Somalië: geen stap vooruit voor het VS-imperialisme

Krijgsheren die Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, nu reeds 15 jaar controleerden, zijn recent uit de stad verdreven door een coalitie van islamitische groepen. Dit heeft de rol van het VS-imperialisme in de hoorn van Afrika nogmaals scherp naar voor gebracht. De vrees van de Republikeinse neo-conservatieven in de VS bestaat eruit dat het resultaat van de tussenkomst in Somalië een regime zal zijn waartegen net een “oorlog tegen het terrorisme” werd gevoerd in Afghanistan.

Kevin Parslow

Deze vrees werd versterkt toen Hassan Dahir Aweys, een voormalige kolonel in het Somalische leger en vice-voorzitter van de al-Itihad groep (die omschreven werd als ‘terroristisch’ door Washington), aangesteld werd als leider van een coalitie van islamitische groepen. Aweys is voorstander van een islamitische staat in Somalië.

Zijn aanstelling kwam er slechts enkele dagen nadat de islamitische leiders een akkoord sloten met de seculiere voorlopige regering in Baidoa, 200 kilometer van Mogadishu. De gevechten werden beëindigd en de islamisten erkennen de regering terwijl de regering de “realiteit en het bestaan” van islamitische rechtbanken heeft erkend.

Er zijn nog een aantal meningsverschillen, in het bijzonder inzake het gebruik van buitenlandse troepen om de “vrede” te bewaren. De islamisten zijn daar tegen. Een Zweedse cameraman kwam om op een vredesmeeting in Mogadishu toen hij werd aangevallen door een onbekende. Dat doet vragen rijzen over hoe effectief de stabiliteit en de orde zal zijn onder het islamitisch bewind.

Somalië werd onafhankelijk in 1960 en werd sinds 1969 geleid door president Mohamed Siad Barre na de zogenaamde ‘Oktoberrevolutie’. Aanvankelijk was Barre populair en hij verklaarde zelfs dat het land ‘socialistisch’ was. Er werd echter nooit komaf gemaakt met de kapitalistische en feodale structuren in het land.

Eind jaren 1970 probeerde Barre om ook de door Ethiopië bezette delen van het “Somalische grondgebied” te veroveren. Na dit mislukte militaire avontuur, greep Barre steeds meer terug naar onpopulaire dictatoriale methoden. Hij probeerde het land te controleren op basis van een verdeel-en-heerspolitiek en dit tot hij werd omvergeworpen in 1991.

De verdeeldheid waarop Barre inspeelde om te heersen, zorgde ervoor dat het onmogelijk werd om het land te regeren. De krijgsheren kregen steeds meer controle over de hoofdstad en het centrale regime verdween van de kaart. Hierdoor zijn er nu twee internationaal niet erkende ‘onafhankelijke’ of ‘autonomie’ gebieden in het noorden, de ‘republiek van Somaliland’ en de ‘Puntstaat Somalië’. Beiden scheidden zich af van de centrale controle in de jaren 1990.

De Verenigde Naties stuurde een troepenmacht, onder leiding van de VS, in 1992. Deze troepenmacht moest de orde herstellen. Maar dit leidde onder meer tot enkele ophefmakende incidenten, waaronder het neerschieten van twee Amerikaanse helikopters. Als gevolg van deze vernedering voor het VS-imperialisme, trok president Clinton de Amerikaanse troepen terug en kwam er een volledige terugtrekking van de VS-troepen tegen 1995.

Het imperialisme liet de krijgsheren toe om het land gedurende een ganse tijd te controleren. Die begonnen tol te heffen op de wegen, haven en luchthavens. Ze werden relatief rijk en machtig in een land van extreme armoede en ontbering. De gemiddelde levensverwachting bedraagt 46 jaar, 219 op 1000 kinderen sterven voor ze 5 jaar worden. Somalië is een van de armste landen ter wereld, maar de interne conflicten maken het moeilijk om over cijfermateriaal te beschikken.

De Afrikaanse Unie heeft sinds 2000 geprobeerd om opnieuw een centrale regering te vestigen in Somalië. Er waren bijeenkomsten daartoe in Kenia. Daar werd in oktober 2004 een voorlopige regering gevestigd onder leiding van president Abdullahi Yusuf Ahmed. Vanaf juni 2005 begonnen de regeringsleden terug te trekken naar Somalië, ook al bleven er problemen bestaan binnen de regering. De eerste bijeenkomst van het parlement en de regering kwam er uiteindelijk in Baidoa in februari 2006. De macht van deze voorlopige regering gaat echter niet veel verder dan de grenzen van de stad Baidoa…

Het VS-imperialisme heeft in de praktijk de krijgsheren toegelaten om Mogadishu te controleren omdat ze besefte dat de macht anders zou genomen worden door een radicaal islamitisch regime. Vlakbij een belangrijke zeeroute, was de VS daar geen voorstander van. De bevolking was het regime van de krijgsheren echter beu, zeker ook omwille van de persoonlijk verrijking door deze heersers en het gebrek aan stabiliteit.

De islamitische Sharia-wetgeving werd steeds meer in gebruik genomen en de bevolking gaf steeds meer steun aan de Eenheid van Islamitische Rechtbanken, de coalitie van islamitische groepen die nu de macht hebben verkregen in de hoofdstad. Dat werd een steeds belangrijker politieke en militaire kracht in de samenleving en het werd gezien als een factor die in staat kan zijn om terug stabiliteit te verkrijgen.

De indirecte steun van de VS aan de krijgsheren maakt het VS-imperialisme nog meer onpopulair dan voorheen al het geval was. Een aantal zakenmensen stelde dat ze recent Amerikaanse vertegenwoordigers ontmoet hebben in het buurland Djibouti en dat ze daarbij aan die vertegenwoordigers gezegd hadden dat ze de islamisten niet langer zouden financieren op voorwaarde dat de VS niet langer beroep zou doen op de krijgsheren. De VS weigerde dit en nu zijn de islamisten aan de macht in Mogadishu en proberen ze hun invloed te versterken in de regio’s buiten de hoofdstad.

Dit zal niet leiden tot stabiliteit in Somalië. Afhankelijk van het karakter van het nieuwe regime in Mogadishu en de balans tussen de islamisten en de voorlopige regering, zal de VS mogelijk proberen tussen te komen in haar ‘oorlog tegen het terrorisme’. Wellicht zou dit niet op een directe wijze gebeuren, maar via tussenkanalen. Er zijn al verslagen over Ethiopische troepen die dicht bij de grens gestationeerd zijn en mogelijk zullen tussenkomen om de voorlopige regering te steunen, maar vooral om te vermijden dat er een radicale islamitische staat tot stand komt vlak over haar grens.

“Dit is een enorme nederlaag voor de VS-strategie om via lokale steunpunten in te gaan tegen het terrorisme”, stelde een Afrika-deskundige in The Guardian. “Het is ook een belangrijke verschuiving in de Somalische politiek. Voor het eerst in jaren is er een nieuwe politieke groep die in staat is om een vorm van administratie op te zetten.”

Het islamitische regime kan echter snel een theocratische dictatuur worden die iedere onafhankelijke beweging van arbeiders of armen repressief onderdrukt. Het regime in Mogadishu probeerde reeds om bioscopen te sluiten zodat het “kwade uit het Westen” niet langer kan vertoond worden. Zelfs het vertonen van voetbalwedstrijden van het WK-voetbal is verboden.

De VS stelt dat het geen ‘Talibanisering’ van Somalië zal toelaten. Daarbij suggereert de VS dat er op verschillende vlakken zal tussengekomen worden. Dat zou kunnen leiden tot een nieuwe cyclus van onstabiliteit en geweld, met armoede en miserie voor de bevolking van Somalië.

Het kapitalisme en feodalisme kunnen deze arme regio niet ontwikkelen. Er zal nood zijn aan een verenigde beweging van de arbeiders en de armen om een alternatief op te bouwen tegenover de huidige politieke krachten.

Delen: Printen: