Home / Belgische politiek / Nationaal / Regering-Michel wil ‘moderniseren’… door terug te keren naar situatie voor 1936

Regering-Michel wil ‘moderniseren’… door terug te keren naar situatie voor 1936

"Een significant deel van de bevolking pikt dit beleid niet meer." Foto vanop de ABVV militantenconcentratie van 19 april (foto door Liesbeth)

“Een significant deel van de bevolking pikt dit beleid niet meer.” Foto vanop de ABVV militantenconcentratie van 19 april (foto door Liesbeth)

De regering-Michel had niet veel tijd nodig om op kruissnelheid te komen. De regering van rijken zette zich meteen aan het werk om asociale maatregelen op te leggen. Toen duidelijk werd dat de gigantische beweging van sociaal verzet eind 2014 niet doorgezet werd, aarzelde de regering niet om verdere stappen in de sociale afbraak te zetten. Op arrogantie en besparingsdrift wordt niet bespaard.

Artikel door Simon (Luik) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

De regering-Michel koos ervoor om enkele van de meest kwetsbare lagen eerst aan te pakken: oudere werklozen verliezen hun toeslag op basis van anciënniteit en de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid werden vanaf januari 2015 beperkt. Tegelijk werd het vervolgen van ‘sociale fraude’ een prioriteit. Dat is immers makkelijker dan de strijd tegen fiscale fraude.

Ook werden de voorwaarden voor vervroegd pensioen moeilijker gemaakt en werd bepaald dat bruggepensioneerden kunnen gevraagd worden om terug aan de slag te gaan. Als kers op de taart werd beslist om de pensioenleeftijd geleidelijk op te trekken naar 66 en vervolgens 67 jaar. Werkenden kregen een indexsprong opgelegd. Op drie maanden tijd voerde de rechtse regering dus een hele reeks asociale maatregelen door.

Een Thatcheriaanse regering heeft niet de neiging om te stoppen. “Zwakheid zet aan tot agressie,” schreven we in onze pamfletten eind 2014. Na het stilvallen van de acties ging de regering over tot nieuwe offensieven. De tax shift werd aanvankelijk voorgesteld als een syndicale eis, maar het werd omgevormd tot een bijkomende aanval op de werkenden en hun gezinnen. De verhoging van de BTW op elektriciteit is daar een goed voorbeeld van. In april 2015 werd de indexsprong toegepast waardoor onze koopkracht een forse knauw kreeg.

En nu wordt een belangrijke sociale verworvenheid van de arbeidersbeweging onder druk gezet met de wet-Peeters die de achturendag wil afschaffen zodat we terug 45 uur per week kunnen werken. De liberale partners wilden zelfs verder gaan. Tegelijk worden in de openbare diensten met de regelmaat van de klok nieuwe aanvallen doorgevoerd.

Wie kan er nog twijfelen aan de bedoelingen van deze regering? Ze zal niet vanzelf stoppen met het besparingsbeleid. We zullen de regering moeten wegstaken met een grote beweging van de werkenden en hun medestanders. De regering bereidt zich daar overigens op voor met een toenemende repressie tegen de vakbonden. Denk maar aan de wijze waarop Jordan Croeisaerdt, een strijdbare spoorman uit Brussel, een dwangsom van ongeveer 1.700 euro opgelegd kreeg omdat hij begin januari aan een staking deelnam. Deze concrete aanval op een spoorman geeft aan hoe regering en patronaat het belangrijkste obstakel voor het asociale beleid uit de weg willen ruimen. Vandaar ook het debat over rechtspersoonlijkheid voor vakbonden, het ‘omkaderen’ van het stakingsrecht of de discussies over een nieuw “herenakkoord” om de “sociale vrede” te garanderen. Al deze maatregelen die ons regelrecht naar de 19de eeuw terugsturen, worden dan voorgesteld als “vooruitgang”!

Er wordt gesproken over de “modernisering van de publieke sector” of nog van het “flexibiliseren van de arbeidsmarkt om deze aan de huidige vereisten aan te passen.” Deze neoliberale regering probeert de besparingsagenda voor te stellen als vernieuwend en aangepast aan deze tijd. Elke maatregel van deze regering krijgt in de officiële communicatie het etiket “modern” mee. En dat terwijl de afschaffing van de vaste wekelijkse arbeidstijd betekent dat we terugkeren naar de situatie van voor 1936!

In dezelfde gedachtengang wordt elk onderdeel van onze strijd stelselmatig voorgesteld als achterhaald en oubollig. Michel en co worden daarbij enthousiast bijgestaan door de gevestigde media die aanhoudend deze retoriek over de vakbonden naar voor brengen. Deze propaganda heeft zelfs gevolgen binnen onze eigen rangen.

Linkse militanten moeten ertegen ingaan. We moeten niet alleen een tegengewicht bieden maar ook onze eigen analyses en voorstellen naar voor brengen om onze strategie tegen de werkgevers en hun marionetten in de regering uit te werken.

Tegenover de sociale achteruitgang van deze regering plaatsen wij vooruitgang zoals de collectieve arbeidsduurvermindering met behoud van loon en bijkomende aanwervingen. We verdedigen moderne openbare diensten. Dit betekent diensten waarvan de financiering aangepast is aan de sociale behoeften zodat iedereen er gebruik van kan maken.

De klassenstrijd wordt intensiever. Deze regering is immers het scherpste instrument van het patronaat sinds 30 jaar. Deze stormram zal niet stoppen, tenzij wij haar stoppen. Het is doorheen strijd dat de werkende bevolking verworvenheden heeft bekomen, we moeten er vandaag ook gebruik van maken in onze strijd voor het behoud van deze verworvenheden en om er nieuwe af te dwingen. Dit veronderstelt vandaag de uitbouw van een beweging die een einde maakt aan deze regering van de rijken.

Voor een actieplan naar het model van dit eind 2014!

Op 19 april waren er maar liefst 3.500 ABVV-militanten in Brussel bovenop 2.500 in Luik, 2.000 in Charleroi en enkele honderden in Namen. Een dag later betoogden 10.000 militanten van het ACV door Brussel. “De speeltijd is voorbij,” verklaarde Marie-Hélène Ska, de algemeen secretaris van het ACV. We moeten de strijd tegen de “bende rotzakjes” van deze regering verderzetten, verklaarde Marc Goblet van het ABVV. Er werd een grote nationale vakbondsbetoging eind mei aangekondigd.

We moeten alle kansen aangrijpen om tijdens de acties, maar ook in de bedrijven via algemene personeelsvergaderingen op de werkvloer, in de scholen en in de wijken een sociaal klimaat te creëren waardoor  een tweede actieplan van dezelfde grootteorde of nog groter dan dat van het najaar 2014 mogelijk wordt.

Interprofessionele algemene vergaderingen en opnieuw een nationale betoging eind mei, zoals die op 6 november 2014, zouden een geschikte aanzet zijn. Het zou de regering flink van haar stuk brengen. Als we daar na de zomer opnieuw provinciale stakingsdagen, gevolgd door een nationale 48-urenstaking aan koppelen, kunnen we aan deze horrorregering een einde maken. Elke regering die daarna aan de macht komt, zou wel uit een ander vaatje tappen.

De vakbonden zijn de grootste ledenorganisaties van het land. Iedere ernstige oproep wordt massaal opgevolgd. Talloze jongeren, ook niet-gesyndiceerden, proberen op hun manier de sociale strijd te versterken, in Hart Boven Hard, Nuit Debout en andere spontane mobilisaties. Het wordt tijd dat de vakbonden meehelpen om dat verzet ook politiek te organiseren. Tijd dat we die praatbarak van een parlement open breken met echte vertegenwoordigers van de werkenden, de jongeren, de gepensioneerden, de zieken, … Een tweede actieplan mag zich niet beperken tot het stoppen van het besparingsbeleid en al evenmin tot de val van de regering, maar moet in de bedrijven, op de straat, in de wijken de krachten bundelen waarmee we een andere politiek zullen afdwingen.

Ondanks mediacampagnes blijft er veel vertrouwen in vakbonden

Na de verkiezingen van 2014 was er een peiling van IPSO-KUL (*) rond de mening van de bevolking over de vakbonden. De conclusie is duidelijk: ondanks de mediacampagnes en de hysterie tegen onze acties, staat een groot deel van de bevolking, zowel in Vlaanderen als langs Franstalige kant, positief tegenover de vakbonden. Het toont het enorme potentieel voor mobilisatie.

  • 75% van de Vlaamse kiezers en 81% van de Franstaligen vinden dat vakbonden van groot belang zijn om sociale rechten te verdedigen
  • 75% van de Franstaligen en 64% van de Nederlandstaligen vinden dat het stakingsrecht nodig is om de belangen van de werkenden te verdedigen
  • 68% van de Franstaligen en 57% van de Nederlandstaligen vinden dat het gerecht niet tegen stakingen mag optreden
  • De openbare sector moet een belangrijke plaats innemen in sectoren zoals openbaar vervoer, energie en water: 79% van de Nederlandstaligen en 78% van de Franstaligen steunt dit standpunt
  • De helft van de Franstalige kiezers en bijna 42% van de Nederlandstaligen denken dat werklozen aan hun lot zouden overgelaten worden indien er geen vakbonden waren
  • “Omdat ik wil meewerken aan een solidaire en democratische samenleving” is een belangrijke ideologische reden om lid te zijn van een vakbond, bevestigden 40% van de Vlaamse en 54% van de Franstalige vakbondsleden.

* Het onderzoek omvatte een peiling waarbij 1.183 Vlaamse kiezers werden bevraagd tussen 2 oktober 2014 en 16 maart 2015 en 719 Franstalige kiezers tussen 9 oktober 2014 en 6 juni 2015.