Het debat over de noodzaak om woningcorporaties te nationaliseren wordt in Berlijn en in heel Duitsland al maandenlang gevoerd. De discussie werd op gang gebracht door de in Berlijn gebaseerde campagne “Deutsche Wohnen & Co. Onteigenen.” De campagne wordt gesteund door SAV (Duitse afdeling van de CWI-meerderheid). Het staatsparlement zal nu stemmen over de invoering van een bevriezing van de huurprijs.

door Lucy Redler, SAV Berlijn

Er werd een campagne gestart om een referendum te eisen over de nationalisatie van de particuliere woningcorporaties die meer dan 3.000 woningen in Berlijn bezitten en over democratische controle op deze bedrijven. Deze radicale eis kreeg brede steun: de helft van de Berlijnse inwoners is het eens met het voorstel om de torenhoge huren in de grote steden een halt toe te roepen. In Berlijn zijn de prijzen voor nieuwe huurovereenkomsten tussen 2008 en 2018 met 75% gestegen.

In april 2019 betoogden 40.000 mensen tegen de #Mietenwahnsinn (huurgekte). Dit zette de in het deelstaatparlement van Berlijn vertegenwoordigde partijen ertoe aan om zowel op de beweging zelf als op de publieke steun voor nationalisatie te reageren. Aanvankelijk stelde de Berlijnse SPD (sociaaldemocraten) een bevriezing van de prijzen voor als een poging om de wind uit de zeilen te nemen van de campagne voor de onteigening van Deutsche Wohnen & Co. De SPD werd door de beweging echter verder geduwd dan ze aanvankelijk wilde. De campagne en Die Linke riepen op tot een combinatie van een bevriezing van de huurprijs en nationalisatie. Nu zal een coalitie van de SPD, de Groenen en de Die Linke over een wetsvoorstel tot bevriezing van de huurprijzen stemmen.

1,5 miljoen huishoudens wonen in Berlijnse appartementen die voor 2014 zijn gebouwd en op de vrije markt zijn verhuurd. Zij zullen de komende vijf jaar profiteren van een bevriezing van de huurprijzen op het huidige niveau. Bij het opnieuw verhuren van een appartement kan de huurprijs niet hoger zijn dan die in de vorige huurovereenkomst, tenzij als de prijs lager is dan 5 euro per vierkante meter: dan kan het stijgen tot een prijs van 5 euro per vierkante meter. De maximale huurprijs ligt tussen de 6,45 en 9,80 euro per vierkante meter, afhankelijk van de leeftijd en kwaliteit van het gebouw. Ten slotte hebben de huidige huurders het wettelijke recht op een huurverlaging indien zij volgens hun bestaande overeenkomst een huurprijs betalen die 20% hoger is dan de maximale huurprijs bij herverhuring.

De Berlijnse deelstaatregering schat dat 300.000 huurders recht hebben op een lagere huurprijs. Veel huurders kunnen echter bang zijn om een korting aan te vragen uit angst voor een confrontatie met hun verhuurder. Het wetsvoorstel zal in eerste instantie slechts vijf jaar van kracht zijn en delen ervan kunnen nog steeds door de rechter worden geannuleerd.

Hoeveel effect zal de bevriezing hebben?

De details van de bevriezing van de huurprijs zijn al wekenlang onderwerp van een zeer controversieel debat. Het oorspronkelijke voorstel van het door Die Linke geleide ministerie van Huisvesting aan het begin van de discussie was veel radicaler dan het huidige wetsvoorstel. Het werd afgezwakt onder enorme druk van de coalitiepartners, de burgerlijke media en de vastgoedsector.

Een volledige beoordeling van de controle op de eigendomsrechten van woningcorporaties door de huidige bevriezing van de huurprijs is pas mogelijk wanneer duidelijk wordt hoeveel mensen financieel voordeel halen uit de huurdaling. Uiteraard zullen de verhuurders met allerlei strategieën komen om de wet te omzeilen.  Rouzbeh Taheri, van de campagne “Deutsche Wohnen & Co. onteigenen” heeft de pers erop gewezen dat bedrijven veel manieren hebben om de rekening te omzeilen om hun winst te behouden, door huurappartementen om te zetten in eigendom, door de onderhoudskosten te verlagen en door creatieve manieren om meer te vragen voor nutsvoorzieningen.

Succes van de beweging

Het resultaat is echter ontegenzeggelijk een belangrijk succes voor de huurdersbeweging, dat niet bereikt had kunnen worden zonder de protesten en de politieke druk die het debat over de nationalisering met zich mee heeft gebracht. Hierdoor kon de SPD de clausule die huurverlagingen mogelijk maakt niet uit het wetsvoorstel schrappen.

De bevriezing van de huurprijzen mag niet verward worden met de federale huurcontrolemaatregelen die in 2015 werden ingevoerd en die vrijwel geen effect hadden. Destijds heeft de federale overheid een voorstel inzake huurcontrole aangenomen om te doen alsof ze iets deed aan de stijgende huurprijzen. Vastgoedcorporaties waren in feite echter nog steeds in staat om de huurprijzen vrijwel ongehinderd te verhogen.

Deze bevriezing van de huurprijs gaat veel verder en zal ook daadwerkelijk enig effect hebben, al kan ze beperkter zijn dan velen nu hopen.

Een belangrijk signaal

De bevriezing van de huurprijzen kan een belangrijk signaal zijn voor de rest van Duitsland en internationaal. Het moet worden gebruikt als een opstap in de strijd voor een strengere huurbevriezing en huurverlaging in andere staten, zowel op federaal als internationaal niveau.

Voor Berlijners biedt het wetsvoorstel vooral wat ademruimte, maar het zal de fundamentele problemen in een door particuliere corporaties gedomineerde woningmarkt niet oplossen. Het is noodzakelijk om energiek campagne te blijven voeren voor de nationalisatie van de woningcorporaties en te strijden voor de bouw van grote aantallen betaalbare appartementen door publieke instanties.

Een nieuwe wind voor de nationalisatiecampagne

Het plan van de SPD om de beweging te laten ontsporen werkt niet: de bevriezing van de huurprijzen haalt de wind niet uit de zeilen van de campagne om woningcorporaties te nationaliseren. Integendeel. Volgens een eind oktober gehouden enquête is 46% van de Berlijners voorstander van nationalisatie, 46,1% is ertegen.

De belangrijkste eis van de beweging in de afgelopen weken was: “Eerste bevriezing, dan onteigenen”. In de eerste fase van de nationalisatiecampagne werden meer dan 70.000 handtekeningen verzameld. De campagne wacht nu op een rechterlijke uitspraak die het groene licht geeft voor de volgende fase van de referendumcampagne. Volgens de regels voor referenda in Berlijn moeten 170.000 handtekeningen worden verzameld om een stemming te houden en vervolgens moeten in het eigenlijke referendum meer dan 600.000 Berlijnse kiezers voor de inwerkingtreding van de nationalisatiewet stemmen. Dit betekent dat er nu meer huurdersinitiatieven moeten worden georganiseerd met de verder opgebouwde protestbeweging.

Een alternatief voor het huidige systeem

Onder het kapitalisme zullen bedrijven altijd manieren vinden om de wet te omzeilen en zo hun winst te verhogen zolang ze nog eigenaar zijn van de appartementen. Hetzelfde geldt voor particuliere fabrieken die de milieuwetgeving omzeilen. De nationalisatie van de grootste woningcorporaties zou een enorme stap zijn in de richting van lagere huurprijzen. Het zou ook een politieke stimulans zijn om de kwestie van eigendom ook op andere gebieden aan de orde te stellen. De nationaliseringseis is een aanval op de eigendomsverhoudingen in de samenleving, en dus op het kapitalisme zelf. De heersende klasse begrijpt dat heel goed. Ze is bang dat deze eis ook op andere gebieden wordt toegepast. Juist daarom zorgt de vraag naar nationalisatie van vastgoedondernemingen voor zoveel druk.

SAV zal zich energiek blijven inzetten rond deze kwestie. Wij zijn ook van mening dat Die Linke, met 60.000 leden, een groep in het federale parlement en veel voltijdse werknemers, de openheid die er voor het idee van nationalisatie bestaat, moet gebruiken om debatten te stimuleren over hoe een socialistisch alternatief voor het bestaande kapitalistische systeem eruit kan zien en hoe we vandaag steun voor dergelijke ideeën kunnen opbouwen.

Strijd loont

Zonder de beweging van de afgelopen jaren en de campagne “Deutsche Wohnen & Co. onteigenen”, zou er geen bevriezing van de huurprijzen geweest zijn. Het debat over de nationalisatie van grote woningcorporaties in de afgelopen maanden laat zien hoe een kleine campagnegroep een bestaande stemming onder de bevolking kan oppikken en ontwikkelen tot activiteiten voor een radicale vraag en daarbij belangrijke concessies kan afdwingen. Die Linke steunde de campagne voor het bevriezen van de huur en de nationalisatie van vastgoedondernemingen. Zelfs het federaal congres van de dienstenvakbond ver.di stemde voor de nationalisatievraag. Wekenlang werd nationalisatie besproken in talkshows op tv, waarbij de woningmaffia het idee hevig aanviel en Die Linke beschuldigde van het “in brand steken van Berlijn” door te proberen een planeconomie opnieuw in te voeren.

Dit was en blijft een grote kans voor socialisten om ook op andere gebieden de noodzaak van nationalisatie aan de orde te stellen. Als de woningcorporaties genationaliseerd kunnen worden in de strijd tegen huurverhogingen, waarom nationaliseren we dan niet de energiemaatschappijen om het klimaat te redden? Tijdens het debat stelde de leider van de jonge socialisten in de SPD, Kevin Kühnert, voor om een van de grootste Duitse autobedrijven in publieke handen te nemen. De Duitse media hebben wekenlang over deze kwestie gediscussieerd.

Dit is een glimp van wat mogelijk is als radicale eisen niet alleen door een kleine campagnegroep op het juiste moment worden gesteld, maar ook door Die Linke en de vakbonden, niet alleen door het volgen en ondersteunen van dergelijke processen, maar ook door het initiëren en, wat de vakbonden betreft, het voeren van campagne ervoor.