Sociaal akkoord Ford

Een ruime meerderheid van de arbeiders bij Ford en de toeleveranciers heeft op 15 maart het sociaal akkoord goedgekeurd. De uiteindelijke vertrekpremie bedraagt immers het drievoudige van het oorspronkelijke voorstel. Vooral de arbeiders van de toeleveranciers hebben met hun strijd een historische doorbraak geforceerd. Zij krijgen dezelfde vertrekregeling als hun collega’s bij het moederbedrijf. De sluiting blijft echter een bittere pil.

Artikel door Eric Byl uit de aprileditie van ‘De Linkse Socialist’. We komen hier later deze week op terug in een interview met ACV-delegee Gaby Colenbunders.

De oorspronkelijke vertrekpremie van 700 euro per dienstjaar werd opgetrokken naar 2.000 euro, 2.450 euro voor wie tot einde 2014 blijft. Wie meer dan 20 jaar dienst heeft, krijgt bovendien een afscheidspremie van 13.600 euro, wie daaronder zit 6.800 euro. De inlevering van 2,5% die deel uitmaakte van het toekomstcontract met werkgarantie tot 2020, wordt met terugwerkende kracht terugbetaald vanaf 1 januari 2011. Wie op 1 juni 2013 vertrekt, krijgt een eenmalige premie van 3.000 euro. Wie op 31 december 2014 52 jaar oud is, kan terecht in het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT – ter vervanging van het brugpensioen).

Voor de meeste arbeiders komt dit neer op twee jaar loon. Volgens de website van ABVV-Ford zou een geschoolde arbeider met 33 jaar dienst ongeveer 120.000 euro ontvangen, een bandwerker met 26 jaar dienst 102.500 euro. Dat zijn brutobedragen. Netto blijft daar hooguit 60% van over. In een regio waar nu al voor elke 100 inwoners op arbeidsleeftijd slechts 61 jobs beschikbaar zijn, is dat geen overbodige luxe. Velen beseffen dat, maar ze waren de dreigementen van de directie, de onzekerheid en de onmenselijke werkdruk kotsbeu. Vooral dit verklaart waarom 71,7% of 2.945 arbeiders voor stemden. Toch dacht een aanzienlijke minderheid, 1.161 arbeiders of 28,3%, dat er meer in zat.

Als Ford uiteindelijk bereid is gevonden om extra geld op tafel te gooien en de federale regering om SWT toe te staan vanaf 52 jaar, dan komt dat niet door slim onderhandelen. Het was vooral uit vrees dat een kern van strijdbare militanten die zich verzetten tegen werkhervatting nog meer invloed zou winnen. In de pers werden ze voorgesteld als geïsoleerde terroristen die door werkwillige arbeiders onder de voet werden gelopen. Nauwelijks was de productie echter op snelheid of het werk werd alweer neergelegd.

Die groep militanten waren ook de enige Ford-arbeiders die zich actief het lot van de arbeiders bij de toeleveranciers aantrokken. Misschien denken sommigen dat de toegevingen aan die arbeiders ten koste zijn gegaan van de enveloppe voor Ford arbeiders. Dat is totaal onjuist. Door twee weken lang de Ford-directie in een wurggreep te nemen en de productie feitelijk stil te leggen, sleepten ze niet alleen betere condities voor zichzelf uit de brand, maar dwongen ze de Ford-directie en de federale regering tot een aantrekkelijker voorstel voor iedereen.

De arbeiders van de toeleveranciers hebben met hun acties aangetoond dat niet verdeeldheid, maar éénheid oplevert. Behalve op de eerder vermelde groep strijdbare Ford-arbeiders en talloze bezoekers uit heel het land, konden ze slechts rekenen op hun eigen kracht. Die hebben ze maximaal benut met een gezamenlijk actiecomité. Zonder dit hadden ze het nooit vol gehouden. De bedragen van sommige Ford-arbeiders zullen ze niet halen. Voor toeleveringsbedrijven die pas 13 jaar geleden werden opgericht is 20 jaar anciënniteit onwaarschijnlijk. Dat ze echter dezelfde regeling hebben afgedwongen als voor het moederbedrijf is ronduit historisch. Geen wonder dat 70% bij SML, 76% bij IAC, 77% bij Syncreon en 86% bij Lear voor het akkoord stemde.

Je kan je afvragen wat mogelijk was geweest indien heel het vakbondsapparaat een beetje van de moed had opgebracht van de arbeiders bij de toeleveranciers. Nu wordt een hypermodern bedrijf met performante arbeiders dicht gegooid. Enkele kilometers zuidwaarts wordt hetzelfde gedaan met ArcelorMittal en daar stopt het niet. Die productie-eenheden hadden nochtans een essentiële rol kunnen vervullen in het tegemoet komen aan sociale en ecologische noden, mits reconversie en economische planning. Van bij het begin was de vakbondsstrategie echter gericht op een sociaal plan. Strijd om het bedrijf open te houden door nationalisatie onder arbeiderscontrole en reconversie, werd helaas nooit overwogen.