Home / Op de werkvloer / Lonen / Topmanagers hebben hun eerste normale jaarloon van 2018 al binnen

Topmanagers hebben hun eerste normale jaarloon van 2018 al binnen

Onze lonen: +0,1%. Topmanagers: + 25%. Maar op wie wil deze regering besparen?

Foto: Jean-Marie

We werken zo hard dat de winstcijfers het goed doen en bijgevolg ook de lonen van de topmanagers sterk stijgen. Dat zijn volgens specialisten tekenen dat het goed gaat met de economie. Dat onze lonen niet volgen en nog onder het niveau van enkele jaren geleden liggen, wordt eveneens gezien als positief voor de economie. Voor de experts en specialisten die het kapitalisme verdedigen, is de groeiende ongelijkheid positief: zolang de rijksten maar rijker worden, zijn ze tevreden.

Enkele cijfers: in 2016 verdienden topmanagers in ons land gemiddeld 2,08 miljoen euro per jaar. Dat was een stijging met 26% in vergelijking met 2015. In hetzelfde jaar lag het gemiddelde loon van een werknemer in ons land volgens de OESO op 43.097 euro. Dat was een daling met 1% tegenover een jaar eerder, toen het gemiddeld jaarloon (in euro van waarde in 2016) 43.541 euro bedroeg en nog steeds op basis van de waarde van de euro in 2016 ook nog steeds onder het niveau van het gemiddelde loon in 2014 en 2013. De Britse vakbondskoepel TUC maakte een ranglijst met de verwachte reële loonstijgingen in 2018: België bengelt achteraan met een verwachte stijging van 0,1%. Dat is een pak minder dan in Nederland (+1,1%), Duitsland (+0,9%) en Frankrijk (+0,8%). Er is duidelijk sprake van een loonhandicap in ons nadeel!

Toch wordt er niet gesproken over maatregelen om de loonhandicap op te lossen. Lagere lonen zijn namelijk goed voor ‘onze’ concurrentiepositie. Bedoeld wordt: voor de winsten van de bedrijven. Als het om de topmanagers gaat, wordt er wel vergeleken met de buurlanden. Alle kranten merkten op dat toplui in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk meer verdienen dan hun Belgische collega’s. Ons loon wordt altijd vergeleken met wie minder verdient, hun lonen met wie meer verdient.

In Groot-Brittannië wordt de vergelijking gemaakt tussen de gemiddelde lonen van werknemers en die van topmanagers. Op die basis werd bepaald dat op 4 januari, de derde werkdag van het jaar, een topmanager al een eerste gemiddelde jaarloon binnen had. Die dag werd uitgeroepen tot ‘Fat Cat Day.’

Voor ons land lopen gelijkaardige berekeningen een beetje uiteen. De Vlerick-studie waarmee de lonen van de managers van Bel20-bedrijven bekend gemaakt werd, stelt dat de ceo van een Bel20-bedrijf gemiddeld 37 keer het loon van zijn werknemers verdient. Er wordt met andere woorden rekening gehouden met een gemiddeld jaarloon van ongeveer 56.000 euro. De Franstalige christelijke bediendenvakbond CNE riep gisteren uit tot ‘CEO Jackpot Day’. De vakbond vertrekt van het mediaan jaarloon van 44.374 euro in 2016. De cijfers van de OESO hebben het over een gemiddeld jaarloon van 43.097 euro. Volgens De Standaard valt ‘Fat Cat Day’ in ons land op 17 januari. De krant vertrok van het gemiddelde brutojaarloon van een voltijdse werknemer: 47.954 euro.

Aangezien veel deeltijds werkenden niet vrijwillig deeltijds werken, maar geen andere optie hebben gezien het aanbod of gezien de gezinssituatie (waarbij tal van zorgtaken niet door de gemeenschap worden opgenomen maar doorgeschoven worden naar het gezin, en de vrouwen in het bijzonder), lijkt het ons logisch om te vertrekken van het gemiddelde loon van een werknemer zoals berekend door de OESO. We willen gerust aannemen dat topmanagers hard werken, maar dat doen gewone werkenden ook. Met een gemiddelde van 250 werkdagen op een jaar (inclusief betaald verlof, we veronderstellen dat ook managers op vakantie gaan) komen we aan een dagloon van 8.320 euro voor een topmanager en 172 euro voor een gewone werkende. Op het begin van de zesde werkdag (na 5,2 dagen) heeft een topmanager een eerste normale jaarloon binnen. Dat was ergens deze ochtend, rond de koffiepauze. Vanaf vandaag werken de managers voor hun tweede jaarloon.

De CNE riep gisteren uit tot ‘CEO Jackpot Day’ en merkte op dat deze dag vorig jaar pas op 10 januari viel. Daar moet nog aan toegevoegd worden dat de berekening voor dit jaar gebaseerd is op de meest recent beschikbare cijfers, met name die uit 2016. Met de snelheid waarmee de kloof tussen de lonen van topmanagers en die van gewone werkenden toeneemt, zullen de topmanagers binnen enkele jaren op hun eerste werkdag niet alleen nieuwjaar maar ook ‘fat cat day’ vieren.

De kloof tussen de gouden toplonen en de gewone lonen wordt al langer aangeklaagd. Wij stellen daartegenover de eis van een beperking van de maximale loonspanning, dat is de verhouding tussen de hoogste en de laagste lonen. Honderd jaar geleden voerden de bolsjewieken in Rusland een maximale loonspanning in van één op vier. Het hoogste loon mocht maximaal vier keer zo hoog zijn als het laagste. Vier keer een jaarloon verdienen, betekent toch dat er heel wat luxe mogelijk is. Het zou wellicht ook leiden tot een grotere steun aan het optrekken van de laagste lonen en uitkeringen.

Een eis van een maximale loonspanning gekoppeld aan een verhoging van het minimumloon tot 15 euro per uur kan ongetwijfeld op een brede steun rekenen indien het gepopulariseerd wordt. Laat ons niet alleen de enorme ongelijkheid aanklagen, maar ook voorstellen doen waarmee we er een einde aan kunnen maken. Dergelijke voorstellen botsen meteen op de logica van het kapitalisme en vereisen een perspectief van een socialistische samenleving.

Print Friendly, PDF & Email