Actieplan nodig om Generatiepact (en regering) weg te staken

Zowel ABVV als ACV hebben het aangepaste Generatiepact verworpen en discussiëren momenteel over het actieplan dat zal gehanteerd worden. Komende dinsdag zal dat plan bekend worden. Om de periode tot dinsdag te overbruggen, werd gesteld dat er op vrijdag een ‘informatieronde’ komt in de bedrijven. In een aantal bedrijven zal dit mogelijks gepaard gaan met stakingen. Het verderzetten van de acties is een positief gegeven, maar er zal moeten geantwoord worden op de vraag van de basis naar een degelijk actieplan waarmee het volledige Generatieplan van tafel kan gehaald worden.

Regering niet bereid tot toegevingen

De regering kreeg van de vakbondsleiding na de betoging van 28 oktober een tweede kans om toegevingen te doen op basis waarvan de beweging zou kunnen stopgezet worden. Voor de tweede keer werd gekozen voor een politiek van confrontatie met de vakbonden in plaats van het sluiten van compromissen. De druk van het patronaat is erg groot en zelfs het IMF komt nu in de discussie tussen om te stellen dat het Generatiepact niet ver genoeg gaat. Daarmee zit het IMF op eenzelfde lijn als de regering en de parlementaire oppositie.

De regering heeft van bij het begin van de discussie over de brugpensioenen aangestuurd op een openlijke confrontatie met de arbeiders en hun gezinnen. Dit bleek uit de hardheid van de eerste voorstellen van minister Freya Van den Bossche (SP.a) die stelde dat er een loopbaanvereiste van 40 jaar zou worden ingevoerd alvorens er een recht op brugpensioen zou zijn. Die maatregelen werden naderhand iets afgezwakt, maar de kern bleef overeind: we moeten allemaal langer werken en dit ongeacht de steeds toenemende werkdruk.

Wellicht hadden regering en patronaat niet verwacht dat het antwoord van de arbeiders zo stevig zou zijn. Voor de ABVV-staking van 7 oktober deden politici en patronaat er alles aan om het verzet tegen het Generatiepact af te doen als ‘geïsoleerd’. Er werd van uit gegaan dat er weinig maatschappelijke steun zou zijn voor de staking van 7 oktober. Bovendien had de ACV-leiding al te kennen gegeven dat ze bereid was tot toegevingen.

Het succes van 7 oktober betekende een keerpunt en heeft het ongenoegen dat aanwezig was bij de ACV-basis dermate versterkt dat de nationale ACV-leiding van Cortebeeck werd teruggefloten en mee in actie moest komen. De politici die hoopten dat de beweging zou "landen" na een falen van de staking van 7 oktober, kwamen bedrogen uit. Nochtans had bijvoorbeeld de CD&V daarop gerekend en wachtte de partij met het bekendmaken van haar economisch programma tot na die staking. Wellicht hoopten ze dat het harde neoliberale programma onopgemerkt zou voorbijgaan op een ogenblik dat er geen sociale strijd was. CD&V heeft zich daar zwaar misrekend.

Maar de CD&V stond niet alleen met haar misrekeningen. Het volledige establishment stond verbijsterd van het succes van de staking van 7 oktober en van de betoging van 28 oktober die gelukkig opnieuw in een verenigd vakbondsfront plaatsvond. De acties tegen het Generatiepact hebben aangetoond dat het verzet niet geïsoleerd staat, maar dat het establishment met haar aanhoudende neoliberale aanvallen op de arbeiders en hun gezinnen geïsoleerd staat van bredere lagen in de samenleving.

"Onderhandelingen" leveren niets op

Nadat duidelijk werd dat er op 28 oktober een sterk vakbondsfront bestond, ondanks eerdere wrijvingen tussen de vakbondsleidingen, probeerde de regering met een verdeel-en-heerspolitiek te werken. Er werd geprobeerd om een aantal specifieke toegevingen te doen voor de metaalsector. Daar zouden de bestaande CAO’s in de sector behouden blijven tot 2010. Ook voor de chemie en de bouw werd die toegeving gedaan, maar daar heeft dit minder reële impact.

Ook werd gesteld dat er ruimte was voor een discussie over de gelijkgestelde periodes zodat het voor deeltijds werkenden gemakkelijker zou worden om aan de voorwaarden voor brugpensioen te voldoen. Dat is echter nooit concreet ingevuld geworden, waardoor het een lege doos is gebleven.

Anderzijds werden er wel belangrijke toegevingen gedaan aan het patronaat. Premier Verhofstadt trok naar Zuidoost-Azië om er reclame te maken voor investeringen in België onder het motto "Invest in Belgium, increase your profits" (verhoog je winsten door in België te investeren). Een belangrijk onderdeel daarbij was de zogenaamde notionele taks. Die maatregel zou concreet betekenen dat de gemiddelde belastingsvoet voor ondernemingen zou dalen van 34% tot 26%. Pure cadeaus aan het patronaat, nadat eerder reeds heel wat toegevingen waren gedaan (onder meer met de daling van de patronale lasten zoals voorzien in het Generatiepact of volgens minister Van Velthoven ook de daling van de patronale bijdragen voor jonge werknemers).

De cadeaus aan het patronaat moesten als afkoopsom dienen voor beperkte toegevingen aan bepaalde sectoren. Terwijl de afkoopsom bijzonder concreet was, waren die toegevingen dat niet. De metaalsector heeft er ook alle belang bij dat de regeling inzake herstructureringen zoals voorzien in het Generatiepact er niet komt. Bovendien zal in die sector ook wel het besef zijn dat diegenen die vandaag minder geraakt worden door het eerste Generatiepact, des te harder zullen worden aangepakt met de nu reeds aangekondigde vervolgverhalen op het Generatiepact. Wie vandaag de solidariteit doorbreekt, zal er dan voor betalen.

De verdeel-en-heerspolitiek van de regering heeft gefaald en beide vakbonden hebben het aangepaste voorstel verworpen. Vrijdag volgt een informatieronde in de bedrijven, veeleer een middel om tijd te winnen. Dinsdag zou het actieplan moeten worden bekend gemaakt. Deze ontwikkeling is een gevolg van de enorme druk op zowel ABVV als ACV waardoor de acties wel moeten verdergezet worden. Ook al betekent dit in de praktijk dat ACV-kopman Luc Cortebeeck voor de tweede keer op ruim een maand tijd wordt teruggefloten door de basis.

Welk actieplan?

De discussies over het actieplan zullen intensief zijn. De vakbondsleiding beseft dat er heel wat op het spel staat, ook voor hun positie binnen de vakbond en voor de positie van de vakbonden in het algemeen. Er is het besef van de druk voor acties, maar tevens de vraag hoe ver kan worden gegaan. Sommige vakbondssecretarissen vragen zich vrij openlijk af hoe de beweging kan beëindigd worden. Ze hebben echter geen antwoord op die vraag.

Het actieplan dat zal worden voorgesteld moet voldoende ernstig zijn, zoniet dreigt de leiding opnieuw te worden teruggefloten door de basis. In verschillende centrales en op verschillende vakbondsvergaderingen werd al gesteld dat een eenmalige 24-urenstaking niet zal volstaan. Er zal meer nodig zijn: een offensief actieprogramma. Daarbij kan een voorbeeld worden genomen aan de vrijdagstakingen uit 1977. Toen waren er opeenvolgende regionale stakingsdagen. Die kunnen gepaard gaan met regionale syndicale betogingen in de vooravond. De regionale stakingen en acties kunnen uiteindelijk leiden tot een nationale zondagbetoging waar de datum wordt aangekondigd voor een meerdaagse algemene staking.

Een dergelijk actieplan zou beantwoorden aan de vragen van de basis om komaf te maken met het Generatiepact. Het zal niet volstaan om een beperkte actie te organiseren en dan nogmaals te onderhandelen met de regering. De regering heeft reeds twee kansen gekregen, waarom zouden ze nu ernstig onderhandelen? Bovendien gaat het niet meer om het aanpassen van punten en komma’s in het Generatiepact, maar om het wegstaken van het volledig Generatiepact. Desnoods met de regering erbij.

Nood aan een offensief programma

Het wegstaken van de regering doet een aantal vragen rijzen. De vakbonden moeten dringend werken aan een offensief programma tegenover de aanvallen op onder meer de brugpensioenen. Totnutoe werd enkel gewerkt met een defensief programma om de aanvallen af te weren. Maar de vakbonden zullen alternatieven moeten naar voor brengen. In het verleden brachten ABVV en ACV offensieve alternatieven naar voor toen ze het hadden over "fundamentele structuurhervormingen". Die programma’s uit de jaren 1950 zullen vandaag uiteraard niet meer volstaan, maar het geeft wel aan hoe een offensief programma kan worden opgemaakt.

Daarbij zal zich ook de vraag stellen naar een politieke vertegenwoordiging van de vakbondseisen. Vandaag schrijft De Morgen terecht: "Deze regering heeft af te rekenen met een zeer sterke buitenparlementaire oppositie, maar die beweging ‘van de straat en de fabrieken’ krijg geen – géén – parlementaire weerklank." Het is duidelijk dat we voor die parlementaire weerklank niet kunnen rekenen op de traditionele partijen. Het zal noodzakelijk zijn dat er gedacht wordt aan arbeiderskandidaten bij de verkiezingen, eventueel na een conferentie rond het opzetten van een linkse arbeiderslijst op basis van een losse federatieve structuur die voldoende ruimte laat voor arbeiders van verschillende achtergronden (zowel ABVV als ACV).

Nu zal het erop aankomen om met een degelijk actieplan het Generatieplan weg te krijgen en tegelijk de discussie op te starten over een politiek alternatief. Wij zullen in die discussie alvast tussenkomen met onze petitie voor een nieuwe arbeiderspartij (zie www.arbeiderspartij.be). We verwachten niet dat er vanuit die petitie effectief een nieuwe partij tot stand komt, maar het is een instrument om de discussie aan te gaan met bredere lagen op de werkvloer. We willen het idee van een nieuwe arbeiderspartij populariseren in de beweging om zo richting te geven aan de zoektocht die is ingezet naar een politiek verlengstuk.

Delen: Printen: