ALS-Gent krijgt steun uit academische hoek. Argumentatie om ALS uit te sluiten onderuit gehaald

De dreigende uitsluiting van de Actief Linkse Studenten aan de Gentse universiteit blijft voor controverse zorgen. Het dossier tegen ALS is gebaseerd op de toepassing van de mensenrechtenverklaringen, waarbij beweerd wordt dat ALS deze niet zou respecteren. Een aantal academici met een grondige kennis van de mensenrechten, zijn het niet eens met de visie van het dossier tegen ALS. Professor Eva Brems, die mensenrechten doceert, en professor Dirk Voorhoof, schreven hierover een brief aan de rector. Zal de rector op het bestuurscollege dit standpunt volgen? Op donderdag 12 mei zal hier meer duidelijkheid over bestaan. We publiceren hieronder het standpunt van de genoemde professoren.

Geachte Heer Rector,

We vernamen dat de Actief Linkse Studenten (ALS) de sanctie van uitsluiting riskeren en dat deze sanctie in hoofdzaak gebaseerd is op een oproep tot protest en blokkade tegen een debat waaraan een spreker van het Vlaams Belang zou deelnemen. De sanctie zou gemotiveerd worden aan de hand van de vrijheid van meningsuiting en van vergadering, die door de oproep tot protest en blokkade zou zijn geschonden.

Vanuit ons academisch en maatschappelijk engagement voor de rechten van de mens en de vrijheid van meningsuiting, voelen wij ons genoodzaakt grote bezorgdheid uit te drukken over de mogelijkheid dat deze sanctie zou worden uitgesproken. Het betreft hier immers een onevenredige beperking van de vrijheid van meningsuiting en van vereniging van de ALS studenten. Met andere woorden, indien het bestuurscollege de sanctie van uitsluiting oplegt, schendt het de mensenrechten, meer bepaald art. 10 en 11 van het Europees Mensenrechtenverdrag.

Een sanctie van uitsluiting lijkt ons toegestaan in het kader van het grondwettelijk en internationaal recht van de mensenrechten, indien ze een studentenorganisatie treft wiens voornaamste doel of activiteit erin bestaat activiteiten van andere organisaties te hinderen, en dus de vrijheden van deze organisaties te fnuiken, inzonderheid met (oproep tot) geweld.

Dit blijkt in casu geenszins het geval.

Ten eerste viseert ALS enkel deelname aan debatten en publieke toespraken van politici van het Vlaams Belang in de universitaire gebouwen, erop wijzend dat het Vlaams Belang de voortzetting is van het Vlaams Blok, en dus naar recht een racistische organisatie. De vraag of vertegenwoordigers van een dergelijke organisatie wel vrije meningsuiting moeten krijgen op een universiteitscampus is een legitieme vraag. (cfr. in dit verband het debat omtrent de VRT).

Ten tweede is het verhinderen van speeches van het Vlaams Belang op de universiteitscampus weliswaar een belangrijk actiepunt voor ALS, maar zeker niet de kern van de actie en werking van ALS.

Ten derde is het, voor zover ons bekend, nog nooit tot een effectieve blokkade van een dergelijke activiteit gekomen.

Ten vierde betreft het weliswaar een oproep tot wat in NGO- kringen bekend staat als ‘directe actie’, maar geenszins een oproep tot geweld (integendeel, een blokkade is een typisch voorbeeld van de Mahatma Gandhi-achtige vreedzame actie).

We hebben het genoegen gehad om mee te werken aan de antidiscriminatieverklaring van de Universiteit Gent of hebben recent gerapporteerd, enerzijds over de academische vrijheid en anderzijds over de implicaties van de veroordeling van de Vlaams Blok-VZW’s voor de VRT. Wie de tekst van de antidiscriminatieverklaring van de UGent ernstig neemt, verwacht eerder een debat over het al dan niet weren van Vlaams Belang-sprekers op de campus, dan een debat over het al dan niet weren van degenen die hun proteststem laten horen tegen de aanwezigheid van een racistisch discours op de universiteitscampus.

Persoonlijk vinden we dat, zolang er niet daadwerkelijk haat of geweld verkondigd wordt, een universitaire campus bij uitstek een plaats moet zijn waar de vrije meninguiting volop kan gelden. In het licht van de geschiedenis van de studentenbeweging in ons land, moet het recht op vrije meningsuiting op de campus ook een recht op acties en protesten omvatten.

Wanneer daarbij regels overtreden worden, of wanneer bijvoorbeeld een activiteit van een andere erkende organisatie effectief wordt verhinderd, kunnen sancties worden toegepast.

Preventieve maatregelen of sancties uit vrees voor een mogelijke verhindering, zijn echter strijdig met de vrije meningsuiting. Bovendien moet een sanctie evenredig zijn. Een evenredige sanctie voor één enkel geval of enkele gevallen van effectieve hindering (hetgeen dus aan ALS thans nog niet ten laste kan worden gelegd), lijkt het inhouden/terugeisen van een gedeelte van de subsidies die de organisatie ontvangt, met name een bedrag dat overeenstemt met de uitgaven voor deze actie(s). Een dergelijke sanctie kan bovendien (indien er sprake is van schending van de mensenrechten) worden gebaseerd op artikel 3 lid 5 van het Reglement betreffende de subsidiering van studentenactiviteiten.

Geachte rector, wij hopen van ganser harte dat u met de betrokken studenten tot een minnelijke afhandeling van dit geschil kan komen.

Met de meeste hoogachting,

Eva Brems

Centrum voor Mensenrechten

Faculteit Rechtsgeleerdheid

Universiteit Gent

Dirk Voorhoof

Vakgroep Communicatiewetenschapppen

Faculteit PSW

Universiteit Gent

Delen: Printen: