Welke vakbonden hebben we nodig?

Welke vakbonden hebben we nodig?

De vakbonden worden regelmatig door werkgevers onder vuur genomen omdat ze te radicaal zouden zijn. Menig syndicaal militant zal zich afvragen of we over dezelfde vakbonden praten. Velen stellen zich de vraag of vakbonden wel opkomen voor de werknemers en of vakbonden nog macht hebben in deze tijden van globalisering. We trachten hierop te antwoorden.

Een ABVV-delegee

Een strijdbare en democratische vakbond: het is mogelijk!

Midden juni hield de Britse ambtenarenbond PCS (Public and Commercial Services Union) haar jaarlijks congres in Brighton. Daarbij viel op dat de aanwezigen, waaronder heel veel jongeren, erg aandachtig de discussies volgden en eraan deelnamen. Dit is niet direct een beeld dat vandaag de norm is bij veel vakbonden.

Onder impuls van het linkse bestuur werd een ledenwervingscampagne opgezet. Gewone werknemers werden aangesproken om actief te worden bij de vakbond. Er werden zowel op lokaal, regionaal als nationaal vlak vergaderingen georganiseerd, waarbij de leden betrokken werden in het bepalen van het programma en de koers van de vakbond. Resultaat: meer dan 30.000 nieuwe leden op twee jaar tijd en in 2004 werd de meest succesvolle 24-uren staking ooit georganiseerd. Deze resultaten zijn nog opmerkelijker als je weet dat de Britse ambtenarenbond gekend was voor haar conservatief karakter. In dezelfde periode hebben zowat alle andere Britse bonden leden verloren.

Bij de verkiezingen voor de nationale leiding dit jaar kwam de linkerzijde versterkt uit de stembusgang. Voor de derde keer op rij werd een strijdbare linkse leiding verkozen. Op de 35 leden van het nationaal uitvoerend bestuur zijn er 7 leden van onze organisatie, waaronder de voorzitter van de vakbond, Janice Goodrich.

Op het congres werd overigens vanuit de linkse leiding voorgesteld dat secretarissen en vrijgestelden van de bond niet meer mogen verdienen dan de lonen van de werknemers die ze vertegenwoordigen. Dit werd nog niet door iedereen begrepen, waardoor de linkse verkozenen deze maatregel voorlopig op een vrijwillige basis verderzetten.

De voorbije jaren moesten de arbeiders heel wat inleveringen slikken. Het faillissement van Sabena en de heropstarting van SN Brussels Airlines met veel minder personeel en met slechtere arbeidsvoorwaarden; de sluiting van de warme fase van Arcelor; jobverlies bij talrijke overheidsbedrijven zoals De Post en de NMBS; etc. In de meeste gevallen werd hierop door de vakbonden nauwelijks gereageerd. Acties werden amper ondersteund of zo snel mogelijk gekanaliseerd naar overleg met de werkgever. Dat leidt tot demoralisatie en zelfs tot afkerige reacties ten aanzien van de vakbonden.

Nochtans is er een actiebereidheid. Er waren verschillende lokale spontane stakingen bij De Post, sectorale acties en de grote betoging van 21 december 2004 voor een beter interprofessioneel akkoord. Ook de mobilisatie in de non-profit toont aan dat de arbeiders nog te mobiliseren zijn.

Na de verwerping van het IPA werd uitgekeken naar de sectorale acties om betere akkoorden af te dwingen. De meeste sectorale akkoorden zijn echter nog slechter dan wat het IPA vooropstelde. Deze nederlaag kan niet toegeschreven worden aan een gebrek aan actibereidheid van de arbeiders, maar aan de houding van het vakbondsapparaat. Die lijkt veelal te vertrekken van de noodzaak aan “gezonde bedrijven” en komt hierdoor niet verder dan wat verbaal radicalisme, onder meer tegen de richtlijn-Bolkestein.

Enkel wanneer het te grof wordt, zoals bij Picanol, durven de vakbondsleiders nog eens uithalen naar “slechte kapitalisten”. Waar is de tijd dat er binnen de vakbonden nog een linkerzijde bestond die het kapitalisme in vraag durfde te stellen? In de jaren ’80 voerde het ABVV nog massaal actie tegen het neoliberalisme van Verhofstadt. Vandaag is de ABVV-top een bondgenoot van de regering-Verhofstadt, aangezien de zogenaamde politieke vrienden (SP.a en PS) in de regering zitten. We stellen vast dat er vandaag nog nauwelijks een linkerzijde aanwezig is in de vakbonden en dat er soms snel opgetreden wordt tegen dissidente stemmen. Het voorlopige sluitstuk op de actie van de rechterzijde om het vakbondsapparaat volledig te controleren, vormde de uitsluiting van Faust uit het Brusselse ABVV. Voordien werd de strijdbare delegatie van Forges de Clabecq uitgerangeerd. De ABVV-top wil – naar het voorbeeld van het ACV – een sterkere gecentraliseerde leiding om dissidente stemmen gemakkelijker te kunnen aanpakken. Voorlopig lijkt dit te lukken. Kan dit veranderen en hoe?

BVV en BVSD

Op basis van de strijd bij Forges de Clabecq ontstond de BVV (Beweging voor Vakbondsvernieuwing). De BVV kende een zekere dynamiek en was een – beperkte – aantrekkingspool voor diegenen die de vakbond wilden heroveren als strijdorgaan. De daaropvolgende deelname aan de Europese verkiezingen waarbij “Debout” in diverse regio’s meer dan 5% van de stemmen behaalde, toonde aan dat er een basis was om op verder te bouwen. Helaas brokkelde het initiatief langzaam af, onder meer door het gebrek aan structuur.

Na de uitsluiting van Faust werd door linkse BBTK-militanten in Brussel de BVSD (Beweging Voor Syndicale Democratie) opgericht. Ook hier ontstond een zekere dynamiek om een oppositiekracht te ontwikkelen gericht op het heroveren van de vakbond. Maar ook de BVSD slaagde er niet in om potten te breken.

Zowel de BVV als de BVSD groeiden op basis van het activisme en militantisme van linkse vakbondsmilitanten in een periode van strijd. In beide bewegingen stelden LSP-leden de noodzaak van een correcte analyse van economische en politieke processen. Radicaal zijn, volstaat op zich niet. Het moet ook omkaderd worden.

Wanneer de strijd aan kracht verliest, verzwakt het militantisme. Het is dan de taak van een leiding om deze processen correct te analyseren en ze binnen een perspectief te plaatsen om de arbeiders voor demoralisatie te behoeden en krachtsverhoudingen op te bouwen voor toekomstige gevechten.

Toen de arbeiders van Splintex in staking gingen tegen honderden afdankingen had een syndicale linkerzijde een rol kunnen spelen in de ondersteuning en uitbreiding van deze strijd. Door het ontbreken van een sterke linkerzijde kon de vakbondsleiding de staking laten doodbloeden.

Hoe bouwen aan strijdbare vakbonden?

Op dit ogenblik zijn de strijdbare militanten in de vakbonden te weinig in aantal en te verspreid. Het opzetten van een structuur om ze te verenigen dreigt een zoveelste heruitgave te worden van de BVV/BVSD in nog slechtere omstandigheden. De taak voor linkse syndicalisten bestaat erin om op de allereerste plaats op de eigen werkplaats een strijdbare syndicale delegatie uit te bouwen waarvan de leden in staat zijn om een analyse te maken van de maatschappelijke processen en bereid zijn te strijden voor de belangen van hun werkmakkers. Dit veronderstelt aandacht voor de betrokkenheid van militanten en een bewuste werking naar jonge arbeiders.

Via informele contacten in de sector en regio kunnen netwerken van linkse syndicalisten worden opgebouwd. Wanneer er voldoende draagkracht voor bestaat, kan er gedacht worden aan het opzetten van structuren om tussen te komen in de vakbonden voor de democratisering ervan.

Delen: Printen: