Home / Dossier / Grote maatschappijverandering. Hoe daar geraken en welke rol kan de algemene staking spelen?

Grote maatschappijverandering. Hoe daar geraken en welke rol kan de algemene staking spelen?

Foto: Chloë

Foto: Chloë

“In de komende jaren zal het ideologische debat gaan over de wisselwerking tussen staat en markt, tussen gemeenschap en individu, tussen publieke schuld en private eigendom. (…) Er begint zich een nieuwe wereld te vormen. Ze draagt in zich een enorme maatschappijverandering.” Dat was wat de econoom Bruno Colmant de dag na de betoging van 6 november schreef in een artikel onder de titel: “En wat indien er zich een grote maatschappijverandering voorbereidt?” Die verandering is absoluut noodzakelijk. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de deze verandering gericht is op de overgrote meerderheid van de bevolking? Een dossier door NICOLAS CROES

De betoging van 6 november was indrukwekkend. Zowat 150.000 mensen kwamen op straat tegen de besparingsplannen van de regering-Michel. De volgende stappen van het actieplan,  de regionale stakingen en de nationale algemene staking van 15 december,  dienen zich eveneens als veelbelovend aan.

En nadien?

Na 6 november kwam Kris Peeters (CD&V) en zijn partij met het voorstel om een belasting op kapitaal te heffen in de vorm van een vermogenswinstbelasting. De onthullingen van Lux Leaks, waarbij belastingen worden ontdoken via Luxemburg, hadden olie op het vuur gegoten. En dan was er nog de 1,45 miljard euro winst die Marc Coucke als patroon van Omega Pharma opstreek bij de verkoop van zijn bedrijf. Op dat bedrag betaalt hij geen belastingen.

Als sommigen in de regering nu spreken over een vermogenswinstbelasting in de verre toekomst is het doel duidelijk: het onaanvaardbare laten aanvaarden. Het is een uitdrukking van de paniek in de regering. In Le Soir schreef Béatrice Delvaux: “Het gaat niet om het straffen van kapitaal (…) Het is belangrijk dat de besliste radicale hervormingen aanvaardbaarder worden gemaakt en dus toepasbaar voor diegenen die ze ‘ondergaan’.” Het zou erg zijn indien alle inspanningen van de arbeidersbeweging slechts dat als resultaat zouden hebben…

Deze regering van rijken moet niet bijgestuurd worden, ze moet volledig weg. Het regeerakkoord maakte al duidelijk dat het beleid enkel gericht is op de belangen van de kleine toplaag die van het resultaat van onze arbeidskracht leeft  en steeds rijker wordt. De regering wegstaken,  betekent dat we een alternatief moeten hebben. Een nieuwe tripartite of andere coalitie tussen gevestigde partijen is dat niet. Partijen als de PS of sp.a en Groen beweren dan wel dat ze onze verontwaardiging delen, maar eens ze aan de macht zijn laten ze ons even goed voor de crisis betalen. Enkel het ritme van het asociale offensief is anders, over de grote lijnen van het beleid zijn ze het met de rechterzijde eens. Van bij het aantreden van Michel I maakte de PS al duidelijk dat 70% van de maatregelen van de nieuwe regering voortbouwen op wat al door de vorige regering was beslist.

LSP heeft de afgelopen weken meermaals herhaald dat we het volledige besparingsbeleid weg moeten krijgen. De val van de regering MR/CD&V/Open vld/N-VA is geen eindpunt voor onze strijd, maar slechts een stap, uiteraard wel een belangrijke stap. Zoals we in ons pamflet op 6 november al schreven: “Onze strijd begint nu. De ervaring die we daarin opdoen, moet gebruikt worden voor de opbouw van een echte tegenmacht van de arbeidersklasse. In plaats van een antiwerknemersregering willen we een arbeidersregering. Een regering wiens beleid niet gericht is op winstgarantie voor een handvol superrijken, maar op de behoeften van de overgrote meerderheid van de bevolking. Dat vereist een volledige breuk met het besparingsbeleid.”

Algemene staking als instrument van systeemverandering

De uitdaging lijkt bijzonder hoog gegrepen, maar het is het enige alternatief. De orkaan van de economische crisis zal niet zomaar gaan liggen en het kapitalistische offensief zal het enkel versterken. Dat zien we doorheen Europa en de rest van de wereld. Maar er is niet zoiets als de laatste crisis van het kapitalisme. Dit achterhaalde systeem zal een vorm van stabiliteit proberen te vinden en kan dat op basis van een nederlaag van de arbeidersklasse met een drastische aanval op onze levens- en arbeidsvoorwaarden.

De asociale aanvallen op de werkenden gebeuren aan een nooit gezien tempo met massale herstructureringen en bedrijfssluitingen in de privésector en drastische besparingen voor de publieke autoriteiten. Dat heeft de autoriteit van alle traditionele instellingen van de heersende klasse ondermijnd. En het leidt tot de terugkeer van een fenomeen dat in ons land samen met de 20ste eeuw verdwenen leek te zijn, een van de sterkste wapens van de arbeidersbeweging, met name de algemene staking.

Vandaag worden algemene stakingen vooral gezien als een vorm van protest of het uitoefenen van druk. De laatste algemene stakingen in ons land waren erop gericht om de “regering de stem van de straat te laten horen”. Het doel was niet om de regering te laten vallen, laat staan om het kapitalistische systeem omver te werpen. De beweging werd steeds afgeremd door de vrees dat er een nog rechtsere regering zou komen. Dat argument gaat nu niet meer op.

Maar zelfs indien de woede onder brede lagen van de bevolking toeneemt en daarmee ook de roep naar ‘iets anders’ steeds luider klinkt, blijft er nog een grote vaagheid bestaan over wat dat ‘anders’ dan wel inhoudt. Het ontbreekt aan een breed gedragen alternatief op de huidige samenleving.

Elke staking omvat een betwisting van de macht van het kapitalisme. Een stakerspost maakt het de werkgever bijvoorbeeld onmogelijk om ‘zijn’ bedrijf te betreden. Het betwist bovendien de stelling dat we nu eenmaal voor een werkgever moeten werken en de dagelijkse uitbuiting moeten aanvaarden om te kunnen leven.

Als een staking een zekere omvang krijgt – van een staking in een bedrijf naar een lokale of nationale algemene staking die bovendien enkele dagen duurt –  neemt het belang ervan enkel maar toe. Het leidt tot de centrale vraag: wie is eigenlijk baas in het bedrijf, de economie en de staat? Zijn het de werkenden of de grote patroons en aandeelhouders? Het potentieel van een algemene staking is ook dat het de realiteit scherp stelt: het zijn de werkenden die alle rijkdom produceren en die aan de basis van de economie liggen. Zij kunnen de economie ook platleggen. Het zijn ook zij die de economie terug kunnen opstarten, ze hebben daar geen grote patroons, speculerende aandeelhouders of andere parasieten voor nodig. Zoals de oude slogan het zegt: “De baas heeft jou nodig, jij hebt hem niet nodig.”

De vraag van de macht

Een algemene staking legt niet  alleen de basis voor een grootschaligere strijd tegen de kapitalistische samenleving en de verdedigers van dit systeem, het bevat ook de kiemen van een toekomstige samenleving  waarin we democratische controle hebben op de productiemiddelen, de sleutelsectoren van de economie, en met dit beheer bouwen aan een meer gelijke samenleving.

In de loop van de grote algemene staking van de winter van 1960-61 hadden de strijdcomités de economische activiteit in het land vijf weken lang platgelegd. Deze organen werden aanvankelijk opgezet om de strijd tegen het besparingsplan van de Eenheidswet beter te organiseren, maar ze begonnen ook de distributie van voedsel en medicijnen op te nemen, het beheer van het transport, … In een dergelijke situatie verliest de heersende klasse geleidelijk aan de controle op de samenleving. Naarmate een sociaal conflict harder wordt, nemen de taken van de stakerscomités toe en ontstaat een situatie van dubbelmacht. Dat is een situatie waarbij er naast de kapitalistische staat een embryo van een nieuwe arbeidersstaat ontstaat doorheen de coördinatie van arbeidersvergaderingen en hun acties.

Die strijdcomités of stakerscomités hebben het potentieel om het begin te vormen van een nieuwe organisatie van de samenleving door de strijdorganen om te vormen tot beheersorganen. Dat was een fenomeen dat bij algemene stakingen in het verleden vaak voorkwam. Zowel de burgerij als de vakbondsleiders waren vaak ongerust over deze ontwikkeling. Tijdens de Britse algemene staking van 1926 – overigens de laatste die dat land kende –  merkte een conservatieve politicus aan de vakbondsleiders op dat een verderzetting van de staking zou betekenen dat ze machtiger werden dan de staat zelf. Hij stelde de vakbondsleiders de vraag: “Zijn jullie daartoe bereid?” In de algemene staking van 1960-61 in ons land werd het kapitalistische systeem net zoals in Groot-Brittannië in 1926 niet door haar eigen kracht gered, maar door de afwezigheid van een leiding die voldoende stoutmoedig was en genoeg vertrouwen had in de capaciteiten van de arbeidersklasse om een eigen democratisch alternatief op te bouwen.

Geen echte democratie zonder controle op de economie

In het kader van de organisatie van de strijd  hebben we algemene vergaderingen op de werkvloer, in de wijken, op de scholen, aan de faculteiten nodig om te beslissen over hoe we de strijd verderzetten en om een sterke beweging uit te bouwen waarbij we zoveel mogelijk mensen betrekken en de werkenden, jongeren en armen verenigen en democratisch van onderuit organiseren.

Als deze comités zich lokaal, regionaal en nationaal coördineren, uiteraard steeds onder controle van algemene vergaderingen en met vertegenwoordigers die permanent afzetbaar zijn, kunnen ze geleidelijk van strijdorganen uitgroeien tot machtsorganen. Op deze manier bestaat er een veelheid van ‘parlementen’.

Het hoogtepunt van dit proces is de vestiging van een regering van arbeiders, een regering die de belangen van de meerderheid van de bevolking vertegenwoordigt en niet die van een kleine elite. Vandaag botst elke economische, democratische of ecologische eis met de dictatuur van de kapitalistische markten, het heilige huisje van de ‘concurrentiepositie’. Het huidige systeem is genetisch niet in staat om democratisch te zijn, de belangen van de meerderheid van de bevolking botsen immers steeds met de macht die in handen is van de kleine minderheid van eigenaars van de productiemiddelen.

Als we hier spreken over arbeiders is dat niet vanuit dogmatisme. Het is omdat de georganiseerde arbeidersbeweging de enige kracht in de samenleving is die de economie volledig kan platleggen en dus ook de machtsbasis van de kapitalistische elite. Dat kan doorheen een algemene staking en massamobilisaties. Deze stellen immers de kwestie van een nieuwe samenleving, een samenleving waarin de sleutelsectoren van de economie in handen van de arbeidersbeweging zijn zodat er met een democratische planning kan gewerkt worden.

Het aspect van democratie in het productieproces is van fundamenteel belang. Zoals de Russische revolutionair Leon Trotski al stelde: “Een planeconomie heeft nood aan democratie zoals het menselijk lichaam nood aan zuurstof heeft.” Het was overigens het gebrek aan democratie die leidde tot de ineenstorting van het Oostblok, waar het systeem verstikt werd door de dictatoriale kanker van de stalinistische bureaucratie.

Internationalisme

Een van de redenen die toelaat om die bureaucratische degeneratie van de Russische revolutie en de machtsovername door een bureaucratische kaste in de Sovjet-Unie te begrijpen, is het isolement waarin dit economisch en cultureel achtergebleven land zich vlak na de revolutie van 1917 bevond. Een ander element was de afwezigheid van voldoende sterke revolutionaire leidingen in andere landen, wat bijdroeg tot de nederlagen voor de revolutionaire mogelijkheden in onder meer Duitsland, Hongarije, Italië, … in de jaren 1917-1923.

In de afgelopen jaren zagen we dat massabewegingen bijzonder besmettelijk waren. Offensieve bewegingen kregen vaak snel navolging in andere landen. Ook onze strijd heeft een internationale uitstraling, de betoging van 6 november en het syndicale actieplan worden ook elders in Europa besproken. In veel landen is er nog geen actieplan tegen de besparingen waarbij de acties zich niet beperken tot een nationale betoging zonder vervolg. Sociale media en internet bieden mogelijkheden om informatie over strijdbewegingen te verspreiden. Elke concrete stap in de breuk met het kapitalisme kan een breed gedragen enthousiasme teweegbrengen en dit ver over de nationale grenzen heen. Het kan aanleiding geven tot een revolutionaire dynamiek die we nooit eerder in de geschiedenis zagen.

Een arbeidersregering die weigert te buigen voor de dictaten van de speculatieve beleggingsfondsen, weigert om de publieke schulden te betalen (tenzij op basis van bewezen behoeften), de sleutelsectoren van de economie (de volledige financiële sector maar ook energie, distributie, …) en de natuurlijke rijkdommen nationaliseert onder controle en beheer van de gemeenschap, zou een enorme internationale impact hebben. Een regering die de gecreëerde rijkdom inzet voor  een massaal programma van de bouw van goed geïsoleerde sociale woningen, scholen, ziekenhuizen, …  zodat iedere werkende niet alleen degelijke arbeids- en loonvoorwaarden geniet maar ook mee beslist over de praktische organisatie van het werk en de organisatie van het dagelijkse leven in de samenleving, zou wereldwijd enthousiasme genereren.

In Europa en elders zou een dergelijke regering natuurlijk op  tegenkantingen van instellingen als het IMF, de Wereldbank, … botsen. Een arbeidersregering zou de invoering van haar beleid moeten combineren met de mobilisatie van de bevolking en oproepen tot internationale solidariteit. Het conflict tussen de sociale klassen komt dan op een ander niveau terecht, maar de arbeidersklasse zou deze strijd versterkt aangaan.

De revolutionaire krachten organiseren

Het brede bewustzijn van de noodzaak om te gaan  naar een samenleving onder democratische controle en beheer van de massa’s is vandaag nog niet aanwezig. Maar we mogen niet vergeten dat de geschiedenis niet altijd op eenzelfde ritme ontwikkelt, de geschiedenis verloopt niet rechtlijnig. Er zijn vaak schokken. Soms lijkt de arbeidersbeweging decennialang niet te ontwikkelen. Op andere ogenblikken, door strijdbewegingen en de bewuste tussenkomst van marxistische militanten, kan het bijzonder snel gaan en kan de arbeidersbeweging op enkele weken, soms zelfs op enkele dagen, de achterstand op de politieke situatie inhalen.

Doorheen  de geschiedenis hebben algemene stakingen meermaals een revolutionair karakter aangenomen. Dat kan ook vandaag. Er zijn vier centrale voorwaarden waaraan moet voldaan zijn om over een revolutionaire situatie te spreken. De arbeidersklasse moet in opstand komen tegen het kapitalisme, de middenlagen in de samenleving moeten twijfelen en – minstens gedeeltelijk – de kant van de arbeiders kiezen en de heersende klasse (de burgerij) moet verdeeld zijn omdat ze geen manier ziet om uit de crisis te geraken. De vierde voorwaarde is eveneens cruciaal: het bestaan van een revolutionaire massaorganisatie die de woede kan kanaliseren in een strijd voor een democratisch socialistische samenleving. Deze kracht opbouwen voor de volgende stappen in de klassenstrijd, is de belangrijkste uitdaging van LSP en de internationale organisatie waartoe LSP behoort, het CWI (Comité voor een Arbeidersinternationale).

In zijn strijd heeft de arbeidersklasse nood aan ordewoorden die overeenstemmen met de objectieve noden van dat ogenblik. Zelfs een kleine groep kan zijn numerieke zwakte overstijgen en een factor in de beweging worden indien ze aangepaste ordewoorden op het juiste ogenblik naar voor schuift. We moeten de middelen vinden om geleidelijk aan, en vanuit de huidige behoeften, het idee van een socialistische maatschappijverandering als enige mogelijke uitweg ingang te doen vinden.

 


 

Leon Trotski over stakingen

“De stakingen met fabrieksbezetting overschrijden de grenzen van de normale kapitalistische maatschappij. Geheel onafhankelijk van de eisen van de stakers brengt de tijdelijke inbezitneming van de bedrijven de afgod van de kapitalistische eigendom een slag toe. Iedere staking met bezetting stelt in de praktijk de vraag: wie is meester in de fabriek, de kapitalist of de arbeiders?

“Werpt de staking met bezetting deze vraag episodisch op, het fabriekscomité verleent er organisatorisch uitdrukking aan. Het door alle arbeiders en bedienden van het bedrijf verkozen fabriekscomité schept in één slag een tegengewicht tegen de wil van de directie.”

(Uit ‘Het overgangsprogramma’ van Leon Trotski)