Op 25 januari vond in Leuven een infoavond en discussie plaats rond de strijd die het actiecomité van de toeleveranciers de afgelopen weken voerde. Hun strijdbare positie – voor gelijke rechten met de Fordarbeiders, werkzekerheid of een loon tot 2020, en een stem aan de onderhandelingstafel – leverde niet alleen tegenstand op vanuit de patronaal gezinde media. Het deed sommige vakbondssecretarissen zelfs rechtstreeks in het kamp van onze tegenstanders belanden.

Verslag door Peter Delsing

“We werden behandeld als afvalligen”, stelt Patrick Trusgnach, vakbondsafgevaardigde bij de toeleverancier Syncreon en woordvoerder van het actiecomité. Dit actiecomité deed heel wat werkende mensen, binnen en buiten de vakbond, alvast opkijken door haar strijdbare aanpak. Een houding die de “buit” en machtspositie van de arbeiders niet zomaar via een betwist, manipulatief en nipt gewonnen referendum wilde prijsgeven. “769 brieven voor dat referendum zijn zelfs niet aangekomen”.

Ook in de discussie zelf was er ongeloof over hoe een vakbondsleiding het zover kan laten komen. Hoe ze zo weinig eenheid kan bekomen onder alle werknemers. Zelfs in die mate dat er “referenda” aan te pas moeten komen die zeer nipte meerderheden opleveren en de werkers meer verdelen dan te verenigen. Trusgnach legde uit hoe men met het actiecomité had gezocht naar vakbondsafgevaardigden en militanten met een reële basis onder de werknemers. Het comité wil dezelfde voorwaarden als bij Ford zelf en niet dat er boven hun hoofden wordt beslist. Daarvoor is er syndicale democratie en controle vanuit de basis, door actieve vergaderingen en stemmingen, nodig in elke stap van de strijd.

Door de praktijk van onderaanneming was er een onderscheid gegroeid tussen de arbeiders bij de toeleveranciers en die bij Ford zelf. Eenheid en verdeeldheid was een belangrijk thema in de discussie. Eenheid kan volgens ons enkel als de vakbonden worden gewonnen, en desnoods door de basis van onderuit hervormd, tot organen die vechten voor elke job en terug – over de bedrijfsgrenzen heen – de discussie voeren over democratische nationalisatie – onder controle van de werkende mensen – van bedrijven die dreigen met collectieve ontslagen. Vandaag kan dat, zoals rond Ford Genk, nog een minderheidsstandpunt zijn. Velen denken, wat begrijpelijk is bij gebrek aan een aangeboden alternatief, dat een sociaal plan het enige mogelijke is. Maar door de strijd te verbinden met die in andere bedrijven, zoals Arcelor Mittal en talloze andere in de industrie, kan de eis van nationalisatie een positieve weerklank beginnen krijgen.

Verschillende sprekers drukten het enorme belang van het actiecomité uit als voorbeeld van wat mogelijk is als arbeiders zelf hun strijd in handen nemen. Die strijd is nog niet voorbij. De komende maanden kan die zeker opnieuw opflakkeren en zal er solidariteit en discussie met militanten uit andere getroffen bedrijven nodig zijn. De crisis van het kapitalisme maakt netwerken en fora voor discussie tussen strijdbare militanten, politieke activisten en jongeren nodig. De vakbonden moeten terug aanknopen bij de beste tradities uit het verleden: van strijd, democratie en betrokkenheid vanuit de basis, en het gevecht voor een maatschappij waar niet de winsten maar onze behoeften centraal staan.