Revolutie als bewuste massabeweging

Sinds het einde van de jager-verzamelaarmaatschappijen heeft de mens, gebaseerd op zijn eigen fysieke kenmerken en technische mogelijkheden, getracht de greep van de natuur te bezweren om zijn levensvoorwaarden te verbeteren. Het leven in gemeenschap deed de mondelinge communicatie ontwikkelen, de hersenmassa nam toe en met zijn handen kon hij geleidelijk aan meer en beter gereedschap vervaardigen.

Vincent Devaux

Deze werktuigen waren van elementair belang in het verbeteren van de dagelijkse levensomstandigheden. Geleidelijk bracht een verder doorgevoerde arbeidsdeling een grotere hoeveelheid geproduceerde rijkdom voort. Wat op haar beurt – door de overschotten – voor de eerste keer handelsverhoudingen (=ruil) teweegbracht.

Meer nog, door de toename van de productie kon een minderheid in de samenleving zich (geleidelijk aan) de productiemiddelen, zoals gereedschappen en machines toe-eigenen. Een maatschappelijke positie die zij rechtvaardigde door magie, godsdienst, enz. Vanaf dat moment was de maatschappij verdeeld in klassen, die elk voor hun tegengestelde belangen vechten.

Op verschillende momenten in de geschiedenis hebben de uitgebuite klassen zich proberen te bevrijden van de onderdrukking door de heersende klasse. De Spartacus-opstand in 73 voor Christus (de slaven opstand in het Romeinse rijk), de middeleeuwse boerenopstanden (o.a. de Hussieten in het huidige Tsjechië), de Franse Revolutie, enz.

Om hun heerschappij te verdedigen hebben de heersende klassen behoefte aan een gewapend instituut: de staat. De maatschappelijke structuur wordt bepaald door de sociale productieverhoudingen en het niveau van de technologie (werktuigen, machines). Als gevolg van de opeenvolgende ontdekkingen en hun toepassing in de productie veranderen die sociale productieverhoudingen en spelen de oude maatschappelijke structuren een conservatieve, remmende rol in de ontwikkeling van de samenleving. De vroegere heersende klasse in verval tracht haar privileges en haar heerschappij te verdedigen. Ze speelt vanaf dan een reactionaire (=behoudende) rol. Een andere, opgaande klasse wil zich emanciperen en speelt een progressieve rol. De revolutie wordt een historische noodzakelijkheid.

En wat dan met de democratie?

Bij ons heeft de kapitalistische staat de vorm van een parlementaire democratie. Dit stelt de huidige heersende klasse, namelijk de burgerij (de kapitalisten en hun medestanders) beter in staat om haar heerschappij te camoufleren voor de werkende bevolking.

Maar in oorsprong is elke staatsvorm slechts een onderdrukkingsapparaat van de ene klasse over een andere, ongeacht haar specifieke vorm: monarchie, militaire dictatuur, parlementaire democratie, enz. Hoeveel democratische rechten de arbeiders ook door strijd hebben afgedwongen, door de economische macht van de burgerij en door haar controle over het staatsapparaat blijft het een versluierde dictatuur voor de uitgebuite klasse: vandaag de dag de arbeidersklasse.

 

Revolutie of straatsgreep?

Een staatsgreep is de machtsovername door een minderheid die de actieve steun van de meerderheid van de bevolking mist, maar die wel over wapens beschikt. Zo verleende het Amerikaanse imperialisme haar hulp aan de installatie van bloedige rechtse dictaturen in Latijns- Amerika, maar ook elders. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk de dictatuur van Pinochet in Chili. Door het ontnemen van de rechten van de arbeidersklasse (recht op vrije meningsuiting, vakbondsvrijheid, enz.) kan de burgerij de arbeidersklasse op een uiterst brutale wijze uitbuiten.

Een revolutie, daarentegen, veronderstelt de actieve deelname van brede lagen van de bevolking die streven naar verandering. De heersende klasse, die haar privileges wil behouden, zal eerst trachten de revolutionaire beweging te zwart te maken door haar af te schilderen als een groep geweldadige oproerkraaiers die de openbare orde bedreigen Ze zal echter niet aarzelen om, indien nodig, over te gaan tot harde repressie. Daarom moet de uitgebuite klasse zichzelf organiseren, wil ze zich kunnen verdedigen tegen de repressie.

Daartoe dient ook zij over wapens te beschikken. De Russische Revolutie in 1917 zou nooit mogelijk zijn geweest zonder een massale revolutionaire arbeiderspartij als de bolsjewieken. Deze arbeiderspartij slaagde erin om ook de steun van de meerderheid van de boeren te winnen en een stem te zijn voor de behoeften van de meerderheid van de bevolking.

 

Uit het verleden leren: het bewapende volk. Chili, Venezuela: zelfde strijd?

De revolutionaire beweging van ‘70- ‘73 in Chili en het bloed waarin ze gesmoord is, toont de rol van de socialist Allende in het opkomen van de bloedige militaire dictatuur van Pinochet. Als hoofd van de Unidad Popular (een coalitie van sociaal-democraten, Moskou-gerichte communisten en radicalen) verdubbelt Allende de laagste lonen en versnelt hij de landhervorming.

De kopermijnen worden genationaliseerd in 1971. De VS willen echter afrekenen met de radicalisatie van de Chileense massa’s. Het democratische masker van de burgerij valt snel weg wanneer er in haar geldbuidel wordt gegraaid!

Een week voor de geslaagde staatsgreep onder leiding van Pinochet demonstreren 600.000 arbeiders voor het presidentieel paleis in de hoofdstad Santiago. Ze eisen wapens, die ze bereid zijn op te nemen ter verdediging van de linkse regering. Allende weigert echter, en wanneer Pinochet zijn staatsgreep pleegt, volgt er een ware slachting van vakbondsleden, linkse politieke activisten en strijdbare arbeiders.

Ook vandaag de dag in Venezuela hangt het lot van de massa’s af van de daden van de regering-Chávez, op een overweldigende manier verkozen in 1998. Al twee keer hebben de rechtse, reactionaire krachten geprobeerd om Chávez omver te werpen (een mislukte staatsgreep in april 2002 en een ‘lock-out’ van 2 maanden in december 2002). Dat Chávez nog altijd in het zadel zit, is louter en alleen te danken aan de spontane mobilisatie van de armen.

Chávez voerde enkele belangrijke maatregelen door voor de armste lagen van de bevolking. In april dit jaar riep hij zelfs op tot de ‘bewapening van het volk’. Het gevaar bestaat echter dat Chávez dezelfde fatale fout begaat als Allende, door de uiteindelijke bewapening uit te stellen en zo de rechtse krachten de mogelijkheid te geven om af te rekenen met de revolutionaire processen die aan de gang zijn.

 

Terrorisme als tactiek voor de revolutionaire beweging?

Aan het einde van de 19e en 20e eeuw was het individueel terrorisme in zwang als middel voor maatschappijverandering. In 1878 vermoordde een lid van de Russische populistische groep Narodnaia Volia (de ‘Wil des Volks’) de gouverneur van Sint-Petersburg. De ‘narodniki’ bestonden uit een groep van intellectuelen die ijverden voor een ‘landbouwcommunisme’. Ze waren verantwoordelijk voor de moord op tsaar Alexander II in 1881. Andere anarchisten in Europa legden bommen in cafés, theaters en treinen. Deze praktijken veranderen echter niet het systeem, maar bedreigen individuele vertegenwoordigers van dat systeem en zijn daarom tot mislukken gedoemd. Meer nog, dit soort anarchistische acties werkt contraproductief. Ze leveren een excuus voor het opdrijven van de repressie door de heersende klasse. Hun aanhangers isoleren zich van de massa’s en voeren de strijd in hun plaats. Alleen een georganiseerde massabeweging kan het kapitalisme de genadeslag toebrengen!

 

De socialistische samenleving

De Commune van Parijs (1871) en de Russische Revolutie (1917) zijn in de geschiedenis 2 voorbeelden van de heerschappij van de georganiseerde arbeidersklasse. Ze lichtten de vorige kapitalistische klasse uit het zadel en streefden op een bewuste manier – zeker in 1917 – naar een klassenloze samenleving.

Zo’n samenleving, gebaseerd op de afschaffing van het privé-bezit van de productiemiddelen, noemt men een ‘communistische’ samenleving. Kan men van de ene dag op de andere naar zo’n samenleving gaan? Nee. Lenin legde in het boek “Staat en revolutie” uit dat – na de afschaffing van de burgerlijke staat – het nog steeds nodig is om door het stadium te gaan van een ‘half-staat’, die geleidelijk afsterft. Tot op het moment dat de klassenloze samenleving een feit is en, in de woorden van Marx over iedersw bijdrage aan de maatschappij, “op haar vaandel kan schrijven: van ieder naar vermogen, aan ieder naar zijn behoeften!”.

De ervaring van de Commune van Parijs in 1871

Toen Napoleon III de oorlog verklaarde aan Bismarck van Pruisen en deze laatste Frankrijk binnenviel, beheerde Thiers het lot van de Franse hoofdstad. Die lag onder Pruisisch beleg. Het Parijse volk kwam in opstand toen bleek dat Thiers de overgave bekendmaakte.

De Nationale Garde van Parijs verkoos in volle opstand een centraal comité, een vroege vorm van een arbeidersstaat die later – in een meer ontwikkelde vorm – de sovjets (=raden) tijdens de Russische revoluties (1905 & 1917) zullen zijn.

Na 10 weken van belegering heroverde Thiers de macht in Parijs. Hij ondernam een grootscheepse en uiterst bloedige wraakcampagne, waarin 50.000 zogenaamde ‘Communards’ het leven lieten.

Marx beperkte zich niet tot het loven van de heldenmoed die de hemelbestormende Communards aan de dag legden. Hij analyseerde deze historische ervaring en trok er belangrijke lessen uit, neergeschreven in het boek “Burgeroorlog in Frankrijk”.

Hier haalt hij ook enkele decreten (regels) aan, uitgevaardigd door de verkozen commune. Deze decreten werden sindsdien steevast opgenomen in het programma van revolutionaire partijen:

– afschaffing van het staande leger en haar vervanging door het bewapende volk

– verkiesbaarheid en permanente afzetbaarheid van alle verantwoordelijken zonder uitzondering (politie en justitie inbegrepen)

– de beloning van alle openbare functies volgens een gemiddeld arbeidersloon

Delen: Printen: