Home / Internationaal / Afrika / Mandela’s strijd om de macht en het tragische lot van zijn partij

Mandela’s strijd om de macht en het tragische lot van zijn partij

[Interview]

Mandela’s strijd om de macht en het tragische lot van zijn partij

Deze week overleed Nelson Mandela. De man zelf en zijn haast heroïsche strijd hoeven geen introductie, wel zijn rol in de politieke ontwikkelingen in Zuid-Afrika rond het einde van de apartheid. Weizmann Hamilton, de voorzitter van de Democratic Socialist Movement – de Zuid-Afrikaanse zusterpartij van LSP, was vóór de val van apartheid in 1994 jarenlang lid van de Marxist Workers’ Tendency. Deze tendens werkte als een radicale vleugel binnen het ANC. Voor zijn oppositie tegen apartheid en zijn betrokkenheid bij de vakbondsstrijd liep Weizmann een gevangenisstraf op. De partij van Mandela bestuurt ondertussen al twintig jaar het land.

Interview door Thomas K (Gent). Vorige week publiceerden we een uitgebreid interview met Weizmann. Het gesprek dat hieronder wordt weergegeven was onderdeel van dat interview. Foto: Weizmann op een LSP-meeting in Brussel eind 2012.

Voor zijn kritiek op de problemen die het bestuur met zich mee zou brengen, werden Weizmann en zijn kameraden in 1995 buiten de partij gezet. Nadat de politie in augustus vorig jaar 34 mijnwerkers in Marikana had neergeschoten, stichtten Weizmann, de DSM en een aantal leden van de onafhankelijke stakerscomités uit de mijnen WASP op. De Workers and Socialist Partij vecht voor een nieuwe partij van de arbeidersklasse in Zuid-Afrika, nadat gebleken is hoeveel het ANC zich aan de macht had verbrand. We spraken met Weizmann over de rol van Mandela in de ontwikkeling van het ANC en de politieke situatie in Zuid-Afrika.

De rol van Mandela

Welke rol meet het ANC zich aan in de ontwikkeling van de strijd tegen onder meer apartheid in Zuid-Afrika? Wat was zijn verhouding tot de vakbondsfederatie COSATU in die tijd?

WH: “Eerst moet ik dit verduidelijken: de ontwikkeling van de vakbondsbeweging, en ook die van de jongerenbewegingen die in de Soweto-opstand van 1976 zijn uitgemond, gebeurde haast volledig los van de ontwikkeling van het ANC. Ondanks de wanhopige pogingen van het ANC om de geschiedenis van de strijd te herschrijven alsof zij achter de Soweto-opstand stonden, en te doen alsof zij achter de geboorte stonden van wat het Congres van de Zuid-Afrikaanse Vakbonden (COSATU) werd genoemd. Dat was feitelijk gegroeid uit de onafhankelijke vakbonden die hun opwachting maakten tijdens de strijd die in Durban in 1973 had plaatsgevonden. De stakingen van 1973 vormden een belangrijke mijlpaal in de herleving van de beweging van de arbeidersklasse in Zuid-Afrika, want tot dat moment was er een periode van kalmte als gevolg van de oplegging van de noodtoestand door het apartheidsregime in 1960.”

Wat was de rol die Mandela in vroege jaren negentig speelde toen er veranderingen plaatsvonden? Wat deed hij bij de totstandkoming van het GEAR-programma, eentje van privatiseringen dat een einde maakte aan veel zaken uit het beroemde Freedom Charter?

“Ik denk niet dat hij als het ware de auteur was van dat beleid. Tijdens zijn eerste termijn als president was het Thabo Mbeki die het land in de praktijk leidde. Mandela was min of meer een symbolische figuur, maar hij was ook wel meer dan een symbool. Zijn autoriteit was zeker belangrijk om een omgeving te scheppen in het ANC en in de tripartite-alliantie in haar geheel, die de aanvaarding mogelijk moest maken van de toewijding van het ANC aan een kapitalistisch beleid en meer specifiek van het beleid van GEAR.”

“Mandela deed wel het dagelijks werk en hij kreeg de reputatie een soort filosofenkoning te zijn of een intellectueel. Dat staat in contrast met de huidige president Zuma. Mandela ging bijvoorbeeld naar universiteiten enzovoort. Hij werkte erg hard en het schijnt dat, als er bijeenkomsten van de kabinetten waren, hij elke minuut vragen stelde over wat er in de kabinetten gebeurden en hij vragen stelde op basis van verslagen en rapporten die hij las. Zuma echter schijnt als het ware te slapen tijdens deze bijeenkomsten.”

“De rol van Mbeki daarentegen was het bijeenhouden van de middelen om het neoliberale beleid mee uit te kunnen voeren. Mandela gaf dat zijn zegen met zijn politieke en persoonlijke autoriteit. Lange tijd zei Mandela bijvoorbeeld niks over het beleid dat Mbeki voerde tegenover HIV. Het was een ontkenning van het HIV-probleem. Na een hele poos brak hij de kwestie en sprak hij zich uiteindelijk uit tegen Mbekis beleid – daar krijgt hij krediet voor. Het was een teken van een reflectie van de invloed binnen het ANC van de rebellie daartegen in de samenleving.”

“Zijn politieke autoriteit was een belangrijk gegeven. Als Mandela ergens tegen was, dan was het haast onmogelijk om dat beleid aan te nemen.”

U sprak over zijn interpretatie van zaken zoals nationalisatie, een eis uit het Freedom Charter (1955) van het ANC. Was Mandela ooit een vertegenwoordiger van de belangen van de zwarte armen?

“Enkel als er sprake was van een eenheid van de belangen van de zwarte arbeidersklasse en de opkomende zwarte kapitalistische klasse in de kwestie van wat te doen met de heerschappij van de blanke minderheid en hun raciale onderdrukking. Daar waar die belangen samenvallen en enkel daar kon hij gezien worden als iemand die de belangen van al de zwarte werkers in het kader van de kwestie van nationale zelfbeschikking heeft verdedigd. Maar dus niet in het kader van het klassenvraagstuk.”

“Over die kwestie was Mandela heel duidelijk. Zelfs duidelijker, durf ik stellen, dan de meeste ANC-leiders. Ze waren toegewijd, zei Mandela, aan het behoud van het kapitalisme en niet zijn afschaffing. Zoals hij zei tijdens de Treason Trial (het landverradersproces van 1956 dat tegen 156 ANC-leiders was gehouden, nvdr.), was het ANC bereid tot twee toegevingen. Zaken die de meeste commentatoren vandaag vergeten. Ten eerste zei hij dat de eis tot nationalisaties gemodelleerd was naar het nationalisatiebeleid van de Nationale Partij.”

“Dat beleid was erop berekend een staat te creëren, die welzijn kon scheppen voor de blanke middenklasse en een afrikanerkapitalisme te ontwikkelen. Dat komt door de historisch gegroeide tegenstelling in Zuid-Afrika tussen de Afrikaners en de Britten. De eerste concentratiekampen van de wereld waren door de Britten opgezet om Afrikaners erin gevangen te zetten tijdens de Boerenoorlog tussen 1899 en 1902. Wanneer de Afrikaners de macht veroverden in 1948 ontstond voor hen de mogelijkheid om een deel van de macht uit Britse handen te nemen. Zij gebruikten de staat voor dat doeleinde. Dat was het model waar Mandelas generatie zich op inspireerde.”

“Ten tweede was het ANC bereid compromissen te sluiten over de kwestie van democratie, over de slogan van “een persoon, een stem”. Mandela zei dat ze bereid waren van de blanke minderheid een bepaald aantal zetels in het parlement te aanvaarden, en dat erover gepraat kon worden om na vijf jaar – ik veronderstel nadat bewezen zou zijn dat de zwarten zich konden gedragen – deze parlementaire oppositie een groter aantal zetels toe te bedelen.”

“De tendens die zich vandaag in het ANC laat zien, waarbij leiders steeds vijandiger staan tegenover bepaalde aspecten van de grondwet, is een direct gevolg van een kapitalisme in crisis dat druk uitoefent op hen om de democratisch verwezenlijkingen weg te nemen die de werkers hadden gewonnen. Meer dan eens hebben ze tijdens de stakingen in de openbare diensten in 2007 en 2010 gedreigd deze diensten als essentieel te verklaren waardoor stakingen verboden zouden worden. Ze spraken niet over het bannen van kleine of wilde stakingen, maar een algemene staking zou illegaal worden.”

“Daarom introduceren deze ANC-leiders de Protection of State information Bill die in feite de corruptie beschermt. Als je in het bezit bent van niet-geautoriseerde informatie, dan kun je voor jaren in de gevangenis vliegen. Daarom is oude wetgeving uit de apartheidsperiode zoals de National Key Points Act, dat de regering in staat stelde informatie over gevoelige regeringsgebouwen te beschermen, ingevoerd om de corrupte toestand rond de private woning van de president weg te moffelen. Ze nemen ook de democratische rechten van vrouwen in de plattelandsregio’s weg, vrouwen die nu vertegenwoordigd worden door dieven en die niet in de rechtbanken mogen spreken.”

“Ze hebben ook gedebatteerd over de zogenaamde “doctrine of common purpose” na de slachting in Marikana. Toen wilden ze de mijnwerkers die het overleefd hebben, betichten van de omstandigheden gecreëerd te hebben die tot de slachting en dus de dood van hun collega’s geleid hebben. Dat allemaal, de manier waarop het ANC zich inlaat met repressieve wetgeving, is een teken dat uiteindelijk democratie en kapitalisme niet samengaan. Naarmate de crisis zich verdiept, worden zelfs burgerlijke vrijheden onverdraaglijk voor het ANC.”

Was er dan een verschil tussen de Mandela als strijder tegen apartheid en de Mandela als president? Mandela en het ANC lijken haast heilig. Zoals COSATU het zegt: staak tegen de (ANC-)regering niet tegen het ANC.

“Mandela is een heel getalenteerde politicus. Hij deed eens de beroemde uitspraak dat, als de ANC-regering er niet in slaagt dingen te verwezenlijken, de mensen verplicht zijn tegen de regering op te trekken. Daarom is zijn autoriteit die van het ANC aan het overleven, door de houding die hij aanneemt. Hij is een heel bescheiden individu en als mensen hem zeggen dat hij het land bevrijd heeft, dan zegt hij: “dat was ik niet, het waren de massa’s – de mensen hebben zichzelf bevrijd”.”

“Hij is een uitzonderlijk begaafde politicus. En ik denk dat dit het mogelijk maakte voor COSATU om te zeggen dat we tegen de regering maar niet tegen het ANC moeten staken. Ik was eens uitgenodigd om te spreken voor de grootste vereniging van leerkrachten in de provincie Gauteng (waarin Johannesburg en Pretoria liggen, nvdr.). Die bijeenkomst ging door in Soweto en ik vertelde hen over de bijscholing van Mandela (van “terrorist” naar de aanvaardbare figuur die hij later werd, nvdr.): de aanwezigen hadden enorme reservaties. Maar ik volhardde.”

“Ik heb ook ooit eens gesproken in een bijeenkomst van vakbondsvertegenwoordigers van COSATU en ik bekritiseerde er de rol van Mandela. De organisator van de bijeenkomst eiste van mij dat ik mijn stellingen zou intrekken (lacht). Echt, zijn autoriteit is kolossaal. Daarom moeten we zorgvuldig nadenken over de benadering van Mandela in ons materiaal. Je kunt geen frontale aanval inzetten op zijn verwezenlijkingen. Het zou betekenen dat je op de mensen hun dromen trapt.”

De “bijscholing” van Mandela

Een deel van de bijscholing waarover u spreekt gebeurde tijdens zijn lange gevangenschap op het Robbeneiland. Was het een bewuste keuze van het regime om er van hem een geloofwaardige gesprekspartner van te maken?

“Dat denk ik niet. Ik denk dat de blanke minderheid werkelijk haar propaganda van de blanke superioriteit geloofde. Daardoor ondernam het de beslissing om elke poging tot bevrijding van het regime met geweld te beantwoorden. Mandela ontsnapte ter nauwer nood aan de doodstraf. Hij was dapper, maar het was het talent van zijn advocaat dat ervoor zorgde dat Mandela zijn stelling introk dat hij bereid was te sterven voor zijn idealen. Hij liet hem zeggen: “if needs be” (als het moet, nvdr.). Hij was van plan te zeggen dat hij zou sterven, maar zijn advocaat raadde hem aan het niet zo bot uit te drukken. En ik denk dat dit de zaak deed overhellen naar een levenslange gevangenisstraf.”

“Hoewel ook toen al de internationale druk een rol speelde in de beslissing van het apartheidsregime. Ik denk werkelijk dat het regime zijn propaganda geloofde en dat was het grote probleem van dat regime: ze konden al eerder (dan 1994, nvdr.) een onderhandelde oplossing hebben bedacht. Maar tegen de tijd dat de onderhandelingen plaatsvonden, kon de ANC-leiding niets anders dan de positie innemen die ze toen had ingenomen: één persoon, één stem.”

“Had Mandela toen naar voren geschoven wat hij gezegd had tijdens de Treason Trial, dat zij bereid waren zich akkoord te verklaren met een bepaald aantal zetels, dan zou dat hem volledig hebben gediscrediteerd. De mensen waren gekeerd tegen het idee van een gedeeltelijke vertegenwoordiging in het parlement en een special tegemoetkoming voor de zwarte bevolking. Er was een massale revolte aan de gang in het land en dat duwde het ANC in de richting van een radicalere positie. Daarom werd hem de mogelijkheid aangeboden om uit de gevangenis te worden ontslagen.”

“Mandela had heel nauwe banden met de traditionele leiders in het land. Mandela was zelf lid van een soort koninklijke familie. Hoewel hij nooit het hoofdmanschap op zich had genomen, was de relatie tussen Mandela en de Mandelaclan nog heel sterk. Die banden hebben ervoor gezorgd dat als deel van de tegemoetkomingen later, hij het Huis van de Traditionele Leiders had opgezet. Dat domineert nu de Tweede Kamer in het parlement. Daardoor heeft hij vanaf 1994 ook traditionele leiders aangeduid als ministers, zelfs van de meeste corrupte regio’s.”

“Nog zoiets: de Inkatha Freedom Party (IFP, Inkatha Vrijheidspartij, nvdr.). Zij heeft het bloed van honderden mensen aan haar handen, maar de partij was het resultaat van de houding van het ANC. (In de conflicten die vanaf de jaren tachtig tussen het ANC en de IFP uitbraken werden mensen gedood en gefolterd door ze in brand te steken, nvdr.) Op de conferentie in 1995, waar mijn kameraden en ik uit de ANC waren gegooid na geschorst te zijn geweest wegens het propageren van socialistische opvattingen en arbeiderseenheid, gaf een leider zelf toe dat de creatie van het IFP de fout was van het ANC. (De IFP is geboren uit de beweging uit 1975 van Buthelezi, voormalig jeugdleider van het ANC, nvdr.) De aanmoediging kwam van het ANC, want zij zagen het IFP een tijd lang als een vleugel in de beweging die tegen de apartheid vocht. Maar het IFP is door en door een reactionaire organisatie. Met het talent van Mandela is het ANC erin geslaagd die zaak wat weg te moffelen, en dat met de hulp van hun Freedom Charter (het ANC-programma tot 1996, nvdr.).”

“Dus er was niks bewust aan deze politieke ontwikkeling. Het minderheidsregime dacht het zelfs te kunnen onderdrukken. Maar de vooruitziende delen van het blanke kapitaal aanvaardde de realiteit wel. Eén van de hoofden van de inlichtingendienst in die tijd maakte het punt tijdens de uitroeping van de noodtoestand in 1985 en 1986 dat – zelfs al zouden er tijdens een burgeroorlog in Zuid-Afrika een miljoen zwarten om het leven komen – de zwarte bevolking nog steeds de meerderheid zal vormen. Hoe zou een victorieuze blanke minderheid kunnen besturen in zo’n situatie?”

“Ook de situatie in heel zuidelijk Afrika begon te veranderen. De ineenstorting van het Portugees kolonialisme resulteerde in de onafhankelijkheid van Angola en Mozambique. Het cordon sanitair rondom Zuid-Afrika in de vorm van minderheidsheerschappijen in Namibië (tot 1990), Zimbabwe (1980) en Angola en Mozambique verdween. Het tij van de bevrijding spoelde aan op de kusten van de minderheidsheerschappij in Zuid-Afrika. Al deze factoren overtuigden de imperialistische landen (die banden hadden met Zuid-Afrika, nvdr.) en de meer vooruitziende delen van de Zuid-Afrikaanse elite om naar de onderhandelingstafel te gaan.”

“Daarom was er iemand als de Klerk (president van Zuid-Afrika van 1989 tot 1994, nvdr.). De Nationale Partij was zelf verdeeld over de Verligtes en de Verkramptes, dus de progressieven en de conservatieven. Hoewel de Klerk van de conservatieven kwam, was hij de persoon op wie druk uitgeoefend kon worden om de koppige apartheidswetten zoals de Morality Act af te schaffen net als andere vormen van exclusiviteit voor de blanken. Hij liet ook Mandela vrij.”

“Er was geen alternatief en als ze het niet hadden gedaan dan was er het probleem dat de gevolgen van een burgeroorlog niet te overzien waren. Het regime was bevreesd voor de omstandigheden, voor het bewustzijn onder de zwarte arbeidersklasse waarin socialistische ideeën werden gesteund. Het zou dan niet stoppen bij de omverwerping van de minderheidsheerschappij: het kapitalisme zelf zou bedreigd worden.”

Wat was de rol van dat buitenlands kapitaal in de bijscholing van Mandela en de ontwikkeling van het ANC voor en na het einde van de apartheid?

“Wat de creatie van het ANC betreft: dat kwam voort als gevolg van de politieke situatie in het land. Het ANC ontstond uit de omstandigheden van de Jaren veertig. Er was de invloed van de beginnende antikoloniale strijd en van de Tweede Wereldoorlog.”

En wat kan u zeggen over hun recente ontwikkeling?

“Ik bedoel maar: het ANC zoals het in 1912 was gesticht had nooit de bedoeling het kapitalisme ten val te brengen. Het wilde deel uitmaken van het kapitalistisch bestel en was bijgevolg bereid toegevingen te doen op het vlak van democratie. Tegen de achtergrond van de ineenstorting van de Sovjetunie en de terugtrekking van socialistische ideeën, was de leiding van het ANC veel gevoeliger voor de druk van buitenlands en binnenlands kapitaal om sneller naar rechts op te schuiven. Een deel van de radicale standpunten van het ANC zoals de voortdurende promotie en verdediging van het Freedom Charter en zijn radicale eisen, was mogelijk gemaakt door de financiële en morele steun van de Sovjetunie en van het Oostblok.”

“In zekere mate was er toen ook steun vanuit het Westen, maar lang niet zo veel als vanuit het Oosten. Een groot deel van het Amerikaans imperialisme had zich voorgenomen het ANC op afstand te houden en zich te bezigen met een constructieve verhouding ten opzichte van het apartheidsregime – zoals Reagan de beruchte uitdrukking van Reagan heet. Dat deel karakteriseerde Mandela als een terrorist en het ANC als een terroristische organisatie. Begrijpelijker wijs was het ANC daardoor de Sovjetunie en Oost-Europa meer genegen. Die laatste hadden ook invloed nodig over de bevrijdingsbewegingen.”

“Maar door de implosie van de Sovjetunie, het wegsmelten van de steun en de crisis waarin de Zuid-Afrikaanse economie zich bevond, verdampte al snel de pogingen van het ANC om zich met radicale ideeën in te laten. Onder deze omstandigheden, en op basis van de contacten die Mandela onderhield vanuit de gevangenis, realiseerden de vooruitziende delen van de blanke elite zich iets. Het apartheidsregime was namelijk het slachtoffer geworden van zijn eigen propaganda, door Mandela te karakteriseren als een communist en dergelijke meer. Het was een grote maar aangename verrassing dat zij met deze man wel zaken konden doen.”

“Alle partijen werkten eraan. Het ANC deed dat door heel selectief te zijn met wie zijn betrokken en wie niet, zoals met Mandela. Heel wat beslissingen zijn achter de rug van het bredere lidmaatschap van het ANC genomen. Hani bijvoorbeeld (de voorzitter toen van de Communistische Partij van Zuid-Afrika), die als banneling in het buitenland zat, was de leider van de paramilitaire vleugel van het ANC en was zeer radicaal. Ondanks zijn status was hij nauwelijks geraadpleegd in de beslissing de gewapende strijd stop te zetten.”

“Het ANC moest heel voorzichtig handelen in de onderhandelingen over de grondwet. Deze onderhandelingen vormden de sleutel tot de verzekering dat welke druk het ANC ook maar zou ondervinden – zelfs niet onder druk van de massa’s -, het ANC zou niet in staat zijn iets fundamenteels te veranderen. (Hoewel het land al jaren door een zwarte meerderheidsregering wordt bestuurd, domineert een blanke minderheid de Zuid-Afrikaanse economie nog steeds, nvdr.)”

“De eigendomswetten bijvoorbeeld. Welke grondwetexpert je ook spreekt: deze bepalingen kunnen niet worden gewijzigd zonder dat er een tweederdemeerderheid is. Er is zelfs de mening dat een meerderheid van honderd procent de eigendomsbepalingen niet kan veranderen die de huidige kapitalistische dictatuur in stand houden. Die instandhouding was heel belangrijk. Tijdens de eerste verkiezingen in 1994 behaalde het ANC iets meer dan 62%. Dat is complete nonsens wat mij betreft.”

“Ik was aanwezig tijdens de stemming in 1994 want ik was de voorzitter van een ANC-afdeling en een fulltime ANC-organisator. Ik was aanwezig tijdens de telling en toen de stemmen voor het ANC toenamen tot ongeveer tweederde, vielen plots de lichten uit. De telling stopte voor een paar uur. Toen de telling werd voortgezet, was het ANC-resultaat al tot 59% gezakt. Het groeide daarna terug tot 62%. In de provincie Kwazoeloe-Natal waar er een staat van virtuele burgeroorlog was, was er een mogelijkheid het IFP te verslaan. Maar die partij won, wat het ANC in staat stelde aan de juiste zijde van de tweederdelimiet te staan. Nu konden ze naar de mensen gaan en zeggen: jullie hebben ons niet genoeg stemmen gegeven om deze grondwet verder te veranderen.”

Bedankt voor het interview


De gelijkenis tussen het leven van Mandela en zijn partij

Dus het was niet zozeer Mandela zelf, maar vooral de omstandigheden die een invloed op hem en het ANC hadden uitgeoefend. De ANC-leiding was nooit bereid om de Zuid-Afrikaanse samenleving ten gronde te veranderen. Niet alleen de fundamenten va de kapitalistische samenleving bleven overeind, de partij deed zichzelf te goed aan corruptie en andere excessen van dat systeem. Verre van een strijd te voeren tegen het kapitalisme, trachtte de partij zich ermee te vereenzelvigen.

Nu de grootste crisis sinds de jaren dertig door het land raast, wordt de onmogelijkheid van de opeenvolgende ANC-regeringen om aan de noden van de bevolking te voldoen steeds acuter. De crisis laat zich nu ook in de rangen van het ANC zien. Er is een symmetrie zichtbaar in de levenscyclus van de partij die hij heroïsch heeft geleid en het leven van Mandela zelf. De geschiedenis lijkt bepaald te hebben dat Mandela’s aftakeling en dood overeenkomen met de teloorgang van het ANC en de opkomst van nieuwe partijen die de kapitalistische ANC-politiek in vraag stellen.

Er bestaat weinig twijfel over: de dood van Mandela zal gevolgen hebben voor de cohesie van het ANC en zijn beleid. Samen met Mandela verliest het ANC de laatste uitstraling die de partij had als verdediger van de belangen van de zwarte massa’s en van de bevrijding van het apartheidsregime. Sinds een paar jaar neemt het sociaal conflict in Zuid-Afrika grote proporties aan en in 2014, na twintig jaar onafgebroken ANC-bestuur, kunnen we aannemen dat die strijd zich zal voortzetten. De overtuiging dat de arbeidersklasse een nieuwe, eigen partij nodig heeft, geraakt steeds meer verspreid.

Leave a Reply