Home / Belgische politiek / Nationaal / 94.500 dollarmiljonairs, 420.000 kinderen groeien op in armoede. Dit is een fout systeem!

94.500 dollarmiljonairs, 420.000 kinderen groeien op in armoede. Dit is een fout systeem!

armoede

Vorige week werd bekend gemaakt dat ons land een record aantal dollarmiljonairs kent. Het gaat om 94.500 mensen of 11.900 meer dan een jaar geleden. Veel voormalige arbeiders van Ford zullen er daar niet tussen zitten. Geschorste werklozen al evenmin. En wat de liberale propaganda ook mag beweren, mensen met een wachtuitkering zitten er wellicht ook niet tussen. De dollarmiljonairs zijn een kleine groep, minder dan 1% van de bevolking. Wel hebben ze voldoende economische en politieke macht om hun eigen positie er sterk op te verbeteren.

Langs de andere kant van de sociale kloof vinden we de armen. Ook zij zijn met steeds meer. Maar liefst 420.000 van de 2,2 miljoen Belgische kinderen en jongeren onder de 18 jaar groeien op in een arm gezin. Het gaat om 18,7% van de kinderen. In Brussel loopt het zelfs op tot 4 op de 10 kinderen, een cijfer dat gelijkaardig is aan dat van Bulgarije en Roemenië. De armoedecijfers in Vlaanderen vallen nog mee, zo wordt ons gezegd. Maar ook hier groeit 10% van de kinderen in armoede op. Het aantal kinderen dat in een Vlaams gezin in armoede wordt geboren is tussen 2001 en 2012 bijna verdubbeld van 5,8% tot 10,5%.

Wereldwijd waren er vorig jaar zowat 13,7 miljoen dollarmiljonairs, een stijging met twee miljoen sinds 2011. Samen beschikten ze over 52.620 miljard dollar of 38.770 miljard euro. Tegen 2016 zou dit oplopen tot 47.370 miljard euro. Binnen deze groep van superrijken – goed voor amper 0,1% van de wereldbevolking – is er nog een scherpe kloof tussen de allerrijksten en de anderen. Eerder dit jaar maakte Oxfam bekend dat de 85 rijksten ter wereld evenveel bezitten als de armste helft van de wereldbevolking. Wereldwijd zijn er 1.426 miljardairs met een gezamenlijk vermogen van 5.400 miljard dollar.

Met dergelijke bedragen is het mogelijk om armoede de wereld uit te helpen en iedereen toegang te geven tot drinkbaar water, onderwijs, gezondheidszorg en degelijke huisvesting. Dergelijke bedragen geven aan hoe fout de algemeen verspreide retoriek dat wij nu eenmaal allemaal moeten betalen als gevolg van de crisis wel is. Terwijl wij inspanningen moeten leveren, onder meer om de collectivisatie van de private bankenschulden te betalen, is er een kleine toplaag die amper aan de gemeenschap bijdraagt en steeds rijker wordt. Waarom wordt eens te meer verwacht dat werkenden op hun loon inleveren, openbare diensten verder afgebouwd worden en uitkeringstrekkers nog dieper onder de armoedegrens worden geduwd? Dat neoliberale beleid wordt ons verkocht als het enige mogelijke. ‘Er is geen alternatief,’ krijgen we te horen. Als alternatief voorstellen dat die superrijken eens wat meer zouden bijdragen, wordt niet aanvaard door het establishment maar vindt wel steeds meer gehoor onder de door besparingen getroffen bevolking.

De enorme kloof tussen arm en rijk is niet gewoon een fout in het systeem waarbij een loutere herverdeling van de beschikbare middelen binnen het kader van dit systeem volstaat als oplossing. Uiteraard moet er een herverdeling van de middelen komen en moet de enorme beschikbare rijkdom worden aangewend voor de belangen van de meerderheid van de bevolking. Maar de concentratie van extreme rijkdom in de handen van een bijzonder kleine minderheid van de bevolking zit ingebakken in het kapitalistische systeem. Er is meer aan de hand dan een systeemfout, het hele systeem is fout. Socialisten pleiten voor een herverdeling van de beschikbare middelen door middel van maatschappijverandering. Enkel door de productiemiddelen uit de handen van de rijke elite te halen, kan de gemeenschap een democratische controle en beheer op de beschikbare rijkdom uitoefenen. Een socialistisch alternatief is meer dan ooit noodzakelijk!