega’s zodat de winkels er tenminste proper zouden bijliggen.

Dat zijn allemaal evidente zaken die echter botsen met de winstlogica. De managers leren op hun managementschool enkel berekenen hoe ze de winsten van de aandeelhouders kunnen vergroten. Ze staan mijlenver van de realiteit van de werkvloer af. Dat botst en leidt tot de roep om respect, een woord dat heel vaak terug kwam in verschillende sociale conflicten de afgelopen periode. Die roep is zo sterk dat ook in sectoren en bedrijven zonder een vakbondstraditie actie wordt gevoerd. Piloten van Ryanair voelen zich genoodzaakt om enkel anoniem te getuigen uit angst voor represailles. Met een bullebak als O’Leary als baas, is dat niet verwonderlijk. Maar zelfs O’Leary moet inbinden als het personeel zich verenigt en collectief tot actie overgaat. We weten niet hoe het staat met het dichtvriezen van de hel, maar O’Leary moest onder druk van stakingen met vakbonden spreken en dus hun bestaansrecht erkennen.

Bij Lidl en Ivago zorgde de roep naar actie van onderuit ervoor dat de vakbondsleidingen verrast werden. Er worden nieuwe tradities opgebouwd. Eigenlijk wordt aangesloten bij de wijze waarop vakbonden aanvankelijk ontstonden: het personeel komt samen, beslist om in actie te komen, overtuigt de collega’s en het zoekt manieren om dit te coördineren over verschillende vestigingen (Lidl) of zelfs verschillende landen (Ryanair). Dit kan best gevolgd worden door personeelsvergaderingen waar beslist wordt over hoe het verder moet, hoe gereageerd wordt op voorstellen van de directie, opvolging van beloften, … In alle drie de genoemde bedrijven is immers eerder al gebleken dat beloften niet altijd nageleefd worden – op zich een uiting van een gebrek aan respect voor het personeel. Dat kan er al gauw voor zorgen dat de emmer opnieuw overloopt en het personeel bij nieuwe acties niet gemakkelijk gesust wordt met beloften.

De staking van de afvalophalers van Ivago was niet tegen een bedrijf in handen van een Duitse miljardair of een Ierse vakbondshater, maar tegen het management van een bedrijf waarin het Gentse stadsbestuur de grootste aandeelhouder is. Dat bestuur kreeg een kans om te tonen hoe een ‘links bestuur’ het verschil kan maken, maar heeft gefaald. Het stadsbestuur ging niet in tegen de mediapropaganda die vooral oog had voor de opeenstapeling van afval die slecht was voor het imago van de stad. Er werd niet geluisterd naar het personeel en er werd niet opgetreden tegen de arrogante directie. Integendeel: het stadsbestuur dreigde met de opvordering van personeel om de staking te breken. ‘Links’ kan je deze verdediging van het management van Ivago niet noemen. Het maakt voor de afvalophalers duidelijk dat vanuit deze hoek evenmin respect moet verwacht worden. Gelukkig dat veel gewone Gentenaars wel beseffen hoe hard de afvalophalers werken en daarom sympathie met hen betuigen.

Van de gevestigde partijen en de traditionele media moeten we niet veel solidariteit verwachten. Het potentieel voor solidariteit is evenwel groot: iedere werkende kan zich wel herkennen in klachten van stakers. Het opvoeren van de werkdruk, de roep naar steeds meer flexibiliteit, het ondermijnen van arbeidsvoorwaarden, lonen die de stijgende kosten niet volgen, verhoging van de pensioenleeftijd, … zijn algemene maatregelen die mee ingevoerd of ondersteund worden door een regering die geen respect toont voor de gewone werkenden en hun gezinnen. Ook daar geldt dezelfde logica vanop de managementschool: als de grote aandeelhouders maar tevreden zijn. Grote bedrijven hebben vorig jaar voor 129 miljard euro aan betalingen naar belastingparadijzen gedaan. Dat is natuurlijk niet allemaal belastingontduiking, maar het geeft toch aan dat er middelen zijn. Het ging om een stijging met 57% op jaarbasis.

De acties van de afgelopen dagen en maanden zijn een voorbode van groeiend verzet tegen het huidige beleid en de gevolgen ervan op de werkvloer: steeds meer mensen nemen het niet meer. We moeten actief ingaan tegen pogingen om ons te verdelen rond deze acties (zoals de pogingen om Ryanair-reizigers verantwoordelijk te stellen voor de slechte arbeidsvoorwaarden in plaats van op de miljardenwinst te wijzen). Verdeeldheid is er enkel op gericht om de belangen van de werkgevers, inhalige aandeelhouders en hun politieke vrienden te verdedigen. Kortom om diegenen die onze makkers niet respecteren het leven eenvoudiger te maken, zodat wij achteraf zelf ook des te harder kunnen gepakt worden.

Wij zeggen: respect voor de vrouwen en mannen die opkomen voor degelijke werkomstandigheden zodat ze hun job op een goede manier kunnen uitoefenen. Hun strijd is de onze!

Print Friendly, PDF & Email