Pride 2018

Op de geslaagde actie tegen LGBTQI+-fobie afgelopen zaterdag in Gent waren er verschillende sprekers. We publiceren hieronder de toespraak van Elise van campagne ROSA. Zij benadrukte dat LGBTQI+-fobie een maatschappelijk probleem is en bijhorend antwoord nodig heeft. Het protest was belangrijk om de discussie hierover aan te gaan en om het niet bij stille verontwaardiging te houden, maar tot actief protest over te gaan.

Toespraak door Elise (campagne ROSA)

Voor Campagne ROSA is LGBTQI+-fobie niet aangeboren. Het is evenmin te herleiden tot één specifieke cultuur. LGBTQI+-fobie is een structureel maatschappelijk probleem, dat dus ook door de maatschappij opgelost kan worden.  Maatregelen kunnen genomen worden op lokaal, regionaal, nationaal, internationaal vlak om LGBTQI+-foob geweld tegen te gaan.

Op deze domeinen zien we echter hoe een rechts politiek beleid een negatief effect heeft op de publieke opinie en omtrent LGBTQI+-personen.

Op internationaal vlak zien we bijvoorbeeld:

  • Hoe sinds de aanvallen van Trump op de rechten van LGBTQI+-personen op vlak van gezondheidszorg, huisvestiging, onderwijs, jobs, sport etc. discriminatie t.a.v. LGBTQI+-personen toeneemt.
  • Hoe in Brazilië onder Bolsonaro het geweld t.a.v. LGBTQI+ personen de laatste jaren bijna verdrievoudigd is. En hoe afgelopen week nog molotovcocktails naar filmmakers gegooid werden.
  • Denk aan Hongarije waar Orban genderstudies wou afschaffen omdat deze ‘een gevaar voor de samenleving’ zouden betekenen. De impact op de publieke opinie blijft niet uit.
  • Hoe in Polen extreemrechtse politici LGBTQI+-vrije zones wil invoeren.
  • Denk aan de ‘antipropaganda’ wetgeving die in Rusland geleid heeft tot groepen die een klopjacht op LGBTQI+-personen organiseren.
  • En tenslotte aan Tsjetsjenië waar concentratiekampen voor holebi’s bestaan en families worden gevraagd om hun eigen LGBTQI+ familieleden te vermoorden.

In deze landen worden LGBTQI+-personen voorgesteld als een gevaar voor de samenleving.

Waarom worden dergelijke uitspraken gedaan door politieke figuren?

Zij vormen in eerste instantie een middel om mensen tegen elkaar uit te spelen en zo politieke controle te behouden. Naast politieke en economische controle wordt ook naar de controle van sociale relaties gestreefd, die opnieuw die politieke controle versterkt. LGBTQI+-personen voorstellen als ‘gevaarlijk’ of ‘abnormaal’, creëert een zondebok en helpt de aandacht af te leiden van het beleid zelf en van de echte onderdrukkers, het echte gevaar.

Ook vandaag wordt LGBTQI+-fobie gebruikt als middel om mensen tegen elkaar uit te spelen, net zoals seksisme en racisme. Ook op nationaal, regionaal en lokaal vlak moeten we kijken naar wat een rechts beleid betekent. Sinds de moord op Ishan Jarfi in 2012 (de eerste moord in België die juridisch erkend werd als homofobe moord), deden verschillende rechtse politieke figuren en organisaties zeer problematische uitspraken. Waarom stelt Theo Francken dat mannen met sacochen en make-up abnormaal zijn? Waarom spreekt het Vlaams Belang zich niet uit tegen het invoeren van de doodstraf in Oeganda voor homoseksuelen? Waarom vergelijkt het KVHV, recent bekend van Jeff Hoeyberghs’ lezing, transgender personen met absurditeit? Waarom gaat een N-VA-verkozene niet in tegen zijn Poolse fractiegenoten op Europees vlak wanneer zij LGBTQI+-vrije zones willen invoeren?

Het is belangrijk op te merken dat dergelijke discriminerende uitspraken en ideeën niet altijd evenzeer impact hebben op de publieke opinie. Als we kijken naar de geschiedenis zien we dat zij vooral populairder worden in contexten van crisis, waarin meer en meer mensen in ellende leven, frustraties groeien en zelfs werkenden niet rondkomen aan het einde van de maand. Ellende en precaire omstandigheden zijn een voedingsbodem voor haat, zeker als er geen alternatief of oplossing naar voren geschoven wordt. In een context van crisis, besparingen en asociaal beleid slaat een verdelende retoriek meer aan, zoals: ‘het is allemaal de schuld van migranten/vluchtelingen’ of ‘LGBTQI+-personen zijn een gevaar voor onze natie’.

Zoals gezegd is voor Campagne ROSA LGBTQI+-fobie een maatschappelijk probleem, met tekorten en crisis als voedingsbodem. Een probleem dat dus ook door de maatschappij aangepakt kan worden. Vandaag zitten we echter in een context waarin sommige politici ambigue of openlijk LGBTQI+-fobe standpunten innemen én waarin ze die voedingsbodem voor LGBTQI+-fobie, totaal niet aanpakken, maar integendeel vergroten.

Ik stel de vraag:

  • Waar zijn de investeringen in onderwijs? Die ruimte creëren voor discussie over seksualiteit, genderidentiteit en –-expressie op school.
  • Waar zijn de investeringen in cultuur? Die kunstenaars toelaten niet enkel te produceren wat het best verkoopt, maar ook maatschappelijk zeer relevant thema’s aan te kaarten zoals LGBTQI+-thema’s.
  • Waar zijn de investeringen in de zorgsector? Die nodig zijn voor degelijke begeleiding van transpersonen en hun gezin/familie/vrienden etc. wanneer het besluit voor een transitie genomen wordt en zorgen dat een keuze om jezelf te zijn geen keuze tot armoede of dakloosheid wordt.
  • Waar zijn de investeringen in vluchthuizen en sociale woningen? Die nodig zijn om de discriminatie op woningmarkt tegen te gaan en maken dat alle mensen die zich thuis niet langer onveilig voelen, uit gewelddadige situaties kunnen weggaan.

Het antwoord op al deze vragen is duidelijk: die zijn er niet. Integendeel er wordt bespaard op onderwijs, cultuur, zorg, wonen etc.. Voor LGBTQI+-personen hebben besparingen net als voor de meerderheid van de bevolking enorme gevolgen: besparingen zijn een inbreuk op ons welzijn. Het zijn aanvallen op ons welzijn.

Wij zullen strijd moeten voeren om onze rechten ook in de praktijk om te zetten en de economische basis voor haat en LGBTQI+-fobie tegen te gaan. Wij voeren strijd voor een samenleving die investeert in ons welzijn en niet in de winst van een handje vol rijken.