Democratie: Kapitalistische schijn of socialistische democratie?

Steeds meer mensen klagen de ultra-liberale economie en de dictatuur van de markt aan. In de antiglobalistische beweging werden ideeën naar voor gebracht als de noodzaak om "de toekomst van onze wereld opnieuw op te eisen". Tegenover het kapitalisme stellen sommigen "burgercontrole" of "het verdiepen van de democratie". Ze willen dat de politiek "opnieuw" (?) controle krijgt over de economie.

Rechten? Ja, maar om wat te doen?

De burgerij pobeert haar kapitalistisch systeem niet enkel voor te stellen als het enig rendabele, maar ook als het historisch eindpunt, het toppunt van de democratie. Zo stellen de burgerlijke ideologen het voor alsof het in de grondwet ingeschreven algemeen stemrecht en de gelijkheid voor de wet, onaantastbare garanties zijn van het huidig democratisch bestel. Door economie en politiek kunstmatig van elkaar te scheiden, proberen ze ons te doen geloven dat democratie neerkomt op stemrecht en het recht op vrije meningsuiting. Maar wat zijn deze rechten waard, als ze niet eens de garantie bieden dat we ons kunnen bevrijden van diegenen die ons economisch uitbuiten? Welke waarde hebben ze als ze niet altijd en overal van toepassing zijn, maar slechts daar waar het geen gevaar oplevert?

Gedurende de kolonisatie heeft de westerse burgerij zich niet bekommerd om democratische principes: miljoenen Afrikanen werden gedeporteerd naar Amerikaanse plantages, mannen en vrouwen werden uitgebuit, gefolterd of afgemaakt. Toen de ‘vrije’ wereld de overwinning op het fascisme nog aan het vieren was, werd er geen moment aan getwijfeld om de opstand in Algerije in mei ’45 bloedig te onderdrukken.

De parlementaire democratie voorziet geen enkel middel voor de kiezers om "hun" vertegenwoordigers te controleren. Eens verkozen, onderworpen aan allerlei druk en verleidingen, ontsnappen ze volledig aan de controle van hun kiezers. Niets is voorzien om erop toe te zien dat ze hun verkiezingsbeloften nakomen. Dat allemaal betekent uiteraard niet dat een parlementaire democratie niet beter zou zijn dan om het even welke politiedictatuur. De democratische rechten die door harde strijd in het verleden werden afgedwongen – zoals het recht op vrije meningsuiting, het recht om zich te organiseren, te betogen en te stemmen – bieden veel betere omstandigheden om te strijden dan die van een eeuw geleden of degene die nog steeds van toepassing zijn in dictatoriale systemen. We moeten ze niet enkel beschermen tegen allerlei pogingen om ze terug te schroeven, maar ook al het mogelijke doen om ze uit te breiden en hun toepassing overal en voor iedereen te garanderen zonder voorwaarden inzake nationaliteit, geslacht of wat dan ook.

Gelijkheid: mythe of realiteit

De gelijkheid voor de wet in de Westerse landen is slechts een rookgordijn, maar zelfs dat volstaat niet meer om de wijd verbreidde corruptie te verbergen. In Frankrijk treft de défilé van politieke marionetten van het kapitaal voor de onderzoeksrechters niet enkel burgemeesters, volksvertegenwoordigers en ministers, maar zelfs president Chirac. Als er al "straffen" worden uitgesproken, dan zijn die belachelijk licht vergeleken bij die voor veroordeelden van gemeen recht. Men doet er beter aan een ontmaskerd politiek krapuul te zijn dat geniet van quasi-immuniteit, dan een jongere die een scooter heeft gestolen.

Hoe kan men spreken van democratie als meer dan 50% van de kiezers ongeldig of blanco stemt, of als – zoals in België – enkel stemplicht een hogere deelname kan garanderen? Kijk maar naar de presidentsverkiezingen tussen Bush en Gore in de VS, de grootste ‘democratie’ ter wereld. Diegenen die zich de moeite niet getroosten om te stemmen zien het nut niet meer in om zich te verplaatsen als alle partijen toch dezelfde politiek verdedigen.

De bevolking is zich steeds bewuster van de kloof tussen haar en de politici. Hoeveel arbeiders zijn verkozen in de ‘democratische landen’? Hoeveel vrouwen? Hoeveel politici van minder dan 50 jaar oud? De politiek wordt gedomineerd door een elite van zogenaamde specialisten. De meerderheid van politici, of het nu mannen of vrouwen zijn, komen uit families die dicht bij de macht staan.

Participatieve democratie of directe democratie?

Het verwerpen van de "institutionele" politiek is het gevolg van het feit dat de kiezers geen controle hebben over de beslissingen. Politici passen hun kiesbeloftes toe enkel indien ze dat zelf willen en op de manier die ze zelf geschikt achten. De enigen die hun beslissingen kunnen beïnvloeden, zijn diegenen die economische macht hebben. Als reactie daarop eisen velen meer democratie, onder meer door meer referenda, zoals bijvoorbeeld in Ierland over het Verdrag van Nice. Ondanks een meerderheid van neen-stemmen gaat Europa ongestoord door met de voorziene agenda. Aan de Ierse regering wordt de raad gegeven orde op zaken te stellen. Hetzelfde in België. Tijdens de affaire Dutroux en de Witte Mars eiste de bevolking meer controle. De regering stemde een wet die gemeentelijke referenda onder bepaalde voorwaarden ‘afdwingbaar’ maakt. In laatste instantie beslist de overheid echter over de vraagstelling. Een referendum voor gratis openbaar vervoer te Gent werd op die manier omgevormd tot een refendum voor degelijk openbaar vervoer, wie kan daar nu tegen zijn? De vraag was echter zodanig geformuleerd dat een stem voor "degelijk" openbaar vervoer een steunverklaring werd aan de meerderheid. Kortom de controle van de bevolking is zeer beperkt.

Een ander modeverschijnsel is de ‘participatieve democratie’. Dat verwijst naar een experiment in Porto Allegre (Brazilië) waarbij de bevolking via zogenaamde ‘burgercomités’ geraadpleegd wordt over de manier waarop de begroting opgesteld wordt. Het blijft bij raadpleging, deelname aan de beslissingen is er niet bij. Een dergelijk experiment kan slechts een reële democratische vooruitgang betekenen indien de bevolking ook betrokken is bij de uitwerking van de economische en sociale politiek. Dat veronderstelt een breuk met het kapitalisme.

Socialistische democratie

Uitbreiding van de democratie in een parlementair systeem zal steeds beperkt zijn. Dat komt door de heerschappij van het privé-bezit en grote industriële en financiële groepen. Zolang de productiemiddelen niet echt gecontroleerd worden door de meerderheid van de bevolking – hetgeen slechts kan door de collectieve eigendom ervan – en niet in dienst staan van de sociale behoeften, kan de democratie slechts zeer beperkt zijn. Tegenover deze beperkte democratie hebben de arbeiders verschillende keren een andere vorm van democratie gesteld, de directe of arbeidersdemocratie. Onder min of meer ontwikkelde vorm hebben de arbeiders tijdens de Commune van Parijs in 1871, Rusland ’17, Spanje ’36, Hongarije ’56, Chili ’73 en Portugal ’75 hun eigen strijdorganen telkens weer gecreëerd, dikwijls in het begin in de vorm van stakerscomités die dan achteraf een meer uitgewerkte vorm aannamen. In de Russische Oktoberrevolutie van 1917 hebben de arbeiders met de sovjets een vorm van directe democratie doorgevoerd die de arbeiders in staat stelde de maatschappij te beheren.

Een machtsovername door de arbeiders, op die basis georganiseerd, zou een maatschappij creëren die op alle gebieden oneindig veel democratischer zou zijn dan om het even welke burgerlijke democratie. Die maatschappij zou onmiddelijk de kapitalistische staat vernietigen en vervangen door een nieuwe staat gebaseerd op arbeidersraden. Op ieder niveau – lokaal, regionaal, nationaal en zelfs op hoger niveau – zouden die Raden samengesteld worden uit verkozen vertegenwoordigers die regelmatig vergaderen. Er zouden voortdurend collectieve discussies plaatsgrijpen. De verkozenen zouden verantwoording moeten afleggen aan de vergadering die hen verkozen heeft en op elk moment erdoor afzetbaar zijn. Leger en politie, vandaag ondemocratisch en autoritair, zouden vervangen worden door democratisch gecontroleerde arbeidersmilities die verantwoording afleggen aan die Raden.

Het geheel van bedrijven, scholen en ziekenhuizen zou onder het beheer gesteld worden van de mensen die er werken in samenwerking met organen die verantwoordelijk zijn voor het opstellen van een economische planning. Alle aspecten van het leven en de productie zouden bediscussieerd en gecontroleerd worden, de economie en de politiek zouden niet langer gescheiden worden, maar terug verbonden, stemmen zou niet meer occasioneel of uitzonderlijk zijn, maar de hartslag voor het dagelijkse leven. Alle publieke vertegenwoordigers zouden verkiesbaar en controleerbaar zijn, en hun loon niet hoger dan dat van een geschoolde arbeider. Een dergelijk systeem zou door de voormalige bezitters wiens macht beperkt zou worden niet erg democratisch bevonden worden. Voor de arbeiders zou het echter duizenden keren democratischer zijn dan het parlementarisme dat zo bewierrookt wordt door onze leiders. Zo een democratische arbeiderscontrole heeft niets te maken met de zogenaamde "burgercontrole" waarover sommige anti-globaliseringsbewegingen spreken. De enige garantie voor echte democratie op alle niveau’s van de maatschappij ligt in de afschaffing van het kapitalistisch uitbuitingssysteem en haar vervanging door socialisme.

Delen: Printen: