Home / Internationaal / Midden-Oosten en Noord-Afrika / “De massastrijd werd afgeremd door de leiding van het Front Populaire en de UGTT”

“De massastrijd werd afgeremd door de leiding van het Front Populaire en de UGTT”

Tunesië. Interview van Hidouri Abdessalem, onderzoeker in filosofie en lid van het regionaal syndicaal bureau van Sidi Bouzid voor het secundair onderwijs

Op het ogenblik dat dit interview gepubliceerd wordt, zijn we toe aan de zoveelste politieke crisis in Tunesië. De omvang en de diepgang van de volkswoede tegenover het regime van de ‘trojka’ (de islamistische partij Ennahda en medestanders) bleek uit de bijna vulkanische uitbarstingen van protest na de twee politieke moorden op linkse leiders eerder dit jaar – zowel na de moord op Chokri Belaid in februari als op Mohamed Brahmi eind juli – werd massaal betoogd.

Door onze correspondenten

Er waren onderhandelingen tussen de regeringspartijen en de oppositie. Dit werd omschreven als het “initiatief van nationale dialoog”. Deze onderhandelingen werden afgelopen maandag opgeschort. Het “initiatief van nationale dialoog” is een poging van de heersende klassen om van bovenaf een regeling op te leggen om te vermijden dat diegenen aan de basis – de werkenden, syndicalisten, revolutionaire jongeren, werklozen, armen – er zich teveel mee zouden bemoeien.

Het establishment, de grootmachten en de gevestigde media hebben het allemaal over het gevaar van een “politiek vacuüm” dat langere tijd blijft bestaan in Tunesië. Ze denken daarbij niet zozeer aan de toename van fundamentalistisch geweld, er wordt vooral gevreesd dat het enorme ongenoegen onder de massa’s opnieuw tot uitbarsten komt en de agenda bepaalt.

De ‘nationale dialoog’ had als doel om de regerende machthebbers op een georganiseerde wijze de aftocht te laten blazen om plaats te maken voor een zogenaamd “onafhankelijke” en “apolitieke” regering. Officieel liepen de discussies spaak op de keuze van een nieuwe premier. Uit de discussies bleek eerder al het contrarevolutionaire karakter van de politieke maneuvers aan de top. De verschillende namen die circuleerden als kanshebbers om een nieuwe regering te leiden, waren niet toevallig ofwel quasi seniele veteranen van het oude regime ofwel andere neoliberalen van de zuiverste leer.

Dat heeft natuurlijk niets te maken met onafhankelijkheid of een apolitieke benadering. Er worden nieuwe aanvallen op de werkenden en armen voorbereid, onder meer door de druk van het IMF en andere schuldeisers van Tunesië. Om dit te realiseren, willen de imperialisten en de Tunesische kapitalisten een voldoende sterke regering die in staat is om de massa’s onder controle te houden en te laten opdraaien voor de crisis.

De vakbondsfederatie UGTT is veruit de best georganiseerde kracht in het land. Er is geen enkele duurzame regeling mogelijk in het belang van de kapitalistische klasse zonder minstens een stilzwijgend akkoord met de leiding van de UGTT. Voor de arbeiders en brede lagen van de bevolking bevindt de centrale knoop zich net bij het feit dat de vakbondsleiding de potentiële kracht van de arbeidersbeweging niet mobiliseert om een regering van arbeiders en de bevolking gebaseerd op een nationaal netwerk van democratisch georganiseerde basiscomités op te zetten, maar integendeel een erg bereidwillige partner van de heersende klasse en de imperialistische machten is. Er wordt steun gegeven aan de poging om een niet verkozen regering ten dienste van het grootkapitaal in het zadel te krijgen. De vakbondsleiding speelt schandalig genoeg een centrale rol in de onderhandelingen van de zogenaamde ‘nationale dialoog’.

In plaats van de troepen ernstig te mobiliseren, zetten de vakbondsleiders alles op onderhandelingen achter de schermen om een akkoord te bekomen met de voornaamste agenten van de contrarevolutie. Dat alles wordt ondersteund en mee uitgevoerd door de leiding va de vakbondsfederatie en het Front Populaire, ondanks een oppositie van een brede laag van militanten en sympathisanten.

Zoals Abdessalem in het hiernavolgende interview uitlegt, betekent die strategie een volledige impasse. De leiders van de linkerzijde en de vakbonden offeren in feite de belangen van hun militanten op aan de cynische plannen van de ergste vijanden. Trotski stelde dat de reformistische leidingen in een periode van diepe crisis van het kapitalistische systeem “steeds meer lijken op een man die zich wanhopig vastklampt om stand te houden, terwijl een roltrap hem snel naar beneden haalt.”

Die metafoor vat de situatie in Tunesië vandaag goed samen. Het land staat aan de rand van een nooit geziene crisis. Op 30 oktober werden twee pogingen tot zelfmoordaanslagen vermeden in toeristische zones. Een week eerder werden in de centrale regio van Sidi Bouzid minstens 9 ordehandhavers om het leven gebracht tijdens gewelddadige confrontaties met gewapende salafisten.

Als reactie daarop riep de lokale afdeling van de UGTT een regionale algemene staking uit in Sidi Bouzid. Die oproep kreeg snel navolging in de naburige regio Kasserine. Dergelijke reacties geven aan waar de sociale krachten zich bevinden die een oplossing kunnen bieden en die een echt politiek alternatief kunnen vormen op de miserie en het toenemende geweld van het huidige systeem.

Zoals Abdessalem zegt, is er vandaag een paradox in Tunesië: de echte actoren van het revolutionaire proces bevinden zich buiten de politieke scène. Wij delen die vaststelling in grote mate. Het is waarom we dringend moeten overgaan tot de opbouw van een massale politieke kracht waarmee de actoren van het revolutionaire proces onafhankelijk van de gevestigde pro-kapitalistische partijen en gewapend met een socialistisch programma de belangrijkste grondstoffen en middelen van het land in de handen van de werkenden en de bevolking kunnen plaatsen.

Dat was ooit een onderdeel van het officiële programma van de UGTT. Tijdens het congres van 1949 eiste de UGTT de nationalisatie van de mijnen, de transportsector, gas, water, elektriciteit, banken, onderzoek naar olie, bouwsector en de grote domeinen onder een beheer dat arbeidersdeelname garandeert. Het actualiseren van een dergelijk programma, aangevuld met concrete ordewoorden, kan de massastrijd nieuw leven in blazen en de situatie radicaal veranderen.

Zowel in het Front Populaire als de UGTT zijn er militanten die de revolutie willen voortzetten. Ze zijn met velen en moeten opkomen voor de onmiddellijke terugtrekking van hun leiders uit de nationale dialoog en eisen dat ze verantwoording aan de basis afleggen over de rampzalige koers die ze volgen. Doorheen democratische discussies kunnen lessen getrokken worden uit fouten uit het verleden en het heden om tot een verduidelijking te komen en een reorganisatie van de linkerzijde op basis van een duidelijk programma, strategie en de nodige tactieken die ons tot een revolutie kunnen brengen.

Militanten van het CWI in Tunesië staan open voor discussie en samenwerking met al wie deze bedenkingen deelt. We willen mee werken aan een instrument en een revolutionair programma om de toekomstige strijdbewegingen aan te gaan.


Sinds de moord op Mohamed Brahmi was er een nooit geziene golf van mobilisatie tegen het regime van Ennahda in Tunesië. Welk bilan trek jij van die mobilisaties?

“De mobilisaties tegen het regime van Ennahda na de moorden op Mohamed Brahmi en voor hem op Chokri Belaid, vormden een uitdrukking van een hervatting van het revolutionaire proces. De mobilisaties waren gericht op de val van de regering en van het systeem.

“Maar de afwezigheid van een duidelijk programma en voldoende invloedrijke revolutionaire groep, lieten de nationale bureaucratie van de UGTT toe om de mobilisaties op een zijspoor te zetten. Dat gebeurde in samenspraak met de liberale partijen en de opportunistische leiding van de linkse partijen. Er werd een poging gedaan om de crisis te beëindigen door middel van een ‘nationale dialoog’. Tegelijk werden de mobilisaties niet tot hun echte doelstellingen doorgetrokken, tot de val van het systeem.”

In naam van de eenheid tegen de islamisten heeft de leiding van de linkse coalitie Front Populaire een akkoord gesloten met Nidaa Tounes, een partij met tal van figuren die deel uitmaakten van het staatsapparaat onder het oude regime, en andere politieke krachten die het ‘Front van Nationale Redding’ vormen. Wat denk jij van die alliantie en welke gevolgen heeft dit op de massastrijd?

“De huidige politieke situatie in Tunesië wordt gekenmerkt door een vorm van polarisatie langs drie kanten: een pool van reactionaire islamisten met Ennahda en bondgenoten, een liberale pool van het oude regime (onder leiding van Nidaa Tounes gehergroepeerd met Caid Essebsi als kopstuk) en tegenover die twee polen het Front Populaire en de UGTT.

“Ten tijde van de moord op Chroki Belaid veranderde de situatie: de zogenaamde ‘democratische’ en ‘moderne’ krachten hergroepeerden zich tegen het geweld en het terrorisme. Dat vormde het begin van een politieke impasse voor het Front Populaire. De leiding begon immers front te vormen met de vijanden van de werkende bevolking en de onderdrukten, met de bondgenoten van het oude regime van Ben Ali.

“Die laatsten zijn het niet indirect eens met de islamisten als het gaat over de politieke en economische keuzes voor het land.

“Het resultaat was dat de massastrijd werd afgeremd door de leiding van het Front Populaire en de UGTT. Die volgden het ritme van de ‘nationale dialoog’ waarbij de belangen van de verschillende partijen en hun politieke agenda’s centraal stonden.”

Eind juli werd bekend dat er in Sidi Bouzid een vorm van lokale tegenmacht werd opgebouwd waarbij het beheer van de lokale zaken door de bevolking in handen werd genomen. Wat is daarvan gekomen?

“In de regio’s van het binnenland is er een vorm van politiek vacuüm op het vlak van diensten, administratie en veiligheid. Op revolutionaire ogenblikken brachten de mobilisaties de slogan van zelfbeheer naar voor. In Sidi Bouzid hebben we geprobeerd om een tegenmacht op te bouwen doorheen lokale en regionale organen.

“Maar met de repressie van de politie en het gebrek aan breder relais op nationaal vlak, volstond het niet om dit enkel in Sidi Bouzid te doen. Van bij het begin keerde de nationale leiding van de UGTT zich tegen deze vorm van dubbelmacht omdat het de ‘dialoog’ en het ‘compromis’ met het regime in de weg stond. De leiding wou ten alle prijze zo’n compromis.”

Kan je uitleggen wat er op 23 oktober en de dagen erna gebeurde ?

“De trojka stelt dat 23 oktober de datum van de democratische omvorming is. De andere partijen en de meerderheid van de Tunesische bevolking ziet het echter als een datum van een mislukking. Dat is waarom er opnieuw massale betogingen tegen Ennahda waren, maar ook tegen de terroristen.

“Eens te meer werden de mobilisaties van 23 en 24 oktober gemanipuleerd door de politieke partijen die er gebruik van probeerden te maken om hun posities in de nationale dialoog te versterken en niet om het systeem en de regering neer te brengen.”

Wat is volgens jou het gevaar van de salafisten en djihadisten in de actuele situatie? Hoe verhouden die zich tot de gevestigde machten? En van waar komt de toename van geweld de afgelopen periode? Hoe kunnen revolutionaire daarmee omgaan?

“Als we politiek over een islamistische pool spreken, gaat het over een wereldwijd netwerk met de steun van bepaalde grote machten en banden met het wereldkapitalisme. Het is moeilijk om een onderscheid te maken tussen de djihadisten en Ennahda, of zelfs met de salafistische partij ‘Ettahrir’.

“We kunnen de salafisten beschouwen als de milities van de huidige regering. Zij voeren met geweld de ordewoorden van Ennahda uit tegen militanten, tegen syndicalisten,… Hun doel is om aan de macht te blijven en daartoe worden milities ingezet.

“De revolutionaire krachten moeten zich daartegen organiseren, zodat we het revolutionaire proces kunnen voortzetten. Als we daar geen instrumenten en middelen voor hebben, is die taak erg moeilijk. Maar het is niet onmogelijk.”

Wat zijn volgens jou de sterktes en de beperkingen van de UGTT in de huidige crisis ?

“De leiding van de UGTT snelt de overgangsregeringen al van 14 januari 2011 tot 23 oktober 2013 te hulp, onder meer door het initiatief van nationale dialoog. Er wordt daartoe een akkoord gesloten met de werkgevers. Maar anderzijds blijven de militanten aan de basis pogingen doen om het revolutionaire proces voort te zetten.”

Welke initiatieven zijn er volgens jou nodig om de revolutionaire beweging in Tunesië tot een succes te brengen?

“Wat in Tunesië en de Arabische wereld plaatsvindt, is een aanhoudend revolutionair proces met nationalistische en socialistische elementen tegen kapitalisme en zionisme. Maar er zit een paradox in het proces: de echte actoren van het revolutionaire proces bevinden zich niet op het politieke toneel. Hierdoor kunnen de contrarevolutionaire krachten het proces op een zijspoor zetten, we krijgen te maken met een verraden revolutie.

“De initiatieven die nu nodig zijn om de revolutionaire beweging voort te zetten en tot een overwinning te brengen, bestaan uit het voortzetten van het revolutionaire proces met aandacht voor de uitbouw van eigen instrumenten, een programma en een revolutionaire partij. We zullen ook lokale en regionale strijdcomités moeten opbouwen.”

Welke lessen zou je aan socialistische militanten, syndicalisten of revolutionairen geven voor hun strijd tegen het kapitalisme in andere landen?

“De centrale lessen die we volgens mij uit het revolutionaire proces kunnen trekken zijn:

– We moeten ons van bij het begin van het proces op de macht richten en de strijd organiseren op basis van goed omschreven revolutionaire taken. Veel linkse krachten, revolutionaire jongeren en syndicalisten dachten er niet aan om zelf de macht in Tunis te grijpen, ze dachten dat het mogelijk was om het systeem te hervormen.

– We moeten ons als revolutionairen verenigen tegen onze vijanden. We moeten strijdgroepen opzetten waarbij we ons niet beperken tot theorie maar ook tot praktische stappen overgaan, dat betekent dag en nacht op het terrein aanwezig zijn en handelen.

– We moeten de strijd met onze vijanden op alle mogelijke manieren voeren, ook in de media om de publieke opinie tegen onze vijanden te richten.

– We moeten een netwerk van strijdbare militanten uitbouwen waarbij we bewegingen kunnen ondersteunen boven het nationale terrein, er is een internationale beweging nodig.”

Leave a Reply