Home / Belgische politiek / Partijen / Liberalen hebben goesting om te besparen

Liberalen hebben goesting om te besparen

Ze hebben er oprecht goesting in om eens hard op onze levensstandaard te besparen. Ondanks rampzalige peilingen blijft ook het optimisme bij de kopstukken van Open Vld overeind. De partij gaat electoraal onderuit, maar de kopstukken blijven lachen.

Het verkiezingsprogramma van Open Vld valt meteen met de deur in huis, de partij wil 5 miljard euro voor “groeistimulerende belastingverlagingen voor wie werkt, gewerkt heeft en langer werkt” en “hetzelfde bedrag voor wie werkt geeft, om op die manier ondernemerschap, ambitie en het creëren van jobs te stimuleren.” Kortom, er wordt 10 miljard euro uitgetrokken waarvan het grootste deel meteen naar de werkgevers gaat. De “groeistimulerende belastingverlagingen” voor werkenden zullen immers vooral betrekking hebben op ons indirect loon, waardoor dit omlaag kan. Loonstijgingen (al was het maar netto) zijn immers niet ‘groeistimulerend’ vanuit de neoliberale logica. Er wordt onder meer voorgesteld om 3 miljard te besparen op bijdragen aan de sociale zekerheid.

Om het geld voor de rijksten op te halen, denken de liberalen aan “hervormingen en bezuinigingen bij de overheid ten bedrage van 5% van het binnenlands product.” Het cijfer wordt er niet opgeplakt, dus doen wij het maar. Het Bruto Binnenlands Product van ons land bedraagt ongeveer 380 miljard euro, 5% daarvan is 19 miljard euro. Grote goesting om te besparen dus!

Het Groeiplan van Open Vld – met groei voor de grote bedrijven en rijken – pleit onder meer voor het beter activeren van werkzoekenden, het wegnemen van remmen op de arbeidsmarkt, het vereenvoudigen van de combinatie werk-gezin, het langer aan het werk houden van werkenden en meer verdienen voor wie werkt met minder lasten voor wie werk geeft. Voor wie het vandaag moeilijk heeft, wordt het dus nog moeilijker. Het activeren van werkzoekenden betekent immers niet dat ze werk voor een degelijk loon krijgen, maar wel dat ze ofwel geschorst worden ofwel mini-jobs moeten aanvaarden. Daartoe moeten alle mogelijke vormen van sociale bescherming worden afgebouwd, dat zijn immers ‘remmen op de arbeidsmarkt’. Terwijl een grote lageloonsector wordt gecreëerd kan er voor andere werkenden – wellicht dachten de liberalen vooral aan zichzelf en andere managers – een beperkte verhoging af.

Dat wil Open Vld realiseren door de hoogste tarieven in de personenbelasting naar beneden te halen. De progressieve belastingtarieven worden aan banden gelegd met in plaats van drie tarieven (30,40 en 50%) nog twee tarieven: 25% op een belastbaar inkomen tot ongeveer 20.000 euro en 45% op het gedeelte daarboven. Dat zou gefaseerd ingevoerd worden en tegen 2019 zou de kost ervan oplopen tot 4,1 miljard euro. Kruimels voor gewone inkomens om grote giften aan de grote inkomens te geven, daar komt het op neer.

De werkloosheidsuitkering wordt in de tijd beperkt tot drie jaar. “Vanaf het derde jaar worden werklozen ook gevraagd om een activa-job op te nemen waarbij ze 2 halve dagen per week gemeenschapstaken uitvoeren.” De beperking van de uitkering in de tijd en verplichte gemeenschapsdiensten staat dus niet alleen in het N-VA-programma, de collega-liberalen van Open Vld zijn het er volmondig mee eens. De verplichte tewerkstelling – in ruil voor een uitkering (het programma zwijgt alleszins over een eventueel loon…) – zou onder meer betrekking hebben op “gemeenten, zorginstellingen, onderwijs en verenigingsleven.”

De mini-jobs – in het jargon “flexi-jobs” genoemd, dat klinkt minder erg – zouden volgens Open Vld ook goed zijn voor de werknemers die zo “iets kunnen bijverdienen”. Dat het in de plaats van reguliere jobs komt en voor veel mensen de enige bron van inkomsten is, wordt uiteraard niet in overweging genomen. Ook interim en overuren wil de partij gemakkelijker maken. Winkels moeten tot 22u open kunnen zijn en ook op alle zondagen.

Brugpensioen moet volledig uitdoven en de reële pensioenleeftijd moet drastisch omhoog. Net als N-VA pleit Open Vld er niet voor om de pensioenleeftijd van 65 jaar aan te passen, maar blijft het evenmin een bovengrens. Op de loopbaanvereiste om recht te hebben op een volledig pensioen plakken de liberalen geen cijfer (Groen en SP.a: 42 jaar, N-VA: 45 jaar) – wellicht om het geleidelijk op te trekken? – maar aan de gelijkgestelde perioden willen ze wel raken. Ook willen de liberalen dat wie op 65 jaar nog geen recht op een volledig pensioen heeft, de mogelijkheid heeft om langer te werken. Zo wordt 65 jaar uiteindelijk een ondergrens in plaats van een bovengrens.

Voor de werkgevers bevat het liberale programma heel wat lekkers. Naast de al vermelde miljarden blijft de notionele intrestaftrek volledig in voege. De liberalen beseffen dat dit ertoe leidt dat kleine en middelgrote bedrijven meer betalen dan grote bedrijven. Dus willen ze een vereenvoudigd en lager tarief voor KMO’s zonder dat die fiscale spitstechnologie zoals die van de multinationals moeten inzetten.

Mobiliteit is ook voor Open Vld een thema. Om het fileprobleem op te lossen, staan de liberale betonmolens al klaar. Over meer openbaar vervoer wordt niet gesproken. Neen, er moeten nieuwe wegen, extra rijruimte en spitsstroken bijkomen. Inzake openbaar vervoer willen de liberalen “ een concurrentieel en een vraaggericht openbaar vervoer.” Een volledige privatisering dus. Dat dit de voorwaarden voor het personeel naar beneden zou trekken, is niet de zorg van de liberalen. Het personeel aanpakken zonder de reizigers, zou wat asociaal zijn. Daarom stelt Open Vld voor om de tarieven voor het openbaar vervoer drastisch te verhogen. “Het beleid rond collectief vervoer is te lang en te sterk tariefgeoriënteerd geweest. Het openbaar vervoersbeleid neemt bijna 80% van de mobiliteitsuitgaven bij de overheid voor haar rekening terwijl er maar 10% van de verplaatsingskilometers worden afgelegd door openbaar vervoer. De klant heeft eerder nood aan een kwalitatief, stipt, betrouwbaar en comfortabel alternatief voor een autoverplaatsing. We hervormen het tariefbeleid.”

Voor de wachtlijsten inzake sociale huisvesting stelt Open Vld niet voor om extra sociale huisvesting beschikbaar te maken. Er wordt voor gekozen om met tijdelijke contracten te werken zodat mensen sneller uit een sociale woning kunnen verdwijnen en plaats maken voor anderen. Sociale huisvesting zien de liberalen niet als een vorm van huisvesting waarmee niet alleen wie het moeilijk heeft een veilige thuis te geven maar waarmee tegelijk ook de toon wordt gezet voor de algemene huisvestingmarkt. Neen, het is een tijdelijke maatregel en als de hulp niet meer nodig is moeten de sociale huurders maar opkrassen.

Inzake zorg en zowat alle openbare diensten, wil Open Vld meer nadruk op de marktwerking. Laat de private aasgieren maar komen, de liberalen hebben grote goesting om het hen naar hun zin te maken. “De overheid treedt in de markt op als scheidsrechter, niet als speler. Ze treedt terug uit sectoren zoals telecom, post en banken. Ze stimuleert concurrentie in het openbaar vervoer. De minimale dienstverlening wordt gegarandeerd.” Een aanval op het stakingsrecht kan moeilijk ontbreken in een liberaal programma. Het personeel en de reizigers willen geen minimale dienstverlening, maar een maximale dienstverlening in plaats van de huidige tekorten (waarbij een ‘normale’ dienstverlening al bijzonder minimaal is).

Het verkiezingsprogramma van Open Vld kreeg de titel ‘Vlaanderen vleugels geven’ mee, de verkiezingsslogan is ‘Goesting in de toekomst’. De vleugels en de toekomst worden echter beperkt tot wie vandaag al veel heeft. Het feit dat de liberalen zes jaar na het begin van de wereldwijde crisis nog steeds doen alsof die niet bestaat, laat staan dat de oorzaken ervan begrepen worden, versterkt het gebrek aan geloofwaardigheid. Dezelfde neoliberale recepten worden gewoon opnieuw gebracht. Daar mogen nog zoveel vleugels en goesting rond gehangen worden, het is de kern van het betoog dat faalt.