Home / Edito - Internationaal / Beschuldigingen van antisemitisme tegen Corbyn zijn stormram van rechts

Beschuldigingen van antisemitisme tegen Corbyn zijn stormram van rechts

  • Organiseer de basis tegen de Blairisten!
  • Internationale arbeiderssolidariteit tegen alle vormen van onderdrukking en racisme!

Foto: Paul Mattson

De afgelopen weken kwamen de beschuldigingen van antisemitisme tegen Labour-leider Jeremy Corbyn opnieuw prominent naar buiten. Eens te meer blijkt uit de feiten die hiervoor gebruikt worden niet dat Labour een specifiek probleem met antisemitisme heeft, noch inzake het aantal zaken noch inzake de inhoud ervan.

Edito van weekblad ‘The Socialist’

Wat de aanvallen wel erg duidelijk aantonen, is dat de kwestie gebruikt wordt in een poging om de leiding van Corbyn schade te berokkenen. Het is een stormram van het kapitalistische establishment en de rechterzijde binnen Labour in een poging om Corbyn aan de kantte schuiven.

De aanvallen komen niet vanuit de ‘Joodse gemeenschap’, zoals de gevestigde media het graag laat uitschijnen, maar van de anti-Corbyn leiding van enkele Joodse organisaties, waaronder de Jewish Leadership Council, de Board of Deputies en de Jewish Labour Movement. De Blairisten binnen Labour hebben zich verenigd in de strijd tegen Corbyn, in het bijzonder het 70-tal parlementsleden dat lid is van Labour Friends of Israel, een orgaan dat even onkritisch staat tegen de Israëlische regering van Netanyahu en de moorden in Gaza als de rechtse Labour partij in Israël zelf.

Netanyahu verklaarde recent dat Corbyn “ondubbelzinnig moet veroordeeld worden door iedereen: links, rechts en alles ertussen in.” Onder de Blairisten die daar gevolg aan gaven, bevond zich het parlementslid Chuka Umunna die op de website van de krant Independent Corbyn verweet dat hij “institutioneel racisme” toelaat in Labour. Ook hiervoor werden evenwel geen steekhoudende bewijzen aangebracht.

De aanwezigheid van Corbyn in Tunis in 2014 op een ceremonie voor vermoorde Palestijnen was niet antisemitisch. Het initiatief uit 2011 dat Umunna aanhaalde, met name het voorstel om Holocaust Memorial Day om te dopen tot Genocide Memorial Day, was evenmin antisemitisch. Het deed geen enkele afbreuk aan de erkenning van de vreselijke horror die de Joden ondergingen in de holocaust.

Umunna wees ook op haatberichten die op sociale media waren verstuurd naar twee rechtse Labour verkozenen van Joodse afkomst. Er werd echter niet aangetoond hoe dit zou wijzen op ‘institutioneel racisme’ binnen Labour. Alle beledigende, racistische en antisemitische berichten moeten veroordeeld worden, maar wordt geen enkel bewijs aangevoerd dat er een disproportioneel aantal van deze berichten aan deze verkozenen vanuit de arbeidersbeweging of Labour kwam.

Twee verschillende studies, door onderzoekers van de universiteit van Salford en door Amnesty, toonden aan dat de Corbyn-gezinde parlementsleden doorgaans meer haatberichten op sociale media krijgen dan diegenen die hen bekritiseren.

De anti-Corbyn tirade van Umunna op de website van de krant Independent stond open voor commentaren van de lezers. Er was een erg lange reeks commentaren, vooral van mensen die het niet eens zijn met Umunna waarbij velen stelden dat rechtse figuren zoals Umunna beter uit Labour kunnen verdwijnen en niet de aanhangers van Corbyn.

De grote campagne in de gevestigde media leidt er volgens de peilingen weinig verrassend toe dat meer mensen denken dat Labour een probleem van antisemitisme heeft. Een peiling van Opinium in The Observer gaf echter aan dat slechts 16% denkt dat Labour ‘bevooroordeeld is tegen Britse Joden.’ In maart toonde een peiling van YouGov onder Labour-leden aan dat 77% vond dat de beschuldigingen van antisemitisme bewust overdreven worden.

In tegenstelling tot het grote aantal antisemitische incidenten bij extreemrechts, zijn er bij de veel grotere Labour-partij (met 550.000) leden tot op heden slechts 70 gevallen van klachten rond antisemitisme. Een aantal daarvan kan mogelijk bestaan uit het afkeuren van de acties van de Israëlische regering en niet uit vijandigheid tegenover het Joodse volk. Andere gevallen zijn mogelijk het resultaat van kwade reacties op de aanvallen tegen Corbyn. Deze reacties zijn mogelijk slecht geformuleerd, maar ze komen niet voort uit antisemitisme. Het gaat onder meer om de beschuldigingen tegen parlementslid Chris Williamson, gemeenteraadslid Jim Sheridan en Peter Willsman, een verkozene in de partijleiding.

De Palestijnse strijd

Netanyahy haalde rechtstreeks uit naar Corbyn nadat bekend raakte dat Corbyn in Tunis op een herdenking was geweest. Terecht reageerde Corbyn met een veroordeling van Netanyahu voor de dood van meer dan 160 actievoerders in Gaza sinds maart van dit jaar.

Hij wees er ook op dat hij hulde had gebracht aan de Palestijnse burgers en de personeelsleden van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) die in 1985 omkwamen door een Israëlisch bombardement van het PLO-hoofdkwartier. Zijn woordvoerder stelde: “Jeremy legde geen krans neer bij het graf van diegenen die zouden betrokken geweest zijn bij de organisatie ‘Zwarte September’ of de aanslagen van 1972 in München. Uiteraard veroordeelt hij die vreselijke aanslag, net zoals hij het bombardement van 1985 veroordeelt.”

Het was belangrijk dat Corbyn terreurdagen tegen burgers veroordeelde. Deze hebben immers niet alleen gewone mensen om het leven gebracht, ze hebben evenmin de Palestijnse strijd vooruitgeholpen. Dergelijke daden worden gevolgd door het opdrijven van de repressie tegen de Palestijnen en ze dragen niet bij tot de opbouw van de massastrijd die de Palestijnse bevolking nodig heeft.

De hypocrisie en de leugens in de aanvallen op Corbyn, waaronder de valse beschuldiging van antisemitisme, moeten ontmaskerd worden. Maar de linkerzijde moet ook een duidelijk klassenstandpunt innemen over de situatie in Israël-Palestina.

Dat standpunt moet vertrekken van de belangen van de Palestijnse en Joodse werkende klasse waarbij steun gegeven wordt aan hun strijd en aan oprechte vertegenwoordigers van die belangen. Sommige linkse organisaties en individuen hebben ten onrechte steun gegeven aan Fatah – de belangrijkste partij binnen de PLO – toen deze overging tot terroristische acties, of in de decennia erna aan de rechtse islamistische partij Hamas. Deze partijen hadden nooit een programma waarmee de Palestijnse zaak echt vooruit geholpen wordt. Vandaag zijn ze pro-kapitalistisch met leiders die eigenlijk bang zijn voor massale democratisch georganiseerde strijd tegen de bezetting.

Definitie van antisemitisme

Drie bladen, de Jewish Chronicle, Jewish News en Jewish Telegraph, hebben op hun voorpagina dezelfde aanval ingezet tegen Corbyn. Ze eisen dat hij alle ‘voorbeelden’ aanvaard die door de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) in de definitie van antisemitisme werden opgenomen.

Deze voorbeelden waren volgens één van de opstellers, de Amerikaanse advocaat Kenneth Stern, niet bedoeld als grens van wat aanvaardbaar is. Stern adviseerde het Amerikaanse parlement om de voorbeelden niet toe te passen aangezien ze kunnen gebruikt worden om de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen.

Zo was er een toespraak die zou gegeven worden door Joodse overlevende van het ghetto van Boedapest. Deze toespraak aan de universiteit van Manchester had in maart 2017 moeten doorgaan. De ondertitel bevatte kritiek op de regering van Netanyahu: “Je doet met de Palestijnen hetzelfde als de nazi’s met mij.” De Israëlische ambassadeur klaagde aan dat dit een inbreuk was op de definitie van de IHRA waarna de universiteit beperkingen voor de bijeenkomst oplegde.

Heel wat advocaten en academici hebben de definitie van de IHRA en de bijhorende voorbeelden bekritiseerd. Ze stellen dat deze definitie in de praktijk niet hanteerbaar is. Zelfs de parlementaire commissie binnenlandse zaken, met vertegenwoordigers van alle verkozen partijen, oordeelde in 2016 dat de definitie niet bruikbaar was omdat deze het recht op kritiek op de Israëlische regering beperkt. Umunna was toen overigens lid van die parlementaire commissie.

De definitie legt ook beperkingen op voor Joden. Yair Wallach van het Centre for Jewish Studies aan de universiteit SOAS in Londen schreef: “De nadruk op een particularistische op Israël gecentreerde definitie heeft geleid tot een zwakke tekst die Joden een zwakkere bescherming biedt dan de bestaande Britse wetgeving inzake gelijke kansen.” (Israëlische website Haaretz 26 juli 2018).

Het belangrijkste vandaag is niet zozeer een rationeel debat over de verdiensten en beperkingen van de definitie, maar wel de wijze waarop het gebruikt werd als instrument om delen van de linkerzijde en Corbyn in het bijzonder te treffen. De aanvallen werden zodanig opgevoerd dat mensen al een antisemiet genoemd worden als ze vragen stellen bij de omvang van het probleem of de motieven van diegenen die de aanval tegen Corbyn inzetten. Zelfs de zionist Kenneth Stern kan op basis van de methoden van de chargerende rechterzijde als een antisemiet weggezet worden.

De Israëlische regering heeft een lange geschiedenis van antisemitisme-beschuldigingen tegen iedereen die zich tegen haar beleid verzet. De gecoördineerde standpunten van de drie hoger genoemde Britse Joodse bladen stellen nu dat kritiek op de Israëlische regering moet gezien worden als “politiek antisemitisme” en dat bijgevolg deze kritiek moet verboden worden.

Enkele vakbondsleiders (Dave Prentis van Unison, Tim Roache van GMB en Paddy Lillis van Usdaw) zijn schandalig genoeg op de kar van de insinuaties tegen Corbyn gesprongen en herhalen de beschuldigingen. Ze eisen van Corbyn dat hij de definitie van de IHRA aanvaardt. Deze rechtse leiders stellen dat dit nodig is om eenheid in Labour te bekomen en om de steun van de ‘Joodse gemeenschap’ terug te krijgen.

Len McCluskey van de vakbond Unite kwam gelukkig tussen met een erg welkom pro-Corbyn standpunt. Hij stelde dat Labour geen antisemitische partij is en wees op de manoeuvres van Blairistische verkozenen om een scheurpartij te vormen. McCluskey stelde terecht: “Hoe meer bruggen Corbyn probeerde te bouwen [met diegenen die hem aanvallen], hoe erger de retoriek [tegen hem] wordt.” De hoop op een nieuwe poging tot verzoening met rechts, bijvoorbeeld door de IHRA-definitie te aanvaarden, is onterecht.

De benadering van Corbyn bestaat erin om regelmatig leugens te ontkrachten, maar doorgaans blijft hij wat op de vlakte en hij gaf vaak toe aan de eisen van rechts. Het is nu meer dan ooit duidelijk dat deze aanpak niet werkt. De druk van rechts zal blijven aanhouden. Het enige antwoord waarmee de arbeidersbeweging vooruit kan, is een stoutmoedig tegenoffensief.

Daartoe moet Corbyn de motieven van de rechterzijde uitleggen en is er een campagne nodig voor een democratisering van Labour met een nieuwe verkiezing van kandidaten voor de parlementsverkiezingen om de pro-kapitalistische Blairisten aan de deur te zetten.

Er moet in de arbeidersbeweging uiteraard ook opgetreden worden tegen echte gevallen van antisemitisme. Maar de beweging moet democratisch beslissen over eigen gedragsregels, los van de pro-kapitalistische organisaties en standpunten zodat het niet leidt tot toegevingen aan tegengestelde klassenbelangen.

Jammer genoeg zijn er rond Corbyn weinig linkse leiders die pleiten voor een sterke, vastberaden en onafhankelijke benadering. De leiding van Momentum geeft toe aan druk van buiten de arbeidersbeweging en volgt een defensieve op toegevingen gerichte koers. Een van de meest recente voorbeelden was de intrekking van de steun voor de herverkiezing van Corbynista Peter Willsman in de nationale partijleiding na diens opmerkingen over de rechtse antisemitische aanvallen, opmerkingen die door de gevestigde media voorgesteld werden als antisemitisch.

Corbyn kan en moet beroep doen op de steun van honderdduizenden leden van Labour en de miljoenen daarnaast die uitkijken naar verandering. Het is met die laag dat hij de strijd voor de verandering van zijn partij moet aangaan.

Geen enkele valse eenheid met rechts zal dit bereiken. Als enkelen van hen afsplitsen om de Labour-stemmen te verdelen en de kans op een door Corbyn geleide regering te beperken – en om te vermijden dat ze afgezet worden als Labour-kandidaten – dan zitten ze niet langer in een positie waarmee ze een bocht naar links in Labour op directe wijze kunnen tegenwerken.

Een dergelijke linkse bocht is cruciaal opdat Labour een programma kan aanbieden dat ingaat tegen de kapitalistische belangen en opkomt voor socialistische verandering. Het is enkel met concrete stappen in die richting dat een Labour-regering dichterbij komt, dat zal niet gebeuren door toegevingen en vrijspel voor de destructieve politiek van de rechterzijde in Labour.