Home / Internationaal / Afrika / Congo: 42 doden bij protest in januari

Congo: 42 doden bij protest in januari

Momenteel bezoeken minister Reynders en staatssecretaris De Croo Congo. Ze willen daarbij vooral de vrijhandel stimuleren. De actualiteit gebiedt hen om ook zaken over de politieke onrust in het land te zeggen. Hieronder een artikel door Per-Ake Westerlund over het recente protest in Congo.

congoIn januari ontstonden er massaprotesten tegen de plannen van president Joseph Kabila om zijn ambtstermijn te verlengen. Politie en leger kwamen op geweldadige wijze tussenbeide waardoor er 42 demonstranten om het leven kwamen. Toch leidden de protesten, die voornamelijk door de studentenbeweging werden aangevoerd, ertoe dat het parlement zijn beslissing introk.

Onder de huidige grondwet kan Kabila niet herverkozen worden bij de verkiezingen in 2016. Een president kan slechts twee ambtstermijnen in functie zijn en Kabila was nu voor de tweede keer president. Het regime stelde daarom een volkstelling voor. Daar die naar schatting enkele jaren kan duren, worden de presidentsverkiezingen uitgesteld en blijft Kabila sowieso langer aan de macht in de aanloop naar een eventuele derde ambtstermijn.

Oppositiepartijen en jongerenorganisaties planden daarom een golf van massaprotesten tegen het wetsvoorstel en het corrupte parlement dat door Kabila gecontroleerd wordt. Deze protesten begonnen op 19 januari in de straten van Kinshasa. De directe aanleiding was de goedkeuring van het wetsvoorstel door een kamer van het parlement. Politie en leger werden ingezet en ondersteund met helikopters. Daartegenover stonden de voornamelijk jonge demonstranten. De zwaarste gevechten braken uit op de universiteit van Kinshasa.

In een poging om de protesten te stoppen, amendeerde de senaat het wetsvoorstel waarbij de volkstelling niet aan de presidentsverkiezingen werd verbonden. De oppositiepartijen riepen op om de protesten te staken, maar de jongeren gingen door. Zij vreesden (terecht) dat het slechts een politiek manoeuver was, ze eisten het ontslag van Kabila.

De protesten hielden vier dagen aan en spreidden al snel uit naar Goma en Bukavu in Kivu (Oost Congo). Ook daar trad de politie erg gewelddadig op waardoor verschillende jongeren moesten vluchten naar buurland Rwanda.

De harde repressie brak de beweging. Op de tweede dag van protesten sloot de regering het internet af en blokkeerden ze GSM verkeer. Ze voerden massale arrestaties uit, drie weken later zitten nog steeds meer dan 300 jongeren vast.

Volgens mensenrechtenorganisaties werden door politie en leger 42 betogers gedood. Onofficiële bronnen maken zelfs melding van meer dan honderd dodelijke slachtoffers.

Hoe verder met Kabila?

Het aanpassen van het wetsvoorstel door de senaat was een onverwachte overwinning voor de demonstranten. Jason Steams (Congo-expert aan het “Rift Valley instituut”, een NGO) meldde aan Reuters dat het de eerste keer is dat straatprotesten in Kinshasa een directe impact hebben op het politieke beleid.

Het valt nog te bezien hoe Kabila en zijn aanhangers zullen reageren. Politici zijn nog niet vergeten wat er gebeurde met Blaise Compaoré van Burkina Faso in oktober vorig jaar. Toen hij probeerde om zijn mandaat te verlengen, werd hij omvergeworpen door massale protesten. Tegelijk mogen we niet vergeten dat Kabila meer steun geniet van multinationals en internationale overheden dan Compatoré.

Joseph Kabila kwam aan de macht in 2001. Hij volgde zijn vader op die in dat jaar vermoord werd. Kabila “won” de verkiezingen van 2006 en 2011 door electorale faude en vriendjespolitiek. Imperialistische krachten die de natuurlijke rijkdom van het land plunderen, zoals de VS, China en Europese landen, zien in Kabila een solide partner en negeren de corruptie en verkiezingsfraude. Multinationale mijnbouwbedrijven als Glencore, Freeport McMoRan en AngloGold, maar ook andere regionale regeringen die aan de oorlogen in Congo deelnamen, zijn voortdurend verwikkeld in een strijd om Congolese rijkdommen.

Plan A voor het regime is dat Kabila blijft. Maar tegelijk hebben verschillende gevestigde politici geprobeerd om zichzelf naar voor te schuiven als alternatief. Niet in het minst is er de gouverneur van Katanga, Moïse Katumbi, die in de internationale media wordt voorgesteld als een stabiele opvolger. Katumbi wil op twee paarden wedden. Enerzijds moedigt hij multinationale mijnbouw aan, anderzijds steunt hij de betogers door het brutale geweld van de regering te bekritiseren. Het ontbreekt de meerderheid van de bevolking aan een echt alternatief om een einde te maken aan de oorlogen en de plundering van het land. De oppositiepartijen zijn even corrupt en ondemocratisch.

Een voormalige directeur van de OSISA (een NGO die opkomt voor democratische verkiezingen in zuidelijk Afrika) stelde: “Ik zie de acties niet als teken van steun aan de oppositie, maar eerder als een algemeen protest tegen de macht van Kabila”.

De ‘International Crisis Group’, een in Brussel gevestigde groep van voormalige politici, omschrijft Congo-Kinshasa (waarvan de officiële naam ‘Democratische Republiek Congo’ is) als “gevaarlijk instabiel”.

Volgens de VN-index (index van menselijke ontwikkeling) is Congo na Niger het minst ontwikkelde land in de wereld. Het gemiddelde inkomen in Congo bedraagt 390 dollar per jaar (een dollar en zes cent per dag). Let wel, dit is het gemiddelde. Dat wil zeggen dat veel mensen een pak minder verdienen.

Om uit de armoede te geraken, zoeken veel jongeren en kinderen hun toevlucht tot gewapende milities. Die nemen de jonge rekruten maar wat graag op. Deze maffiose milities staan voor uitbuiting, smokkel van grondstoffen en mensenhandel. Congo is de grootste producent van Kobalt in de wereld en produceert meer koper dan eender ander Afrikaans land. Daarnaast heeft het grote reserves aan goud, uranium en honderden andere mineralen. 95% van de exportinkomsten komen voort uit grondstoffen.

De multinationals hebben een schaamteloze campagne gevoerd tegen de voorstellen van de regering voor een bescheiden verhoging van de belastingen van bedrijven aan de staat. Na dreigementen van verminderde investeringen, heeft de regering toegegeven. Het aandeel van de staat in nieuwe projecten wordt nu verlaagd naar 10 procent, in plaats van de oorspronkelijk voorgestelde 30 procent. De vergoeding voor de goudmijnen stopt op zes procent. Zo zie je maar, de regering van het land blijft in de handen van degenen die de grondstoffen exploiteren. Zo speelt bijvoorbeeld China steeds een belangrijkere rol.

Milities en regionale machtsstrijd

Van de nieuwste plannen voor het ontwapenen van de vele milities, vooral in het oosten van Congo, komt er voorlopig niets in huis. Deze plannen kwamen er na de nederlaag van het rebellenleger M23 in november 2013. Dit werd gezien als een belangrijke overwinning omdat M23 slechts een jaar eerder ermee gedreigd had massaal vanuit het oosten te marcheren en Kinshasa over te nemen. Niettemin heeft de in februari 2014 ondertekende vredesovereenkomst (PSCF, Vrede en Veiligheid overeenkomst) volledig gefaald.

M23 is niet gedemobiliseerd zoals gepland. Ex-strijders kwamen terecht in kampen gekenmerkt door armoede en ontbering. Zonder toekomstperspectief zochten ze hun heil opnieuw in andere gewapende milities.

Het Congolese leger FARDC en de VN-macht MONSC worden door een groot deel van de bevolking als corrupt en incapabel aanzien. De bevelhebbers, verantwoordelijk voor vrede en stopzetting van gewapende conflicten, zijn meestal zelf de aanstokers van massaslachting en verkrachting van vrouwen.

Na de M23, werd de Hutumilitie FDLR, die vanuit Rwanda komt, het volgende doelwit. De VN-troepen werden met een extra ‘interventiebrigade’ versterkt voor deze strijd. Maar de brigade werd amper gebruikt in het afgelopen anderhalf jaar. Een gepland offensief werd recent opnieuw uitgesteld.

De FARDC vond het belangrijker om te vechten tegen een andere militie, namelijk de ADF. Naast de schermutselingen tussen leger en ADF is ook het conflict tussen MONUSC en Kinshasa verder ontwikkeld. De overheid riep hierbij de VN openlijk op om zijn troepen in het hele land terug te trekken, nu zijn er 22.000 VN-soldaten.

Het feit dat er niets is ondernomen tegen FDLR heeft de regionale spanningen doen oplaaien. Rwanda is Congo twee keer binnengevallen in een poging om FDLR te verslaan. Rwanda staat er kritisch tegenover zowel het Congolese leger als de VN-troepen. Daarbij wordt Rwanda gesteund door Oeganda en Kenia. Andere regionale machten zoals Zuid-Afrika, Angola en Zimbabwe steunen Kabila.

Eigenlijk gaan deze conflicten over de winsten en transportroutes voor natuurlijke rijkdommen van Congo. Zo tekende Zuid-Afrika een groot contract voor de waterkracht van de Congo-rivier.

De betogingen in januari kunnen het begin zijn van een escalerende oppositie van onderuit , zonder banden met gevestigde partijen en met de jeugd aan het hoofd van de beweging. Een nieuwe beweging is een voorwaarde voor het breken met imperialistische uitbuiting en de voortdurende oorlogen die hebben geleid tot slachting van acht miljoen mensen in de laatste 20 jaar. Dergelijke massabeweging, met de eis van nationalisatie van alle natuurlijke grondstoffen en de opbouw van een revolutionaire socialistische partij zouden doorslaggevende elementen kunnen zijn om tot maatschappijverandering te komen.