Home / Belgische politiek / Strijden om te winnen!

Strijden om te winnen!

Artikel door Geert Cool uit de stakerseditie van ‘De Linkse Socialist’

15688186080_8ee3243f44_z“Er is geen alternatief,” blijft Bart De Wever zijn grote liefde Margaret Thatcher napraten. Fors snoeien in de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking is voor de neoliberalen de enige optie. Van de rechtse regering moeten we niets anders verwachten. Om de aanvallen te stoppen moet deze regering weg. Maar wat komt er dan in de plaats?

Er is een alternatief

De toenemende kloof tussen arm en rijk, met een handvol superrijken, stoot velen tegen de borst. De roep naar herverdeling van de rijkdom weerklinkt luid. Het kan toch niet dat de 85 rijksten ter wereld evenveel bezitten als de helft van de wereldbevolking? Ook in ons land zijn de 1% rijksten goed voor evenveel vermogen als de 60% armsten. Om de grote aandeelhouders en kapitaalgroepen verder te verrijken, betalen grote bedrijven nauwelijks belastingen.

Een belasting op de grote vermogens en het afschaffen van fiscale cadeaus zoals de notionele intrestaftrek, zouden stappen vooruit zijn. Maar dan moeten we het ook kunnen afdwingen en kapitaalvlucht of delokalisaties effectief aan banden durven leggen. Dat kan enkel als we er ook controle over hebben door de sleutelsectoren van de economie (zoals financiewezen maar ook energie, transport, distributie, …) in publieke handen te nemen onder arbeiderscontrole en -beheer.

De eis van Femma (voorheen KAV) voor een arbeidsduurvermindering zonder loonverlies tot 30 uur per week, is volgens Unizo-topman Karel Van Eetvelt “te gek voor woorden”. Hij heeft ‘berekend’ dat het staat voor een loonlastenverhoging van 21%. Door allerhande deeltijdse contracten werken we vandaag gemiddeld nog maar 31 uur per week. Vorige arbeidsduurverminderingen werden door de werkgevers betaald ter compensatie voor de toegenomen productiviteit. Nu steekt de patroon de productiviteitswinst liever in eigen zak en draaien wij daarvoor op. Om de groeiende werkdruk aan te kunnen en het beschikbare werk te verdelen, is er nochtans nood aan een drastische arbeidsduurvermindering met loonbehoud en evenredige aanwervingen. Op die manier zou volledige tewerkstelling mogelijk worden.

Volgens de regering moet de indexsprong ademruimte geven aan de bedrijven. Die beschikken nu al over enorme reserves – 240 miljard euro! – die ze niet investeren. Zelfs de regering erkent dat van de indexsprong 850 miljoen euro, volgens het Rekenhof zou het zelfs dubbel zo veel zijn, rechtstreeks in de bedrijfswinst van de werkgevers zal verdwijnen en niet zal aangewend worden voor jobcreatie. Het wordt tijd dat de gewone werkenden en uitkeringstrekkers eens wat ademruimte krijgen. Dat kan door een verhoging van het minimumloon tot 15 euro bruto per uur, een minimum pensioen van 1500 euro netto per maand, optrekking van de pensioenen tot 75% van het laatst verdiende loon, volledig herstel van de index, vrije loononderhandelingen, …

In plaats van de openbare sector steeds verder af te bouwen ten koste van personeel en dienstverlening, is er nood aan een offensief programma van investeringen in publieke diensten. Gratis en degelijk openbaar vervoer, voldoende sociale huisvesting, betaalbare kinderopvang, gratis onderwijs op alle niveaus, … De noden zijn groot, maar daar hebben de besparingspolitici geen oog voor. Zij denken vooral na hoe ze nog meer openbare diensten aan de privé kunnen verkopen om de dienstverlening volledig aan het winstprincipe te onderwerpen. We weten allemaal tot wat dat leidt: minder diensten die ons meer kosten.

Als van de werkgevers in ruil voor de vele fiscale cadeaus een garantie op jobcreatie wordt gevraagd, luidt het antwoord van de rechtse regeringspartners steeds dat dit niet mogelijk is omdat we nu eenmaal geen planeconomie kennen. Dat betekent zoveel als dat een planeconomie wel garanties kan bieden. LSP is het daarmee eens, op voorwaarde dat het democratisch georganiseerd wordt en niet van bovenaf opgelegd zoals destijds in het Oostblok. LSP is voor een democratische opgestelde en door de gemeenschap gecontroleerde planeconomie, voor een modern en democratisch socialisme!

Dit zijn enkele punten die we verdedigen. Doorheen personeelsvergaderingen in de bedrijven kunnen we onze eisen en bekommernissen, ons alternatief, verder uitwerken en verfijnen

Hoe verandering afdwingen?

Na 15 december zullen we een tweede actieplan nodig hebben om de regering ten val te brengen. Een herhaling van het eerste actieplan op grotere schaal kan de nog niet overtuigden verder over de streep trekken. Deze beweging kan verder groeien. Dat bleek ook uit de peiling van La Libre en RTBF over de regeringen in dit land: slechts 20% staat positief tegenover de regering-Michel, tegenover 43% negatief en 39% onbeslist. Ook tegenover de Vlaamse regering staan meer mensen negatief (29%) dan positief (28%). Amper 33% van de CD&V-kiezers is tevreden met de regering en ook bij N-VA is het al gezakt tot 57%. Met een tweede actieplan moeten we twijfelaars overtuigen om zo de regering ten val te brengen.

Maar de rechtse regering laten opvolgen door een tripartite, Di Rupo II of Peeters I, vormt geen alternatief. Als een dergelijke regering aan de macht komt nadat ons protest de rechtse regering ten val bracht, zal de besparingsruimte ervan beperkt zijn. Maar alle gevestigde partijen stappen mee in de logica die ons laat opdraaien voor de crisis, Di Rupo verklaarde dat 70% van de maatregelen van de rechtse regering al door zijn regering werden genomen of voorbereid.

Voor de Vlaamse begroting stelde John Crombez het ‘alternatief’ van SP.a voor: “We spreiden de besparingen over de legislatuur, maar met hetzelfde eindresultaat.” Erg geloofwaardig is de SP.a-oppositie tegen de regering-Michel niet als ze tegelijk op Vlaams niveau voorstelt om “hetzelfde pad te volgen als Bart De Wever gekozen heeft voor de federale begroting”, met name een uitstel om tot een begroting in evenwicht te komen. (De Tijd, 25 november 2014). Als we met het huidige actieplan slechts komen tot een andere spreiding van hetzelfde besparingsbeleid, is dat een afknapper.

We hebben een andere regering nodig, een die de belangen van de werknemers verdedigt. Het ABVV van Charleroi-Zuid-Henegouwen roept al twee jaar op om wie zich links van de sociaaldemocratie en de groenen bevindt te verenigen in een brede linkse strijdpartij. Zo een linkse strijdpartij die alle activisten en militanten verenigt, open staat voor verschillende stromingen en standpunten en tegelijk ons verzet op een offensieve wijze vooruit zou stuwen, zou snel kunnen uitgroeien tot een massapartij die in staat is heel het besparingsbeleid onderuit te halen.

Hoewel PTB-GO (Gauche d’Ouverture) slechts een eerste stap in die richting was, bevestigde haar uitslag bij de verkiezingen van 25 mei dat potentieel. Maar in plaats van dat verder uit te breiden, alle stromingen rond de tafel te brengen en te zien hoe we samen verder kunnen, lijkt het erop dat GO naar de achterbank wordt verwezen en de idee van een brede strijdpartij moet wijken voor de omvorming van PVDA/PTB tot electorale machine.

Het is niet omdat de geesten voor een strijdpartij nog niet gerijpt zijn, dat we niets kunnen ondernemen. Op onze personeelsvergaderingen kunnen we naast de evaluatie en voorbereiding van de acties ook bijdragen een het uitwerken van een eisenplatform per bedrijf en per sector. Dat zou het alternatief van de arbeidersbeweging stilaan tot leven brengen. Ongelijkheid en crisis zijn eigen aan het kapitalisme. Dat systeem is ziek en kan niet bijgeschaafd worden. We willen een systeem dat vertrekt van de noden en behoeften van de meerderheid van de bevolking die zelf haar eigen lot democratisch in handen neemt.

Het kapitalisme heeft ons enkel crisis en ellende te bieden, laat ons bouwen aan een socialistisch alternatief. Sluit aan bij LSP om die strijd te versterken!

Rol van een offensief programma

Uiteraard is het belangrijk dat we ons verzetten tegen de aanvallen van de rechtse regeringen. Maar door ons daar niet tot te beperken en meteen onze eigen offensieve eisen naar voor te schuiven, kunnen we de mobilisaties versterken. Dat zagen we in verschillende eerdere bewegingen. Ondanks de beperkingen ervan, speelde het Plan De Man een rol in de beweging die uiteindelijk met de algemene staking van 1936 verworvenheden als 8% loonopslag, de invoering van een minimumloon, 40-urenweek in een aantal sectoren of betaald verlof afdwong. De programma’s van structuurhervormingen van het ABVV en de sensibiliseringscampagne ‘Operatie Waarheid’ speelden eveneens een rol in de beweging van 1960-61.

Ook vandaag zijn offensieve eisen mobiliserend. In de VS dwong een campagne van socialisten en syndicalisten in Seattle een verhoging van het minimumloon tot 15 dollar per uur af. Dit werd niet bekomen door het braafjes te vragen, maar door een beweging uit te bouwen. De verkiezingscampagne van Kshama Sawant die leidde tot de eerste socialistische verkozene in Seattle sinds 100 jaar zette het thema van 15 dollar op de agenda, verder protest door actiecomités zorgde ervoor dat het werd afgedwongen. Als dit in de VS mogelijk is, waarom hier dan niet?