Recensie door Niall Mulholland

jimmyDe film ‘Jimmy’s Hall’ is gebaseerd op het waar gebeurde verhaal van de linkse arbeider en activist Jimmy Gralton. Het is een dramatische, inspirerende en erg levendige film die op heel wat vlakken een opvolger is van de uitstekende film ‘The Wind That Shakes the Barley’.

Die film toonde broers die uiteen gehaald werden in de tumultueuze gebeurtenissen in Ierland tussen 1918 en 1922 – tijdens de strijd voor Ierse onafhankelijkheid, de burgeroorlog en de opdeling van het land. ‘Jimmy’s Hall’ speelt zich in de nasleep daarvan af, op een ogenblik dat de overwinnende revolutionaire krachten de vlag van het land hadden gewijzigd, maar zonder de onderliggende kapitalistische eigendomsverhoudingen en de klassenuitbuiting te veranderen.

Jimmy (schitterend gespeeld door Barry Ward) verlaat het door economische depressie getekende Amerika achter zich om terug te keren naar zijn geboortestreek in het graafschap Leitrim, waar hij zijn moeder helpt om de familieboerderij recht te houden. Hij wordt al gauw door jongeren aangemoedigd om de ‘Pears-Connolly’ danszaal te heropenen. Die zaal werd door Jimmy en andere activisten gebouwd op grond van de familie-Gralton. De zaal werd naar de twee geëxecuteerde leiders van de Paasopstand van 1916 genoemd –Pearse was een radicale nationalist en Connolly was een marxistische denker en arbeidersleider.

Conflict

Jimmy aarzelt om die zaal terug te openen. Tien jaar eerder leidde het tot een conflict met de lokale leiding van de katholieke kerk, de grote landeigenaars en de reactionaire krachten van de nieuwe Ierse Vrijstaat. Dat verhaal komt aan bod via flashbacks. Het eindigde met de uitwijzing van Jimmy uit Ierland. Maar als hij de ruïne van de zaal bezoekt, haalt hij inspiratie uit een stoffig exemplaar van James Connolly’s klassieke boek ‘Labour in Irish History’ en uit de herinneringen aan de zaal op het hoogtepunt ervan.

De heropende zaal is snel een succes. Een gratis zaal voor muziek en dans, met Ierse muziek en jazz. Een zaal waar gebokst wordt, gezongen, poëzie wordt gebracht en waar kunstonderricht wordt gegeven. Het was ook een plaats waar discussies werden gehouden over arbeidersrechten. Jimmy Gralton was een activist van de Revolutionary Workers’ Group, een voorloper van de Communistische Partij van Ierland.

Doorheen de film komt de hernieuwde passie van Jimmy voor Oonagh aan bod. Zij was zijn vriendin toen hij tien jaar geleden het land moest verlaten. Inmiddels is ze getrouwd en heeft ze kinderen. Ook kan de heropening van de zaal opnieuw op tegenstand van het lokale establishment rekenen. De lokale pastoor Sheridan voert dat verzet aan.

Dreigementen

Het establishment ziet de zaal als een gevaarlijke subversieve uitdaging van de gevestigde orde. Vanop de preekstoel haalt pastoor Sheridan uit naar de ‘atheïstische’ leer van Jimmy. Hij vaart uit naar al wie de zaal bezoekt. Winkeliers worden bedreigd met een boycot als hun kinderen naar de lessen in de zaal gaan.

Jim Norton die pastoor Sheridan speelt, brengt een complex personage. Hij vergelijkt Jimmy’s overtuigingen met de eerste christenen, maar is vastberaden om de potentiële aantrekkingskracht van marxistische ideeën onder de armen en hongerigen de kop in te drukken.

Het succes van de zaal zorgt ervoor dat Jimmy wordt gevraagd om campagne te voeren voor een pachtende boer die door een grootgrondbezitter dreigt uitgezet te worden. Het leidt tot een hard debat onder de activisten van de zaal. Zijn de herstellende linkse en radicale nationalistische krachten sterk genoeg om het establishment aan te pakken?

Uiteindelijk zet de grootgrondbezitter straatvechters in om de landbouwer en zijn familie uit hun huis te zetten, maar de aanval wordt afgewend door verzet. Het gezin kan terug naar huis. Jimmy houdt een sterke toespraak waarin hij James Connolly aanhaalt en waarin ook allusies op de hedendaagse ongelijkheid zitten.

Optimisme

Het is onvermijdelijk dat de reactionaire krachten wraak nemen. Ze vrezen dat het voorbeeld van de arbeiderseenheid van de katholieke en protestantse arbeiders in het noorden (met de ‘Outdoor Relief’ staking van 1932 in Belfast) naar het zuiden zou overslaan. De regering van Eamon de Valera vestigde een deportatiebevel uit tegen de ‘vreemdeling’ Jimmy Gralton. Hij moet opnieuw op de vlucht en de vakbonden zetten een nationale campagne op om hem te verdedigen.

Uiteindelijk blijken de reactionaire krachten te sterk voor Jimmy en zijn kameraden. Er zijn enkele zwakkere elementen in de film, enkele dialogen zijn te houterig en te modern – de zaal wordt plots een ‘safe place’. Maar in het algemeen is dit een nieuwe hoogstaande film van Ken Loach. Het is een menselijke, ontroerende film vol optimisme. Het toont de enorme capaciteit van werkende mensen om te herstellen van de ergste nederlagen en de strijd voor zelf-emancipatie verder te zetten.

Deze film komt midden augustus uit in Nederland en eind augustus in België. Hieronder de trailer.