Film. ‘The Zone of Interest’. Huiselijkheid tegen de achtergrond van een geïndustrialiseerde massamoord  

In de bijna 80 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog is het nazisme zo vaak in beeld gebracht dat je je kunt afvragen of het nog zin heeft om nog een film te maken die de monsterlijke misdaden van het Derde Rijk laat zien. The Zone of Interest van Jonathan Glazer laat echter zien dat er nog steeds veel gezegd kan worden over de verschrikkingen van de nazi’s.

Recensie door Robert Cosgrave (Socialist Party, ISA in Ierland)

De film draait om Rudolf Höss, commandant van het concentratiekamp Auschwitz, en zijn vrouw Hedwig. Die worden uitstekend gespeeld door Christian Friedel en Sandra Hüller. De familie Höss geniet van een idyllisch leven in een villa met prachtige tuinen en ze gaan zwemmen in de rivier vlakbij. Vooral het leven van Hedwig lijkt volledig voort te komen uit de dromen van een ‘trad wife’ op TikTok. Dit is een leven dat ze letterlijk leven vlak naast de poorten van Auschwitz. Door veel van de scènes van fascistische huiselijkheid heen zijn de gruwelijke geluiden te horen van de geïndustrialiseerde massamoord die in de kampen plaatsvond.

De soundscape is vooral indrukwekkend als je de film in een bioscoop kan zien. De familie wordt de hele tijd voorgesteld als de Duitse modelkolonisten van het Oosten. Toen Hitler zei: “onze Mississippi moet de Wolga zijn,” doelde hij op de genocidale en imperialistische inspanningen van mensen als Höss. Zoals bij alle imperialistische plunderingen zorgen figuren als Höss ervoor dat ze hun buit krijgen – Hedwig krijgt voorrang op alle kleding, juwelen en make-up die bij aankomst van de kampbewoners wordt gestolen.

Hun huishouden is afhankelijk van de arbeid van jonge Poolse vrouwen uit de omgeving die door de familie stelselmatig worden misbruikt. De Belgische marxist Ernest Mandel beschreef zijn ervaring in een ander concentratiekamp, waar de gevangenen werden gebruikt als gratis arbeidskrachten voor een chemische fabriek, als “een microkosmos van de Europese samenleving onder de nazi’s.” Het huishouden van Höss in Auschwitz kan ook als zodanig worden beschreven.

Höss kan veel van zijn taken als kampcommandant vanuit huis doen. In een bijzonder scherpe scène ontmoeten ze een vertegenwoordiger van een vooraanstaande industriële groep die hen uitlegt hoe ze een crematorium hebben gebouwd dat bijzonder efficiënt zou zijn bij het verwijderen van de lichamen van de mensen die in de kampen zijn vermoord. Uit deze en andere scènes blijkt hoezeer het Duitse kapitalisme verweven was met de verdorvenheid van het naziregime. Niet alleen leverden kapitalisten de machines en apparatuur die genocide volgens de modernste technieken mogelijk maakten, maar ze profiteerden ook direct van de kampen – zoals wordt vermeld in een terloopse opmerking van een andere bevriende huisvrouw van Hedwig, over hoe Siemens (nog steeds een multinationale fabrikant die miljarden waard is) een fabriek in Auschwitz heeft geopend. En zij waren niet de enigen.

In een andere, even huiveringwekkende scène is Höss op het hoofdkwartier van de SS in de Berlijnse buitenwijk Oranienburg – ook de locatie van een van de eerste concentratiekampen. Tijdens de vergadering, die opnieuw in een zakelijke sfeer verloopt, worden de nieuwe stadia van de genocide op de Joodse bevolking van Europa besproken, te beginnen met de deportatie van honderdduizenden Hongaarse Joden naar Auschwitz. Höss wordt hiervoor instrumenteel geacht en het is voor hem zijn grootste triomf. Recensenten van de Irish Times, The New York Times en The Guardian zien Höss allemaal door de lens van Hannah Arendt’s opmerking over “de banaliteit van het kwaad,” maar dit onderschat in veel opzichten de barbaarse aard van Höss en anderen.

Het nazi-project was boven alles een massale contrarevolutiebeweging die erop gericht was om elk aspect van sociale vooruitgang internationaal te vernietigen, in het bijzonder de socialistische beweging in Europa en de Sovjet-Unie, en de Joodse bevolking die zij als de bron van deze beweging zagen. Net als miljoenen anderen geloofde Höss hier heilig in. Als veteraan van het proto-fascistische paramilitaire Freikorps, eerst in de Baltische staten tegen het Rode Leger, later tegen de arbeiders van het Ruhrgebied in Duitsland – het centrum van revolutionaire bewegingen geleid door mijnwerkers – zou Höss zich al in 1922 bij de nazi’s aansluiten. In dit project werden de nazi’s vanaf het begin gesteund door de top van de Duitse industrie, die eerst in hun kern waren geschokt door de Oktoberrevolutie die de arbeidersklasse in 1917 in Rusland aan de macht bracht en later door de revolutionaire periode in Duitsland van 1918-1923. Duitse kapitalisten steunden elke groep die hen zou helpen hun winsten en hun eigendom te behouden.

Wie vandaag de film bekijkt, moet denken aan de aanhoudende genocide in Gaza en de eindeloze stroom gruweldaden die het Israëlische regime begaat tegen de Palestijnen. Dat zulke afschuwelijke gruweldaden nog steeds plaatsvinden in de 21e eeuw spreekt boekdelen over de barbaarse aard van de kapitalistische wereld waarin we leven.

Door het Derde Rijk niet als een aberratie te laten zien, maar als het resultaat van het monsterlijke systeem van imperialisme, racisme en kapitalisme, is ‘The Zone of Interest’ prijzenswaardig en zal het hopelijk door een zo breed mogelijk publiek gezien worden, ondanks het zeer verontrustende onderwerp.

Delen:
Printen:

Steun ons: plaats uw boodschap in onze mei-editie!

Voorpagina van De Linkse Socialist

Uw boodschap in onze mei-editie