Voor gratis en degelijk onderwijs voor iedereen

door Mathias, jongerenverantwoordelijke LSP

Op 2 april wordt in heel het land gemobiliseerd voor een betoging “voor kwaliteitsvol onderwijs en tegen de onderfinanciering”. Door de systematische besparingen op de middelen voor hoger onderwijs is het aan de meeste instellingen dramatisch gesteld op vlak van infrastructuur, begeleiding, kwaliteit, studentenvoorzieningen,… Er wordt daarom terecht gepleit voor een optrekking van de middelen voor onderwijs naar 7% van het BRP (Bruto Regionaal Product) waarvan 2% voor hoger onderwijs, het afschaffen van de gesloten enveloppe en het verminderen van zowel de directe als indirecte studiekosten.

Recent dienden alle Vlaamse instellingen een gezamenlijk verkiezingsmemorandum in waarin wordt gepleit voor een drastische verhoging van de middelen. Als zelfs de directies protesteren,moet het wel zeer slecht gesteld zijn. Dat is ook onze politici niet ontgaan. Zij maken echter de omgekeerde redenering. Als het onderwijs meer geld nodig heeft, moet de student er voor opdraaien. Alle traditionele partijen, inclusief Groen, lieten daarom verstaan voorstander te zijn van een verhoging van de inschrijvingsgelden. Enkel SP.a is tegen. Daarmee wil de partij voor de verkiezingen verdoezelen dat het haar ministers Frank Vandenbroucke en Pascal Smet waren die de afgelopen twee legislaturen het onderwijs gepluimd hebben.

Sinds de Bologna-verdragen wordt de interne concurrentie tussen verschillende onderwijsinstellingen opgevoerd. Door de gelijkschakeling van de bachelor- en masterdiploma’s kunnen studenten gemakkelijk kiezen op de “onderwijsmarkt”. Niet enkel kwaliteit, maar vooral de studiekost zorgen voor steeds grotere studentenstromen uit landen waar de inschrijvingsgelden drastisch werden opgetrokken. Afgelopen jaar nam het aantal buitenlandse studenten met maar liefst 12% toe (uitwisselingsstudenten niet meegerekend). Het lotingsysteem, het optrekken van het inschrijvingsgeld naar 1.700 euro  en het invoeren van boetes van 3.000 euro voor studieachterstand in Nederland, zorgden voor een toevloed aan Nederlandse studenten, vooral afkomstig uit armere lagen.  Om in deze verstikkende marktlogica mee te concurreren en niet als toevluchtsoord te dienen voor armere studenten, wordt nu gepleit om ook in Vlaanderen de inschrijvingsgelden op te trekken.

Er wordt gedacht aan een inschrijvingsgeld van 835 euro, het bedrag dat langs Franstalige kant betaald wordt. Zo wordt meteen duidelijk wat er werkelijk schuilt achter het communautaire opbod van de gevestigde partijen. Door de regionalisering van het onderwijs wordt per regio bespaard om nadien de besparingen langs de andere kant als voorwendsel te gebruiken om hetzelfde te doen.

Met de Actief Linkse Studenten verzetten we ons tegen iedere vorm van inschrijvingsgeld. Het is een asociale maatregel die de toegang tot hoger onderwijs beperkt voor wie er de middelen niet voor heeft. Inschrijvingsgelden zijn amper goed voor 3% van de totale financiering van het hoger onderwijs. Het echte probleem is dat de middelen voor onderwijs sinds 1989 geblokkeerd werden in een “gesloten enveloppe” die bovendien niet met de inflatie steeg. Als we de middelen van 2010 vergelijken met die van 20 jaar eerder, dan was er in reële termen een daling met 10%. In dezelfde periode nam het aantal studenten met 50% toe.

Om toch meer middelen te krijgen, moeten instellingen met de andere concurreren voor een groter aandeel van het vaststaande bedrag. Deze perverse logica leidde de afgelopen jaren tot een enorme toename van de publicatiedruk onder het academisch personeel. Dat is niet alleen nefast voor de kwaliteit van het onderzoek, dat vooral marktconform moet zijn om meer financiering binnen te halen, maar ook de onderwijstaak van het personeel staat onder druk. Studenten worden dan maar samengepropt in overvolle giga-auditoria. Bij gebrek aan personeel en infrastructuur worden tegenwoordig zelfs lessen opgenomen of worden online live-uitzendingen aangeboden. Het hoger onderwijs van de toekomst: ‘do it yourself’?

Het massaonderwijs gaat vooral ten koste van zwakkere studenten die meer begeleiding en interactie nodig hebben. Wie niet meekan, wordt nu afgestraft met hun leerkrediet. In 2012 waren er maar liefst 1293 studenten die zo hun studies moesten stoppen zonder diploma.

Toegankelijk en degelijk onderwijs kan alleen gegarandeerd worden indien iedere student dezelfde kans tot slagen heeft, onafhankelijk van zijn of haar achtergrond. Een kind dat vandaag geboren wordt bij ouders met een arbeidersstatuut maakt vier keer minder kans ooit in het hoger onderwijs terecht te komen. De studietoelagen zijn veel te beperkt voor de directe en indirecte studiekosten van 12.450 euro per jaar voor een kotstudent en 8.280 euro voor een pendelende student.

Om jongeren een echte financiële onafhankelijkheid te bieden, is er nood aan een studentenloon waardoor iedereen toegang heeft tot hogere studies en ook de nodige tijd kan besteden aan deze studies. Hierdoor moeten jongeren ook niet verplicht bijklussen tijdens hun studies of zware inspanningen van familie vragen. Dit garandeert de keuze voor een studie die de jongere echt interesseert. Een dergelijke investering in onderwijs is ondenkbaar in een systeem dat enkel baat heeft bij een kleine toplaag van managers en wetenschappers. Dit is enkel mogelijk binnen een samenleving waar de ontplooiing van de volledige mensheid centraal staat, niet die van een kleine elite.

www.actieflinks.be