Splitsing in Amerikaanse vakbond AFL-CIO. Welk syndicaal antwoord voor jongeren en interimarbeiders?

Op 25 juli hield de Amerikaanse vakbondsfederatie AFL-CIO haar nationale conventie ter gelegenheid van haar 50e verjaardag. Dit terwijl de arbeidersbeweging in de VS zich in een historische crisis bevindt. Reële lonen dalen al jaren, de werkloosheid blijft stijgen en de flexibiliteit gaat de hoogte in. Miljoenen arbeiders verliezen hun ziekteverzekering en pensioenen. In de private sector is slechts 7,9% van de arbeiders gesyndiceerd, het laagste niveau sinds 1901. In totaal is 12,5% van alle arbeiders gesyndiceerd, tegenover een historisch hoogtepunt van 33% in 1954.

Luc Wendelen

Op de conventie kwam het tot een splitsing in de leiding over de kwestie van het winnen van nieuwe leden. De afgelopen 10 jaar heeft de AFL-CIO heel wat middelen besteed aan het recruteren van nieuwe leden, maar ook aan het ondersteunen van electorale campagnes van de Democraten. Dat heeft de achteruitgang van de vakbondsfederatie echter niet gestopt.

Een coalitie onder de naam “Change to win” splitste af van de federatie AFL-CIO. Die coalitie omvat zes voorzitters van verschillende vakbonden, waaronder de SEIU (Service and Employees International Union), de grootste en snelst groeiende vakbond. Die vakbond stelde voor om een groter deel van de middelen van de vakbondsfederatie te gebruiken met de verschillende vakbonden om nieuwe leden aan te trekken. De financiële steun voor de Democraten wil de coalitie beperken. Maar het probleem van de Amerikaanse arbeidersbeweging is geen tekort aan middelen. Het grote probleem is het gebrek aan een strategie en een politiek programma. Tussen de AFL-CIO en de afgesplitste coalitie zijn er accentverschillen, maar is er geen fundamenteel verschil. De middelen om nieuwe leden te recruteren, zullen niet gebruikt worden om strijdbare vakbonden op te zetten of om de winsten van de grote bedrijven in vraag te stellen.

AFL-CIO gaf meer dan 150 miljoen $ aan de verkiezingscampagne van de Democraat Kerry, diezelfde Kerry die een openlijke pro-business en pro-oorlogscampagne voerde en werd gezien als het flauwe afkooksel van Bush. Maar ook de Change to Win-coalitie roept niet op om te breken met de Democraten. Tenslotte kunnen vragen gesteld worden bij het feit dat in de Change to Win coalitie een klein groepje topbureaucraten zonder enige inspraak van haar 5 miljoen leden besliste om zich af te scheiden van de vakbondsfederatie.

De syndicale beweging in de VS heeft haar sterkste groei gekend na de grote crisis van de jaren 1930, toen de vakbonden strijd voerden en een aantal overwinningen konden boeken in de harde stakingen rond offensieve eisen inzake lonen en levensvoorwaarden van de arbeiders. Enkel door terug aan te sluiten bij die traditie, kan de syndicale beweging opnieuw een enthousiasme creëren. Daarvoor kunnen we niet rekenen op de huidige vakbondsleiding.

Alhoewel de syndicalisatiegraad van de actieve werknemers in België meer dan 58% bedraagt, ziet het er hier ook niet rooskleurig uit. De voorbije jaren hebben we onze koopkracht zien achteruitgaan, gaat de flexibilisering in het algemeen de hoogte in en zien we een historisch offensief van het patronaat. Een hele generatie jongeren kent de vakbond enkel als een dienstverlenende organisatie, geen strijdorgaan. Het zijn net deze jongeren die in interimjobs en andere flexibele en laagbetaalde jobs terechtkomen, waar vakbondsaanwezigheid sowieso niet vanzelfsprekend is.

Er is nood aan een nationale campagne gericht op jongeren om hen actief te laten worden op basis van een strijdbaar programma. Het vergroten van de betrokkenheid van wie al vakbondslid is, zal daarbij van cruciaal belang zijn. Een dergelijke campagne kan gekoppeld worden aan een nationaal georganiseerd verzet tegen de verdere flexibilisering van de arbeid. Dit betekent dat er een strijdbaar programma en een strijdbare positie wordt ingenomen. Het zal erop aankomen om duidelijk te maken dat een vakbond een organisatie van arbeiders is die de levensstandaard van alle arbeiders probeert te verbeteren.

Concrete voorbeelden van succes bij een strijdbare opstelling waarbij een groter deel van de basis actief is, kunnen de weg aangeven waarmee we stappen vooruit kunnen zetten. Het feit dat bijvoorbeeld de LBC bij de beweging in de non-profit overging tot personeelsvergaderingen en opkwam voor een strijdbaar programma, gaven de mogelijkheden aan, los van de discussie over wat uiteindelijk bereikt werd in de non-profit. Die ervaring moet verder uitgedragen worden op de werkvloer en versterkt worden door actieve jongerencampagnes tegen de afbraak van de arbeids- en loonsomstandigheden.

Delen: Printen: