PTB op 20% in Wallonië volgens peiling RTBF

Peter Mertens op 1 mei in Antwerpen. Foto: Liesbeth

Mochten er morgen verkiezingen zijn dan zou, volgens een peiling uitgevoerd door de RTBF, de PS met 20,3% in Wallonië en 20,1% in Brussel haar slechtste resultaat ooit neerzetten. Het verlies aan vertrouwen in de PS als verdediger van de belangen van de werkende bevolking is al lange tijd geleden ingezet. De recente affaires met prominente PS’ers als de meesters van de graaicultuur waren een zoveelste druppel in een reeds overvolle emmer van wantrouwen en frustratie. De belangrijkste winnaar in die peilingen is de PTB die voor het eerst boven de PS uitkomt en tweede partij wordt met 20,5%. In Brussel stijgt de PTB/PVDA tot 14,1%.

Artikel door Bart Vandersteene voor de aprileditie van ‘De Linkse Socialist’ die vrijdag van de drukker komt (Abonneer je vandaag nog!)

De PS werd in Europa lange tijd gezien als een uitzondering op de regel waarbij alle sociaaldemocratische partijen zware klappen kregen voor hun verantwoordelijkheid bij de politiek van sociale afbraak. De PS behield ondanks 26 jaar ononderbroken (1988-2014) deelname aan de Federale regering min of meer haar electorale positie. Maar die uitzondering was slechts schijn en vooral de uitdrukking van het gebrek aan een degelijk alternatief. Sinds 2014 heeft de PTB twee verkozenen in het Federaal parlement en wordt de PS geconfronteerd met een linkse oppositie. Nu blijkt hoe fragiel haar electorale steun wel was.

De schandalige zelfverrijking waar alle klassieke politieke partijen aan deelnamen, schudt de politieke kaart in Franstalig België ernstig door elkaar. Maandenlang kwam schandaal na schandaal aan de oppervlakte en dit tegen de achtergrond van een regio waar slechts 6 op 10 van de actieve bevolking een job heeft. Waar er een armoederisico is dat gelijkenissen vertoont met Oost-Europese landen. Als in zo’n context zelfverklaarde socialisten via het cumuleren van jobs en mandaten hun zakken rijkelijk vullen, tot een miljoen euro per jaar voor PS’er Stéphane Moreau, dan is het niet verbazend dat ze afgestraft worden door de kiezers.

Ook in Vlaanderen gaat de PVDA vooruit en haalt met 5,5% de kiesdrempel en zou daarmee drie verkozenen halen. De N-VA blijft de grootste en stabiliseert rond de 28%, het dubbele van de tweede partij: CD&V met 14,1%. Daarnaast zijn er nog 4 partijen die tussen de 10% en 14% halen: Open VLD, SP.a, Vlaams Belang en Groen. De sociale strijd van eind 2014 en 2015 domineerde een tijdlang het politieke debat en zette de regeringspartijen in Vlaanderen in het defensief. Het einde van die periode van sociale strijd heeft vooral N-VA en Vlaams Belang de kans gegeven om de publieke aandacht te oriënteren naar de thema’s van veiligheid, terrorisme, migratie, vluchtelingen, … Desondanks blijft er ook in Vlaanderen een potentieel voor een sterke linkse oppositie bestaan.

Bart De Wever sprak begin maart reeds zijn hoop uit dat “een situatie waarin een tandem van PS en PTB de Franstalige politiek domineert voor een communautaire doorbraak kan zorgen.” De N-VA zal als rechtvaardiging voor een confederaal staatsmodel beweren dat er twee verschillende realiteiten bestaan in het land. In het leven van de gewone bevolking zijn er echter veel meer gelijkenissen dan verschillen. In alle landsdelen hakt het besparingsbeleid hard in op de levensstandaard en is de steun voor de klassieke partijen ondermijnd door jarenlange besparingen en schandalen. De nood aan een links alternatief stelt zich in alle landsdelen even scherp.

Een confederale hervorming waarbij het volledige sociaal model wordt geregionaliseerd is een gevaarlijk scenario voor zowel de Vlaamse, Brusselse als Waalse werkende klasse. In de armere Brusselse en Waalse regio’s betekent het binnen een neoliberale logica een verdere afbouw van arbeids-en loonvoorwaarden om investeringen aan te trekken. In Vlaanderen zal de rechterzijde de forcing proberen voeren bevrijd van de rem die de meer strijdbare Franstalige vakbondsmilitanten vandaag bieden. Bij een verdere regionalisering wint enkel de kapitalistische elite die zo een interne competitie in eigen land kan introduceren om de spiraal naar beneden te versnellen.

In deze context wordt de sterkst mogelijke uitbouw van een linkse oppositie in Vlaanderen des te dringender. Om daarin te slagen is een inclusieve benadering geen overbodige luxe. Daarvoor is een bundeling van alle krachten links van de sociaaldemocratie en de groenen met respect voor elkaars eigenheid, nodig. LSP is bereid daar een constructieve bijdrage aan te leveren.