Alleen strijd op straat zal echte verandering voor de werkenden brengen!

Pedro Sanchez werd op bijna dramatische wijze premier van de Spaanse regering, met een verschil van slechts twee stemmen, na verschillende stemwijzigingen, bedreigingen en beledigingen per e-mail en het gebruik van fascistische graffitisymbolen tegen afgevaardigden die hadden aangekondigd dat ze van plan waren om voor Pedro Sanchez als premier te stemmen. Te midden van uitnodigingen om de partijgrenzen te overschrijden door Ines Arrimadas van Ciudadanos, was er nervositeit bij zowel de sociaaldemocratische PSOE van Sanchez als het linkse Unidas Podemos (de electorale alliantie van Podemos en Izquierda Unida), die de stemmen één voor één telden. Dit alles in het midden van een parlementaire zitting die de rechtervleugel probeerde te onderbreken met beledigingen en gejuich van “lang leve” de koning en Spanje.

Door Viki Lara, Socialismo Revolucionario (CWI in Spanje)

Dit alles weerspiegelt de groeiende politieke polarisatie in Spanje, het resultaat van een harde economische crisis en de enorme besparingen die de werkenden in de hele Spaanse staat hebben ondergaan op hun levensstandaard en sociale voorzieningen. Laten we niet vergeten dat de arbeidersklasse zich nog steeds niet heeft hersteld van de crisis van 2008, dat er nog steeds meer werkloosheid is en dat de arbeidsomstandigheden en de lonen verslechteren. Bovendien hebben de investeringen in openbare basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs nog niet het niveau van voor de crisis van 2008 bereikt.

Bovenop deze polarisatie blijft er een enorme instabiliteit bestaan die het kapitalisme de afgelopen vier jaar niet heeft kunnen oplossen, met vier algemene verkiezingen, verschillende mislukte pogingen om een regering te vormen, een machtsgreep binnen PSOE om de sociaaldemocratie ertoe te bewegen zich te onthouden en een PP-regering te faciliteren, en moties van wantrouwen. De instabiliteit zal niet afnemen met deze nieuwe regering, die aan de macht komt met de krapste stemming sinds het regime van 1978 is gevormd. We gaan naar een moeilijke en krampachtige legislatuur, waarin de regering grote problemen zal hebben om belangrijke maatregelen, zoals begrotingen, aangenomen te krijgen en om de regering overeind te houden.

Coalitie van PSOE en Unidas Podemos

Veel werkenden hebben met een zucht van opluchting, en zelfs met vreugde, de resultaten van de laatste twee algemene verkiezingen onthaald. Hiermee werd immers een mogelijke coalitieregering van rechts en extreemrechts vermeden. Miljoenen mensen zijn blij dat Pedro Sánchez eindelijk premier is op basis van een regeerakkoord van PSOE en UP. Het akkoord wordt omschreven als progressief, feministisch en milieubewust.

De overeenkomst tussen PSOE en de UP bevat enkele maatregelen die door veel werkenden positief zijn ontvangen. Deze omvatten de intrekking van enkele aspecten van de arbeidshervorming van 2012, de verhoging van het minimumloon (dat volgens beide partijen zal oplopen tot 1200 euro), controles op de huurprijzen, pensioenverhogingen in lijn met de prijsindex en grotere verhogingen voor de minimum- en premievrije pensioenen, enz.

Bij een meer gedetailleerde lezing van het akkoord komt echter een programma aan het licht met tal van maatregelen die gericht zijn op de bedrijven, ook al gaan ze schuil achter termen als  “jobcreatie”, “herindustrialisatie”, “Green New Deal” (met betrekking tot de ondersteuning van bedrijven tijdens de ecologische transitie), en een lange etcetera.

Bovendien zijn er veel beperkingen aan de voorgestelde maatregelen die rechtstreeks van invloed zijn op de arbeidersklasse. Zo zal het minimumloon maar erg geleidelijk worden verhoogd en zal het afhankelijk zijn van het rapport van een “adviesraad” verbonden aan het ministerie van Arbeid dat zich zal buigen over zaken als de “algemene economische situatie”. Zelfs als de verhoging van het minimumloon tot 1.200 euro per maand er komt, zal de grote onzekerheid waarin veel werkenden leven, met inbegrip van het kleine aantal uren per week dat formeel op hun contract staat, betekenen dat ze niet aan dit loon zullen komen.

De ‘hervorming’ van de arbeidswet van Zapatero (premier van een PSOE-regering tot 2011) uit 2010 zal van kracht blijven. Deze hervorming heeft de rechten van de werknemers al aanzienlijk aangetast, met maatregelen zoals de verlaging van de ontslagvergoeding tot 33 dagen per gewerkt jaar. Niet alle maatregelen uit de hervorming van de arbeidswet van de PP uit 202 zullen verdwijnen, enkel de punten die in het akkoord worden benadrukt. Er zullen nog veel maatregelen worden genomen om de arbeidsmarkt “flexibel” te maken. Bijvoorbeeld: bedrijven die zich om economische of technische redenen kunnen terugtrekken uit de CAO voor hun sector.

Regering van de continuïteit

Zoals we eerder opmerkten, verbindt UP zich ertoe om “de principes van fiscale discipline na te leven” waarbij de publieke schulden en het begrotingstekort worden teruggedrongen. Dat betekent dat in een scenario van een nieuwe crisis, die mogelijk niet lang op zich laat wachten, prioriteit wordt gegeven aan fiscale stabiliteit en het voldoen aan de criteria opgelegd door de EU, in plaats van maatregelen ten gunste van de werkende klasse of de openbare diensten.

Dit is een zeer gevaarlijk scenario voor de UP, dat zich in deze coalitie verbindt met een volledig kapitalistische partij als PSOE, die door veel werkenden wordt gezien als meer van hetzelfde en een partij van het establishment dat hun rechten en levensomstandigheden verplettert en hen doet opdraaien voor de economische crises. We hebben al eerder gesteld dat het toetreden tot de regering, in plaats van de vorming ervan van buitenaf te steunen om rechts te blokkeren en zich vervolgens politiek te verzetten tegen asociale maatregelen van een PSOE-regering, de UP dreigt te isoleren van de arbeiders en de strijd op straat. Deze terugtrekking van de straat en de volledige intrede in het institutionele spel hadden er al toe geleid dat de UP veel stemmen en zetels verloor bij de laatste verkiezingen, en dat haar draagvlak aftakelt ten gunste van andere krachten die als meer ‘anti-systeem’ worden gezien. Vanuit dit oogpunt zou het extreemrechtse Vox zich kunnen positioneren als een anti-systeemmacht en nog meer steun verwerven.

Zoals we al eerder hebben aangegeven, moet de basis van de UP aandacht hebben voor de regeringsmaatregelen, om actief op te komen voor maatregelen ten gunste van de werkende klasse en om de UP te dwingen om uit de regering te stappen als er wordt bespaard op onze levensvoorwaarden of openbare diensten.

Wittebroodsweken voor nieuwe regering?

Sommige van de door de regering aangekondigde maatregelen zullen ongetwijfeld een reactie uitlokken van zowel de markten als andere reactionaire krachten zoals de katholieke kerk, en harde aanvallen van de partijen die deze krachten in het parlement vertegenwoordigen: PP, Ciudadanos (Burgers) en Vox. Dit zal bijvoorbeeld gebeuren als er binnenkort maatregelen worden genomen, zoals de afschaffing van verplichte godsdienstvakken, de opgraving van slachtoffers van de Franco-dictatuur en een dag om hen te herdenken, een wet rond euthanasie, …

Door deze maatregelen en enkele beperkte economische maatregelen tegen de banken of de grote elektriciteitsbedrijven, kan de regering, althans voor een bepaalde periode, het gevoel geven dat ze strijdt tegen de krachten van de reactie en tegen de markten. Dit kan enige krijgen van de werkenden en jongeren. Natuurlijk vallen positieve hervormingen op economisch gebied en een verhoging van de middelen voor de openbare diensten toe te juichen.

Deze regering zal echter niet stabiel zijn en het politieke landschap zal sterk gepolariseerd blijven. In Baskenland wordt voor een algemene staking op 30 januari opgeroepen, gesteund door onder andere de vakbonden ELA, LAB en CNT. Deze organisaties eisen onder meer een minimum pensioen van 1.080 euro en een minimumloon van 1.200 euro per maand, een werkweek van 35 uur en pensionering op 65 jaar.

Socialismo Revolucionario verdedigt deze weg, die van de strijd, om echte veranderingen te bereiken, zoals het einde van de werkonzekerheid, investeringen in openbare diensten die ook degelijke jobs met bijhorende lonen creëren, en de onmiddellijke uitbreiding van sociale huisvesting vanuit de huidige leegstaande huizen. In het huidige scenario zal de burgerij zelfs tegen de meest beperkte maatregelen schreeuwen, hetzij rechtstreeks, hetzij via haar vertegenwoordigers in de instellingen. De Baskische werkenden wijzen de weg om te strijden voor onze lonen, arbeids- en democratische rechten en openbare diensten. We moeten ons blijven mobiliseren om te komen tot een staking in de hele staat, aangezien de leiders van de grootste vakbonden CCOO en UGT niet geneigd zullen zijn om iets te ondernemen tegen een “progressieve” regering. De enige manier waarop ze in actie zullen gaan, is als ze de druk van hun achterban en de bredere beweging voelen.

Bovendien moeten links en de vakbeweging waakzaam zijn en elke aanval van extreemrechts op vrouwen, immigranten, de LGBTQ-beweging en de arbeidersbeweging in het algemeen bestrijden. We mogen niet vergeten dat naast de nieuwe institutionele macht die Vox op staatsniveau heeft verworven, haar extreemrechtse ideeën en eisen worden doorgedrukt in de regeringen van verschillende autonome gemeenschappen, waaronder Andalusië, Madrid en Murcia.

Catalonië

Een andere belangrijke as van polarisatie zal de onderhandelingsronde zijn die is opgezet tussen de ERC (Catalaanse pro-onafhankelijkheidspartij) en PSOE. Aan de ene kant zullen PP, Ciudadanos, Vox en andere krachten, waaronder enkele van de zogenaamde ‘PSOE-baronnen’, zoals we tijdens de verkiezingen en de parlementaire stemming hebben gezien, de gelegenheid niet voorbij laten gaan om te verkondigen dat er een pact wordt gesloten met verantwoordelijken van een staatsgreep of zelfs terroristen, dat Spanje wordt opgebroken of, op een zogenaamd sociale toon, dat ‘gelijke rechten’ onder Spanjaarden worden afgepakt. Natuurlijk zwijgen al deze stemmen over de echte ongelijkheid tussen de arbeiders en de burgerij en dat deze ongelijkheid sinds het uitbreken van de crisis in 2008 niet is gestopt met groeien.

Tegen deze achtergrond is het heel goed mogelijk dat de onderhandelingen tussen de centrale regering en de Generalitat (Catalaanse regering), afgezien van het feit dat ze traag en obstructief zijn, alleen maar zullen leiden tot weinig enthousiaste overeenkomsten die op geen enkele manier tegemoetkomen aan de aspiraties van de beweging voor een onafhankelijke republiek. In plaats van de situatie in Catalonië te pacificeren en te kalmeren, kunnen deze onderhandelingen leiden tot nieuwe spanningen en opnieuw tot massale betogingen en stakingen, zoals we de afgelopen jaren herhaaldelijk hebben gezien.

Daar komt nog bij dat de laatste besluiten van de Europese Unie hebben geleid tot de erkenning van Junqueras (politieke gevangene) en Puigdemont en Comín (ballingen) als leden van het Europees Parlement, hetgeen duidelijk in strijd is met de besluiten van de Spaanse staat. Dit zet de hele rechtsgang die de Catalaanse politieke gevangenen tot zeer strenge gevangenisstraffen heeft veroordeeld op losse schroeven. Het lijdt geen twijfel dat de beweging zich moet blijven mobiliseren om belangrijke stappen voorwaarts te zetten in de situatie van de gevangenen, waaronder het eisen van de vrijlating van Junqueras om zijn positie als lid van het Europees Parlement uit te oefenen. (Ondertussen heeft het Europees Parlement de uitspraak van een Spaanse rechter aanvaard dat Junqueras geen openbaar ambt kan bekleden, Junqueras kondigde aan in beroep te gaan).

De rechtbanken tonen hun ware reactionaire en repressieve karakter, dat zich al bij vele andere gelegenheden heeft gemanifesteerd, met de gerechtelijke vervolging van rappers, tweeters (die linkse ideeën verdedigden) en vakbonds- of feministische activisten. Dit moet, samen met de gemeenschappelijke strijd van alle arbeiders voor onze rechten en levensomstandigheden, een element vormen dat heel links verenigt, met inbegrip van de basis van de vakbonden en de UP, de CUP en Bildu, in een strijd tegen het Spaanse kapitalistische regime en al zijn reactionaire instellingen. Dit betekent ook strijden voor het einde van de monarchie, maar ook en vooral tegen het economisch stelsel die door dit regime wordt in stand gehouden: het kapitalisme.  Alleen door vastberaden strijd kunnen we echte democratische rechten afdwingen, waaronder het recht van Catalonië op zelfbeschikking, of echte sociale veranderingen zoals het nationaliseren van de belangrijkste sectoren van de economie zoals financiën, de energiesector, vervoer en communicatie om massale overheidsinvesteringen in openbare diensten te organiseren, voor hoogwaardige werkgelegenheid, om het huisvestingsprobleem op te lossen en om te strijden tegen de klimaatverandering.