Home / Belgische politiek / Lokaal - Brussel / Tekorten in Brusselse onderwijs blijven zich opstapelen

Tekorten in Brusselse onderwijs blijven zich opstapelen

door Tim

Afgelopen zomer waren er in Brussel volgens een eerste rondvraag 1.200 plaatsen tekort in het Franstalig onderwijs en maar liefst 2.000 in het Nederlandstalig onderwijs. Zelfs op de eerste schooldag waren er nog tekorten: 380 plaatsen in het eerste jaar van het Franstalig secundair onderwijs en 600 kinderen vonden geen plaats in een Nederlandstalige onthaalklas. Nog eens duizenden andere ouders moeten hun kroost noodgedwongen naar de andere kant van de stad naar school brengen. In de eigen buurt was er geen plaats meer.

42.000 extra plaatsen nodig tegen 2020

Zelfs voor die leerlingen die een plek vonden, zijn de omstandigheden vaak verre van ideaal. In het Franstalig onderwijs volgen intussen 40.000 leerlingen noodgedwongen les in een container. Veel schoolgebouwen zijn hopeloos verouderd en in veel scholen is er een nijpend tekort aan leerkrachten. Kleuterleid(st)ers die in het eerste kleuterklasje staan, deden onlangs nog een oproep om geen kinderen naar school meer te sturen die nog niet zindelijk zijn. Zelf pampers verversen is voor hen onmogelijk geworden. Klassen tellen nu tot 28 kleuters per begeleider!

De toekomst ziet er nog problematischer uit. Het ‘Brussels Studies Institute’ schat dat er tegen 2020 zo’n 42.000 extra plaatsen nodig zijn in het Brusselse onderwijs, waarvan ongeveer de helft al tegen 2015! Met een bezettingsgraad van gemiddeld 99% van de capaciteit zitten de Brusselse scholen vandaag overvol. In veel gemeenten is het, ondanks quota voor de eigen inwoners in 10 van de 19 Brusselse gemeenten, onmogelijk geworden nog een plek te vinden in een school in de eigen buurt.

“Wijsheid bestaat in het voorzien van gevolgen”

De Belgisch-Franse geoloog Haroun Tazieff zei ooit over het bouwen van woningen in overstromingsgebied in Frankrijk: “Wijsheid bestaat in het voorzien van gevolgen”. Dat is een les die niet aan onze Brusselse politici is besteed. Wanneer de traditionele partijen aan de tand worden gevoeld over de tekorten in het onderwijs, antwoorden ze steevast dat dit probleem ontstaan is door een “onvoorziene demografische evolutie”.

Het klopt dat de Brusselse bevolking sterk aangroeit, sterker dan in de rest van het land. Dit is echter geen nieuw fenomeen. Het Federaal Planbureau publiceert elke 2 tot 3 jaar een gedetailleerd rapport waarin de verwachtingen rond bevolkingsaangroei worden gepubliceerd. Daarin wordt de aangroei van de Brusselse bevolking, vooral dan de aangroei van het aantal kinderen en jongeren, al verschillende decennia voorspeld.

Dat het verhaaltje van de onvoorziene bevolkingsaangroei niet meer dan een excuus is, blijkt ook uit andere tekorten. Zo is er een groot tekort aan plaats in de kinderopvang, er is voor minder dan 1 op 3 Brusselse kinderen plaats in een erkende crèche. Er wordt geschat dat er tegen 2015 (volgend jaar dus!) zowat 18.000 plaatsen tekort zullen zijn in het basisonderwijs en 4.700 in het middelbaar onderwijs. Alsof onze politici niet wisten dat kinderen die vandaag geboren worden, enkele jaren later in het basisonderwijs terecht komen en nog eens zes jaar later in het middelbaar onderwijs. De mantra van de ‘plotse bevolkingsexplosie’ is niet meer dan een excuus om de systematische onderfinanciering van het onderwijs te verhullen.

Communautaire gehakketak

Als dat fabeltje niet werkt, wordt overgegaan tot een spelletje communautair zwartepieten. Iedere overheid wijst naar een andere regering als de verantwoordelijke voor de tekorten. Nochtans vinden we op alle bestuursniveaus, federaal, in de gewesten, gemeenschappen en gemeenten, telkens dezelfde partijen terug. En overal wordt hetzelfde besparingsbeleid gevoerd, een beleid van systematisch onderinvesteren in openbare voorzieningen, zoals ook het onderwijs. Dáár ligt de echte reden voor de tekorten.

Uiteraard hebben we er niets op tegen dat het onderwijsbeleid in Brussel eenvoudiger zou worden georganiseerd. Voor vele Brusselaars is het absurd dat het door de Vlaamse en Franse gemeenschappen wordt georganiseerd, zonder overleg en zonder voldoende rekening te houden met de specifieke situatie in Brussel. Het lijkt absurd om in een tweetalige stad als Brussel twee eentalige onderwijsnetten naast elkaar te laten bestaan. Wij delen echter niet de illusie dat organisatorische hervormingen, bijvoorbeeld het organiseren van een tweetalig onderwijssysteem door het gewest, een fundamentele oplossing zou betekenen. Het belangrijkste probleem is de onderfinanciering van het onderwijs, ongeacht wie dat onderwijs organiseert.

Meer publieke middelen nodig!

LSP komt op voor een maatschappij waar de rijkdommen die geproduceerd worden democratisch beheerd worden, het socialisme. Telkens opnieuw duiken er weer nieuwe voorbeelden op van hoe het kapitalisme fundamenteel niet in staat is om de basisnoden van de meerderheid van de bevolking in te lossen. Zelfs in een welvarend land zoals België is er voor steeds meer kinderen geen plaats meer op school. Nog meer Brusselse ouders moeten dagelijks de halve stad doorreizen om hun kinderen naar school te brengen.

Wij strijden voor een grondige publieke herfinanciering van het hele onderwijs en dat op alle niveaus. Minstens 7% van het bbp moet naar onderwijs gaan. Met die middelen kunnen we zorgen voor de bouw van nieuwe scholen, in de eerste plaats in die gemeenten en wijken waar de tekorten het grootst zijn. Elk kind moet een plek kunnen krijgen op een school in eigen buurt. We willen een verbetering van het statuut van leerkrachten. Motiveer lesgevers door ze werkzekerheid te geven, kleinere klassen waar een meer intensieve begeleiding van leerlingen mogelijk wordt en voldoende omkadering om een goed mogelijk onderwijs te kunnen aanbieden. Het onderwijs moet volledig gratis zijn, van de eerste kleuterklas tot en met het hoger onderwijs, in alle aspecten. Dit is echter alleen mogelijk in een maatschappij waarin de rijkdommen onder democratische controle van de hele bevolking staan.