Home / Edito - Op de werkvloer / Tweede actieplan om in het offensief te gaan tegen rechtse regering

Tweede actieplan om in het offensief te gaan tegen rechtse regering

Artikel door Nicolas Croes uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

actieplanHet eerste actieplan van het gemeenschappelijk vakbondsfront heeft in het najaar de regering-Michel doen wankelen. Maar er was meer nodig om de regering ten val te krijgen. De volgende stap begint op 11 maart in Brussel met een nieuwe militantenconcentratie van het vakbondsfront naar het voorbeeld van de concentratie eind september voorafgaand aan de historische betoging van 6 november. Een offensief en opbouwend tweede actieplan is nodig om de regering-Michel en het volledige besparingsbeleid weg te krijgen.

Overleg in de vorm van chantage

Na het eerste actieplan en de algemene staking van 15 december volgde een ronde onderhandelingen tussen de sociale partners in de groep van 10 (met vertegenwoordigers van vakbonden en werkgeversorganisaties). Eind januari werd een akkoord gesloten met een verhoging van de sociale uitkeringen met 2% en een loonmarge van maximaal 0,8%. Het ABVV weigerde dit te aanvaarden als basis voor onderhandelingen, het ACV bleef aan tafel zitten maar moest trekken en duwen om een bijzonder beperkte meerderheid in eigen rangen hiervan te overtuigen. Een dergelijke nipte meerderheid van 49% is nooit gezien bij het ACV. Er was een grote interne druk nodig, met onder meer een nota waarin benadrukt werd dat er sowieso een tweede actieplan zou komen (onder meer tegen de indexsprong), om tot een nipte meerderheid te komen. Het geeft alleszins aan dat de roep voor een tweede actieplan niet geïsoleerd staat.

Charles Michel (MR) en Kris Peeters (CD&V) probeerden de zaken anders voor te stellen en kregen daarbij de bereidwillige hulp van de gevestigde media. Zij hadden het plots over een sociaal akkoord dat een stap in de richting van sociale vrede was. Plots werd gedaan alsof er eind 2014 niets was gebeurd en alsof het ACV de regering zou steunen. Het ACV bevestigde nochtans dat het gemeenschappelijk vakbondsfront niet gebroken was en dat nieuwe acties zouden volgen.

De algemeen-secretaris van het CNE (Franstalige bediendencentrale van het ACV), Felipe Van Keirsbilck, reageerde meteen op de radio: “Niemand gelooft dat er sociale vrede komt rond al die onderwerpen, zelfs Pieter Timmermans [van werkgeversorganisatie VBO, n.v.d.r.] niet in zijn stoutste dromen.” De verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, de “vernietiging van het brugpensioen”, de “belangrijke diefstal” bij deeltijds werkenden of nog de “vernietiging van rechten van oudere werklozen”, het zijn allemaal kwesties waarrond een mobilisatie belangrijk blijft. Van Keirsbilck voegde eraan toe: “De onderhandelingen hadden meer weg van chantage dan van overleg. Ik wik mijn woorden. Het VBO, meneer Timmermans en zijn collega’s wisten immers dat de regering klaar stond om meteen een nulnorm in te voeren indien er geen akkoord was. Ze zaten in een zetel en moesten niet onderhandelen. Ze konden hun wil gewoon opleggen. In ruil daarvoor wilden ze enkele borrelnootjes aanbieden.”

Borrelnootjes om verdeeldheid te zaaien

Het doel van het ‘sociaal akkoord’ was niet om een beperkte marge voor loonsverhogingen toe te kennen, maar vooral om het verzet tegen het besparingsbeleid te stoppen. De onderhandelingen werden gebruikt om verdeeldheid te zaaien tussen ACV en ABVV en tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. Ondanks alle pogingen tot het creëren van verdeeldheid, is dat niet gelukt. De druk van onderuit heeft daarvoor gezorgd. Met de professionele provocateurs van N-VA in de regering was het overigens niet evident om de ware bedoelingen van regering en patronaat te verbergen.

Het ontwerpakkoord was amper bekend of minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) verklaarde aan al wie het wilde horen dat de gevolgen van het akkoord eerst moesten bekeken worden, want het “akkoord moet voldoende overeenstemmen met het regeerakkoord.” Dat de onderhandelingen enkel dienden om het verzet tegen de rechtse regering te verzwakken, werd expliciet erkend door N-VA-verkozene Zuhal Demir: “Het sociaal overleg biedt een zekere ruimte, laat er ons gebruik van maken.”

Het leverde enkel de regering een zekere ruimte op. Die verklaart nu dat de kleine toegevingen, de borrelnootjes, onlosmakelijk verbonden zijn met “de stabiliteit van de bedrijven”. “De sociale acties mogen geen stakingsacties zijn”, verklaarde Kris Peeters die eraan toevoegde dat de bedrijven “niet gehypothekeerd mogen worden.” Egbert Lachaert (Open vld) voegde eraan toe dat het land niet nogmaals mag platgelegd worden door het “dictaat” en de “gijzelingsacties” van de vakbonden. De gebruikte woordenschat verschilt wat, maar de algemene positie van de regeringspartijen is dezelfde: er mag geen sprake zijn van verzet tegen de gijzeling van onze openbare diensten, onze arbeidsvoorwaarden en lonen, onze uitkeringen, … door het dictaat van de ‘vrije markt’ en de concurrentiepositie.

Een tweede ronde van sociaal verzet

In de aanloop naar de militantenconcentratie van 11 maart komt er een informatiecampagne in de bedrijven en sensibiliseringsacties rond “rechtvaardige belastingen en een taxshift, de maatregelen van de regering inzake de werkloosheidsverzekering, de beschikbaarheid van werklozen, de hervorming van de pensioenen, de koopkracht en de indexsprong, de verdediging van degelijke openbare diensten en de onderhandelingen voor het personeel van de publieke sector en het onderwijs.”

De sociale spanning die door het eerste actieplan werd opgebouwd, is nadien wat teruggevallen. De regering heeft bovendien gebruik gemaakt van de terreurdreiging om de rangen wat te sluiten. Dit betekent echter niet dat er nu een bredere steun voor het regeringsbeleid is. Een onderzoek van Ipsos voor RTL en Le Soir gaf eind januari aan dat 58% van de ondervraagden tegen de indexsprong is (tegenover 24% voorstanders) en 61% is tegen de verhoging van de pensioenleeftijd (tegenover 37% voorstanders).

De afkeer tegenover het beleid houdt dus aan en dit in heel het land. Een nieuw actieplan heeft dan ook een enorm potentieel. We hebben in deze krant al voor de algemene staking van 15 december een voorstel gedaan voor de volgende stappen: een tweede actieplan dat harder en groter is met een nieuwe militantenconcentratie (wat ondertussen reeds aangekondigd werd), een nieuwe nationale betoging, regionale stakingsdagen en vervolgens een nationale algemene 48-urenstaking die kan hernieuwd worden indien de regering nog niet gevallen is.

Het is mogelijk om het enthousiasme voor nieuwe acties te mobiliseren. Het vakbondsfront kan dit potentieel benutten door massaal pamfletten te verspreiden op de markten, in de stadscentra, aan supermarkten, … De georganiseerde arbeidersbeweging is in staat om een beweging uit te bouwen waarin ook brede lagen van de bevolking betrokken zijn rond de kern van syndicalisten. Het zou een uitstekende manier zijn om diegenen die twijfelen over het nut van onze acties te overtuigen dat we strijden om te winnen. Die benadering kan enkel versterkt worden door open militantenbijeenkomsten te houden – in alle regio’s en alle sectoren – om er te beslissen over de volgende acties, de wijze waarop we er een succes van kunnen maken en de eisen die we verdedigen.

Welk alternatief?

Victor Hugo stelde al: “De hemel van de rijken is gemaakt door de hel van de armen”. De schandalen van LuxLeaks, vervolgens SwissLeaks, de kapitaalstaking (Trends titelde op 6 november nog dat de Belgische bedrijven op 240 miljard euro cash zitten), … geven aan dat dit vandaag nog steeds het geval is.

Voor de wel erg gematigde officiële oppositie is er nood aan een nieuw evenwicht met een verschuiving van belastingen op arbeid richting kapitaal. De fractieleider van CDH in het parlement, Catherine Fonck, stelt dat er nood is aan een echte “fiscale revolutie” en eerder pleitte de PS voor een (beperkte) vermogensbelasting. Als PS en CDH zich niet tot woorden willen beperken, is dat overigens mogelijk. Er is geen federale vermogensbelasting, maar de financiewet laat de Waalse regering toe om zelf een belasting te heffen op grote vermogens. Of is het hen enkel te doen om het sociaal verzet te recupereren?

Vanuit het verzet tegen de besparingen kan een echt alternatief van de arbeidersbeweging ontwikkelen. De eisen van het gemeenschappelijk vakbondsfront kunnen bediscussieerd en uitgewerkt worden op algemene vergaderingen waardoor we ons programma in het belang van de volledige werkende klasse verder kunnen verdiepen. De middelen zijn er om een ander model van samenleving uit te bouwen in plaats van het kapitalisme waar enkel de winstlogica telt waardoor het elk voor zich is en steeds meer mensen uit de boot vallen. Laat ons de bestaande middelen onder publieke controle plaatsen en bouwen aan een andere, socialistische, samenleving.