Home / Dossier / Dossier. De oorsprong van racisme (deel 1)

Dossier. De oorsprong van racisme (deel 1)

We publiceren een licht aangepaste versie van een uitgave van Blokbuster uit 1993. Het ging om een brochure geschreven door Jo Coulier, historicus en lid van de nationale stuurgroep van Blokbuster. Vandaag is Jo vakbondsafgevaardigde aan de VUB. We hebben zijn tekst licht aangepast waar er naar toenmalig actuele voorbeelden werd verwezen. Daarnaast hebben we een bijlage toegevoegd over migratie vandaag. Deze bijlage verscheen in de zomer van 2018 in maandblad ‘De Linkse Socialist’. Vandaag het eerste van drie delen. 

“De … van La Louvière hebben gisteren hun loon gekregen en direct zijn ze aan de zwier gegaan waarbij ze gisterennacht overal in de gemeente gevochten hebben. Het is goed erop te wijzen dat telkens als een dergelijke vechtpartij zich voordoet in La Louvière, er … spelend met messen gevonden worden.”

Dit citaat komt niet uit een VB-publicatie. Evenmin moeten we Turken of Marokkanen invullen in de puntjes. Deze tekst handelde over de Vlamingen die in Wallonië werkten en was te lezen in Les Nouvelles van 25 oktober 1904. Hoewel we hier niet echt kunnen spreken van rassendiscriminatie (Vlamingen en Walen behoren beiden tot het blanke ras), zegt het veel over het voorkomen van vooroordelen. Meteen zullen velen de schouders ophalen en zeggen dat racisme of discriminatie altijd bestaan heeft en ook wel zal blijven bestaan. Racisme ligt als het ware in de aard van de mens. Naast aangeboren vooroordelen heeft de mens ook last van egoïsme, hoor je wel eens zeggen.

Maar hoe moeten we dan verklaren dat baby’s en kinderen (voor zover ze niet door hun ouders aangestoken zijn) geen onderscheid maken tussen rassen. Of worden de racistische genen maar actief rond een bepaalde leeftijd?

De bedoeling van deze brochure is dergelijke uitspraken te weerleggen. Racisme en discriminatie zijn geen kenmerk van de mens. Racisme en discriminatie hebben niet altijd bestaan. Wanneer en waarom ontstond racisme, daarover gaat deze brochure. Tevens worden andere vormen van discriminatie zoals nationalisme, godsdienstfanatisme, … aangeraakt.

Waar ligt de oorsprong van racisme

DE OORSPRONG VAN RACISME ZOALS wij het vandaag kennen – d.w.z. het als minderwaardig beschouwen van niet-blanken op basis van ras – vindt zijn oorsprong in Engeland op het einde van de zestiende eeuw.

De regeerperiode van Elizabeth I betekende het begin van een nieuw tijdperk voor Engeland. In 1588 vernietigde Engeland de Spaanse vloot (Armada) waardoor een einde kwam aan de Spaanse overheersing van de oceanen. Engeland begon rechtstreeks deel te nemen aan de internationale handel. In 1600 werd de East India Company opgericht, wat het begin betekende van de Engelse verovering van de wereld. Het legde de grondslag voor een immens koloniaal rijk en voor de ontwikkeling van het kapitalisme. Racisme is een product van dit opkomend kapitalisme.

Ten eerste moesten de Engelsen het in bezit nemen van de kolonies kunnen verantwoorden. Dit deden ze door de Indianen, zwarten, Aziaten, … te beschouwen als dieren. Gezien grondbezit typisch menselijk is, konden deze volkeren geen grond bezitten. Daardoor werden de “ontdekte” landen Engels eigendom.

Een tweede oorzaak voor het ontstaan van racisme ligt in de aard van het kapitalisme zelf. Kapitalisme is een economisch systeem, waarbij de eigenaar van de productiemiddelen (de kapitalist), winst maakt door loonarbeiders tewerk te stellen en een deel van de waarde die ze voortbrengen naar zich toe te trekken onder de vorm van winst. Maar aanvankelijk vonden de kapitalisten niet zomaar mensen die voor hen in loonarbeid wilden werken. In Europa waren de meeste mensen voor hun bestaan afhankelijk van de landbouw. Deze boeren waren niet geneigd in een fabriek te werken. Om in fabrieken te werken deed men aanvankelijk een beroep op wezen, landlopers en gevangenen.

In de kolonies lagen de kaarten nog moeilijker. De Indianen waren helemaal niet vertrouwd met werken voor een kapitalist, noch met het individueel boerenbestaan. De Indianen in Noord-Amerika leefden van jacht, in Midden- en Zuid-Amerika waren er landbouwsamenlevingen, sommige waren collectivistisch van aard. Pogingen hen als slaven tewerk te stellen, liepen op niets uit. Velen stierven trouwens aan uitputting of aan ziektes zoals verkoudheid en griep. Daarom moest men arbeidskracht ergens anders halen. De kolonisatie van Amerika ging dus samen met het onderwerpen van de zwarten in Afrika om ze als slaven naar Amerika te deporteren.

Soms waren de kolonisatoren zo “goed” de grond van de zwarten op een “eerlijke” manier te stelen. In wat nu Zuid-Afrika is, werden de zwarten een belasting opgelegd. Omdat deze belasting in geld betaald moest worden, waren ze verplicht als loonarbeider te werken. Zo konden ze hun grond niet langer bewerken. De blanken zegden dat braakliggende gronden niemands eigendom waren, en namen deze vervolgens in beslag.

Dit ging dikwijls met veel bloedvergieten gepaard zoals het verzet van de Zulu’s tegen de Engelsen of de Indianen tegen de Europese kolonisatoren. Tegenover de vuurkracht van de blanken hadden de inheemse volkeren weinig verweer. Op een zeer gewelddadige manier veroverde Europa de wereld. Maar zelfs de wreedste blanken hadden last van hun geweten. Vooral daar ze gelovig waren en god tegen Mozes gezegd had: “gij zult niet doden”, rezen er problemen. Om hun wandaden te rechtvaardigen werd het racisme “uitgevonden”.

 

VELEN ZULLEN echter zeggen dat de kolonisatie niets met kapitalisme te maken heeft. We kunnen de huidige kapitalisten toch niet vereenzelvigen met de beesten van weleer? Of is er toch een verband?

Racisme is geen uitdrukking van individuele opvattingen, maar werd in de cultuur ingebakken en onderhouden door de verschillende maatschappelijke instellingen (school, godsdienst, …). Niemand wordt als racist geboren maar een racistische houding en het superioriteitsgevoel van de blanke wordt door opvoeding, media, … vanaf de geboorte ingelepeld.

We zouden vele voorbeelden kunnen geven, maar de Flintstones zijn de plezantste. Via tekenfilms geeft men aan kinderen het beeld dat de prehistorische mens bestond als het ideale gezin van man, vrouw, kind en hond, hamburgers at, in loondienst werkte voor een baas en in het weekend met de auto naar de drive-in cinema ging.

Hetzelfde principe werd toegepast bij het beschrijven van andere beschavingen in de wereld. De zwarten worden voorgesteld als apen die in de bomen hangen en door de blanke beschaafd moeten worden. Er wordt gesproken over wrede stammentwisten die typisch zijn voor de zwarten. Maar zijn stammentwisten in Afrika dan zo verschillend van de wrede oorlogen die in het Westen uitgevochten werden? Wat is het verschil tussen de stammenoorlogen en de Eerste of Tweede Wereldoorlog?

Waarom had en heeft de burgerij nog altijd het racisme nodig? Het antwoord daarop is simpel. De burgerij vormt een kleine minderheid in onze samenleving die leeft van de uitbuiting van de meerderheid van de bevolking. Om als minderheid te kunnen overheersen is het nodig de meerderheid te verdelen. Racisme is daarvoor één instrument. Godsdienst is een ander. Een voorbeeld hiervan is de Ierse kwestie.

Aanvankelijk speelden wel andere factoren een rol bij het overnemen van het racisme als ideologie door de kapitalisten. Voordat het kapitalisme bestond, zag de maatschappij er heel anders uit. De feodale maatschappij was een klassenmaatschappij waarin iedereen rechten had. Maar de rechten waren afhankelijk van de klasse waartoe je behoorde. Zo had de adel andere rechtbanken, wetten, … dan de stedelingen die op zich weer verschilden van de lijfeigenen. De adel was de heersende en bijgevolg de bevoorrechte klasse.

Vanaf de 16de eeuw zagen we de ontwikkeling van het kapitalisme en een nieuwe klasse: de burgerij. Het gevolg was een strijd voor de staatsmacht tussen adel en burgerij. Om deze strijd ideologisch te verantwoorden, ontwikkelde de burgerij haar eigen ideeën. In de Amerikaanse revolutie vonden we die terug onder “the rights of men” (de mensenrechten) en in de Franse revolutie onder de slogan “égalité, liberté, fraternité” (gelijkheid, vrijheid, broederlijkheid).

Dankzij deze slogans kon de burgerij de onderdrukte massa’s mobiliseren voor vrijheid en gelijkheid en het feodaal stelsel overboord gooien. De burgerij zat wel met een probleem: hoe de slavernij rechtvaardigen gezien de nadruk op gelijkheid en vrijheid. Opnieuw zorgde racisme voor de redding en de oplossing van het gewetensprobleem. ledere mens kan genieten van natuurrechten als vrijheid en gelijkheid, maar gezien de zwarten geen mensen zijn … Zo kon ook na de Amerikaanse en Franse revolutie de slavernij blijven bestaan.

AFSCHAFFING SLAVERNIJ

MAAR ALS racisme samenhangt met het opkomend kapitalisme, verovering en slavernij, waarom is het racisme dan niet verdwenen met de afschaffing van de slavernij? Zou de blanke geest dan toch zodanig bezoedeld zijn dat de vooroordelen bleven verder bestaan?

Het is juist dat het racisme ontstaan is als ideologische verantwoording van de blanke verovering van de wereld. Maar eens de gebieden veroverd waren, moest de minderheid (de blanken) nog altijd de macht kunnen houden. Aanvankelijk was dit niet moeilijk gezien ze over vuurwapens beschikten. Na verloop van tijd beschikten de zwarten, Indianen en Aziaten echter ook over vuurwapens. Bovendien waren zij veel talrijker dan de bezetters. Om dit probleem op te lossen, bleek het racisme andermaal een geschikt instrument.

Een voorbeeld. De oorspronkelijke bevolking van Rwanda bestond uit de Twa. Op een bepaald moment werden zij verdrongen door de Hutu’s, die zich als landbouwers op de Rwandese hoogvlakten vestigden. Maar op hun beurt werden de Hutu’s “verdreven” door de Tutsi’s, veeboeren die de gronden van de Hutu’s opeisten. De Tutsi’s werden een soort heersende klasse en de tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen bleven eeuwen bestaan. Toen de Belgen Rwanda als kolonie inpalmden, maakten ze van deze tegenstellingen gretig gebruik. Ze speelden de ene bevolkingsgroep tegen de andere uit om zelf aan de macht te blijven. De Engelsen deden hetzelfde in het Indische schiereiland en legden zo de basis voor alle latere conflicten tussen de verschillende volkeren. Het racisme, of beter gezegd de stammentwisten tussen de kleurlingen onderling, werden door de kolonisatoren goed onderhouden ter verdediging van de eigen heerschappij.

Dezelfde strategie werd in Europa toegepast. Door de ontwikkeling van het kapitalisme groeide de arbeidersklasse in aantal en werd ze numeriek de sterkste klasse in de maatschappij. Bewust van hun aantal en plaats in het productieproces kwamen de arbeiders in verzet tegen de uitbuiting waarvan ze het slachtoffer waren. Er werden vakbonden opgericht om hogere lonen en betere arbeidsomstandigheden af te dwingen. Hoe groter de eenheid, hoe sterker de vakbond, hoe meer de arbeiders van de patroons konden afdwingen.

Daarom probeerden de kapitalisten deze eenheid te breken door man uit te spelen tegen vrouw, protestant tegen katholiek (Ierland) of blanke tegen migrant. Daarbij werden geregeld knokploegen ingezet om minderheden af te kloppen.

De tegenstelling tussen protestanten en katholieken in Ierland is te verklaren door de verdeel-en-heers-tactiek. Het citaat over de Vlamingen waarmee we begonnen, ligt in dezelfde lijn. In de 19de eeuw legden de kolenpatroons spoorwegen aan om Vlamingen naar de Waalse mijnen te voeren en vooral te zorgen dat ze ‘s avonds terug naar huis keerden. Op die manier probeerde men de Waalse en Vlaamse mijnwerkers te scheiden en tegen elkaar op te zetten. Nadien deed men hetzelfde met Italiaanse en Turkse migranten. Immigratie was trouwens voornamelijk bedoeld om het overschot aan arbeidskrachten in stand te houden. Dit was niet nieuw. Toen de mijnwerkers in Belville (VS) in 1889 in staking gingen, probeerden de patroons de staking te breken door mijnwerkers uit België te “importeren”. Dit mislukte door de acties van de vakbonden. In de jaren 60 deed men hetzelfde in België door Turken en Marokkanen naar hier te halen.

HISTORISCH

OVER DE houding van de mens in de prehistorie tegenover andere rassen kunnen we weinig zeggen. De enige overblijfselen zijn immers werktuigen, potten en skeletten, maar deze zeggen ons niet veel over de ideeën van de mensen. Van racisme zal echter wellicht weinig sprake geweest zijn. Er waren weinig mensen en bovendien kwamen ze zelden met elkaar in contact. Als er contact was, waren er wellicht even vaak conflicten als kruisingen. Eén belangrijke opmerking kunnen we wel maken: de mensheid is ontstaan in Afrika, meer bepaald in het gebied rond Ethiopië, Kenia, Oeganda. De eerste mens, de Australopithecus, verscheen zo’n 4 miljoen jaar geleden op de aardbol. Pas tegen het einde van het midden-paleoliticum (40.000 jaar geleden) verscheen de mens in Europa. Onze verre voorvaderen komen dus uit Afrika en hadden een niet-blanke huidskleur.

Ongeveer 10.000 jaar geleden begon het leven van de mens ingrijpend te veranderen. Dit was te wijten aan het overstappen van jacht en pluk op landbouw, waardoor de mens zich op een vaste plaats vestigde. Zo ontstonden beschavingen in Midden- en Zuid-Amerika, het Midden-Oosten, India en China. In Europa bleven de mensen langer van jacht en pluk leven. In die beschavingen ontstonden steden en een aantal leden van de samenleving waren niet meer verplicht voor hun levensonderhoud aan landbouw te doen. Zo ontstonden de beroepen van ambachtslieden, soldaten en bestuurders, deze laatste onder de vorm van priesters. Hoe rijker de samenleving werd, hoe meer mensen zich konden vrijmaken van de landbouw en hoe machtiger deze laatsten werden.

Rond 3200 voor onze tijdrekening verenigde koning Menes uit Ethiopië de twee rijken die zich in de Nijldelta bevonden. De hoofdstad van dit rijk was Memphis. Zo begon de eerste dynastie Farao’s, die volgens verschillende bronnen zwarten zouden geweest zijn. Deze dynastie bleef 700 jaar lang bestaan. In die periode hadden mannen en vrouwen dezelfde rechten. Er zijn zelfs aanwijzingen dat het erfrecht aanvankelijk via de moeder werd overgedragen. Andere uitvindingen uit deze periode zijn een zonnekalender, astronomie, de eerste boeken over landbouw en geneeskunde en een grootse bouwkunst waarvan de piramides getuige zijn. Tussen de zesde en twaalfde dynastie, ontstonden conflicten tussen rijken en armen waardoor de macht verzwakte. Verschillende vreemde en “barbaarse” stammen vielen het rijk binnen, bezetten Egypte en dreven de zwarte aristocratie terug naar het Afrikaanse binnenland. Het rijk viel uiteindelijk uiteen in een opper- en een nederrijk.

Tijdens de dertiende dynastie ontstond een hereniging van Egypte, Nubië en Ethiopië en dit luidde een nieuwe bloeiperiode in. Maar in 1730 voor onze tijdrekening, vielen de Hyksos binnen, brachten veel vernielingen aan en maakten van de Egyptenaren slaven. Sommige bronnen spreken van een poging om de Egyptenaren uit te roeien en de bevolking te vervangen door de Israëlieten. Maar de Egyptenaren sloegen terug en dreven de Israëlieten terug over de Rode Zee. In de bijbel leidde Mozes de Joden terug naar Palestina. Dit luidde het begin in van het derde herenigde rijk dat tot stand kwam onder Farao Thotmes III, de zoon van een zwarte Soedanese vrouw. Ook bij de Joden was toen geen sprake van een racistische houding tegenover zwarten. Volgens het oud testament was Mozes gehuwd met een Ethiopische (nom 12,1) en Abraham had als concubine de Egyptische Agar (gen. 16, 1-4). Vanaf 730 voor onze tijdrekening werd het rijk weer aangevallen door verschillende volkeren. Er volgde een nieuwe hereniging onder Ethiopische leiding tot 622, wanneer Egypte werd veroverd door de Assyriërs. Er volgden nieuwe invallen tot Alexander de Grote in 332 binnenviel. Er begon een periode van assimilatie tussen Europese en Afrikaanse volkeren. Sinds het ontstaan van de Griekse stadstaten zullen ook de Europeanen een rol spelen in de geschiedenis, vanaf circa 500 voor onze tijdrekening, gevolgd door de Romeinen.

Een andere belangrijke beschaving was de Indische, waar men ten onrechte het kastensysteem bestempelt als de racistische onderdrukking van de oorspronkelijke Indische bevolking door de Indo-Germaanse Ariërs. Rond 1500 voor onze tijdrekening vielen deze stammen de Indus-vallei binnen en onderwierpen de lokale bevolking. Er werd een kastensysteem ingesteld waarin de veroveraars een bevoorrechte kaste vormden. Deze bevoorrechte kaste viel samen met de veroveraars. Aan de oorsprong van deze maatschappelijke ordening lag echter geen racisme. In de geschiedenis is het steeds zo dat de veroveraars hun heerschappij opleggen aan de overwonnen volkeren. Maar we zien steeds dat na verloop van tijd er een vorm van assimilatie (integratie) optreedt, waardoor de verschillende volkeren zich vermengen.

Dit was ook zo bij de Grieken. Zij noemden de vreemde volkeren “barbaros” wat niet-Griekstaligen betekent. De term Griek is trouwens ook het gevolg van een lange geschiedenis van volksverhuizingen en assimilatie met de oorspronkelijke bewoners. De oorspronkelijke Griekse beschavingen (o.a. Kreta) werden verdreven door de Indo-Germaanse invallers. Deze werden op hun beurt vernietigd door invallen van de Thraciërs waarna de overwonnen Doriërs naar Kreta en het Zuiden van Turkije trokken. Er ontstond een nieuw politiek systeem gebaseerd op de macht van de grootgrondbezitters. De nieuwe maatschappij, de Helleense genoemd, werd zich bewust van haar plaats in de wereld. Zo ontstond een burgerschap voor de Helleense bevolking. Daartegenover stonden de “barbaros.”

Dit komt dus niet overeen met wat wij nu onder barbaar verstaan. De Grieken hadden zelfs veel respect voor andere volkeren. Herodotus schreef dat de Ethiopiërs de grootste en mooiste waren onder de mensen. En Democritos verklaarde het verschil in huidskleur door klimatologische en geografische factoren. Volgens hem was de wereld één vaderland waarin iedereen gelijk geboren werd. De barbaren waren volgens hem zeker niet minderwaardig.

De eerste keer dat er in de geschiedenis sprake was van een wettelijk onderscheid tussen verschillende bevolkingsgroepen, was in Griekenland onder Perikles (die in de geschiedenisboeken als de grote democraat wordt voorgesteld). Vanaf de 4de eeuw voor onze tijdrekening begon het verval van de Griekse maatschappij. De tegenstellingen tussen de verschillende klassen en de dreiging van invallen van vreemde volkeren leidden tot het opkomen van nationalisme. Perikles liet alle vreemdelingen inschrijven in registers. Enkel wie kon aantonen dat zijn ouders van Atheense afkomst waren, kon hieraan ontsnappen.

De Griekse staten werden echter onderworpen door de Macedoniërs vanaf 359 voor onze tijdrekening. Daarna veroveren de Macedoniërs onder Alexander de Grote het Perzische rijk. In 324 brengt Alexander het plan tot samensmelting van Macedoniërs en Perzen naar voor. Door de onderworpen volkeren te integreren in de maatschappij bereikte hij het grootste rijk dat tot dan toe bestaan had. Het rijk van Alexander was het eerste multiculturele rijk waar alle inwoners gelijke rechten hadden. Na zijn dood viel het rijk uiteen, maar een nieuwe wereldstaat was in wording.

Na hun overwinning op de Carthagers, begon de expansieperiode van Rome. De Romeinen pasten bij de uitbreiding van hun rijk dezelfde principes toe als Alexander de Grote. Naarmate het rijk zich uitbreidde, kregen steeds meer onderworpenen het staatsburgerschap. Dit wil niet zeggen dat er geen onderdrukten waren in de Romeinse samenleving. Een groot deel van de bevolking bestond immers uit slaven. Maar de slavernij was niet verbonden aan een bepaald ras. Zowel Romeinen als niet-Romeinen waren slaaf. En ook veel niet-Romeinen kregen het Romeins burgerschap. Met het edict van Caracalla in 212 werd aan alle vrije mannen binnen het rijk gelijke rechten verleend. Ook kenden de Romeinen, zoals vele andere samenlevingen uit de oudheid, interraciale huwelijken. Van raszuiverheid was geen sprake.

Het verdwijnen van het Romeinse Rijk en het ontstaan van de feodaliteit in West-Europa betekenden een breuk met het verleden. Mensen vielen voor hun bestaan terug op landbouw, hadden weinig contact met anderen en internationale handel verdween bijna volledig in de vroege middeleeuwen. Er was nauwelijks contact met de buitenwereld, zeker niet met Zwart-Afrika, noch met Indië. Het enige contact met andere volkeren, was met de Arabische volkeren die optraden als tussenpersoon voor de Europeanen en de Aziatische volkeren.

Pas met de reizen van Marco Polo kregen de Europeanen weer direct contact met Azië. Tijdens zijn reizen was hij enorm onder de indruk van de rijkdom van onder meer de Chinezen. Veel uitvindingen van de Chinezen werden in die periode naar Europa gebracht, o.a. het buskruit. De reizen van Marco Polo waren de voorbode van de heerschappij van West-Europa op wereldvlak. Rond de 10de eeuw begon de ontwikkeling van de handel en ontstonden steden in Europa. Vanaf de 11de eeuw was in de meeste West-Europese staten een handelsklasse ontstaan die steeds machtiger werd en op zoek ging naar meer rijkdom. Dit ging gepaard met het verdrijven van de Joodse handelaars (pogroms) en de strijd tegen de overheersing van islamitische volkeren in het Middellandse Zeegebied. De Europeanen wilden immers direct handel drijven met Azië zonder de islamitische tussenpersonen.

Sinds het ontstaan van de islam hebben verschillende volkeren de macht uitgeoefend in de islamwereld. De kruistochten waren grotendeels bedoeld om het oprukken van de Turkse Seltsjoeken tegen te gaan en zo te verhinderen dat ze de handel met het Verre Oosten domineerden. Tevens hoopte de Paus de Orthodoxe kerk aan zijn heerschappij te onderwerpen en de eindeloze feodale oorlogjes aan banden te leggen door de christenen te verenigen tegen een gemeenschappelijke vijand.

Het waren economische en politieke factoren die aan de basis van de kruistochten lagen en niet godsdienstige overwegingen. In de islamitische wereld van die tijd, was men helemaal niet vijandig gezind tegen katholieken of Joden. Zij hadden volledige godsdienstvrijheid, maar moesten wel een extra belasting betalen. De kruistochten betekenden het begin van de nieuwe rol van West-Europa in de wereld.

De kruistochten mislukten. Men botste op de superioriteit van de Islamitische legers. De kruistochten versterkten wel het pauselijk gezag in het Westen en leidden tot het ontstaan van nationale entiteiten. Onder andere in Spanje komt een nationale staat tot vorming, voltooid in 1492 met de verovering van Granada (reconquista). Vanaf dat moment werd Spanje één van de hoofdrolspelers op het wereldtoneel. Niet toevallig “ontdekte” Columbus Amerika in 1492, toen hij in opdracht van de Spaanse vorsten naar een directe verbinding met Indië zocht. Met de ontdekking van Amerika begon de kolonisatie van de wereld door de verschillende West-Europese mogendheden.