Het kerngezin, hoeksteen van kapitalistische onderdrukking

In de zomer na de eerste lockdown steeg het aantal echtscheidingen met 12%. Met elkaar opgesloten zitten en de bijkomende last van huishoudelijke taken (zeker als de scholen gesloten waren) was voor velen een beproeving. De explosie van echtscheidingen was van korte duur. In 2021 was er een daling met 15% ten opzicht van het jaar voordien. De federatie van notarissen schrijft dit toe aan het feit dat er minder gelegenheid was voor ontrouw en dates. Maar laten we ook de gevolgen van de crisis voor gezinnen niet onderschatten.

door Emily op basis van een commissie op de ROSA-conferentie waar gesproken werd door Ophélie en Alice

In elke crisis wordt de noodzaak van solidariteit binnen het gezin versterkt. Die is nodig voor toegang tot huisvesting, voedsel, adequate zorg en als antwoord op de vele tekorten binnen dit systeem. Maar liefst 80% van de eenoudergezinnen leeft onder de armoedegrens. Uit elkaar gaan, betekent armer worden.

Georganiseerde tekorten zoals het gebrek aan plaatsen in de kinderopvang, schoolvervoer, enz. versterken de noodzaak om gezinnen te vormen met twee ouders, van wie één zijn of haar werkuren kan verminderen. Zo werkt 43% van de vrouwen deeltijds (tegenover 10% van de mannen). Door het tekort aan sociale woningen of andere betaalbare huisvesting is het vaak ondenkbaar dat iemand zonder partner verhuist.

Er zijn ook steeds meer huishoudens waar verschillende generaties samenwonen, in heel wat gevallen noodgedwongen. Dit fenomeen heeft zich na de crisis van 2008 massaal ontwikkeld in Zuid-Europa. Vandaag kent het ook bij ons een opgang. Jongeren hebben het moeilijker om alleen te gaan wonen, onder meer door beperkte toegang tot uitkeringen, onzekere jobs en onbetaalbare huisvesting. In deze context is het soms moeilijk om uit de kast te komen of gewoon een privéleven te hebben en zich als volwassene te ontwikkelen. Ouderen gaan soms ook terug bij hun kinderen wonen omdat woonzorgcentra of aangepaste huisvesting onbetaalbaar zijn, al zeker met een klein pensioentje. Komt daar nog bij dat de coronapandemie de afschuwelijke gevolgen van het winstmodel in de woonzorgcentra aantoonde.

Onder het kapitalisme neemt het gezin de reproductieve taken over: niet alleen het krijgen en opvoeden van kinderen, maar meer algemeen al het huishoudelijke werk dat daarmee gepaard gaat (schoonmaken, koken, opvoeden, verzorgen, enz). Bij gebrek aan gemeenschappelijk georganiseerde openbare diensten is het moeilijk deze taken buiten het kader van het traditionele gezin uit te voeren. Dit leidt tot een materiële druk om deze specifieke vorm van sociale organisatie aan te nemen.

Maar deze organisatie heeft niet altijd bestaan. In het tijdperk van de jager-verzamelaars bestond het begrip familie bijvoorbeeld nog niet, evenmin als het begrip echtpaar zoals wij dat nu kennen. Mensen leefden in clans om het voortbestaan van de groep te verzekeren. Tijdens het feodalisme was het gezin zowel een reproductieve als een productieve eenheid; het had zijn eigen productiemiddelen. Door de technische ontwikkelingen was het voor gezinnen echter niet langer mogelijk om hun eigen machines te bezitten, die onbetaalbaar werden. Geleidelijk aan werd de noodzaak opgelegd om de eigen arbeidskracht te verkopen voor een loon. Daarbij was er een genderspecifieke arbeidsdeling.

Waarom het kapitalisme niet zonder het kerngezin kan

De revolutionaire socialiste Clara Zetkin merkte een eeuw geleden al op: “De arbeidersvrouw heeft haar economische onafhankelijkheid verworven. Maar noch als persoon, noch als vrouw, noch als echtgenote, heeft zij de mogelijkheid om haar individualiteit ten volle te beleven. Voor haar werk als echtgenote en moeder krijgt ze slechts de kruimels die de kapitalistische productie van tafel laat vallen.”

Kapitalisten worden eerst en vooral rijk door de winsten die ze maken op de kap van de werkenden. Vanuit hun perspectief zijn reproductieve taken van cruciaal belang om de beroepsbevolking te vernieuwen. Voor hun uitbuitingsmodel moeten er steeds nieuwe generaties werkenden zijn. Bovendien hebben ze nood aan een strikte organisatie van het gezin zodat het erfrecht geregeld is en de productiemiddelen in handen van hun opvolgers blijven.

Daarnaast is het reproductiewerk dat binnen gezinnen wordt gedaan een grote economische factor op zich. Het zijn allemaal levensnoodzakelijke taken die onbetaald gebeuren: van de kinderopvang over de was en de plas tot het opvangen of verzorgen van oudere familieleden. Om het tekort aan openbare zorg op te vangen, wordt steeds meer beroep gedaan op mantelzorgers. In 2020 waren er 171.740 mantelzorgers voor 148.824 hulpbehoevenden. Op twee jaar tijd was er een stijging met 8,6%. Dit wordt doorgaans met veel liefde gedaan, maar het zet ook druk.

Alle huishoudelijk werk tegen het minimumloon betalen, zou wereldwijd 11 biljoen dollar kosten aldus Oxfam. Het is in het belang van de kapitalisten dat de solidariteit binnen de gezinnen wordt georganiseerd, met gratis arbeid, en niet op het niveau van de samenleving als geheel, via de sociale zekerheid en de openbare diensten die daar de nodige middelen voor moeten krijgen.

Daar komt bovenop dat alle sectoren waarin vrouwen oververtegenwoordigd zijn lagere lonen kennen. Het gemiddelde uurloon van vrouwen ligt nog steeds 6-8% lager dan dat van mannen. Het gemiddelde jaarloon ligt 23% lager, onder meer door deeltijdse arbeid. Ondanks niet aflatende strijd voor gelijke lonen, blijft het idee dat het loon van vrouwen slechts een aanvulling is op dat van mannen hardnekkig bestaan.

De belangrijke functie van het kerngezin bevordert seksisme. Van jongs af aan wordt kinderen door observatie en spel de rol van man en vrouw bijgebracht. Mannen en vrouwen worden voorgesteld als van nature verschillend. Van vrouwen wordt gezegd dat ze zachtaardig zijn en van nature zorgzaam; van mannen wordt gezegd dat ze sterk zijn en in staat om beslissingen te nemen. Hun wordt geleerd dat hiërarchische verhoudingen binnen het gezin normaal zijn, net als in de rest van de samenleving.

Het kerngezin is dus een onmisbaar gegeven voor het behoud van de kapitalistische productiewijze. Het in vraag stellen, brengt het systeem in gevaar. Dit verklaart de brutale repressie waar veel LGBTQIA+ activisten en feministen wereldwijd op botsen. Zij stellen in de praktijk de reproductieve rol van het gezin en de winsten van de kapitalisten die daarmee gepaard gaan in twijfel. Autoritaire regimes leggen nadruk op het belang van het traditionele gezin als plicht om de natie sterk te maken en de sociale controle te behouden. Gelukkig is in veel landen de vorm van het gezin veranderd. Het homohuwelijk werd bijvoorbeeld mogelijk na een lange strijd.

Het kapitalistisch systeem slaagt erin om zich aan te passen aan veranderingen, zolang die beperkt blijven en de rol van het kerngezin behouden. Genderfluïditeit, een homoseksuele relatie die de genderrollen niet overneemt, een liefdesrelatie die een andere vorm aanneemt dan het klassieke koppel (bijvoorbeeld zonder samen te wonen): niet in het keurslijf van het traditionele gezin stappen, wordt materieel moeilijk gemaakt.

Het is mogelijk om de maatschappij anders te organiseren, om een maatschappij op te bouwen die collectieve verantwoordelijkheid neemt voor veel van de taken die vandaag op de schouders van de gezinnen rusten. Daartoe moet worden gestreden voor een massale ontwikkeling van de bestaande openbare diensten en voor nieuwe diensten. Er is echter ook een fundamentele verandering van de maatschappij nodig. De samenleving moet gericht zijn op de behoeften en niet op de winst van een kleine minderheid. Door de materiële omstandigheden van ons leven te veranderen, kunnen de menselijke relaties echt vrij worden. De financiële factor zal niet langer allesbepalend zijn. In zo’n maatschappij wordt het eindelijk mogelijk om te zijn wie we willen, zonder dat het systeem ons stelselmatig in een stereotiep hokje probeert te steken om zichzelf in stand te houden.

Delen: Printen: